Na twee jaar vagevuur in tweede klasse, kwam de Great Old dit seizoen met beperkte ambities aan de aftrap van de competitie. Het behoud verzekeren zou volstaan. Regi Van Acker debuteerde in eerste klasse en het was aanvankelijk even zoeken, zowel voor hem als voor de ploeg. De rood-witte spelerskern was een mengeling van jong eigen talent en jong talent uit tweede klasse, aangevuld met een nieuwe buitenlanders en een paar routiniers. Antwerp ging moeizaam van start, leek af te stevenen op een jaartje strijd tegen de degradatie, maar tegen rechtstreekse tegenstanders plaatste het net voor nieuwjaar een tussenspurt, wat de ploeg uit de gevarenzo...

Na twee jaar vagevuur in tweede klasse, kwam de Great Old dit seizoen met beperkte ambities aan de aftrap van de competitie. Het behoud verzekeren zou volstaan. Regi Van Acker debuteerde in eerste klasse en het was aanvankelijk even zoeken, zowel voor hem als voor de ploeg. De rood-witte spelerskern was een mengeling van jong eigen talent en jong talent uit tweede klasse, aangevuld met een nieuwe buitenlanders en een paar routiniers. Antwerp ging moeizaam van start, leek af te stevenen op een jaartje strijd tegen de degradatie, maar tegen rechtstreekse tegenstanders plaatste het net voor nieuwjaar een tussenspurt, wat de ploeg uit de gevarenzone deed wegkomen. Vooral Patrick Goots maakte in die periode enkele belangrijke doelpunten. Toen hij na de winterstop terugviel, werd zijn rol met verve overgenomen door de Koreaan Seol. Die is nog jong, had wat tijd nodig om zich aan te passen, maar ontpopte zich nadien tot een koele schutter. Ook de Marokaan Zyatti evolueerde van balverliefde zaalvoetballer tot degelijke aangever. Van Acker was niet te beroerd om in de loop van het seizoen zijn elftal bij te stellen. Antwerp was in tweede klasse een dominerende ploeg, die veel aanvallend ingestelde spelers opstelde en veel scoorde. In eerste klasse liep het iets minder, zodat de ploeg na verloop van tijd wat verder terugplooide, het middenveld wat dichter bevolkte en weer de counterploeg van weleer werd. Dat blijkt ook uit de cijfers : uit werd er meer gescoord dan thuis. Vooral centraal voor de verdediging was het zoeken : Campara viel tegen op het hoogste niveau, voor Van Britsom ging het af en toe een tikkeltje te snel, en Da Silva en Zyatti bleken twee goeie, maar niet altijd complementaire voetballers te zijn. Ook Verbeeck raakte maar moeilijk weer op het niveau van voor zijn beenbreuk. In doel hinkte Antwerp op twee benen : de ene keer voldeed Parizek niet, de andere keer Mampaey. De derde doelman, Alexander Klak, is op papier de sterkste, maar hij heeft zo'n speciaal karakter dat hij in aanvaring kwam met zijn ploegmaats en de trainer. Of Klak, die nu al een paar jaar van het toneel weg is, nog terugkeert, weten we volgend seizoen wanneer de Pool onder een nieuwe trainer met een propere lei herbegint. Echt stunten deed Antwerp tegen de toppers slechts één keer, op het einde op Standard (0-1). Omdat in het stadsderby de buren van GBA twee keer iets sterker bleken en omdat het bekeravontuur snel voorbij was, verliep de tweede ronde zonder problemen maar een tikkeltje saai. Bovendien verdween met Luke Chadwick (terug naar Manchester United) na de eerste ronde van de Champions League een smaakmaker die dat ietsje extra bracht. Zijn vervangerO'Shea, een centrale verdediger, was een nuttige maar veel minder spectaculaire voetballer. De coach vertrekt nu, De Roeck (revelatie van het jaar) volgt hem (wellicht), O'Shea gaat ook, Seol staat voor een hectisch jaar met de Zuid-Koreaanse nationale ploeg die veel stages plant om het WK in eigen land voor te bereiden, Goots is weer een jaar ouder, Da Silva wil weg... Het zal weer wennen worden op de eerste training. Manchester United beloofde alvast drie spelers tegen de start van de voorbereiding, zodat de nieuwe trainer het makkelijker zal hebben om zijn ploeg te roderen. Maar hem wacht wellicht een moeilijk jaar, want de verhouding kwaliteit-rendement lag hoog het voorbije seizoen. door Peter T'Kint