Hij was nog niet in paniek, maar toch bezorgd, zei Eddy De Smedt, chef de mission van het BOIC voor Rio, eind vorig jaar in dit magazine. 2014 was voor de Belgische sport immers geen mager beestje maar een skelet. Amper vijf medailles in olympische disciplines, waarvan één op een WK. Met ook slechts acht podiumplaatsen in 2013 leek een doemscenario in Rio - (g)één medaille - steeds waarschijnlijker, al weigerde De Smedt zich daarbij neer te leggen.
...

Hij was nog niet in paniek, maar toch bezorgd, zei Eddy De Smedt, chef de mission van het BOIC voor Rio, eind vorig jaar in dit magazine. 2014 was voor de Belgische sport immers geen mager beestje maar een skelet. Amper vijf medailles in olympische disciplines, waarvan één op een WK. Met ook slechts acht podiumplaatsen in 2013 leek een doemscenario in Rio - (g)één medaille - steeds waarschijnlijker, al weigerde De Smedt zich daarbij neer te leggen. En kijk: een jaar later ziet de hemel er veel blauwer uit: elf Belgische medailles in olympische sporten op EK's en WK's, het meeste in een preolympisch jaar sinds 1999 (toen veertien). Bovendien zes plakken op mondiaal niveau met goud en zilver voor taekwondoka's Jaouad Achab en Si Mohamed Ketbi, zilver voor discuswerper Philip Milanov en brons voor zeilster Evi Van Acker, judoka Toma Nikiforov en de verrassende kleiduifschieter Maxime Mottet. Op EK's behaalden Nikiforov en Dirk Van Tichelt brons, ruiter Grégory Wathelet zilver en judoka Charline Van Snick en BMX'ster Elke Vanhoof goud. Desondanks bedraagt de oogst van 2013 tot 2015 nog altijd slechts 24 podiumplaatsen, of evenveel/weinig als voor Londen 2012 - toen al het kleinste aantal in de drie olympische tussenjaren sinds 1989/90/91 voor Barcelona. Wat zegt dat over mogelijk Belgisch succes in Rio? Niet alles, maar toch veel, want medailles behaald in preolympische jaren zijn vaak een betrouwbare barometer. Een wet zegt dat drie medaillekandidaten één olympische plak opleveren - in het beste geval 1 op 2,5. Aangezien we volgens onze inschatting tien reële medaillekansen hebben, kan België dus hopen op drie tot vier plakken. Dat voorspelt ook sportdatabedrijf Infostrada in zijn Virtual Medal Table: zilver voor Milanov en Van Acker, brons voor Achab en Ketbi. (Misschien) dus beter dan in Athene (3), Peking (2) en Londen (3), maar weliswaar nog altijd te weinig voor een rijk westers land met 11 miljoen inwoners. Laten we niettemin (gematigd) positief blijven. Ook omdat, meer dan in het verleden, verschillende atleten - Achab, Nikiforov, Van Acker, Van Snick - al zélf aangaven dat ze met minder dan een medaille niet tevreden zullen zijn. Weg met de typische Belgische underdogrol. In de plaats: grote(re) en gewettigde ambities van atleten die uit hun comfortzone durven treden. Terecht, want: plus est en nous, meer dan we denken. Om die ambities in te schatten: een analyse van de plus/minpunten van onze tien voornaamste kandidaten op eremetaal. En dus niet in de lijst: Anne Zagré, Nafi Thiam, Thomas Van Der Plaetsen, Fanny Lecluyse, Pieter Timmers of Louis Croenen, die in de atletiek en het zwemmen hoogstens op de top acht kunnen mikken - al is dat in die mondiale sporten een topprestatie. 2015 Met zeges en podia in WB's en grote regatta's (o.a. zilver in het olympische test event) is ze in 2015 nummer 1 van de wereld geworden. Wel een licht ontgoochelend seizoenseinde: 4e in de WB-finale en 'slechts' 3e op het WK, waarin Van Acker (30) als leidster de slotrace inging, maar daar met een 25e stek naast goud greep. +/- De allerbeste in haar klasse op zowat alle vlakken. Eén probleem: de Gentse vergeet af en toe hoe goed ze is, is altijd te ernstig en maakt zich te veel zorgen, waardoor ze soms blokkeert op belangrijke momenten. Een terugkerend probleem, al was dat in het verleden nog erger: na de Spelen van 2008 kreeg Van Acker zelfs een burn-out. ? Medaillekansen: 80 % Als de Oost-Vlaamse leert ontspannen, is ze onze grootste medaillehoop en kan ze op meer mikken dan haar brons in Londen - daar gaat ze ook resoluut voor. Moet dan wel afrekenen met het Nederlandse ijskonijn Marit Bouwmeester (goud in Londen, zilver WK). 2015 Goud EK, zilver grandslam Parijs. +/- Net als Van Acker brons in Londen, daarna bevestigd op het WK 2013 (derde). Werd daar echter betrapt op cocaïne en stond tien maanden aan de kant tot ze werd vrijgesproken door het TAS. Door die affaire mentaal gehard en sindsdien nóg gemotiveerder om haar doel te bereiken: de Europese, wereld- én olympische titel. Winnares pur sang die uitpakt met heel offensief vechtjudo. Soms wel in haar nadeel, want door reglementswijzigingen zijn de kampen tactischer geworden. Van Snicks grootste uitdaging is echter haar gewicht: de Luikse moet zich bijna uithongeren om onder de 48 kg te raken. Bijzonder zwaar, daarom zal ze richting Rio de toernooien ook beperken. ? Medaillekansen: 50 % Versloeg dit jaar in Düsseldorf de nummers 3 en 1 van de wereld (Ami Kondo en Urantsetseg Munkhbat - die haar dan weer klopte in de grandslamfinale in Parijs), vloerde op het EK ook de nummer 4 (Irina Dolgava) en op het WK olympisch kampioene Sarah Menezes. Verloor er in de daaropvolgende derde ronde wel van de nummer 2 (en de latere wereldkampioene) Paula Pareto, die ze in Londen van brons hield. Van de top acht op de worldranking won Van Snick (zelf nummer 5) alleen nog niet tegen Haruna Asami (7). Een medaille is dus zeker realistisch, goud wordt moeilijker. 2015 Goud en zilver WK. +/- De enige Belg die in 2014 en 2015 goud op een EK én WK veroverde in een olympische discipline: taekwondoka Jaouad Achab (23). Enorm gedreven, zelfverzekerd en razend ambitieus - terecht, gezien zijn prestaties. Even talentvol: Si Mohamed Ketbi. Eind december pas 18, en ook al zilver op het WK én brons op de European Games. ? Medaillekansen: 50 % en 20 %. Als Achab in zijn -63 kg-categorie had kunnen aantreden, was hij dé favoriet voor een (gouden) medaille, maar op de Spelen worden twee gewichtsklassen (-63 kg en -68 kg) samengevoegd. De student van de topsportschool in Wilrijk moet daardoor tegen zwaardere en vooral grotere concurrenten vechten: hij meet 1m75, andere toppers minstens 5 cm meer. Een nadeel dat de genaturaliseerde Marokkaan opvangt door zijn grote snelheid en sprongkracht. Bewees dat onlangs door in de World GP Final Aleksej Denisenko, de nummer 1 van de olympische en worldranking -68 kg, te verslaan. Wel in de strijd om het brons, na verlies in de halve finale tegen Dae-hoon Lee (de nummer 2). Ketbi kan in Rio wél in zijn -58 kg-categorie uitkomen, maar is (ondanks WK-zilver) minder medaillefavoriet gezien zijn nog jonge leeftijd (hij is ook 'pas' zevende in de olympische ranking). 2015 4e plaats WK omnium, 2 WB-zeges op de weg, 3e plaats UCI-ranking. +/- In 2012, op haar 22e, al vijfde op de omnium in Londen en sindsdien uitgegroeid tot een wereldtopper op de piste, en afgelopen seizoen ook op de weg. Fysiek veel inhoud en spieren bij gekweekt. Is heel ambitieus en legt zichzelf veel druk op, maar leerde daar dankzij haar sportpsycholoog mee om te gaan. ? Medaillekansen: 33 %. Moet na twee vierde plaatsen in de omnium op WK's (2014 en 2015) de stap naar het podium nog zetten. Kan vooral nog progressie boeken in de achtervolging en de explosieve nummers (500 meter en de baanronde). Scoort door haar stuurvaardigheid en weginhoud vooral in de scratch, afvalling en de afsluitende puntenkoers. Heel belangrijk, want dat nummer is doorslaggevend. Laura Trott, Sarah Hammer en Annette Edmondson (het podium in Londen) worden haar belangrijkste concurrentes. 2015 Zilver EK, goud Nations Cup met België. +/- Was altijd een groot talent, maar verloor vaak zijn toppaarden (o.a. Cortes C) aan veelbiedende kopers. Beschikt sinds 2013 met Conrad de Hus nu wel over een tophengst. Paard (op zijn tiende levensjaar tot wasdom gekomen) en ruiter kennen elkaar intussen ook door en door, en dat rendeerde voor het eerst met zilver op het EK in Aken. De Luikenaar showde er zijn grote ruiterkwaliteiten en bleek - net als in de Nations Cupfinale waarin hij België de eindzege bezorgde - heel stressbestendig. ? Medaillekansen: 33 %. De combinatie Wathelet- Conrad is top vijf in de wereld, weliswaar nog onder de Nederlander Jeroen Dubbeldam (Europees en wereldkampioen) en de Brit Scott Brash (nummer 1 worldranking). Daarachter ligt alles echter heel kort bij elkaar, maar een medaille is realistisch, zeker op het (qua tijdslimiet) snelle jumpingparcours in Rio - wat Wathelet (33) goed ligt. 2015 5e EK, zilver World League Final. +/- Na zilver op het EK in eigen land leek de toekomst van de Red Lions geplaveid met medailles. Maar vijfde plaatsen op het WK 2014 en het EK dit jaar kelderden de hoop op olympisch succes. Dat had veel te maken met de bondscoaches na Londen: Marc Lammers en Jeroen Delmée (sinds juni 2014). Zeker met die laatste klikte het nooit. In tegenstelling tot Lammers nochtans geen ego, maar ook geen people manager. Nog te veel de speler die vaak het negatieve benadrukte omdat hij zijn niveau - als een van de beste hockeyers ooit - als norm hanteerde en daardoor het vertrouwen van zijn team opblies. Na een evaluatie in september besloot de hockeybond een nieuwe bondscoach te zoeken. De keuze voor Shane McLeod werd een voltreffer. De Nieuw-Zeelander communiceert veel meer, haalde de Lions weg uit hun tactische keurslijf en liet hen weer vrijuit en creatief aanvallen, waardoor de spelvreugde terugkeerde. Resultaat: zilver in de World League Final, het belangrijkste toernooi na de Spelen en het WK. ? Medaillekansen: 33 %. In de WL-finale bleek Australië een maatje te groot, zoals ook Nederland dat (voorlopig) nog is. Meer dan met hockeytalent ligt dat veeleer aan ervaring, het geloof in eigen kunnen. Als McLeod dat in de komende maanden er nog meer kan inpompen, is in Rio brons (op zijn minst) haalbaar. 2015 Goud en zilver Diamond League Londen en Stockholm, zilver WK. +/- Gebukt onder de stress in 2014 uitgeschakeld in de kwalificaties op het EK, in 2015 zilver op het WK. Een gigantische sprong voor Milanov (24), die zijn discus dit jaar nochtans niet zó veel verder gooide (in 2014 66,02 meter, op het WK 66,90 meter, een nieuw BR). De Bruggeling werd vooral regelmatiger omdat hij zijn techniek beter onder de knie heeft. Is met 'slechts' 110 kg voor 1m98 een lichtgewicht tegenover andere toppers (+125 kg), maar compenseert dat gebrek aan kracht met een heel snelle rotatie. Zaak wordt om meer spieren bij te kweken en zijn explosiviteit en snelheid niet te verliezen. Oogt bijzonder timide, al gaf WK-zilver hem een men-tale boost. ? Medaillekansen: 25 %. Is nog (te) bescheiden en wil eerst door de kwalificatie geraken, maar kan en moet op meer mikken. Zal gezien de grotere concurrentie (op het WK ontbrak olympisch kampioen Robert Harting) zich in Rio wel allicht flink moeten verbeteren. In Londen 2012 gooide zelfs de vijfde (67,19 m) nog verder dan Milanovs BR (66,90 m). Heeft wel het potentieel, want in de opwarming voor de WK-finale belandde zijn discus verder dan 68 meter. 2015 Brons Masters, EK én WK. +/- Stootte op zijn 22e dit jaar door tot de wereldtop. Technisch heel veelzijdig, leerde van zijn psycholoog ook zijn agressiviteit te kanaliseren en intelligenter te vechten. Grote persoonlijkheid en geboren kampioen, die naar eigen zeggen zelden last heeft van druk. Een vechter ook: veroverde op het WK ondanks pijnlijke armkrampen toch brons. ? Medaillekansen: 25 %. Wil goud, niet vanzelfsprekend op zijn eerste Spelen. Zeker als hij vroeg Lukas Krpálek zou loten, de nummer 2 van de wereld tegen wie hij dit jaar vier keer nipt verloor. Ging ook tweemaal onderuit tegen Ryunosuke Haga,'s werelds nummer 3 en winnaar op het WK. Tegen nummer 1, Elmar Gazimov, vocht Nikiforov nog nooit. Zal voor een (gouden) medaille dus nog een stapje hoger moeten zetten. 2015 Goud EK indoor, brons World Relays, 5e op het WK. +/- Ondanks naar hun normen sterke tijden (44.67 voor Jonathan en 44.74 voor Kevin) moesten de broers Borlée op het WK in Peking vaststellen dat een rist jongere atleten (al dan niet verdacht) sneller liep en de finale onbereikbaar was. Op de 4x400 bleek dat wel mogelijk met een nieuw BR in de series, samen met jongste broer Dylan en Julien Watrin. Door een blessure van Dylan konden de Belgian Tornado's die tijd in de finale niet verbeteren, waardoor een herhaling van hun prestatie op de World Relays (derde) uitbleef, al was dat met de tijd (2.58.51) van de nummers drie en vier in Peking (GB en Jamaica) sowieso niet mogelijk. Niettemin waren de chrono's van Jonathan en Kevin (die bewezen dat ze op hun 27e nog niet te oud zijn), plus de ontbolstering van Dylan, Julien Watrin (beiden 23) en reserve Robin Vanderbemden (pas 21) een opsteker met het oog op Rio. ? Medaillekansen: 20 %. Coach Jacques Borlée is ervan overtuigd: zijn Tornado's kunnen 2.58 lopen, zeker als Dylan en Watrin nog verbeteren (richting 45.50). Dan is brons misschien mogelijk, al hangt dat vooral af van de tijden van Trinidad & Tobago, de Bahama's, Jamaica en GB (naast topfavoriet VS). DOOR JONAS CRETEUR - FOTO'S BELGAIMAGE