Op 29 november spelen ex-Rode Duivels in Tubeke een driehoekstoernooi met de Tennis All Stars en de ex-vedetten van de Squadra Azzura, genre Alessandro Altobelli, Andrea Silenzi en Pietro Vierchowod. Dat net een Italiaanse selectie met de Belgen komt sparren, is geen toeval. Het is dit jaar namelijk de 35ste keer op rij dat uitgeverij Panini een plakboek uitbrengt over de Belgische eerste klasse in het voetbal. In Italië gebeurt dat al 45 jaar. Het idee kwam in 1960 van twee broers uit Modena, Giuseppe en Benito Panini. Ze haalden prentjes van eersteklassespelers op die normaal bij repen chocola werden gegeven en verkochten ze apart. Dat was zo'n succes dat ze beslisten om in 1961/62 zelf foto's te laten maken van de spelers in de Serie A en die apart te verkopen. Aanvankelijk werden die foto's nog in zwart-wit gemaakt en achteraf ingekleurd. Het idee sloeg aan en vanaf 1963/64 werd ook de tweede klasse betrokken bij de collectie. Na enkele jaren werden zelfklevende plaatjes verkocht, toen een revolutionair idee.
...

Op 29 november spelen ex-Rode Duivels in Tubeke een driehoekstoernooi met de Tennis All Stars en de ex-vedetten van de Squadra Azzura, genre Alessandro Altobelli, Andrea Silenzi en Pietro Vierchowod. Dat net een Italiaanse selectie met de Belgen komt sparren, is geen toeval. Het is dit jaar namelijk de 35ste keer op rij dat uitgeverij Panini een plakboek uitbrengt over de Belgische eerste klasse in het voetbal. In Italië gebeurt dat al 45 jaar. Het idee kwam in 1960 van twee broers uit Modena, Giuseppe en Benito Panini. Ze haalden prentjes van eersteklassespelers op die normaal bij repen chocola werden gegeven en verkochten ze apart. Dat was zo'n succes dat ze beslisten om in 1961/62 zelf foto's te laten maken van de spelers in de Serie A en die apart te verkopen. Aanvankelijk werden die foto's nog in zwart-wit gemaakt en achteraf ingekleurd. Het idee sloeg aan en vanaf 1963/64 werd ook de tweede klasse betrokken bij de collectie. Na enkele jaren werden zelfklevende plaatjes verkocht, toen een revolutionair idee. In 1969 was een pomphouder uit Alsemberg, Raphaël de Latre du Bosqueau, op bezoek bij vrienden in de regio van Modena en die suggereerden hem: "Il faut faire Panini en Belgique." Eerst verwarde De Latre het woord 'panini' met 'pannini', wat 'broodjes' betekent, maar toen hij de prentjes (van dieren) zag, nam hij er toch een aantal mee om in de streek te verkopen. Dat lukte zo goed dat hij het bedrijf Panini benaderde om samen te werken. Op die manier werd België het eerste land waar na Italië de prentjes te koop werden aangeboden. De Latre werd meteen verantwoordelijk voor de Benelux, Frankrijk en Spanje. Sinds 1999 is het bedrijf in handen van zijn zoon Thierry de Latre du Bosqueau. Die is enkel nog verantwoordelijk voor de verspreiding in België en Luxemburg. Intussen is de Paninigroep als wereldleider in de sector van de verzamelplaatjes actief in meer dan honderd landen. Na een aantal internationale overnames is het moederbedrijf sinds 1999 weer in Italiaanse handen. De eerste collectie die in België verscheen, het WK-album Mexico '70, is intussen een collector's item. Op eBay wordt de complete set met alle prentjes voor 800 euro te koop aangeboden. Ter vergelijking: het complete eerste Belgische album (1972/73) kost op dezelfde plaats 35 euro. Voor België werd van het WK-album geen aparte versie gemaakt, waardoor de uitleg in drie talen bleef (Engels, Frans en Duits). Buiten de Rode Duivels (met een piepjonge Wilfried Van Moer, samen met Paul Van Himst de vedette van de ploeg) voetbalden nog twee WK-gangers in 1970 in België: de Zweed Kurt Axelsson bij Club Brugge, en de Tsjecho-Slowaak Andrej Kvasnak bij KV Mechelen. Het album was zo'n succes dat De Latre op zoek ging naar een nieuw product. De opkomst van Eddy Merckx bracht hem een idee: Sprint '71 was een groot succes, maar het wielerinitiatief doofde uit nog voor de carrière van Merckx (die nooit een frank aan portretrechten vroeg) afgelopen was. In 1974 verscheen de laatste Sprint. Intussen had Panini Belgium zich net als het Italiaanse moederbedrijf op het Belgische eersteklassevoetbal gestort. Bij de toenmalige ASLK werden de portretrechten gekocht. Later verhuisden de collectieve portretrechten naar de profliga, terwijl de individuele portretrechten aan de spelers zelf toebehoren. "Dat betekent dat alle acties die alle eersteklasseclubs samen doen, waaronder het poseren van de spelers voor de fotosessie van Panini, via ons verlopen", zegt Ludwig Sneyers, secretaris van de profliga. Het gaat niet om een aanzienlijke som: "Nog geen 100.000 euro per jaar voor alle clubs samen." Zestien clubs telde de eerste klasse toen Raphäel de Latre in 1972 de eerste Belgische collectie uitbracht. Twee jaar later waren er twintig eersteklassers, sinds 1976/77 zijn dat er achttien. In die eerste editie is per club plaats voor veertien spelers, de ploegfoto en het logo. De trainers krijgen pas een eigen foto vanaf 1976. Bij slechts één ploegfoto staat in 1972 al publiciteit op de borst: Berchem Sport, met Bell Telephone. Maar ook bij Berchem siert enkel het clublogo op de borst de individuele portretten. Van de 124 eersteklassevoetballers die in het album afgebeeld worden, zijn er 58 buitenlanders. Dat is bijna één op twee, niet weinig in een tijd dat er een beperking was op het aantal buitenlanders. Elke club mocht er drie opstellen, plus twee geassimileerden, de zogenaamde voetbalbelgen: spelers die van bij de jeugd in België voetbalden of die vijf jaar in ons land speelden. Het talrijkst waren de Nederlanders met 13, verder 10 Denen en 8 Duitsers. Slechts 5 van de 58 komen niet uit Europa: een Tunesiër, een Marokkaan, twee Brazilianen en een Paraguayaan: Augustin Riveros van FC Diest, dat van 1970 tot midden 1975 in de hoogste klasse voetbalde, later fusioneerde met FC Assent en nu leider is in ... derde provinciale. In het eerste nummer is de tekst nog in het Frans. In twee talen echter is het voorwoord van Anderlechtboegbeeld Paul Van Himst: "De voetbalsport? Ik ben haar alles schuldig. Het comfort waarin ik leef, de vreugde die ik voelde telkens ik kennismaakte met een land en een volk dat niet het mijne was." Van Himst geeft ook goede raad mee aan de (jonge) lezers: "Indien je een ploegsport beoefent, denk dan meer aan de anderen dan aan jezelf. Je hebt niet het recht de bal als een ding te beschouwen waarvan alleen jij de exclusiviteit bezit." Toen De Latre zijn eerste competitiealbum op de markt bracht, was Anderlecht net voor de 15de keer kampioen geworden, een record. Union was toen tweede met elf landstitels, Beerschot en Standard hadden er elk zes. Eigenlijk was Anderlecht met evenveel punten als Club Brugge geeindigd, maar het kreeg de titel omdat het één overwinning meer telde. In het Paninialbum kijken de Bruggelingen Henk Houwaart, Ruud Geels, Nico Rijnders, Raoul Lambert en Ulrik Le Fèvre alvast strijdvaardig in de camera, met de verouderde tribunes van De Klokke op de achtergrond. Georges Leekens kijkt met de armen gekruist van de camera weg: zou Georges, net weggekocht bij Crossing Schaarbeek, nog een beetje verlegen zijn? Op het veld zal Club dat jaar revanche nemen, maar de financiële inspanningen om de titel te veroveren wogen zo zwaar dat de toenmalige Brugse burgemeester Michel Van Maele de club van het failliet moest redden. Robby Rensenbrink verhuisde in 1971 van Club naar paars-wit waar ook de 20-jarige Hugo Broos, Jan Verheyen (vader van Gert), Ludo Coeck, Jos Volders (die later naar Club ging) en Paul Van Himst de pagina sieren. Opvallend in die eerste uitgave: naast Anderlecht bevolken nog drie andere Brusselse clubs de eerste klasse. RWDM ontstaat pas na het seizoen 1972/73 uit een fusie tussen volksclub Daring Molenbeek, dat in 1969 naar de tweede klasse gezakt was, en Racing White, dat weinig publiek lokte in het Fallonstadion in Woluwe, maar in 1972/73 wél in eerste speelt. Op de foto prijken met Kersten Bjerre, Nico De Bree, Eddy Koens, Maurice Martens, Jacques Teugels en Eddy Koens flink wat spelers die in 1975 deel uitmaken van het kampioenenelftal van RWDM. Twee andere Brusselse clubs beleven in 1972/73 hun zwanenzang in de eerste klasse: Union en Crossing. Crossing Schaarbeek ontstond in 1969 uit een fusie tussen RC Schaarbeek en Crossing Ganshoren. Roger Claessen, hét symbool van Standard, is er in zijn nadagen samen met een andere ex-international, Jean Cornelis, de enige overgebleven grote naam. De spelers dragen een embleem met het gemeentesymbool (een ezel) op de borst. Twee jaar later trekt het toenmalige gemeentebestuur onder leiding van Roger Nols zijn handen af van de club en glijdt Crossing naar de bodem van de vierde klasse waar het overgenomen wordt door Elewijt. Union, met ex-international Jean Trappeniers tussen de palen en de latere Luxemburgse bondscoach Paul Philipp in de spits, eindigt voorlaatste, net voor Crossing. SK Beveren en SV Waregem, die in de eerste Panini-editie ontbreken wegens gedegradeerd naar de tweede klasse, nemen hun plaats in. Slechts twee Waalse clubs, Standard en Club Luik (met een jonge Paul Courant in de rood-blauw gestreepte trui), staan in dat allereerste album. Charleroi, Olympic en La Louvière zitten, samen met Eupen, in de tweede klasse. Charleroi en Olympic zullen in 1974 promoveren, La Louvière één jaar later. Verder verrassen de oranje shirts van STVV, samen met mijnclub Beringen (met een piepjonge Julien Cools) de Limburgse vertegenwoordigers. Bij Lierse (geel-zwart gestreept) hebben de meeste spelers het jaar daarvoor nog het fabuleuze Europese avontuur meegemaakt dat hen via Leeds tot in de halve finales van de UEFA Cup bracht. Dimitri Davidovic en huidig sportief manager Neel De Ceulaer zijn de meest bekende gezichten. Alles samen zijn de provincies Antwerpen en Brabant goed voor tien van de zestien eersteklassers. Oost-Vlaamse clubs ontbreken in dat jaar in de hoogste afdeling. Beveren, Lokeren, Gent en Sint-Niklaas voetballen in de tweede klasse. Van die reeks worden de eerste jaren enkel de clubemblemen afgedrukt. Later volgen ploegfoto's en zelfs het basiselftal. Tegenwoordig blijft het voor tweede opnieuw bij een ploegfoto en clublogo. Extra ruimte is nodig voor de vrouwen. Vorig jaar kreeg elke eersteklasser bij de vrouwen enkel een ploegfoto, nu ook een foto van twee topspeelsters. Natuurlijk loopt er af en toe eens iets mis. Thierry de Latre: "Twee jaar geleden waren er problemen met de foto van Charleroi en moesten we twee weken wachten met de uitgave." Elk jaar ontbreekt er wel ergens iemand op een fotosessie en moet een fotograaf later uitrukken met een clubtrui onder de arm. De laatste twee jaar krijgt elke ploeg eenzelfde kleur als achtergrond bij de portretten. Voorheen fungeerde het stadion als decor, maar in de allereerste uitgaven zit voor aandachtige kijkers meer variatie. In de editie van 1972/73 poseren een paar spelers van Crossing Schaarbeek voor de majestueuze herenhuizen rond het Josaphatpark waarin het stadion zich bevindt. Bij FC Antwerp staat doelman Eddy Braem met de armen gekruist. Hij draagt een hemd en een gewone trui in lamswol. Bij Club Luik poseert de Hongaar Karoly Kremer, het type speler waarvoor mensen nog speciaal naar het stadion gingen, voor een statig herenhuis. De helft van de équipe van Standard volgt zijn voorbeeld. Bij Racing White staat Nico de Bree voor een school. Spits Kamiel Van Damme van KV Mechelen (rode trui met geel embleem) draagt nog een bril met een zwaar montuur. Om beter spelinzicht te krijgen? S Volgende week ontvangt u bij Sport/Voetbalmagazine gratis het nieuwe Paninialbum 2007/2008, plus twee zakjes met prentjes. door geert foutré