De profliga (officieel : Liga Beroepsvoetbal) is ontstaan op 27 januari 1973. Negen clubs (Antwerp, Daring, Club Brugge, Club Luik, AA Gent, Standard, Anderlecht, Sporting Charleroi en Olympic Charleroi) stapten toen, op initiatief van Standardbaas Roger Petit, uit de Nationale Voetballiga die alle clubs uit eerste, tweede en derde klasse groepeerde. Enkele maanden later sloten nog zes clubs (Beerschot, Beringen, Beveren, Cercle Brugge, Lierse en Lokeren) zich aan bij de voorlopers van het geo...

De profliga (officieel : Liga Beroepsvoetbal) is ontstaan op 27 januari 1973. Negen clubs (Antwerp, Daring, Club Brugge, Club Luik, AA Gent, Standard, Anderlecht, Sporting Charleroi en Olympic Charleroi) stapten toen, op initiatief van Standardbaas Roger Petit, uit de Nationale Voetballiga die alle clubs uit eerste, tweede en derde klasse groepeerde. Enkele maanden later sloten nog zes clubs (Beerschot, Beringen, Beveren, Cercle Brugge, Lierse en Lokeren) zich aan bij de voorlopers van het georganiseerde profvoetbal in België. Sinds 1977 bestaat de profliga uit de achttien clubs van eerste klasse. Elke club mag drie leden afvaardigen naar de raad van bestuur, die maandelijks samenkomt. Dat betekent maximaal 54 mensen rond de tafel, in de praktijk meestal een stuk of veertig. Per club heeft slechts één man stemrecht. Beslissingen worden genomen met tweederde meerderheid, vandaar de machteloosheid vaak van de zogenaamde Grote Vijf. Voorafgaand aan de raden van bestuur van de profliga komt het directiecomité samen. Dat bestaat uit Jean-Marie Philips (voorzitter & directeur), Roger Lambrecht (Lokeren), Pierre François (Standard), Georges Ingelbrecht (AA Gent), Roland Louf (nog steeds aangesloten bij Moeskroen) en Jean-Claude Van Rode (RC Genk). In het gewone bedrijfsleven bereidt dit orgaan beslissingen voor, waarna de raad van bestuur doorgaans slechts een formaliteit is waarin alles wordt bekrachtigd. Niet zo bij de profliga : veel meer dan de agenda overlopen doet het onmachtige directiecomité niet, waarna chaos vaak troef is in de onwerkbare, want overbevolkte raad van bestuur. Aan dat stuitende gebrek aan moderne en efficiënte bedrijfscultuur hebben met name Ivan De Witte en Roland Duchâtelet (en voorheen ook Jos Vaessen) zich altijd geërgerd. Niet toevallig de drie succesvolste bedrijfsleiders onder de Belgische clubvoorzitters, die zich echter in het voetbal terugvinden tussen collega's industriëlen met iets minder belangstelling voor transparantie en inspraak. Vandaar ook het verzet van die oude garde tegen de introductie van begrippen als 'businessplan', 'comité van toezicht', 'functieomschrijving' en 'selectieprocedure'. Persoonlijke aversies en vetes dwarsbomen het inhoudelijke debat. Duchâtelet, een relatieve nieuwkomer, krijgt het verwijt dat hij geen respect opbrengt voor de anciens, en De Witte dat hij zich alleen op de strategische vergaderingen laat zien. En on top of that : dat AA Gent vorig jaar de door Lokeren ontslagen Davy De Beule onder contract nam, is Lambrecht nog altijd niet vergeten. Dát niveau dus. JAN HAUSPIE