Plus Negrão, de witte merel

Geen betere plek dan Antwerpen om een ruwe diamant te slijpen. Júnior Negrão, na een lange reis langs vele ploegen net op tijd aangemeerd in de haven van 't Stad, is vijf dagen en vier goals later al de nieuwe Prins Carnaval van Het Kiel. Nadat het een handvol spitsen tevergeefs het hof maakte, vindt Germinal Beerschot nu troost in de armen van een onverwachte zwarte parel. Negrão is groot en sterk op de been, stevig met de rug naar de goal en best ook snel; en hij heeft een actie in huis, is opvallend doelgericht, beschikt over het instinct van de echte spits. Scoren met links, met rechts en met het hoofd: behoorlijk compleet is dat. En vooral, Negrão heeft de eeuwige glimlach van de onbevangenheid: acht keer offside gelopen, de vernietigende toorn van Bart Goor over zich heen gekregen, maar op het einde toch cool genoeg om de winning goal te maken. Nu nog het overzicht, een korte cursus buitenspel en een paar woorden Nederlan...

Geen betere plek dan Antwerpen om een ruwe diamant te slijpen. Júnior Negrão, na een lange reis langs vele ploegen net op tijd aangemeerd in de haven van 't Stad, is vijf dagen en vier goals later al de nieuwe Prins Carnaval van Het Kiel. Nadat het een handvol spitsen tevergeefs het hof maakte, vindt Germinal Beerschot nu troost in de armen van een onverwachte zwarte parel. Negrão is groot en sterk op de been, stevig met de rug naar de goal en best ook snel; en hij heeft een actie in huis, is opvallend doelgericht, beschikt over het instinct van de echte spits. Scoren met links, met rechts en met het hoofd: behoorlijk compleet is dat. En vooral, Negrão heeft de eeuwige glimlach van de onbevangenheid: acht keer offside gelopen, de vernietigende toorn van Bart Goor over zich heen gekregen, maar op het einde toch cool genoeg om de winning goal te maken. Nu nog het overzicht, een korte cursus buitenspel en een paar woorden Nederlands en hij is kandidaat voor een plaats in de lange rij schutters van Het Kiel. Voorts lof voor Bart Goor, na 300 matchen nog altijd verbeten aanjager, en Faris Haroun, marathonman met een perfecte timing en plaatsing en een dodelijke efficiëntie voor doel. En: eindelijk een trainer die de broers-backs Monteyne uit hun comfortabele zetels aan de zijkant heeft gewipt. Jammer voor de sfeer bij de taart op zondagmiddag, maar het was wel hoog tijd dat iemand het een keer deed. Het Heilige Vuur brandt weer bij Ivan Leko, slim opgepookt door Peter Maes: tegen Westerlo gestart op de bank en daarna zijn gekrenkte trots omgezet in netjes gekanaliseerde Balkanfurie, ondertussen al goed voor een handvol doelpunten en assists. Zo lijkt Leko weer net iets meer op een speler van 80 matchen in de Primera División. Hij is geen lopende middenvelder zoals Maes ze liever heeft, maar voor een middenmoter als Lokeren is zijn unieke linkervoet (soms) goud waard. In een goeie dag verbaast Leko met zijn vista, zuivere passing en scorend vermogen. In een slechte brengt hij ploeg en spel tot stilstand en draait hij eindeloos om zijn as als was hij een boor op zoek naar Chileense mijnwerkers. Een voetballer met een handleiding dus, maar toch nuttig gereedschap voor trainer Maes bij de behoorlijk gigantische restauratiewerken op Daknam. Een beetje hoop is gewettigd: twee overwinningen op een rij (voor het eerst in een jaar!) geven comfort. Zo zit er gelijk wat minder spanning op de banden van Roger Lambrecht. Iemand moet het het verzamelde jonge talent van Club Brugge dringend uitleggen: een mooie samenzang verliest zijn waarde als hij op een paar valse noten eindigt. Dan krijg je tomaten in plaats van bloemen. De rekening van een helft nonchalance en gebrek aan concentratie bij Germinal Beerschot is gepeperd. De plaat met excuses is intussen grijs gekrast: heel goed gevoetbald, genoeg kansen gehad (allebei waar), maar het zelf weggegeven. Recidive wordt altijd zwaarder bestraft. De reactie van Vadis Odjidja was verbazend laconiek, die liet geen nakende diepgaande introspectie vermoeden. Het contrast met de bezorgdheid van De Vlieger of Hoefkens was tekenend. De spiegel moet dringend worden aangereikt aan die uitstekende voetballers als Odjidja, Perisic, Vargas of andere Dirars. Aan de echte top, waar ze allemaal hopen te (en misschien ook kunnen) eindigen, is er geen genade voor gebrek aan rendement of volgehouden focus in de match. Dan zit je de volgende keer in de tribune. Vier keer verlies in negen matchen, zo heeft Club alvast de verkeerde constante meegenomen uit vorig seizoen. Brugge is na/met Racing Genk de best combinerende ploeg uit de top, maar ligt al een straat achterop. Dan is zich zorgen maken redelijk gezond. Want om een probleem aan te pakken, moet je het eerst (h)erkennen. Karel Geraerts had het zelfs over misschien wel een fysiek probleem, voorwaar een heikel thema in Brugge. Een sprekend antwoord in Spanje en tegen Gent is alvast een begin. Nieuwe topper, nieuwe nederlaag voor Westerlo. Zoals wel vaker voetballend de betere ploeg, maar is er ook nu weer dezelfde vaststelling: te weinig kracht en vervelend gebrek aan gewicht en efficiëntie voor doel. De licht(voetig)e brigade van Jan Ceulemans op de middenstrook is een genot voor de liefhebber: verzorgd, geduldig en met overleg. Het contrast met de luchtbrug van Standard was frappant. Farssi, Van Heerden, Brüls, Iakovenko, Chavez of ook Annab en Modubi, bekwame dichters van voetbalpoëzie, maar geen krijgers. Om als het voetbal hapert, te knokken aan het front, blijft enkel Steven De Petter over en dat volstaat niet. Oorlogen worden in de Kempen niet gewonnen. Jammer, dat onevenwicht in de kern en die (blessure)pech met de spitsen ( Ruiz, Liliu) kost Westerlo misschien wel een plek aan de rand van de top zes. Het is aan de club om te beslissen of ze dat daar erg vinden en er dan wat aan te doen. opgetekend door christian vandenabeele