radiojournalist peter vandenbempt en ex-voetballer en belgacomanalist gert verheyen laten afwisselend hun licht schijnen op de voetbalactualiteit.
...

radiojournalist peter vandenbempt en ex-voetballer en belgacomanalist gert verheyen laten afwisselend hun licht schijnen op de voetbalactualiteit. Marouane Fellaini kan dus nog voetballen, een verheugende vaststelling. De voorbije wedstrijden in het nationale shirt slofte hij (ondanks die struik op zijn hoofd) als een kale Samson over het veld: lusteloos, ongeïnteresseerd, slap in het spel en zelfs met een zeker Premier League-air. De Rode Duivels als verplicht nummer. De tandhistorie, foute kousen en een publieke bolwassing van de bondscoach: Fellaini leek op weg naar de uitgang. Maar tegen Hongarije was de reus van Everton verlost van zijn lemen voeten: aanwezig in de duels, grote actieradius, perfecte timing voor de goal, goeie passing en een doelpunt: daarom betaalde Everton vorig jaar onder tijdsdruk ongeveer de helft te veel aan Standard. De boodschap van Advocaat is aangekomen, nu is het enkel nog een kwestie van die te onthouden. Logan Bailly wilde net relaxed achterover leunen als nieuwe nummer één van de Rode Duivels toen de bondscoach zijn stoel wegtrok. Een wake-up call die kan tellen. De keuze voor de opvolging van Stijn Stijnen is nog niet gemaakt. Advocaat lijkt gecharmeerd van Jean-François Gillet, die hier onbekende maar erg goeie doelman: zijn reflexen zijn verbluffend. Nochtans is hij volgens de nieuwe normen voor internationale topkeepers tien centimeter te klein, maar hij is wel al tien jaar titularis (en intussen aanvoerder) bij Bari en momenteel de minst gepasseerde doelman van de Serie A. Betere referenties bestaan niet. Met zijn rustige en bescheiden aard en tattoovrije armen past hij misschien beter in de filosofie van Dick Advocaat. En toch, Bailly is intrinsiek de beste: imposante atleet, outstanding in de lucht, meevoetballend en ook reflexen, grote klasse als hij bij de les is. Misschien was het ook een statement van Advocaat: Bailly moet wakker zijn (en niet 's nachts), want er is een perfecte stand-in. Thomas Vermaelen is bij de nationale ploeg echt niet goed bezig als linksachter ... als hij ooit nog weg wil van die positie. Tegen Hongarije leverde hij een quasi perfecte prestatie: onverzettelijk met hoofd en benen, anticiperen, een goeie lange bal, intelligent gekozen offensieve acties en een doelpunt erbovenop. Op de bank knikte Advocaat instemmend. Hoed af: van alle olympiërs is hij voorlopig de enige die de internationale top heeft gehaald. Vincent Kompany keerde terug bij de Rode Duivels zoals hij er een half jaar geleden in Zenica vertrokken was: te laat. Toen was dat bij de eerste goal van Dzeko, nu voor de bespreking. Het is dubbel pijnlijk als dat gebeurt de dag nadat je jezelf een brevet van volwassenheid en discipline toekende. Zijn omschrijving van het incident(je) als 'een grappige anekdote' gaf ook niet meteen blijk van grote inkeer. Maar een staatszaak hoeft er niet van gemaakt te worden: het heeft niets te maken met vedettisme of arrogantie, wel met Afrikaanse nonchalance, te veel zen. Erger vond ik zijn kleurloze prestatie op het veld, al is die niet onlogisch na een operatie en lange revalidatie. Maar in de toekomst verwacht ik Kompany wel vooraan in het peloton. En misschien ook centraal achterin, want daar is een injectie voetballend vermogen geen overbodige luxe. Met straks ook nog Defour en Witsel is er toch al duur overschot op de middenstrook. Verder weet nu ook de laatste twijfelaar: in het leger van generaal Advocaat is er geen plaats voor dissidenten. Voor een (hopelijk laatste) statement was Kompany de ideale man: geen soldaat van lagere rang, maar een eerste luitenant. Daar heeft de bondscoach mee gescoord, bij zijn spelers en bij de buitenwacht. Wie denkt dat Advocaat het niet durft voor een kwalificatiematch zit fout: onder zijn leiding hadden Fellaini en Bailly wis en zeker niet op de bus naar de match tegen Bosnië gezeten, na hun nachtelijke wandeling in Residentie Stiemerheide ... Vreemd dat Dick Advocaat kregelig werd na de nochtans correcte opmerking: Hongarije was (zeker voor de rust) een slappe tegenstander. Uit de graven van Magische Magyaren als Puskas en Bozsik steeg luid geween en tandengeknars op. Het voetballend vermogen van de Hongaren was een kleine blamage voor het land dat een halve eeuw geleden een nieuwe internationale standaard stelde. De wel sterke Roland Juhasz waande zich tussen zijn twee backs wellicht in een slechte droom, op de middenstrook speelden ze op balverlies en voorin stond nog eens een ouderwets strijkijzer. Zelfs gereputeerde voetballers als Dzudzsak en Buzsaky hadden hun goeie voeten aan de Donau gelaten. Melancholie past Hongaren als een handschoen. Erwin Koeman zat achteraf wellicht zichzelf te beklagen. S opgetekend door christian vandenabeele