Aken. Zijn dom, zijn kerstmarkt. Het is december en dan loop je koppen in de smalle straatjes van het oude stadshart. Mensen drinken Glühwein, eten Bratwurst, pizza of belgische Pommes en kopen Aachener Printen, een lokale lekkernij. De Akense kerstmarkt is één van de bekendste in Duitsland en zijn faam reikt tot over de landsgrenzen. Ver is dat niet, want de westelijke stadsgrens is ook een landsgrens. Aken ligt op het drielandenpunt met Nederland en België en grenst aan de Belgische gemeenten Raeren en Kelmis in de provincie Luik. Kerkrade is vlakbij. In de drukte rond de dom en het gotische Rathaus, het veertiende-eeuwse stadhuis op de markt, hoor je Duits ( Aachen), Frans ( Aix-la-Chapelle) en allerhande varianten van het Nederlands door elkaar.
...

Aken. Zijn dom, zijn kerstmarkt. Het is december en dan loop je koppen in de smalle straatjes van het oude stadshart. Mensen drinken Glühwein, eten Bratwurst, pizza of belgische Pommes en kopen Aachener Printen, een lokale lekkernij. De Akense kerstmarkt is één van de bekendste in Duitsland en zijn faam reikt tot over de landsgrenzen. Ver is dat niet, want de westelijke stadsgrens is ook een landsgrens. Aken ligt op het drielandenpunt met Nederland en België en grenst aan de Belgische gemeenten Raeren en Kelmis in de provincie Luik. Kerkrade is vlakbij. In de drukte rond de dom en het gotische Rathaus, het veertiende-eeuwse stadhuis op de markt, hoor je Duits ( Aachen), Frans ( Aix-la-Chapelle) en allerhande varianten van het Nederlands door elkaar. Aken, dat is ook zijn kuurbaden. Haar naam zou de stad danken aan het Germaanse woord voor 'water' : ahha. Het was Karel de Grote, de koning der Franken, die deze voorheen kleine Romeinse nederzetting verhief tot zijn hoofdstad en er zich in 800 tot keizer liet kronen. Vandaag is Bad Aachen vooral een kuuroord. Het bekendst zijn de Elisenbrunnen, waar het naar zwavel geurende water zomaar uit het trottoir opwelt. Als Kevin Vandenbergh van zijn appartement naar de kerstmarkt wil, moet hij er langs. Wespienstrasse afdalen, voorbij de parkeertoren, door het Kaufhaus en daar liggen de langgerekte witte thermen. Vandenbergh, voetballer bij RC Genk, is één van de circa 260.000 inwoners van Aken. Genk ligt op vijftig kilometer, een autorit van hooguit een halfuur. Ook Jan Moons, Wim De Decker, Faris Haroun, Gert Claessens, Tom Soetaers, Gonzague Vandooren en Hans Cornelis, allemaal voetballers van Genk, wonen officieel in de domstad. Simpel : omdat het op die manier fiscaal geen Belgen meer zijn. RC Genk klopt zich graag op de borst omdat het niet zelden met negen Belgen aan de aftrap verschijnt. Van die negen echter zijn degenen die in Aken wonen, dat alleen op hun paspoort. In de Genkse boekhouding zijn het buitenlanders, net als Jean-Philippe Caillet en Ivan Bosnjak, de Fransman en de Kroaat die de basisploeg normaal compleet maken. Aan de basis van deze situatie ligt een circulaire uit 2002. Buitenlandse sporters die in België hun beroep uitoefenen, kregen hetzelfde fiscale gunsttarief als voorheen niet-inwoners uit andere bedrijfssectoren. Voor voetballers, basketters en nadien ook volleyballers gold voortaan dat ze ook als niet-inwoner werden be-schouwd, zelfs als ze toch in België woonden. Het voordeel houdt in dat het brutoloon van niet-inwonende sporters uit deze drie sporttakken slechts éénmalig en bevrijdend wordt belast met een bedrijfsvoorheffing van 18 procent. Dat is aanzienlijk minder dan wie in België woont. Afhankelijk van zijn inkomen betaalt die een progressief belastingtarief van 25 tot 50 procent. Veel voetballende Belgen echter zullen, doordat zij meer dan gemiddeld verdienen, voor een groot deel van hun loon in een hogere belastingschaal vallen en daardoor uitkomen op een gemiddelde aanslagvoet van rond de 40 procent. Met andere woorden : voor eenzelfde nettoloon kost een buitenlander een Bel-gische club beduidend minder (18 procent) dan een Belg (40 procent). Of, vanuit het standpunt van die Belg : hij houdt netto minder over dan zijn buitenlandse ploegmaat wanneer hun club voor elk hetzelfde budget zou uittrekken. Dat laatste is louter theorie. De tendens is immers dat clubs hun heil zoeken in het aantrekken van buitenlanders : niet omdat ze beter zijn (vaak worden ze tweede- en derderangsimport genoemd), niet omdat ze minder verdienen (het minimumloon voor een niet-EU-speler ligt wettelijk zelfs hoger), maar omdat ze de clubs alles bij elkaar minder kosten. "Een anomalie", noemde Sint-Truiden-voorzitter en politicus Roland Duchâtelet dat medio 2004, toen hij Marc Wilmots volop Afrikanen liet inkopen. Precies een jaar later mocht Jos Vaessen, samen met toenmalig bondsvoorzitter Jan Peeters en sporteconoom Trudo Dejonghe, toelichting komen geven in de kamercommissie die zich over een nieuw wetsvoorstel boog. De (toen nog) Genkvoorzitter hekelde er "de discriminatie tussen de Belgische en de buitenlandse spelers". Die discriminatie valt echter weg wanneer een Belgische voetballer in dienst van een Belgische club zelf ook in het buitenland gaat wonen. De fiscus beschouwt hem in dat geval als een niet-rijksinwoner, waardoor hij ook onder hetzelfde gunstige belastingtarief valt. Dat verklaart de massale verhuis van Genkse Belgen naar Aken. "Hun netto-inkomen stijgt en de club kan dus interessante nettovergoedingen beloven", meent Frank Hendrickx, professor arbeidsrecht en sportjurist aan de KU Leuven, en samensteller van het naslagwerk Buitenlanders in de sport (Intersentia, Antwerpen, 2004). "Daardoor is een verhuis fiscaal interessant. Beide partijen worden hier beter van." Met andere woorden : de nabijheid van het buitenland maakt van Genk een voor Belgisch talent aantrekkelijke club. Voetballers in het Fenixstadion behoren dan ook tot de best betaalde uit de Jupiler Liga. Filip Aerden, financieel directeur van RC Genk : "Voor alle duidelijkheid : wij garanderen spelers géén nettoloon, wij onderhandelen alleen brutocontracten. U mag de redenering ook niet omdraaien : niet wij, maar de spelers nemen het initiatief om in het buitenland te gaan wonen. Het is begonnen enkele jaren geleden met David Paas en Jan Moons : zij lachten met die tweeëntwintig andere spelers in de kleedkamer die hier bleven wonen. Sommigen zijn hun voorbeeld nadien gevolgd. Als een speler ons documenten voorlegt waaruit blijkt dat hij is geëmigreerd, zijn wij verplicht daar rekening mee te houden, maar het is de speler die met het voordeel gaat lopen. Stel dat hij een brutocontract van 6 miljoen Belgische frank heeft getekend, dan zal hij na een verhuis in plaats van 50 procent belastingen nog maar 18 procent moeten betalen. Onze kost blijft in beide gevallen gelijk : 6 miljoen frank." Trudo Dejonghe : "Het ligt toch iets genuanceerder. Zowel de club als de speler komt hier als winnaar uit. Meestal worden dergelijke constructies opgezet voor spelers naar wie vraag is in het buitenland, of voor landgenoten die overwegen naar België terug te keren. De speler is enkel geïnteresseerd in het nettoloon : van wat dat bruto betekent, trekt hij zich niks aan. Dat is alleen belangrijk voor de club. Als een speler in Aken woont, daalt de brutoloonkost voor de club, waardoor ze hem wat langer kunnen houden of hem kunnen aantrekken. Het is een manier voor Belgische clubs om nog een beetje te concurreren met de buurlanden, waar de budgetten veel hoger liggen en men veel hogere lonen kan betalen."Soetaers is een mooi voorbeeld. Dejonghe : "Hij speelde niet bij Ajax, dus hij moest op zoek naar een andere club - lees : een lagereloonclub. Dat werd Genk, dat hem kon aantrekken tegen een naar Belgische normen hoog loon. Wat betreft de productiefactor arbeid wint de club en de speler wint omdat hij bij een topclub in België speelt in plaats van in de B-kern van Ajax te verkommeren of bij een buitenlandse tweederangsploeg terecht te komen. Bovendien komt hij in Genk weer in aanmerking voor de nationale ploeg en zo ook weer voor een transfer naar een hoger loon in het buitenland."Duchâtelet en Vaessen waren voorstander om het voordelige 'buitenlanderstarief' uit te breiden naar alle Belgische spelers, maar het tegelijk ook iets dichter in de buurt van het gewone belastingtarief te brengen. Zonder dat laatste vreesden zij een gebrek aan draagvlak bij de publieke opinie. Het gunsttarief helemaal afschaffen was uit den boze, want dan zouden onze clubs nooit nog een fatsoenlijke buitenlandse voetballer à la Nicolás Frutos of Bosko Balaban kunnen aanwerven. De plannen voor een flat tax van 25 procent voor iedereen bleven uiteindelijk dode letter. Want kijk, in het nieuwe wetsvoorstel wordt het gunsttarief tóch afgeschaft. In de toekomst zullen alle voetballers, zonder uitzondering, aan dezelfde belastingregels worden onderworpen als elke andere Belg. Er is echter voor compensatie gezorgd, zegt Dirk Claes (CD&V), één van de bedenkers van het voorstel : "Voor spelers tot 26 jaar, Belg of buitenlander, zal de club 50 procent van de bedrijfsvoorheffing mogen inhouden. Dat is ook geen onaardig bedrag. Dat geld blijft in de clubkas en de club mag er zijn zin mee doen, bijvoorbeeld de nettolonen van de spelers optrekken. Voor spelers ouder dan 26 jaar krijgen de clubs een bevrijdende voorheffing van de helft van die 50 procent, maar dat geld moeten ze verplicht investeren in de opleiding van jonge spelers tussen 12 en 19 jaar. Op die manier geven we het fiscale aspect een sociale dimensie. Vooral dat maakte dit alternatief voor de sp.a aanvaardbaarder dan een flat rate." Buitenlanders en in het buitenland gedomicilieerde Belgen worden duurder. Willen zij netto evenveel overhouden, zullen hun clubs een veel hoger brutoloon moeten betalen. Verhuizen naar Aken heeft ook geen zin meer. "Wij sporen niemand actief aan om te emigreren", zegt Filip Aerden. "Het is dus absoluut geen clubpolitiek."Duidelijker kan de Genkse financieel directeur niet zijn. Hij beseft dat zijn Belgen die nu in Aken wonen, de club de rug dreigen toe te keren wanneer het nieuwe voorstel in voege treedt. "Positief is dat het kan leiden tot een nettoloonsverhoging voor in België wonende spelers", zegt Aerden. "De meesten zullen het dus graag zien. Daarentegen zullen onze spelers in Aken enkele procenten op hun loon inleveren. Zij zullen hun contract misschien willen heronderhandelen en zwaardere eisen stellen, maar wij hebben ons brutobudget bepaald en daar gaan we niet over. Iemand die Genk dan maar links laat liggen, kan alleen nog naar Anderlecht of Club Brugge, of zal gemakkelijker de stap naar het buitenland zetten."Dirk Claes : "De nieuwe wet gaat waarschijnlijk in op 1 januari 2008, maar het kan ook 2009 worden. Dat wordt even een pijnlijk moment voor de clubs, maar wij mikken op de langere termijn. De clubs zullen anders moeten gaan denken en evenwaardige, zelf opgeleide, jonge spelers kansen geven. Genk is een uitzondering, dat besef ik, maar wij moeten ook voor eerlijke concurrentie zorgen."Frank Hendrickx : "Wellicht omdat niemand graag bekendstaat als een 'profiteur'. De perceptie van de publieke opinie kan dat namelijk wel opleveren. Ook op de zeer hoge lonen van sporters wordt wel eens negatief gereageerd vanuit moreel oogpunt. Maar in principe is er met het gebruik van legale wegen om minder belastingen te betalen, niets mis."Trudo Dejonghe : "Wat iemand verdient, is nog altijd een goed bewaard geheim in België. Bovendien ontwijken deze voetballers het Belgische systeem : zij tonen zich niet solidair met de rest van de bevolking. Dat wordt hen niet in dank afgenomen : denk maar aan de commotie die de verhuis van Tom Boonen naar Monaco heeft veroorzaakt. Verhuizen is de keuze van het individu met geld voor een liberaal systeem, zoals dat in de VS bestaat, waar het ieder voor zich is. Ons systeem is gebaseerd op solidariteit : voor een samenleving is dat beter." Filip Aerden : "Niemand praat graag over zijn persoonlijke portemonnee. Dat behoort tot de privésfeer."Niet voor Erwin Vandenbergh. Twee maanden geleden zei hij in Het Laatste Nieuws over de laatste contractverlenging van zijn zoon : "Ik heb voor Kevin verkregen dat hij momenteel 400.000 euro netto per jaar verdient, dat hij in Aken mag beschikken over een flat, in een BMW rijdt én een tankkaart heeft." Mooi onderhandeld. Vooral dat ' beschikken over' intrigeert. Als het iets anders betekent dan ' wonen', mag het niet. Hendrickx : "Ze moeten effectief in Aken wonen. Dat wil zeggen : er daadwerkelijk verblijven. Het moet de plaats zijn waar men het centrum van zijn familiale, sociale en economische belangen heeft gevestigd. Een loutere postbus in het buitenland maakt van iemand dus geen persoon die in het buitenland woont." Hij mag dus evenmin aanspraak maken op belastingvermindering. Zou daar de verklaring voor het stilzwijgen kunnen zitten ? De os en de ezel kijken elkaar een ogenblik vragend aan. Voor hen in de kribbe ligt een kind. Geboren in een stal wegens geen plaats in de herberg. En over een appartement kon het ook al niet beschikken. JAN HAUSPIE