Het ruikt al naar barbecue bij Casa Papa Giovanni aan de Noordlaan in Winterslag, waar deze zaterdag de tweede reünie van Winterslagspelers, -bestuurders en -sympathisanten plaatsvindt. De eerste werd drie jaar eerder gehouden op het braakliggende veld van wat voorheen het stadion was aan de Noordlaan. Die was met 35 ex-spelers en 400 supporters zo'n overweldigend succes dat de organisatoren Nico Limpetti, Marc Wuytjens en Claudio Nardiello, voormalige Winterslagfans, de vraag kregen een tweede uitgave te organiseren.
...

Het ruikt al naar barbecue bij Casa Papa Giovanni aan de Noordlaan in Winterslag, waar deze zaterdag de tweede reünie van Winterslagspelers, -bestuurders en -sympathisanten plaatsvindt. De eerste werd drie jaar eerder gehouden op het braakliggende veld van wat voorheen het stadion was aan de Noordlaan. Die was met 35 ex-spelers en 400 supporters zo'n overweldigend succes dat de organisatoren Nico Limpetti, Marc Wuytjens en Claudio Nardiello, voormalige Winterslagfans, de vraag kregen een tweede uitgave te organiseren. Daarom kleurt het volkshuis op anderhalve kilometer van de mijn en net voorbij het oude stadion helemaal rood en zwart. Boven de bar hangen sjaals van FC Winterslag én van Arsenal, een van de slachtoffers die de Vieze Mannen in hun enige Europese campagne ooit (1981/82) maakten. De initiatiefnemers ontvangen de gasten in rood-zwarte outfit met het stamnummer 322, voorheen van Winterslag en nu, na de fusie, van KRC Genk. Er hangt een fotolijst met iedereen die hier vanmiddag verwacht wordt. Voor de jongere generatie zegt hooguit nog de naam van Pierre Denier iets. Die is vandaag teammanager van kampioen KRC Genk, maar vroeger Winterslag- én Genkspeler van de Eeuw, kapitein, hulptrainer en een paar keer ook hoofdtrainer. Nog drie aanwezigen droegen na Winterslag ook de kleuren van KRC Genk: Rudi Vossen, de papa van Jelle Vossen, Patrick Bijnens en Rudi Janssens, die een welgemeende knuffel krijgt van Denier. Dat is wat opvalt in de zaal: de hartelijkheid en de menselijke warmte. Deze reünie van Winterslag is één groot familiefeest. Het is de ex-spelers aan te zien hoe oprecht blij ze zijn elkaar terug te zien: Geert Deferm, die later met KV Mechelen Europese en nationale successen vierde, Paul Theunis maar ook de voormalige Nederlandse topschutter Will van Woerkum. En is die man die zo mooi in het pak arriveert niet de Poolse verdediger Jaroslaw Studzizba? Ook Paul Lambrichts, ooit een gevreesd voorstopper bij Winterslag, SK Beveren en Standard, tekent present. Mathy Billen klampt Patrick Houben aan, net als hij ooit een berucht verdediger maar tevens een in Genkse middens bekende Elvisfan én -imitator. Houben zal later op de avond Elvis- wise zingen én shaken, en net als in zijn spelerstijd mee de ambiance verzorgen. Een emotioneel moment is de aankomst van Aline Waseige, de weduwe van de in juli overleden Robert Waseige, met haar zoon Frédéric, voormalig profvoetballer van onder meer Club Luik, en nu in Franstalig België bekend als tv-analist en columnist. Robert Waseige was de man die Winterslag in 1974 voor het eerst naar eerste klasse bracht. Mevrouw Waseige woonde indertijd met haar kinderen trouw de thuiswedstrijden aan de Noordlaan bij toen haar man er trainer was. Ze wordt nu liefdevol omhelsd door Vince Briganti, Roberts voormalige assistent bij Winterslag en later ook nog bij de Rode Duivels. Ook present is voormalig voorzitter Jan Vandermeulen, die in 1988 met Waterscheivoorzitter Albert Bijnens overging tot de fusie. Hij bleef nog jaren de sterke man bij KRC Genk. Een aantal ex-spelers liet zich verontschuldigen: Patrick Teppers, Uwe Rapolder, Karl Berger en Jacky Mathijssen. Cultkeeper Jean-Paul 'Tarzan' De Bruyne werd het laatst gesignaleerd door Mathy Billen, die hem ontmoette in Nederland. 'Hij droeg toen een groot kruis en was getuige van Jehova. In Genk had hij ook al zo zijn momenten. Voor de wedstrijd wilde hij wel eens na de warming-up bij het oversteken van de straat, op weg van het oefenveld naar het stadion, bij een hotdogkraam stoppen om er een braadworst te kopen, die op te eten en vervolgens de kleedkamer in te duiken.' Wie ook toezegde, maar niet opdaagde, is oud-speler Luciano D'Onofrio, vandaag de sterke man van Antwerp. Geen nood. De anderen weten nog goed hoe Luciano met Winterslag op trainingskamp in het Nederlandse Hengelo een kat hoorde miauwen die zo'n tien meter hoog in een boom zat. Prompt klom hij de boom in en bevrijdde het beestje. Of toen ze in het toen fonkelnieuwe Jan Breydelstadion de grasmat gingen verkennen. Het veld had toen nog de maximumafmetingen en D'Onofrio was niet de grootste van de hoop. 'Pak straks maar wat kiezelsteentjes mee, zodat je de weg terugvindt', grijnsde trainer Waseige. Robert Waseige. Dé naam is gevallen. 'Hij is de man die Winterslag op de kaart heeft gezet, die ons van derde naar eerste klasse bracht', zegt Vince Briganti, die na zijn spelersloopbaan ook hulptrainer én hoofdtrainer was van de Vieze Mannen. Toen de Luikenaar in 1971 als speler-trainer aan de Mijn belandde, promoveerde Winterslag prompt naar tweede klasse na een zwaarbevochten duel met Patro Eisden. 'Wij waren echte amateurs toen hij kwam, maar al gauw waren we door zijn harde aanpak profs avant la lettre', zegt Briganti. 'Robert stond er vanaf dag één op enkel Nederlands te praten. Jef Vliers, op wiens aanbeveling hij was gehaald, had hem dat aangeraden. 'Waseige pakte de eerste zes weken als speler-trainer meteen zes gele kaarten. Op een dag liet een speler zich tijdens de rust verzorgen, er zat wat bloed op zijn been. Maar Robert zei: 'Welke blessure? Ik zie niets.' De dinsdag daarop moesten we scheenbeschermers dragen op training, en liet hij ons de hele tijd één-tegen-éénduels uitvechten. Wanneer we niet hard genoeg doorgingen, werd hij boos.' Later voetbalden zowel Mathy Billen, Paul Lambrichts als Patrick Houben zich bij de Vieze Mannen snel een stevige reputatie bijeen. Billen: 'Tegen Waterschei begon Heinz Gründel op mijn flank, maar die wist niet hoe snel hij moest wisselen van kant. Lang kon hij niet opgelucht adem halen. Aan de overkant was het nog erger. Daar wachtte Patrick Houben hem al grijnzend op.' Houben: 'Toen ik in 1984 na acht jaar voor Beerschot tekende, ontmoette ik daar Simon Tahamata die ik tevoren wel eens als tegenstander had aangepakt. Hij zei: 'Wat ben ik blij dat jij voortaan in mijn ploeg speelt en niet tegen mij.'' Een paar weken na de reünie halen enkele coryfeeën van de verdwenen Mijnploeg nog meer verhalen boven in het oergezellige café Oud Oteren in Neeroeteren. Zoals toen op een vrijdag bekend werd dat de match van 's anderendaags afgelast werd, omdat er te veel sneeuw op het veld lag. Prompt nam speler Pierre Geys het vliegtuig voor een vrij weekendje en keerde op maandagavond terug. Er wordt een foto getoond met de legendarische verzorger Luzi die in het dagelijkse leven visverkoper was. Pierre Denier: 'Als je scoorde, kreeg je van hem een kilo vis. Ik at altijd vlees, want ik scoorde nooit.' Profs waren er in de beginjaren nog niet. Zelfs trainer Waseige reed overdag België rond als vertegenwoordiger van sportmerk Puma. Wanneer hij niet tijdig op de training geraakte, die toen om 18 uur begon, belde hij naar de hulptrainer dat hij alvast mocht beginnen. Vince Briganti ging na zijn studies aan de slag als leraar. 'Ik was toen één van de weinigen die niet in de mijn werkte.' Patrick Houben werkte wel nog vier jaar ondergronds. 'Mijn vader overleed toen ik zes was, ik was geen goeie student, we hadden het thuis niet breed en ik ben dan maar op mijn zeventiende begonnen in de koolmijn van Zolder, op 9 september 1976. Toen iemand van FC Winterslag dat hoorde, riep hij mij bij zich. 'Maandag begin je in Winterslag', zei hij. Ik kende die man niet eens, maar die maandag ben ik op Winterslag begonnen, als controleur op de steenkool die ze bovenhaalden. Drie en een half jaar deed ik dat, tot mijn lichaam het niet meer aankon, elke dag om half vijf uit bed, om zes uur beginnen, om zeven uur de put in, terug boven om twaalf uur, dan tot twee uur de administratie en vervolgens nog eens om vier uur trainen. Daarna heb ik vier jaar bovengronds gewerkt op de mijn. Je had toen een nummer, dat paste bij de lamp die je 's ochtends kreeg. Ik ken mijn nummer nog van buiten: 538330. ' Pierre Denier begon zelfs op zijn veertiende te werken, bij een bedrijf in Venlo. 'Een busje kwam ons ophalen, tot ik later bij Yoko aan de slag ging, een bedrijf van zuivelproducten dat de club sponsorde.' Zijn oudere broer Mathieu 'Thieu' Denier ging op zijn zestiende werken, eerst in Duitsland en later via de club bij Ford, dat naast de mijn de grootste werkgever was in Genk. Mathy Billen was eerst prof bij Standard. 'Maar ik vond dat een leeg bestaan. Alle dagen kaarten, of zoals de buitenlanders op de bingokasten spelen voor veel geld. Asgeir Sigurvinsson verdiende toen 3000 euro per maand, premies niet inbegrepen. Eén keer heb ik op zo'n kast gespeeld, en prompt was ik 300 euro kwijt. Beschaamd ben ik die 's anderdaags in mijn bank gaan afhalen. Ik wilde geen prof meer zijn, en omdat Robert Waseige, die toen bij Standard trainer was, graag Thieu Denier wilde, bood zich de kans aan voor een ruil. Zo ben ik bij Winterslag beland.' Hij grinnikt. 'Thieu heeft een belangrijke rol gespeeld in mijn leven. Hij was er ook bij toen ik mijn vrouw leerde kennen, en hij motiveerde me om te beginnen voetballen. Op een dag haalde Thieu in het café van mijn ouders uit een bruine enveloppe zes briefjes van 1000 frank ( 25 euro, nvdr) tevoorschijn. Dat had hij die dag verdiend met het voetballen, zei hij. Toen wist ik wat ik ook wilde doen.' Thieu Denier: 'Wij hadden toen 3000 frank per punt, en we hadden dat weekend gewonnen, dat was dus 150 euro.' Vince Briganti: 'Toen ik begon in derde klasse kregen we vijf euro per punt. Ik vond dat veel geld, als student.' Vaak trokken de spelers na de training naar de overkant van de Noordlaan, naar Café Bij Jules Deraeve, vandaag Bij Baia genoemd, naar nog een oud-prof van Winterslag, Raimondo Baiamonte. 'Dat was teambuilding avant la lettre', zegt Briganti. 'Robert Waseige ging niet alleen mee, hij ging zelfs voorop.' Dat is één van de dingen die Billen zich van Waseige blijft herinneren. 'Robert zei altijd: er is een tijd van inspanning, maar ook een van ontspanning. Hoe meer je je inspant, hoe fijner de ontspanning achteraf.' Eén keer haalde Winterslag de buitenlandse pers, op die fameuze Europese campagne na. Dat was toen het op 28 oktober 1979 met 12-0 verloor van Standard. Pierre Denier: 'Met die match haalden we wel Nederlandse en Duitse tv. Op de NOS en de ARD werden de goals getoond met een klok, elke keer lieten ze die een uur verder tikken en toonden ze een andere goal.' Billen: 'Ik zei tegen Eric Gerets, die bij 11-0 Pierre nog over de omheining had geschopt: 'Als je bij de terugmatch over de zijlijn komt, schop ik je de mijnterril op.' Na 30 seconden kwam hij al aangestormd. Tja.' Briganti: 'Mathy heeft hem toen een trap verkocht waarvan ik me nog altijd afvraag waarom hij geen rood kreeg. We wonnen die terugmatch met 1-0, die nederlaag kostte Standard dat jaar de titel.' Het seizoen waarin Winterslag Europees speelde - 1981/82 - was Mathieu Bollen, voormalig assistent van Ernst Happel bij Club Brugge, trainer. Onder hem beleefde de club hét hoogtepunt uit de Winterslaggeschiedenis: de uitschakeling van Arsenal, dat op Winterslag met 1-0 verloor. Op Highbury was de 2-1-zege niet genoeg om door te gaan. De Winterslagspelers logeerden drie dagen in het poepchique Park Avenue Hotel waar ze om vier uur tussen de oude dametjes aanschoven voor de thee. Toen ze de stunt wilden vieren aan Piccadilly Circus, mocht dat niet van de trainer. Billen: 'Toen hebben we roomservice besteld. Kapitein Eric Vanlessen tekende al die briefjes af, op naam van voorzitter Jan Vandermeulen. Champagne en kaviaar, tot alles op was, en daarna hebben we de inhoud van al onze minibars leeg gedronken.'s Anderdaags moesten we in de lobby lang wachten op Jan Vandermeulen. Aan die rekening kwam maar geen einde.' De spelers hadden voor het dubbele treffen de voorziene winstpremie van 15.000 frank (375 euro) per speler moeiteloos laten verhogen naar 1250 euro per speler. Briganti: 'Niemand die geloofde dat wij het zouden halen.' Pierre Denier: 'Bollen was na de uitschakeling van Arsenal de volgende tegenstander, Dundee United, gaan scouten. Vol enthousiasme vertelde hij over het stadion, de sfeer. Toen ik hem vroeg: 'Trainer, hoe trappen ze de corners?', antwoordde hij droog: 'Met de voeten, Pierre.' Toenmalig bestuurder Louis Croonen, vader van huidig Genkvoorzitter Peter Croonen ( die zelf nog bij de jeugd van Winterslag speelde, nvdr), had een stapeltje kranten meegebracht naar Dundee. Een paar uur voor de match zaten ze die te lezen. Stak Bollen die met zijn aansteker in brand. Die mannen verschieten, en Thieu kwam niet meer bij van het lachen: 'Beetje de spanning breken, hé, mannen!'' Mathy Billen: 'Het was min tien, er lag een dikke laag ijs op dat veld, er hing een dichte mist en we hadden niet de geschikte schoenen mee. Dus zei Eric Vanlessen dat hij wat last had en niet kon spelen. Hij voelde de bui al hangen.' 'Ik heb die eerste helft vier ballen geraakt', zegt Pierre Denier: 'Een keer bij de aftrap, en drie keer na de tegengoals. Na een kwartier stond het al 3-0. En wat zei Bollen bij de rust? 'Jongens, als we één keer tegenscoren, raken ze in paniek.' ( hilariteit) Maar ook in de tweede helft zijn we maar één keer aan de middellijn geraakt. Toen we het veld afstapten na de match.' Vince Briganti, die een maand later zou overnemen als hoofdtrainer, was er niet bij in Dundee. 'In het onderwijs moest je een speciale toelating hebben om vakantie op te nemen buiten de voorziene periodes. De eerste keer, in het Noorse Bryne, kreeg ik die. Arsenal viel in de Allerheiligenperiode. Voor Dundee kreeg ik geen toestemming. 'Vraag een ziektebriefje', raadde men me aan. Zo'n briefje indienen, en dan met mijn kop op tv en in de krant komen? Ik was niet gek.' Na die Europese uitschakeling zorgde Mathy Billen voor wat hij zelf zijn beste grap vindt. 'We mochten het hotel niet uit, had de trainer me gewaarschuwd, maar dat wisten de anderen niet. Dus belde ik ze op hun kamers: 'Trek uw beste kostuum aan en ga naar buiten; daar wachten drie taxi's om naar de stad te gaan.' Ik trok ook mijn kostuum aan, ging naar beneden en zei: 'Oei, ik ben mijn portefeuille vergeten, gaan jullie alvast maar naar buiten.' Ik mijn kamer in, de deur op slot, en de anderen stonden daar buiten in de kou te rillen. Kregen ze ook nog eens onder hun voeten van het bestuur en de trainer. Boos als ze waren, probeerden ze daarna water onder mijn kamerdeur te gieten, maar ik zat dat met een handdoek tegen te houden. Plots hoorde ik getik op de ruit. 'Tarzan' De Bruyne was razend en was langs de regenpijp omhoog geklommen. Hij wilde door het raam kruipen om me op mijn gezicht te slaan.' In 1988 volgde de fusie met Waterschei. Omdat Winterslag op de laatste speeldag de redding afdwong, startte de nieuwe fusieclub met meer dan de helft voormalige Winterslagspelers in eerste klasse, en werd Pierre Denier voor het eerst prof. 'Ik wist niet wat ik meemaakte. Na achttien jaar werden onze trainingskleren op de club gewassen. Tevoren deden we dat zelf. Vier wasmachines zijn daar bij ons thuis aan kapot gegaan.' Thieu Denier: 'Wij trainden altijd in een lange broek, omdat het oefenveld een oud stort was. Wanneer je viel, had je een kwetsuur. Dat glas en al bleef steken in onze kleren.' Mathy Billen: 'Als het regende, glinsterde het oefenveld onder het kunstlicht. Dan zag je het oud glas schitteren. Eén keer verstuikte ik me bij een oefening, en ik dacht dat ik een brokje ijzer uit de grond haalde. Bleek het een heel fietskader te zijn.'