Wie op het Kiel woont en van voetbal houdt, heeft maar één club : Beerschot. Het was dan ook de logica zelve dat Marc Brys (10 mei 1962) zich als tienjarige aansloot bij paars-wit, waar hij de jeugdopleiding doorliep en geschoold werd tot linksvoetige middenvelder. Iets te traag om de top te halen, meent Luc De Ranter, nu voetbaljournalist voor Gazet van Antwerpen en vroeger ploegmaat van Marc Brys bij Wilrijk, zijn tweede club. Te traag ? Daar is Urbain Spaenhoven, trainer van Rupel-Boom FC het niet meteen mee eens. "Marc is intelligent, studeerde, werd politieagent, v...

Wie op het Kiel woont en van voetbal houdt, heeft maar één club : Beerschot. Het was dan ook de logica zelve dat Marc Brys (10 mei 1962) zich als tienjarige aansloot bij paars-wit, waar hij de jeugdopleiding doorliep en geschoold werd tot linksvoetige middenvelder. Iets te traag om de top te halen, meent Luc De Ranter, nu voetbaljournalist voor Gazet van Antwerpen en vroeger ploegmaat van Marc Brys bij Wilrijk, zijn tweede club. Te traag ? Daar is Urbain Spaenhoven, trainer van Rupel-Boom FC het niet meteen mee eens. "Marc is intelligent, studeerde, werd politieagent, voor hem telde meer dan de bal", zegt hij. "Noem het goed jezelf kunnen inschatten." Hoe dan ook, na zes jaar Beerschot koos Brys voor provincialer Wilrijk. De Ranter : "In het begin dachten we : die haalt nooit de eerste ploeg, maar Brys verbaasde ons allemaal. Hij speelde in mijn rug : ik was aanvallende middenvelder, hij verdedigende. Laat ons zeggen dat hij meer liep dan ik ( lacht). Marc was een goeie gast, in dienst van de ploeg." Goed, maar beenhard. De Ranter : "Technisch trok hij zijn plan, in de duels was hij messcherp. Een echte wedstrijdmentaliteit. Kop ervoor, puur op karakter. De Georges Leekens van zijn tijd, maar dan op het middenveld." De Ranter en Brys trokken vaak samen op, jonge gasten op zoek naar centen. Ze waren kelner op trouwfeesten of staken een handje toe als vrijwilliger op de parochie als er wat moest worden afgebroken. Of ze gingen op zoek naar een lief. De Ranter : "We hadden een ploegmaat, Bruno, en die kwam uit een voetbalfamilie. Zijn broer speelde nog voor Boom, geloof ik. Maar veel belangrijker vonden wij dat Hilde, zijn zus, geregeld kwam kijken. Ik zweer het je : iedereen uit de ploeg was daar zot van. Alleen : niemand kon haar krijgen. Tot Marc een keer bij het begin van een fuif zei : 'Vanavond is ze van mij.' Wij keken hem vol ongeloof aan, maar ja hoor, tegen het einde van de avond wás ze van hem. En hij is er nu nog altijd mee getrouwd." Opvallend is ook de trouw van Brys aan Wilrijk. Eén keer ging hij een jaartje voetballen bij Merksem, ook bevordering, maar hij keerde snel terug. En op het einde van zijn carrière, toen chronische liespijn zijn lichaam teisterde, ging hij nog een jaartje naar Willebroek, dat iets beter betaalde. Een paar weken was hij ook nog speler-trainer van Delta Londerzeel. Die combinatie zag hij niet zitten. Verrassend : in de kleedkamer was het een redelijk stille speler. De Ranter : "Maar hij zei wel waar het op stond en hij is ook heel jong training beginnen geven aan preminiemen. Er zat wel iets van een leider in hem. Dat moest ook op die positie. Wilrijk heeft met hem een hele evolutie doorgemaakt, ik geloof dat het nog in tweede provinciale was dat we begonnen ...""... en we eindigden op één puntje van derde nationale", knikt Spaenhoven, die nog samen voetbalde met Brys en later zijn trainer werd. "Ik vond hem een slimme speler die door zijn lengte af en toe ook een goal meepikte. Een prof, wat opviel tussen de amateurs die voetballers op dat niveau zijn. Een droom voor een coach om mee te werken, want hij was je verlengstuk. Een plezante, loyale kerel, die mee zorgde voor het belangrijkste op dat niveau : een goeie kleedkamer."door Peter T'Kint