Plus Streepjescode

De streepjestrui van Charleroi doet niet langer denken aan de Daltons, maar aan een mooie Zebra. De Karolo's op Sclessin, dat was het lef en de natuurlijke flair van Stéphane Demol, de intrigerende onvoorspelbaarheid van woelwater Habibou, de kracht en het verticale spel van de onbekende Kagé, de longen van Guédioura, de klasse van Oulmers, het leiderschap van Kéré en een openbaring tussen de palen met Chabbert. En de botte bijl was in de kleedkamer gebleven. Die nieuwe grasmat op Mambour ligt er niets te vroeg, op een akker breekt een dartele zebra immers gegarandeerd zijn poten.
...

De streepjestrui van Charleroi doet niet langer denken aan de Daltons, maar aan een mooie Zebra. De Karolo's op Sclessin, dat was het lef en de natuurlijke flair van Stéphane Demol, de intrigerende onvoorspelbaarheid van woelwater Habibou, de kracht en het verticale spel van de onbekende Kagé, de longen van Guédioura, de klasse van Oulmers, het leiderschap van Kéré en een openbaring tussen de palen met Chabbert. En de botte bijl was in de kleedkamer gebleven. Die nieuwe grasmat op Mambour ligt er niets te vroeg, op een akker breekt een dartele zebra immers gegarandeerd zijn poten. Als een rijpe appel met blozende kaken: zo staat Guido Brepoels nu al weken te blinken op tv. Destijds vond de ambitieuze tweedeklasser OH Leuven hem onvoldoende om de sprong naar eerste te maken. Maar Brepoels is er intussen wel en hij heeft zijn entree niet gemist. Hij laat zijn ploeg voetballen als het kan en knokken als het moet, op enthousiasme en overgave, geheel naar zijn eigen beeld. Zijn werk mag gewaardeerd worden: een heel seizoen aan de kop in tweede was straffer dan het lijkt. Tactisch bijsturen heet niet zijn grote troef te zijn, maar de ingreep met Onana tegen Roeselare was er toch op. Enkel zijn nervositeit tijdens de match kan hem straks parten spelen als Sint-Truiden in woeliger tijden verzeilt. Want dat voorzitter Duchâtelet zich niet laat benevelen door het succes: de kern is verontrustend smal en op links is de spoeling flinterdun. En veel pech met sleutelfiguren als Chimedza of Sidibe kan STVV niet verdragen, dus toch maar opletten. Romelu Lukaku: een kind van 16, maar wat een verschijning. Een kathedraal van een lichaam, spieren als kabels, kuiten van een sprinter, sterke en snelle beer, duel- en sprongkracht. Uiteraard nog een beetje ongeleid projectiel op het veld. Maar wel al het discours van een nuchtere jong volwassene, stevig in de schoenen en niet ernaast. De vergelijking met de 17-jarige Kompany ligt voor de hand. En deze Romelu kwam niet aandrijven in een mandje op de Zenne, hij legt ze er gewoon in. Zijn doelpunt aan de Gaverbeek laat de echte intuïtie van een spits vermoeden. En Anderlecht gaat er voorlopig verstandig mee om: Lukaku wordt gespaard, net zoals Nicolás Frutos. De ene met het oog op zijn pensioen, de andere voor - wie weet - een grote carrière. Er ligt een dikke laag stof op de Gouden Schoen, hij blinkt niet meer (uit). Axel Witsel oogt nog bleker dan wit. Geprezen door zijn (ex-)trainer om zijn positiespel, intelligentie en balvastheid, maar tegen Charleroi ijverig verzamelaar van verloren duels, manke controles en slechte passes. De passie is uit zijn ogen verdwenen, hij sloft er maar wat tussen. De logische terugval van een jongen van twintig? Of slaat hij het voorgerecht over en wacht hij op de plat de résistance in de Champions League? Een risicovolle belegging is dat. Witsel kreeg in januari (te vroeg) de Schoen voor het grote talent dat hij zonder twijfel heeft en hij moet nu bevestigen wat hij eigenlijk nog niet had gebracht. Niet simpel voor jonge schouders. Met Bölöni is hij gelukkig in de beste handen en Manchester United of Arsenal, dat kan nog even wachten. Intussen moet Steven Defour naast hem werken voor twee: dat weegt (een beetje) op de zuiverheid van zijn spel. Rechts zoekt Dalmat nog naar de goeie vorm en links kent Carcela de normale wisselvalligheid van een debutant. En achterin is Standard zijn onverzettelijkheid kwijt. De leemte die Onyewu laat is groter dan ik had gedacht. Luik wordt een beetje ongeduldig, het volk mort, De Camargo ook, Bölöni is ongerust: hij ként het niveau van de Champions League. Een afgang is aan hem niet besteed. Het is wachten op Luciano D'Onofrio: de coolste van allemaal heeft nog een weekje, een eeuwigheid dus. Of ontploft Standard zondag in Anderlecht en was het écht allemaal een kwestie van timing? Jan Polák, De onbetwiste patron van het paars-witte middenveld, is opnieuw de schimmige voetballer van zijn eerste maanden in Brussel: de box-to-box zit terug in zijn doos. Merkwaardig. Zijn lichaamstaal verraadt desinteresse, zelfs in Lyon (in Waregem was het beter). Een nonchalante air was hem in zijn beste dagen ook niet vreemd, maar gecombineerd met foute passes, balverlies en slappe duels is het een kwalijke cocktail. En zaterdag vloog hij zelfs trainer Jacobs aan na een geheel terechte uitbrander. Of is de schaduw van de driehoek Biglia- Boussoufa- Suárez hem te kil? Nochtans past de rol van recuperateur hem het best, zoals in de Tsjechische nationale elf: daar diende hij de voorbije jaren zonder morren en met klasse de (nog) grotere vedetten. In Brussel is zijn ontzag voor de ploegmaats daarvoor wellicht niet groot genoeg. opgetekend door jan hauspie