Alejandro Pozuelo

Het was genieten van het imposant wervelend voetbal van Genk zondagavond, tenzij misschien voor Lokeren, dat achter een ongrijpbare bal moest lopen. Ontelbare driehoekjes, zaalvoetbalcombinaties, 90 minuten pleintjesvoetbal. Alles over de grond, twee hoge backs die bijna links- en rechtsbuiten zijn, onvoorstelbaar veel positiewissels, vijf, zes man voor de bal en één architect die boven de rest uitstak: Pozuelo. De kapitein die het allemaal nóg makkelijker maakte door na dr...

Het was genieten van het imposant wervelend voetbal van Genk zondagavond, tenzij misschien voor Lokeren, dat achter een ongrijpbare bal moest lopen. Ontelbare driehoekjes, zaalvoetbalcombinaties, 90 minuten pleintjesvoetbal. Alles over de grond, twee hoge backs die bijna links- en rechtsbuiten zijn, onvoorstelbaar veel positiewissels, vijf, zes man voor de bal en één architect die boven de rest uitstak: Pozuelo. De kapitein die het allemaal nóg makkelijker maakte door na drie minuten al te scoren. Vorig seizoen speelden ze bij momenten ook al dit soort voetbal. Eén minpunt: 21 doelpogingen en 'maar' 4 doelpunten. Te weinig efficiëntie. Dat ze weten waar het pijnpunt ligt, blijkt uit het feit dat ze zo hard voor Gano vochten en hem van Standard afsnoepten. Met hem heb je minder combinatievoetbal over de grond, maar wel iemand die de bal tegen de netten kan prikken. Samatta en Ndongala zijn geen echte afwerkers. Als ze dit kunnen samen houden, wordt het Genkse voetbal het mooiste om naar te kijken. Michel Preud'homme palmde na één wedstrijd al Sclessin in. Geen Edmilson en geen Carcela: waar begint Preud'homme aan, vroeg ik me af. Maar Mpoku nam de Rouches op sleeptouw. Hij lag nog te veel op de grond, dat blijft zijn werkpunt, maar hij werkte heel hard en had een heerlijke assist én een goal en kreeg een terechte applauswissel. Opvallend is dat Preud'homme kiest voor combinatievoetbal van achteren uit, met veel risico, waarbij het voetballende vermogen op het middenveld optimaal wordt benut. Dat was bij Club Brugge en het Standard waarmee hij kampioen speelde veel minder het geval. De invloed van Emilio Ferrera? Ik denk het wel. Voor dit Standard is het een hele goeie zaak, omdat het de kwaliteiten van de kern in de verf zet. Ivan de Verschrikkelijke is boos op Daniel Van Buyten, maar die noemde hem terecht te weinig voor het Standard van toen, waarbij Santini vooral op de counter moest voetballen en van veel te ver moest komen. Hij moet kunnen parkeren in de zestien van de tegenstander en vanaf de flanken worden bediend. Niemand die dat beter weet dan HeinVanhaezebrouck. In diens systeem kan de voor mij verrassende transfer van de Kroaat een schot in de roos worden, omdat hij veel dodelijker is dan Teodorczyk. Ik ben wel benieuwd hoe hij straks gaat presteren tegen ploegen die er wél de flankvoorzetten uithalen, waarbij hij van wat verder moet komen.