In de Chausseestrasse in Berlijn bevindt zich een groot en door glas gedomineerd gebouw. Hier, op het grondgebied van de vroegere DDR, huist de Duitse inlichtingendienst. Zo'n 300 meter verder stond vroeger de Muur. De precieze plaats staat gegraveerd in de straat: ' Hier stand die Mauer'.De Chausseestrasse liep van Oost naar West. Op de plek waar nu de inlichtingendienst zijn intrek heeft genomen, stond vroeger een fraai en multifunctioneel voetbalstadion. Het Walter Ulbricht-Stadion, genoemd naar de voormalige secretaris-generaal van de communistische partij. Ulbricht, nochtans niet erg populair, was tussen 1950 en 1971 de machtigste man van het land, tot hij plaats moest ruimen voor Erich Honecker omdat hij de lijn die Rusland oplegde niet meer volgde.
...

In de Chausseestrasse in Berlijn bevindt zich een groot en door glas gedomineerd gebouw. Hier, op het grondgebied van de vroegere DDR, huist de Duitse inlichtingendienst. Zo'n 300 meter verder stond vroeger de Muur. De precieze plaats staat gegraveerd in de straat: ' Hier stand die Mauer'.De Chausseestrasse liep van Oost naar West. Op de plek waar nu de inlichtingendienst zijn intrek heeft genomen, stond vroeger een fraai en multifunctioneel voetbalstadion. Het Walter Ulbricht-Stadion, genoemd naar de voormalige secretaris-generaal van de communistische partij. Ulbricht, nochtans niet erg populair, was tussen 1950 en 1971 de machtigste man van het land, tot hij plaats moest ruimen voor Erich Honecker omdat hij de lijn die Rusland oplegde niet meer volgde. In dit stadion, met een capaciteit van 70.000 plaatsen, werden alle interlands gespeeld, de bekerfinale en tussendoor resideerden ook een paar Berlijnse clubs er tijdelijk. Geen voetbalaccommodatie in de hoofdstad die beter onderhouden was dan deze. Toch werd besloten het stadion na Die Wende af te breken. Het is alsof alle restanten uit het verleden verwijderd moesten worden. Er werd met het oog op de Olympische Spelen van 2000 in Berlijn een nieuw, klein stadion gebouwd met 15.000 plaatsen. Maar toen Berlijn de Spelen niet kreeg, werd het stadion meteen weer met de grond gelijk gemaakt. In de plaats daarvan kwam de Bundesnachrichtendienst, een van de drie geheime diensten van Duitsland. Dat die op een sportief pronkstuk uit vroegere tijden werd neergezet, is een teken voor een radicale breuk met een verderfelijk en dictatoriaal systeem. Heel moeilijk is het voor voetbalclubs uit de vroegere DDR geweest om zich aan te passen aan het Westen en de stap te zetten van het socialisme naar het kapitalisme. Dat is nu nog altijd voelbaar. Oude functionarissen wisten niet hoe ze een club dienden te besturen, ze konden niet omgaan met een nieuwe economische macht en kwamen uit een cultuur waarin er niet moest worden nagedacht. Als er een te kort was in de begroting, dan werd dat door de staat of de industrie bijgepast. Of door het leger of de politie. Nu werden ze in een totaal nieuwe wereld gekatapulteerd. Niemand die hen bij de hand nam en in het kapitalisme leidde. Critici vinden dat deze taak weggelegd was voor de Duitse Voetbalbond die, zo hoor je, de clubs uit Oost-Duitsland lieten verhongeren en doodbloeden. Toch waren er aanvankelijk zakenmensen die heil zagen in een nieuw afzetgebied en in clubs investeerden. Niet uit liefde voor het voetbal, maar om via de club zaken te doen en interessante mensen te leren kennen. Dynamo Dresden is hier een schoolvoorbeeld van. Ooit een traditierijke club met acht titels en zeven bekers, maar vandaag vechtend tegen de degradatie in de Tweede Bundesliga. Gebruikt en misbruikt door mensen met louter zakelijke motieven. Toch draait Dynamo Dresden nog altijd voor een gemiddelde van 25.000 toeschouwers en probeert het weer aan te knopen met een glorierijk verleden. Er staat bijvoorbeeld een mooi, omgebouwd en helemaal overdekt stadion dat de naam draagt van een sponsor. Binnenin heerst een helse sfeer en voel je de adem van de supporters. Maar dit kan de club voorlopig niet tot grootse daden inspireren. Niet alleen de bestuurders, ook de spelers dienden na de eenmaking, die officieel werd op 3 oktober 1990, te leven met andere geplogenheden. Dat was moeilijk. Ook hen was er immers niet geleerd om na te denken. Het waren machines die een bepaald programma afdraaiden, voorgeprogrammeerde robotten. Ze kwamen 's ochtends om acht uur aan in hun club en gingen om vijf uur naar huis. Het te volgen programma was tot op de minuut voorgekauwd. Iedere week kregen ze één uur onderricht en werd de werking van de SED, de socialistische eenheidspartij, haarfijn uitgelegd. En plots kwamen ze na de eenmaking terecht in een vrije wereld en vond er op dat moment vooral in de boulevardbladen een journalistieke omslag plaats, met bovenmatig veel aandacht voor ranzige randzaken. Het ging bijvoorbeeld over de liefdesescapades van Lothar Matthäus, veel meer dan over het spel op zich. Die andere benadering verwerken en een plaats geven in een commerciële wereld, was voor velen te hoog gegrepen. Slechts weinig voetballers uit Oost-Duitsland drukten meteen hun stempel in de Bundesliga. Toni Kroos, die geboren werd na de Val van de Muur maar daar opgroeide, is hier de uitzondering op de regel. Zelfs een gelouterde voetballer als Matthias Sammer kreeg psychische problemen toen hij de overstap maakte van Dynamo Dresden naar VfB Stuttgart. De angst voor het onbekende maakte hem ziek. In het district Hohenschönhausen staat het stadion van Dynamo Berlin. In die arena hangt nog altijd de muffe sfeer uit vroegere dagen. In de omgeving van de thuishaven van Dynamo bevond zich de gevangenis van de beruchte Stasi, waar miljoenen mensen werden geterroriseerd en aan mentale folteringen onderworpen. Erich Mielke was toen minister van de veiligheidsdienst. Hij zat voor iedere wedstrijd op de tribunes van Dynamo en zorgde er via manipulaties voor dat zijn club werd bevoordeeld. Dan wilde er bij een gelijkspel in de laatste minuut wel eens een strafschop vallen. Niemand die daar openlijk kanttekeningen bij durfde plaatsen. Een aantal spelers werkte ook voor Mielke. Ze moesten naast voetballen ook spioneren. De baas van de Stasi bemoeide zich ook met een technisch beleid. Het gebeurde vaak dat hij de trainer naar het hoofdkwartier liet komen om hem instructies te geven of na een (Europese) nederlaag de mantel uit te vegen. Of zelfs een officiële blaam te geven. Dynamo Berlin werd tussen 1979 en 1988 tien keer kampioen van de DDR, al had dat uiteraard ook te maken met het niveau van de spelers en een uitstekende technologische omkadering. Na de hereniging viel de club in een bodemloze put. Het leverde zich, zoals wel meer clubs uit de DDR, uit onwetendheid over aan malafide personen en werd helemaal leeggezogen. Het geld dat er bij de transfer van topspelers als Andreas Thom en Thomas Doll circuleerde, belandde bij de verkeerde mensen. Vandaag is Dynamo Berlin en kleurloze middenmoter in de Regionalliga, de vierde klasse. Het probeert op een krampachtige manier de kaart van de jeugd te trekken. Er zijn wel wat mensen die willen investeren, maar eigenlijk zijn het maar druppels op een hete plaat. De tragiek van vroegere Oost-Duitse clubs is dat ze, RB Leipzig buiten beschouwing gelaten, amper steun krijgen uit het bedrijfsleven. Slechts hoogst uitzonderlijk duiken er mensen op als Roland Duchâtelet die in Carl-Zeiss Jena investeerde. Maar een succesverhaal is dat niet echt. Carl-Zeiss Jena, in 1981 finalist in de Europacup 2, staat onderaan in derde klasse, met vijf punten uit veertien wedstrijden. Een trainerswissel leverde geen effect op. Dat maakt Duchâtelet niet populair, zeker omdat er voor het begin van het seizoen over een plaats bij de eerste vijf werd gesproken. Met een totaal nieuwe ploeg waarin er geen automatismen waren. Een onrealistische voorspelling. Zo hebben vele clubs uit de vroegere DDR hun verhaal. Hansa Rostock bijvoorbeeld, de laatste kampioen, dat in 1991 samen met Dynamo Dresden naar de Bundesliga promoveerde. Inmiddels speelt de club aan de Oostzee in derde klasse. Of FC Magdeburg, dat in 1974 voor een noviteit zorgde: het won de Europacup voor bekerwinnaars, in Rotterdam werd AC Milan met 2-0 verslagen. Met spelers uit de regio want buitenlanders traden er in de Oost-Duitse competitie amper aan. Die zege werd politiek gebruikt; voetballers waren in wezen diplomaten in voetbaluitrusting. Maar er was ook een keerzijde die toonde hoe dit land kreunde onder de dictatuur en er vooral geen tegenspraak werd getolereerd. Toen de trainer van Magdeburg, Heinz Krügel, op een gegeven moment aan de autoriteiten ging vragen of de spelers niet meer konden verdienen, werd zijn verzoek genegeerd. Krügel liet zich niet afschepen, hij bleef de vraag maar herhalen. Daar heeft hij uiteindelijk een zware prijs voor betaald: hij werd gedegradeerd tot onderhoudsman en menselijk gekraakt. Terwijl de spelers met een andere trainer werkten, mocht hij het gras maaien. Ook FC Magdeburg speelt op dit moment in derde klasse, nadat het vorig seizoen voor één jaar van de Tweede Bundesliga mocht proeven. Het is een van de meest populaire clubs en breidt op dit moment de capaciteit van zijn stadion uit van 19.600 naar 30.000 plaatsen. Ook hiervoor werden er na een lange zoektocht sponsors gevonden. In de Bundesliga spelen op dit moment slechts twee Oost-Duitse clubs: RB Leipzig en, sinds dit seizoen, het rebelse Union Berlin dat al in DDR-tijden altijd een buitenbeentje is geweest omdat het zich afzette tegen de idealen van de republiek. RB Leipzig, met internationaal Timo Werner als paradepaard, draait mee in de top, maar krijgt omwille van zijn alliantie met sponsor Red Bull veel kritiek. Terwijl juist zij dat doen waartoe vele clubs uit het Oosten niet in staat zijn: een weg zien te vinden in een commerciële wereld. Veel vroegere invloeden zijn er bij RB Leipzig niet meer. Het is alsof alle kennis uit de DDR overboord werd gegooid. Het is bijvoorbeeld opmerkelijk dat voetbaltrainers amper aan de bak kwamen in de Bundesliga. Terwijl zij goed werden opgeleid en zich in ieder onderdeel van het voetbal verdiepten. Alles was zeer planmatig en zeer doordacht. Maar kennelijk werd hun vakkennis niet serieus genomen. Ook al omdat rond de sport altijd een geur van doping hing. De Duitse nationale voetbalploeg werd na de eenmaking amper versterkt. Dat was in andere sportdisciplines anders. Daar werden de van de DDR afkomstige trainers niet over het hoofd gezien. Met hun trainingsmethodiek pakte Duitsland op de Olympische Spelen van 1992 in Barcelona, het eerste na de eenmaking, meer medailles dan ooit te voren. Maar al snel werd het dopinggebruik in de vroegere DDR een nijpend thema waarover ook vandaag nog volop wordt gediscussieerd. ' Werner Franke, een groot criticus van het dopinggebruik, maakte van die strijd tegen doping zelfs zijn levenswerk', zegt historica Jutta Braun die als sportwetenschapper naar de mechanismen zocht waarmee de DDR internationale successen boekte. 'Franke sleurde trainers, artsen en functionarissen voor het gerecht. Onder hen ook de grote baas van de sport in de DDR, Manfred Ewald. Het was de enige keer dat mensen uit een communistisch land gerechtelijk werden vervolgd en ook veroordeeld, zij het dat het ging om voorwaardelijke straffen. Zelfs Rusland ontsnapte wat dat betreft de dans.' Toch werd er niet alleen naar de uitwassen van het systeem gekeken. Maar ook naar het palmares. Zo werden de DDR-trainers op een gegeven moment in vele landen steeds meer gegeerd. Zelfs België trok in 1991 met Jorge Weissig een grijze eminentie van het roeien aan. Hij had het over een trainingsaanpak waarin constant naar vernieuwingen werd gezocht en distantieerde zich van alle dopingverhalen die hij als sensatie omschreef. Toen de successen wat uitbleven, werd in Duitsland het DDR-model gekopieerd met de invoering van de zogenaamde elitescholen, zij het volgens andere maatstaven dan deze die daar werden gehanteerd. 'Talent glipte in de DDR nooit door de mazen van het net', zegt Jutta Braun. 'Natuurlijk ging dat ten koste van veel vrijheden, als kind moest je dat doen wat werd opgelegd, je had geen keuze. Maar het was allemaal wel goed georganiseerd, de infrastructuur was uitstekend, trainers bundelden hun ervaringen en wisselden die uit. Zo konden ze zich constant bijscholen. En de resultaten waren natuurlijk imponerend. De DDR haalde als klein land, met 16 miljoen inwoners, altijd meer medailles dan de Bondsrepubliek, ook op de Olympische Zomer spelen van 1972 in München, wat wel heel erg pijnlijk was. In 1976 overvleugelden ze op de Olympische Spelen van Montreal zelfs de Verenigde Staten. Tijdens de Winterspelen van Sarajevo, in 1984, pakten ze zelfs meer medailles dan de Sovjet-Unie dat bijna 20 keer meer inwoners telde. Maar de atleten betaalden daar wel een hoge prijs voor. Het is verwerpelijk dat je zelfs kinderen producten geeft die schadelijk zijn. En dat je hen voorhoudt dat ze daar niet met hun ouders over mochten spreken.' De aanvankelijke successen van het herenigde Duitsland trokken zich niet door. 'In de Bondsrepubliek hebben ze de breedtesport te veel verwaarloosd', zegt Jutta Braun. 'In de DDR waren ze wat dat betreft een hele stap verder. Er wordt nu een inhaalbeweging gemaakt, daar dat zal nog generaties duren. Uiteindelijk heeft de DDR als republiek maar 30 jaar bestaan, de Muur werd in 1961 opgericht.' Maar een kloof is er toch nog altijd, al valt die in het straatbeeld meestal niet te zien. Jutta Braun zit in een prominent café langs Unter den Linden, vroeger de belangrijkste straat van Oost-Berlijn. Buiten slenteren toeristen naar de naburige Brandenburger Tor. Weinig plaatsen die na de eenmaking zo'n ander gezicht vertonen: er werden grote winkels, cafés en restaurants geopend en er worden verschillende openluchtevenementen georganiseerd. Maar in de hoofden van de mensen is het soms anders. 'Door het verleden was het moeilijk om de beide sportfederaties tot een geheel te laten samenvloeien', zegt Jutta Braun. 'Maar je merkt dat sommige zaken wel veranderen. De vroegere topzwemster Kristin Otto bijvoorbeeld, die in 1988 op de Olympische Spelen van Seoul zes keer goud won, presenteert nu al een paar jaar een sportprogramma op het tweede televisienet, ZDF. Daarom ook vind ik het jammer dat er zoveel kritiek is op RB Leipzig. De opmars van die club symboliseert ergens het nieuwe Duitsland. Leipzig heeft op voetbalvlak een rijke traditie, de Voetbalbond werd daar opgericht. Om de kracht van de eenmaking te accentueren, is het goed dat daar een ambitieuze club huist.' Maar dat ziet niet iedereen zo. Hoewel de werkloosheid na de eenmaking fors daalde, zit er in vele hoofden nog altijd een muur en is er, weliswaar minder dan vroeger, soms nog sprake van Ossies en Wessies. Er zijn cafés in Oost-Berlijn waar ze niet graag Wessies zien komen. En het zijn niet alleen de oudere mensen die daar zo over denken. Christian Arbeit, de perschef van Union Berlin die zijn jeugd sleet in het Oosten, verwoordde het ooit heel treffend 'Als je mij zou blinddoeken en ergens in Berlijn zou neerzetten, dan ruik ik of we in het Oosten of het Westen zijn.'