+ Royal Donk

Bepaald indrukwekkend, de vijfsterrenprestatie van Ryan Donk tegen Lokeren. Eén keer verrast door Mokulu - rood had gemoeten - maar voor het overige alle kwaliteiten van de moderne topverdediger geëtaleerd. Scherp in de duels, over de grond en in de lucht, perfecte plaatsing en heerlijke beheersing aan de bal, oprukken door het centrum, strakke inspeelpass of een adembenemend precieze lange cross. Na de rust snelheid en wendbaarheid gedemonstreerd en zo (bijna) vlekkeloos met veel ruimte in de rug het slot op de deur gehouden. In zo'n begenadigde dag doet Donk immer aan Vincent Kompany denken: zelfde fysieke kwaliteiten, zelfde uitstekende techniek en zelfde flair. Maar Donk heeft - ook al is hij al ouder - de maturiteit en de constante van Kompany (nog?) niet gevonden. Nog maar twee weken geleden in Gent was het wankel. De - zo luidt het in Brugge - onvoorwaardelijke liefde van ...

Bepaald indrukwekkend, de vijfsterrenprestatie van Ryan Donk tegen Lokeren. Eén keer verrast door Mokulu - rood had gemoeten - maar voor het overige alle kwaliteiten van de moderne topverdediger geëtaleerd. Scherp in de duels, over de grond en in de lucht, perfecte plaatsing en heerlijke beheersing aan de bal, oprukken door het centrum, strakke inspeelpass of een adembenemend precieze lange cross. Na de rust snelheid en wendbaarheid gedemonstreerd en zo (bijna) vlekkeloos met veel ruimte in de rug het slot op de deur gehouden. In zo'n begenadigde dag doet Donk immer aan Vincent Kompany denken: zelfde fysieke kwaliteiten, zelfde uitstekende techniek en zelfde flair. Maar Donk heeft - ook al is hij al ouder - de maturiteit en de constante van Kompany (nog?) niet gevonden. Nog maar twee weken geleden in Gent was het wankel. De - zo luidt het in Brugge - onvoorwaardelijke liefde van Adrie Koster is begrijpelijk, maar het blijft bladeren door de handleiding op zoek naar de juiste afstelling van Ryan Donk. Pas dan kan hij wat Kompany intussen met verve doet: voetballen in de Premier League. Een gesel was hij voor de Genkse defensie: Dalibor Veselinovic, de nieuwste reus in het Park. Eindelijk woog de Anderlechtaanval nog een keer op een verdediging. De Serviër bevestigde zijn eerdere goede invalbeurten: krachtig in de pittige duels met de boom Matoukou, verrassend goed genoeg met de voeten en af en toe gepast uitvallend naar de flank. Heel belangrijk als aanspeelpunt diep voorin. Veselinovic gaf lucht aan de ploeg, kaatste voldoende zuiver en leek ook Romelu Lukaku te bevrijden. Zijn wendbaarheid is geen plus, maar hij heeft bijlange niet het houtenklaasgehalte van John van Loen. En Veselinovic straalt rust en zelfvertrouwen uit - de voorbije weken een zeldzaam goed bij paars-wit - en wie messen, stenen en brandbommen gewend is, gaat niet gauw beven bij wat ontevreden morrende fans. Enfin, een interessant debuut, maar vooral ook niet meer dan dat. Helaas heeft Veselinovic zijn gestalte tegen: aanvallers van Anderlecht in de buurt van de twee meter zijn veroordeeld tot de vergelijkende test met Jan Koller of Nicolás Frutos. Een onzinnige oefening en al helemaal na amper één wedstrijd. Trainers met kennis van zaken uit de tweede klasse spreken vol lof over de kwaliteiten van Veselinovic en zijn benieuwd of hij de stap naar een hoger niveau kan zetten. Ik ook (nog altijd). Geen eenzamere plek op aarde dan de grote rechthoek, voor de doelman, na de flater(s). Onuitgesproken verwijten, het onbegrip in de ogen van de ploegmaats, de genadeloze blikken van de ontgoochelde fans branden op de rug: Frank Boeckx was zaterdag het liefst in het penaltypunt weggezakt. Extra pijnlijk als je 's morgens paginagroot in de krant staat met je ambities. Invaller Bruzzese meteen laten opwarmen vond ik psychologisch een verkeerd signaal van trainer Dury, dan moet je hem ook inbrengen. Boeckx moest niet geprikkeld of wakker geschud worden omdat hij nonchalant of ongeconcentreerd was (zoals Ciman met de Rode Duivels tegen Azerbeidzjan bijvoorbeeld wel). Hij had nood aan een duidelijke blijk van onvoorwaardelijk vertrouwen van de bank. En dat geef je niet op die manier, zelfs al is de frustratie van de coach die het overwicht van zijn ploeg op die manier twee keer gekelderd ziet, begrijpelijk. Boeckx had een slechte dag, bij een doelman wordt die vaak genadeloos vertaald naar negatieve cijfers op het scorebord. Maar hij heeft het voordien goed gedaan als vervanger van Jorgacevic. In Extra Time bleek hij bovendien een nuchtere jongen met een consistent verhaal. AA Gent kreunt onder de nervositeit en de vrees dat (welverdiend) Europees voetbal eventueel verloren gaat, maar als dat gebeurt, draagt Frank Boeckx toch niet meer dan een heel klein deel van de verantwoordelijkheid. Trainers klagen vaak over gebrek aan respect, over hun rol als gebruiksvoorwerp en speelbal in handen van wispelturige clubbazen. Maar wie doet zoals Danny Ost, helpt de zaak van de trainer niet vooruit. Ondanks een historische promotie (met goed voetbal) na amper vijf speeldagen op straat gezet en vervangen door het zotste wat in ons land ooit op een trainersbank heeft gezeten. En nu, een half jaar later, probleemloos over het hart gestreken en als niet eens werkloze coach nog tijdens het seizoen de ene club (Tubeke) even opzij geschoven om de andere te depanneren. Nobel wellicht, geluisterd naar het hart (voor de club), maar dan heb je nog weinig recht van spreken als de Italiaanse bazen wie weet nog een keer van mening veranderen. Eupen en Charleroi hebben dit seizoen samen al acht keer van trainer gewisseld, veel gekker kan het niet meer worden. Of de twee coaches moesten tijdens de rust een keer van club wisselen. Zou u daar dan in dat (overigens wel doelpunten- en spektakelrijke) circus echt raar van opkijken? OPGETEKEND DOOR JAN HAUSPIE