In het voetbal moet je nergens nog van achterovervallen. En toch. De transfer van Paul Pogba van Juventus naar Manchester United doet op z'n minst wenkbrauwen fronsen. 110 miljoen pond (130 miljoen euro) voor een voetballer. De waanzin ver voorbij.
...

In het voetbal moet je nergens nog van achterovervallen. En toch. De transfer van Paul Pogba van Juventus naar Manchester United doet op z'n minst wenkbrauwen fronsen. 110 miljoen pond (130 miljoen euro) voor een voetballer. De waanzin ver voorbij. Twintig jaar geleden werd het transferrecord twee keer kort na elkaar gebroken. PSV kreeg 15,6 miljoen euro van Barcelona voor de 19-jarige Braziliaan Ronaldo en kort nadien telde Newcastle United 17,7 miljoen euro neer voor de 25-jarige Alan Shearer. Ze waren dat jaar als tweede en derde geëindigd (na Matthias Sammer) in de verkiezing van de Ballon d'Or. Vorige week werd de bijna 29-jarige Gonzalo Higuaín de op twee na duurste voetballer aller tijden. Juventus betaalde Napoli 89 miljoen euro voor de Argentijnse spits, wiens naam eind vorig jaar niet eens voorkwam op de lijst van 23 genomineerden voor de Ballon d'Or. Juventus betaalde dit krankzinnige bedrag omdat het Engelse aanbiedingen zat heeft voor Pogba. In de Premier League zijn er geen grenzen meer. Half juli (anderhalve maand voor het sluiten van het transferraam) was er al 822,5 miljoen pond aan transfers uitgegeven. Dat was vorig seizoen het eindbedrag en traditioneel wordt er vooral in de laatste week flink verkocht en gekocht. Vijf spelers werden voor meer dan 35 miljoen euro verhandeld, terwijl Sadio Mané, Granit Xhaka, Eric Bailly, Michy Batshuayi en N'Golo Kanté moeilijk bij de wereldtop kunnen worden gerekend. Vorig seizoen werd 38,5 miljoen euro betaald voor Christian Benteke, de spits van een degradatiekandidaat. Deze zomer wil Everton 77 miljoen euro voor Romelu Lukaku, die op het EK zijn gebreken niet kon verbergen, en 59 miljoen euro voor John Stones, de verdediger die bij Engeland op de bank zat. Heel de wereld hoopt zaken te kunnen doen met de Engelsen. En een beter moment is ondenkbaar. De Premier League begint aan het eerste van drie seizoenen die 5,14 miljard pond (ruim 6 miljard euro) aan tv-rechten opleveren en Chelsea, Manchester United, Manchester City en eigenlijk ook Liverpool hebben nieuwe coaches, die hun team willen versterken. Real Madrid kocht Alvaro Morata terug van Juventus voor de vastgelegde som van 30 miljoen euro, in de overtuiging hem voor 80 miljoen te kunnen verpatsen aan de domme Engelsen. Het wordt de komende jaren alleen maar gekker. Wie niet koopt, koopt en koopt, wordt in de media een gebrek aan ambitie verweten en ziet de fans afhaken. Geen wonder dus dat Manchester United, de op één na rijkste club ter wereld, het transferrecord van Gareth Bale (100,7 miljoen euro) van de tabellen veegt. Wat echt zorgwekkend is, is dat 30 miljoen euro naar makelaar Mino Raiola gaat. Geld dat uit het voetbal en in de zakken van deze Nederlandse ex-pizzabakker verdwijnt. Lichtjes lachwekkend is dat Pogba tot vier jaar geleden bij Man U speelde en Raiola beloond wordt, hoewel hij toen heel Europa afreisde om de Fransman van Old Trafford weg te halen. Het enige wat de Red Devils toen van Juve kregen, was een opleidingsvergoeding van 270.000 euro. De hamvraag is of Paul Pogba al dat geld waard is. In het verleden werden alleen recordsommen neergeteld voor spitsen. Pogba is een box-to-box. Hij won vier keer op rij de Scudetto en was vorig seizoen met acht goals en twaalf assists de beste speler van de Serie A. Maar de eisen in de Premier League liggen nog wat hoger. In vier campagnes in de Champions League scoorde hij slechts drie keer in 32 duels en tijdens Euro 2016 kwam hij niet echt uit de verf. Of Pogba slaagt of niet, is het probleem van Manchester United. Veel zorgwekkender is dat de Engelse financiële weelde gevolgen heeft voor transferbedragen en salarissen over heel Europa. Overal gaan de prijzen omhoog, maar nergens volgen de tv-rechten de Engelse groei. Vroeg of laat leidt dat tot drama's. Vooral in Spanje en Italië leeft het besef dat er niet meer te concurreren valt met de Premier League. Elf Engelse clubs streken vorig seizoen meer tv-geld op dan Real Madrid in de Champions League. Spaanse en Italiaanse clubs dringen bij de UEFA dan ook aan op hervormingen. Ze willen de politiek gemotiveerde beslissing om clubs uit kleinere landen meer kansen te geven op het kampioenenbal, terugdraaien. Zo dreigen Anderlecht, Club Brugge en AA Gent het slachtoffer te worden van het gegoochel met miljoenen over het Kanaal. DOOR FRANÇOIS COLINAnderlecht, Club Brugge en AA Gent zijn het slachtoffer van het grote geld in het Engels voetbal.