Anderlecht kende tot nu toe niet veel geluk met Egyptische voetballers. In 2001 was er de onverkwikkelijke soap rond Ahmed 'Mido' Hossam, die uiteindelijk voor Ajax koos. En in diezelfde zomer kwam Tarek El Saïd, die overkwam van Zamalek, wel naar het Constant Vanden Stockstadion, maar hij brak er bijzonder weinig potten. Derde keer goede keer dan maar met de pas aangeworven Egyptische recordinternationaal Ahmed Hassan ? Volgens Inas Mazhar, de hoofdredactrice van Al Ahram Weekly is die hoop zeker gewettigd.
...

Anderlecht kende tot nu toe niet veel geluk met Egyptische voetballers. In 2001 was er de onverkwikkelijke soap rond Ahmed 'Mido' Hossam, die uiteindelijk voor Ajax koos. En in diezelfde zomer kwam Tarek El Saïd, die overkwam van Zamalek, wel naar het Constant Vanden Stockstadion, maar hij brak er bijzonder weinig potten. Derde keer goede keer dan maar met de pas aangeworven Egyptische recordinternationaal Ahmed Hassan ? Volgens Inas Mazhar, de hoofdredactrice van Al Ahram Weekly is die hoop zeker gewettigd. "Hassan is in Egypte een echt fenomeen", zegt ze. "In tegenstelling tot de meeste andere Egyptische internationals is hij niet afkomstig van het noorden van het land. Dat is eigenlijk een nadeel, want in het zuiden zijn de clubs op de vingers van één hand te tellen. Dat hij er desondanks toch in slaagde om in de nationale jeugdelftallen, die meestal vooral bestaan uit jongens uit Caïro, een plaatsje af te dwingen, zegt veel over zijn talent. Daar komt nog bij dat hij in het begin van zijn carrière een aanbod van El Ahly, samen met de aartsrivaal uit de hoofdstad, Zamalek, de absolute topclub bij ons, naast zich neer durfde te leggen. Kenmerkend voor heel zijn carrière is dat hij nogal tegendraads is geweest en er vaak onverwachte wendingen aan heeft gegeven. Zo was hij de eerste speler die niet bij een ploeg uit Caïro speelde die voor een recordbedrag van 150.000 euro overstapte naar Turkije. Maar toch heeft hij een indrukwekkende erelijst. Hij nam zes keer na elkaar deel aan de Afrikaanse landenbeker en won die ook twee keer, namelijk in 1998 en 2006. Bovendien werd hij dit jaar uitgeroepen tot beste speler van het toernooi. Hij is ook aanvoerder van de nationale ploeg, kan dus behoorlijk wat adelbrieven voorleggen."" Ruud Krol en Mahmoud Al Gohari zijn de twee trainers die de grootste invloed hebben gehad op mijn carrière", legt Ahmed Hassan uit. "De Nederlander die in het midden van de jaren negentig de Egyptische nationale jeugdelftallen onder zijn hoede had, was de eerste die in mij geloofde. In tegenstelling tot zijn voorgangers ging hij ook bij de clubs uit het zuiden van het land scouten. Dankzij hem kon ik op mijn negentiende debuteren bij de nationale beloften en de olympische ploeg. Hoewel daar enige weerstand tegen bestond, maakte Krol van mij de draaischijf van de ploeg voor de Afrikaanse spelen in Zimbabwe in 1995. Daar klopten we in de finale het thuisland met 1-3, na een goal en twee assists van mezelf. Het leverde me meteen een ticket op voor de nationale A-ploeg, waarvoor ik mijn debuut maakte op 29 december van hetzelfde jaar in een wedstrijd tegen de Black Stars uit Ghana. In principe had ik er dadelijk daarna ook bij moeten zijn in mijn eerste eindronde van de Afrikaanse landenbeker, maar jammer genoeg liep ik in de voorbereiding een blessure op. Op de volgende Afrikacup, in 1998 in Burkino Faso, was ik er wel bij. De overwinning die we daar in Oaugadougou behaalden, zal voor altijd het mooiste souvenir uit mijn carrière blijven. In tegenstelling tot de edities van 1959 en 1986, die Egypte ook won, genoten we er immers geen thuisvoordeel. Iedereen weet hoe belangrijk dat voor Afrikanen is. We konden er enkel op onszelf rekenen en op het tactische inzicht van onze coach Mahmoud Al Gohari. Ruud Krol mag dan degene zijn die me heeft ontdekt en me mijn eerste kansen heeft gegeven, het was zijn opvolger die me helemaal vormde en liet ontbolsteren. Onder zijn hoede ben ik echt kunnen uitgroeien tot een polyvalente speler die zich goed voelt op elke positie in het offensieve compartiment. De overwinning van 1998 laat dan ook nog een diepere indruk na dan de zege die we dit jaar in de Afrikaanse landenbeker behaalden, hoewel ik nu tot beste speler van het toernooi werd uitgeroepen vóór Samuel Eto'o en Didier Drogba en met vier doelpunten na de Kameroener als tweede eindigde in de topschuttersstand. Ik moet trouwens zeggen dat Al Gohari niet alleen op sportief vlak enorm veel voor mij heeft betekend. Ik heb jammer genoeg op mijn twaalfde mijn vader verloren. Vanaf dat ogenblik stond mijn moeder er alleen voor om zeven monden te voeden, want ik heb zes zussen. Als enige jongen in de familie was het mijn verantwoordelijkheid om geld binnen te brengen. Op bepaalde ogenblikken moest ik keuzes maken. Daarbij heb ik altijd kunnen rekenen op de wijze raad van Mahmoud Al Gohari, een monument in het Egyptische voetbal." Na de Egyptische overwinning in de Afrikaanse landenbeker van 1998 - 2-0-winst tegen Zuid-Afrika met goals van Ahmed Hassan en Tarek Mostafa - kregen de laureaten heel wat aanbiedingen. Nogal wat spelers kozen voor een buitenlands avontuur. Zo tekende doelman Ibrahim Nader El Sayed voor Club Brugge, terwijl Ahmed Hassan aan de slag ging bij het Turkse Kocaelispor. Die transfer deed nogal wat stof opwaaien. Niet alleen omdat er een aanzienlijk bedrag mee gemoeid was, maar ook omdat Ismaïlia, de tweede Egyptische club van Hassan na SC Assouan, al een overeenkomst bereikt had voor een overgang naar El Ahly. Ahmed Hassan deed zijn reputatie van buitenbeentje opnieuw eer aan. Veel van zijn landgenoten, onder wie Nader bij Club Brugge, konden zich in het buitenland immers niet doorzetten en keerden snel naar de heimat terug. Hij slaagde in Turkije echter met vlag en wimpel en groeide uit tot hét voorbeeld voor zijn landgenoten die snakten naar een buitenlands avontuur. "Voor hij bij Kocaelispor neerstreek had bij mijn weten nog nooit een Egyptenaar in Turkije gespeeld", zegt Mehmet Demircan van het Turkse dagblad Fanatik. "Vergeet niet dat die jongens bij hun topclubs goed verdienen en dus niet meteen geneigd zijn buitenlandse lucht te gaan opsnuiven. Hassan streek bij Ismaïlia 70.000 euro per jaar op en kon zo'n 50 procent meer verdienen bij El Ahly. Hij opteerde er evenwel voor om voor een min of meer gelijk loon bij ons te komen spelen. Terugkijkend kunnen we zeggen dat Kocaelispor met hem een gouden zaak deed. In ieder geval heeft Ahmed Hassan het Turkse voetbal enorm veel bijgebracht. Sinds zijn komst in 1998 behoorde hij volgens mij elk jaar tot de top drie van de beste buitenlandse voetballers. Anderen, zoals Nicolas Anelka, hebben misschien een grotere naam, maar qua rendement deden er de jongste jaren maar weinig spelers beter dan de Egyptische spelverdeler. Iedereen is het hier altijd eens geweest over zijn uitzonderlijk talent. Niet voor niets kreeg hij de bijnaam Prins van Egypte." "Na de zege in de Afrikaanse landenbeker", zegt Hassan, "heb ik ervoor geopteerd om naar het buitenland te vertrekken, omdat ik de indruk had in Egypte al alles te hebben meegemaakt, ook al kwam ik er nooit uit voor een topclub uit Caïro. Bij Ismaïlia had ik echter allesbehalve mijn tijd verloren, want die club wordt omwille van zijn uitstekende spelkwaliteit en omwille van de geel-groene clubkleuren 'het Brazilië van Egypte' genoemd. Op voorspraak van Hany Ramzy, die in Duitsland speelde, had ik indertijd wel wat contacten in de Bundesliga, maar dat kampioenschap leek me een te grote stap voor een speler zoals ik, die tot dan enkel in de eigen competitie had geschitterd. Turkije leek me daarom een betere springplank en ik heb me die keuze nooit beklaagd. Ik ben er geleidelijk aan kunnen groeien om uiteindelijk de top te bereiken. Na Kocaelispor ging ik bij Denizlispor een trapje hoger spelen om uiteindelijk uit te komen bij Gençlerbirligi en Besiktas. Ik werd met de ploeg uit Istanbul weliswaar geen kampioen, waar ik won er dit jaar toch de Turkse beker mee, nadat ik in 1997 ook al met Isamaïlia de finale van de Egyptische beker had gewonnen tegen El Ahly. Mijn beste herinnering aan mijn driejarig verblijf in de Turkse hoofdstad houd ik over aan de Champions League 2003/04, waarin we ingedeeld waren in een poule met Chelsea, Lazio Roma en Sparta Praag. Iedereen was het erover eens dat Chelsea ongenaakbaar was, en dat wij samen met de Italianen voor de tweede plaats zouden strijden, maar uiteindelijk plaatsten de Tsjechen zich. Dat we één punt minder haalden, nadat we nochtans op Stamford Bridge Chelsea met 0-2 waren gaan kloppen, was een van de grootste ontgoochelingen uit mijn carrière. Sindsdien kon ik in de Champions League nog geen passende revanche nemen, maar ik hoop dat het met Anderlecht nu wel lukt. Ik kon ook naar het Engelse Bolton, maar dat Anderlecht aantreedt op het Europese kampioenenbal was zeker een factor die een belangrijke rol speelde in mijn beslissing om naar Brussel te komen. Ik ben immers al 31 jaar. Zoveel kansen om me op het hoogste Europese niveau te tonen, zal ik dus niet meer krijgen. Ook al het positieve dat ik over paars-wit hoorde van Serhat Akin was een beslissende factor. Ik heb heel veel respect voor de Turkse spits en ik kijk er echt naar uit om samen met hem op het veld te staan. Ik brand immers van ambitie om prijzen te pakken. Een landstitel ontbreekt nog op mijn palmares en die wil ik met Anderlecht zeker behalen. En met de Egyptische nationale ploeg wil ik dolgraag een derde zege in de Afrikaanse landenbeker, waardoor ik de absolute Egyptische recordhouder zou worden. En ik wil eigenlijk ook graag het record van Hossam Hassan breken, die 168 caps verzamelde voor de nationale ploeg. Ik heb er nu 119 achter mijn naam staan en als we de kwalificatieronde voor het landenkampioenschap van 2008, dat plaatsvindt in Ghana, goed doorkomen, komt dat record in zicht. De lottrekking was ons alvast gunstig gezind, want normaal gezien mogen we geen moeite hebben om Botswana, Burundi en Mauretanië voor te blijven. Uiteindelijk is 2010 ook niet meer zover af. Dan vindt voor het eerst in de geschiedenis het WK plaats in Afrika. Ik zou er dolgraag op mijn 35ste als aanvoerder bij zijn. Dat moet normaal mijn laatste kans zijn, tenzij ik even goed doe als Hossam Hassan, die op de Afrikaanse landenbeker van dit jaar op zijn 39ste nog altijd sterk presteerde." BRUNO GOVERS