Volgens het Belgisch Arbitragehof voor de Sport (BAS) leest de Koninklijke Belgische Voetbalbond (KBVB) zijn eigen reglement verkeerd. Dat is de voornaamste conclusie na de tuchtprocedure over het matchfixingluik van operatie Propere Handen. Die zaak draait rond de wedstrijd KV Mechelen - Waasland-Beveren van zondag 11 maart 2018. Na de Geschillencommissie Hoger Beroep (GHB) van de KBVB beoordeelde het BAS de kwestie in beroep. Volgens het BAS bezondigden vier toenmalige KV-bestuurders zich aan competitievervalsing. Het gaat om ex-financieel directeur Thierry Steemans, ex-hoofdaandeelhouder Olivier Somers, ex-voorzitter Johan Timmermans en ex-sportief directeur Stefaan Vanroy. Voor de eerste drie kwam er een bevestiging van hun tienjarige schorsing, de laatste blijft zeven jaar geschorst. Nog volgens het BAS moet de club opdraaien voor hun démarches.
...

Volgens het Belgisch Arbitragehof voor de Sport (BAS) leest de Koninklijke Belgische Voetbalbond (KBVB) zijn eigen reglement verkeerd. Dat is de voornaamste conclusie na de tuchtprocedure over het matchfixingluik van operatie Propere Handen. Die zaak draait rond de wedstrijd KV Mechelen - Waasland-Beveren van zondag 11 maart 2018. Na de Geschillencommissie Hoger Beroep (GHB) van de KBVB beoordeelde het BAS de kwestie in beroep. Volgens het BAS bezondigden vier toenmalige KV-bestuurders zich aan competitievervalsing. Het gaat om ex-financieel directeur Thierry Steemans, ex-hoofdaandeelhouder Olivier Somers, ex-voorzitter Johan Timmermans en ex-sportief directeur Stefaan Vanroy. Voor de eerste drie kwam er een bevestiging van hun tienjarige schorsing, de laatste blijft zeven jaar geschorst. Nog volgens het BAS moet de club opdraaien voor hun démarches. De grootste verontwaardiging richt zich na deze zaak echter niet zozeer naar de valsspelers, wel naar de KBVB. Dat ligt aan de lichte straf die KV kreeg voor een van de zwaarste inbreuken die een club kan plegen. Malinois, de bekerwinnaar, mag zijn Europa Leagueticket niet verzilveren en dit seizoen niet deelnemen aan de beker van België. That's it. Nochtans ging zowat iedereen ervan uit dat matchfixing bestraft wordt met degradatie. Maar de BAS-arbiters Marinus Vromans, Marc Boes en Jacques Richelle oordeelden dat KV in dit geval geen degradatie meer opgelegd kan krijgen. In het bondsreglement staat dat daarvoor een vordering moet worden ingediend vóór 15 juni van het betrokken seizoen. De advocaten in Mechelse hoek interpreteerden het betrokken seizoen als het seizoen van de feiten. Het BAS volgde hen. Dus is de vordering van bondsprocureur Kris Wagner, die hij indiende op 23 april 2019, volgens de drie arbiters te laat gekomen en had een degradatie enkel gekund bij een vordering vóór 15 juni 2018. Bizar, want die dag was nog niet eens bekend dat er iets mis was met de bewuste match. Nadere analyse van het KBVB-reglement leert dat de interpretatie van het BAS niet zo gek is als ze op het eerste gezicht lijkt. Belangrijk daarbij is onder meer dat ene artikel waarin staat wanneer vorderingen over daden van competitievervalsing moeten ingediend worden, B1711. Daarin zegt punt 141: indien ze de degradatie van een club kunnen veroorzaken: vóór 15 juni van het betrokken seizoen (...). Vlak eronder zegt punt 142: indien ze andere sancties dan de degradatie tot gevolg kunnen hebben: binnen de bijzondere termijn bepaald in artikel B1706. Dat laatste artikel spreekt van een verjaringstermijn van acht jaar. De specifieke opbouw van artikel B1711, met dat expliciete onderscheid tussen punt 141 en 142, maakt plausibel dat de opstellers van het reglement de deadline van 15 juni effectief invoerden om enkel kort na de feiten een degradatie als sanctie te voorzien. Mocht zo'n degradatie ook één of meerdere jaren na de feiten nog kunnen, dreigt in bepaalde gevallen complete chaos. Vandaar, zo denkt het BAS, dat er acht jaar lang ándere sancties voorzien zijn voor gevallen waarin matchfixing niet snel boven water komt. Het is een verdedigbare lezing van het reglement. Her en der beweren sommigen dat het BAS één regeltje letterlijk interpreteerde en daarbij de geest van het reglement negeerde, maar dat klopt dus niet. De BAS- arbiters speurden net wél naar de ruimere logica die de opstellers hanteerden. Maar de slordigheid van het reglement was geen bondgenoot in die zoektocht. Wat we nooit zullen weten, is of Vromans, Boes en Richelle anders zouden geoordeeld hebben als KV niet zo'n legertje aan advocaten op deze zaak had gezet die de logica van de nu gehanteerde interpretatie zo in de verf zetten. In de kantoren van Allen & Overy en Altius gaven ten minste negen raadsmannen input voor de verdediging van de club KV Mechelen. En dan was er ook nog de verdediging van het Malinwa Supportersorgaan, gevoerd door twee advocaten van het kantoor Alexius, óók ruggensteun voor de club. Zo amateuristisch ex-KV-bestuurders in maart 2018 pogingen tot matchfixing ondernamen, zo professioneel pakte de club zijn juridische strijd op. De interpretatie die de Mechelse advocaten en het BAS gaven aan het reglement impliceert wel dat clubs die op het eind van een seizoen valsspelen, slechts enkele weken de degradatie moeten vrezen. Dát kan toch niét de bedoeling geweest zijn van de opstellers van het reglement, foeteren Lokeren en Beerschot. De degradant uit 1A en de vicekampioen uit 1B hoopten op sportief vlak te kunnen profiteren van een degradatie van KV. Zeker de boosheid van Beerschot is te begrijpen. Die club kreeg in 1981 wél een degradatie opgelegd, en dan nog louter op basis van vermoedens rond matchfixing, iets wat nu niet meer kan. De vordering in die zaak kwam er wel in het seizoen van de vermeende feiten. Beerschot is ook boos omdat er in 1984 een precedent was dat erg doet denken aan deze zaak. Dat jaar kwam aan het licht dat er omkoping was geweest bij de match Standard-Waterschei van 1982. Toen luidde de conclusie evengoed al dat er geen degradatie meer kon worden opgelegd omdat het seizoen van de feiten al afgelopen was. De bond vindt zoiets onterecht, zo blijkt uit de verdediging die de KBVB-advocaten in deze zaak voerden. Zij pleitten vurig dat degradatie voor KV in dit dossier wél nog kon. Maar terwijl die oude affaire rond Standard dus al eens geleid had tot de huidige toepassing van de KBVB-regels, liet de bond 35 jaar lang na om de matchfixingpassage in zijn reglement eens grondig aan te pakken. 'Iedereen die daar mee verantwoordelijk voor is, heeft de Belgische voetbalsport een heel slechte dienst bewezen', sneert Beerschotadvocaat Thomas Gillis. Het gevolg is dat de KBVB, die geen commentaar wenst te geven, na dit BAS- verdict met de billen bloot staat. Zo is meteen ook ontkracht dat het BAS louter een verlengstuk zou zijn van de KBVB - de grootste financier van de instantie. Uit deze BAS- beslissing bleek op inhoudelijk vlak geen afhankelijkheid of partijdigheid richting de KBVB. Met een werkstuk van 311 pagina's - overzichtelijk en diepgaand - compenseerde het BAS ook zijn belabberde praktische organisatie van dit proces en zijn valse start in dit dossier, met de moeizame samenstelling van het arbitraal college. In de plaats van te moeten treuren om een opgelegde degradatie, kan KV dankzij zijn titel in 1B nu zelfs genieten van een promotie naar het hoogste niveau. Daar mag Malinois bovendien samen met de andere 1A-clubs aan de start verschijnen, want KV kreeg ook geen puntenhandicap opgelegd. Dat leek aanvankelijk een sanctie die geel-rood wel nog riskeerde, maar ook op dat front bleek het bondsreglement KV gunstig gezind. In artikel B2008 zegt punt 241: Naast de bevolen degradatie wordt door de bevoegde bondsinstantie een puntenhandicap opgelegd, ter vrijwaring van de belangen van de clubs, die in dezelfde reeks uitkomen. De puntenhandicap zit dus vastgeketend aan de degradatie, oordeelde het BAS; als er geen degradatie meer mogelijk is, kan ook die puntenhandicap niet. KV hoeft zelfs geen boete te betalen. Nochtans bepaalt het reglement dat de boetes worden verdubbeld indien de degradatie reglementair niet meer kan worden uitgesproken. Maar de bondsprocureur liet na om zo'n boete te vorderen, terwijl hij perfect had kunnen stellen dat hij zo'n boete wilde als het BAS zou oordelen dat een degradatie niet meer mogelijk was. Terwijl KV zich al heel gelukkig mag prijzen, ontspringt Waasland-Beveren de dans helemáál. Dat dankt de Oost-Vlaamse club aan de GHB en aan diezelfde bondsprocureur. Wagner achtte Waasland-Beveren nochtans aansprakelijk voor competitievervalsing. Bij die club werd voorzitter Dirk Huyck in de aanloop naar de bewuste match tegen KV benaderd door Dejan Veljkovic, de ex-huismakelaar van geel-rood. Die stuurde aan op matchfixing. Wagner vorderde voor Waasland-Beveren, net als voor KV, een degradatie. Maar toen de GHB in eerste aanleg de Oost-Vlaamse club vrijsprak, tekende Wagner geen beroep aan. 'Onbegrijpelijk' en 'hallucinant', zeggen betrokken advocaten, vooral omdat Wagner in eerste aanleg zo fors tekeerging, ook tegen Waasland-Beveren - herinner u zijn uitspraak ' There is something rotten in these two clubs'. Sport/Voetbalmagazine verzocht Wagner om toelichting, maar ook hij besloot, na overleg met de KBVB, te zwijgen. Kenners kunnen maar één verklaring verzinnen voor zijn plotse mildheid tegenover Waasland-Beveren: de tijdsdruk. Als het BAS zich ook nog over het Waasland-Beverenluik had moeten buigen, hadden de arbiters het nóg lastiger gehad om het hele dossier afgerond te krijgen vóór 15 juli, wat nodig was om sancties al dit seizoen te kunnen doen gelden. Lokeren, dat op sportief vlak ook hoopte te profiteren van een degradatie van Waasland-Beveren, tekende wél beroep aan tegen de vrijspraak van Waasland-Beveren door de GHB. Maar toen het BAS besliste dat een degradatie niet meer kon voor KV en Waasland-Beveren, was Lokeren prompt geen belanghebbende partij meer en mocht het BAS zijn blik niet langer richting de Freethiel richten. Het ware nochtans boeiend geweest om te zien wat het BAS vond van het Waasland-Beverenluik, zeker omdat de drie arbiters geen berg aan bewijslast nodig achtten om een sanctie op te leggen. Sommige KV-bestuurders werden veroordeeld op basis van één gsm-gesprek. Om Vanroy te veroordelen had het BAS zelfs genoeg aan een paar woorden. Tijdens een telefonische conversatie die hij op 9 maart 2018 voerde met Steemans, ging het over het aantrekken van toenmalig Waasland-Beverenspeler Olivier Myny, die ook in de bewuste match, een paar dagen later, zou spelen. Vanroy toonde eerst maar matige interesse, maar toen Steemans aangaf de vraag te stellen 'met het oog op zondag', zei Vanroy plots dat hij sterk geïnteresseerd was. Die korte repliek werd hem fataal. Zulke kleine maar bezwarende elementen zijn ook terug te vinden in het Beverse luik van dit dossier. In eerste aanleg veroordeelde de GHB Huyck en Swolfs voor het niet-naleven van de meldingsplicht, maar werden de bestuurders Jozef Van Remoortel en Walter Clippeleyr vrijgesproken. Nochtans verklaarde Huyck bij de onderzoeksrechter dat ook zij op de hoogte waren van de benadering door Veljkovic. 'Ik vond dit logisch', zei Huyck. 'Ik zat met dit ei en ben transparant geweest naar mijn bestuur.' Zouden in het licht van die verklaring de BAS-arbiters even mild geweest zijn voor Van Remoortel en Clippeleyr als de GHB? En zo nee, zou het BAS de club Waasland-Beveren dan wél veroordeeld hebben met de stelling dat vier en geen twee bestuurders op de hoogte waren? En wat met het verdachte gesprek dat Huyck daags na de bewuste match tegen KV voerde met Olivier Swolfs, financieel directeur op de Freethiel? In die conversatie zei Swolfs 'dat ze voor hetzelfde geld voluit hadden moeten gaan'. Huyck repliceerde dat ze 'dat beter gedaan hadden'. Het is best mogelijk dat de BAS-arbiters, in tegenstelling tot de GHB, die conversatie niét zouden genegeerd hebben. Maar zelfs als het BAS ook Waasland-Beveren aansprakelijk had geacht voor matchfixing, of voor het niet-naleven van de meldingsplicht, dan hadden de drie arbiters op basis van het huidige reglement die club evenmin een forse sanctie opgelegd.