F ilippo Inzaghi (313), Francesco Totti (316), Roberto Baggio (318), Luca Toni (322), Giuseppe Meazza (338), Alessandro Del Piero (346) en - helemaal bovenaan - Silvio Piola, met 364 doelpunten de beste schutter uit de Italiaanse voetbalgeschiedenis én wereldkampioen (1938). Een verrassende naam. Geboren in Robbio (Lombardije), maar opgegroeid tussen de rijstvelden van Vercelli, een slaapstadje in de Povlakte, waar het voetbalstadion naar de legendarische capocannoniere (topschutter) werd genoemd. 'Een sober man. Hij dronk en rookte niet en ging nooit naar de vrouwen', wat volgens de Britse historicus én Italiëkenner John Foot verklaarde waarom hij pas in 1954, op zijn 41e, bij Novara afscheid van de Serie A nam.
...

F ilippo Inzaghi (313), Francesco Totti (316), Roberto Baggio (318), Luca Toni (322), Giuseppe Meazza (338), Alessandro Del Piero (346) en - helemaal bovenaan - Silvio Piola, met 364 doelpunten de beste schutter uit de Italiaanse voetbalgeschiedenis én wereldkampioen (1938). Een verrassende naam. Geboren in Robbio (Lombardije), maar opgegroeid tussen de rijstvelden van Vercelli, een slaapstadje in de Povlakte, waar het voetbalstadion naar de legendarische capocannoniere (topschutter) werd genoemd. 'Een sober man. Hij dronk en rookte niet en ging nooit naar de vrouwen', wat volgens de Britse historicus én Italiëkenner John Foot verklaarde waarom hij pas in 1954, op zijn 41e, bij Novara afscheid van de Serie A nam. Het einde van een lang parcours (Lazio, Torino, Juventus) dat in 1928 begon in de jeugdafdeling van Pro Vercelli, op dat moment een van de meest succesvolle clubs van het land. Toen hij een jaar later in het eerste elftal debuteerde, op zijn 15e (!), stonden zeven landstitels op de teller van I Leoni (De Leeuwen). Vercelli, gevangen tussen Milaan en Turijn, was het prototype van de kleine provincieclub die met bescheiden financiële middelen maximaal inzette op de jeugdopleiding. Beter zou het nooit meer worden in het stadje van amper 45.000 inwoners. Piola zou net als tientallen andere jongens uit Vercelli elders geld en roem bij elkaar voetballen. In Milaan, Turijn, Rome of Genua, de havenstad waar midden de jaren twintig al negen kampioenschappen waren gevierd. Goede grond voor rijst en voetballers. Toen Italië in 1913 met 1-0 won van België, stonden negen spelers van Pro Vercelli in de basis. Acht van hen waren geboren en leefden in het provinciestadje, waar ook de wieg stond van Pietro Ferraris - wereldkampioen in 1938 - en Moise Kean (2000), die deze zomer voor 32 miljoen euro van Juventus naar Everton verkaste. De voetbaltak van de sportclub, opgericht als turn- en schermvereniging, zag het levenslicht in 1903. Amper vijf jaar erna pakte het zijn eerste scudetto, met Guido Ara als grote bezieler. 'Voetbal is geen spel voor kleine meisjes', zei de bikkelharde middenvelder, die Pro Vercelli zijn hele leven trouw zou blijven. 'Doorzettingsvermogen, een goede voorbereiding en collectiviteit zijn belangrijker dan individueel talent', zei Ara, waarmee hij het DNA van de jonge club perfect vatte. De ploeg, met een gemiddelde leeftijd die rond de 20 jaar schommelde, was tussen 1908 en 1913 bijna onklopbaar en het te volgen voorbeeld. Toen de Italiaanse nationale ploeg in 1910 zijn eerste officiële interland speelde, droeg het de hagelwitte shirts van Pro Vercelli, een ultiem eerbetoon. Vijf keer kampioen, alleen in 1910 moest het de titel aan Internazionale laten. De twee clubs hadden evenveel punten, maar de voetbalbond programmeerde het play-offduel op de dag dat de spelers uit het kleine stadje verplichtingen met de militaire ploeg hadden. Uit protest werd het vierde elftal, jongens tussen 10 en 15 jaar, het veld opgestuurd. Inter won met 3-10. Pro Vercelli bleef tot begin de jaren twintig, met nog eens twee titels, de luis in de pels van de rijke clubs uit de industriesteden. Juventus had slechts één scudetto, maar het geld uit Turijn lag aan de basis van de ondergang van I Leoni. Virginio Rosetta verkaste in 1923 naar La Vecchia Signora, dat hem een grote som tekengeld en een goedbetaalde job garandeerde. Met Viri, een onverschrokken verdediger, pakte Juve zes titels en verschoof het machtscentrum in Piëmont naar Turijn. Voorgoed. De club is een meeloper in de Serie C, maar het verleden wordt gekoesterd. Alleen Juventus (35), Inter (18), Milan (18) en Genoa (9) pakten méér titels.