Het is dinsdag, vier dagen na de 2-0-zege tegen Roeselare. De klok wijst elf uur aan. Tussen de witte, houten banken van de Bosuil vult een eenzame ziel nóg een vuilniszak met afval. Vier andere zakken staan al propvol en dichtgeknoopt achter hem. Wie een feestje houdt voor 10.400 man, heeft achteraf wat opruimwerk. Wat verderop zetten de pupillen van trainer David Gevaert de nieuwe week in met een onderling partijtje. Zo'n 25 toeschouwers zien dat de sfeer op het oefenveld relaxed oogt. Maar dan schiet plots verdediger Maxime Biset uit zijn sloffen. 'Hei, je mag ook eens terugzakken hé!', tiert hij naar flankspeler Stallone Limbombe. 'Er staan hier drie man vrij!' Limbombe mompelt iets terug. Biset werpt hem nog een boze blik toe. Aan de zijlijn ziet Gevaert het graag gebeuren; ex-eersteklassespelers die het jeugdige geweld scherp houden, ondanks de prima resultaten. 'Het is belangrijk dat je als trainer zulke instructies niet altijd zelf moet geven', zegt de Oost-Vlaamse coach. 'Als een ploegmaat iets vraagt, maakt dat een groep sterker, veel meer dan wanneer een trainer dat vraagt.' Gevaert probeert veel oog te hebben voor de dynamiek in zijn kern. Mede daarom duikt hij deze namiddag met zijn team een Antwerpse boksclub in, voor een alternatieve training. 'Als je een groep elke match weer sterker wilt maken, moet je verschillende invalshoeken zoeken. Spelers hebben dikwijls eens behoefte aan iets nieuws om op het veld dat stapje meer te kunnen zetten. In een ploeg heb je jongens met veel voetbaltalent en anderen die wat achterkomen. Als het gat tussen die twee te groot wordt, verlies je de laatsten. Maar als je soms een activiteit organiseert waarbij je die gasten met minder voetbaltalent eens vooraan kunt krijgen, creëer je een sfeer waarbij iedereen iedereen helpt.'
...

Het is dinsdag, vier dagen na de 2-0-zege tegen Roeselare. De klok wijst elf uur aan. Tussen de witte, houten banken van de Bosuil vult een eenzame ziel nóg een vuilniszak met afval. Vier andere zakken staan al propvol en dichtgeknoopt achter hem. Wie een feestje houdt voor 10.400 man, heeft achteraf wat opruimwerk. Wat verderop zetten de pupillen van trainer David Gevaert de nieuwe week in met een onderling partijtje. Zo'n 25 toeschouwers zien dat de sfeer op het oefenveld relaxed oogt. Maar dan schiet plots verdediger Maxime Biset uit zijn sloffen. 'Hei, je mag ook eens terugzakken hé!', tiert hij naar flankspeler Stallone Limbombe. 'Er staan hier drie man vrij!' Limbombe mompelt iets terug. Biset werpt hem nog een boze blik toe. Aan de zijlijn ziet Gevaert het graag gebeuren; ex-eersteklassespelers die het jeugdige geweld scherp houden, ondanks de prima resultaten. 'Het is belangrijk dat je als trainer zulke instructies niet altijd zelf moet geven', zegt de Oost-Vlaamse coach. 'Als een ploegmaat iets vraagt, maakt dat een groep sterker, veel meer dan wanneer een trainer dat vraagt.' Gevaert probeert veel oog te hebben voor de dynamiek in zijn kern. Mede daarom duikt hij deze namiddag met zijn team een Antwerpse boksclub in, voor een alternatieve training. 'Als je een groep elke match weer sterker wilt maken, moet je verschillende invalshoeken zoeken. Spelers hebben dikwijls eens behoefte aan iets nieuws om op het veld dat stapje meer te kunnen zetten. In een ploeg heb je jongens met veel voetbaltalent en anderen die wat achterkomen. Als het gat tussen die twee te groot wordt, verlies je de laatsten. Maar als je soms een activiteit organiseert waarbij je die gasten met minder voetbaltalent eens vooraan kunt krijgen, creëer je een sfeer waarbij iedereen iedereen helpt.' Vóór het seizoen trok de Oost-Vlaamse coach met zijn nieuwe kern zelfs de Oostenrijkse bergen in. 'Een week lang deden we er alleen maar trektochten, van de ene hut naar de andere', vertelt Gevaert. 'Dan zie je met welke jongens je naar de oorlog kunt. Vooraf had ik een paar geboden opgeschreven. Ik vroeg mijn groep bijvoorbeeld om altijd positief te blijven, wat er ook zou gebeuren. En we zijn effectief in hachelijke situaties beland. Op een bepaald moment werd het echt gevaarlijk op weg naar een top. Jongens die vooraan liepen, zijn toen naar achteren gegaan om de bagage te dragen van ploegmaats die het moeilijk hadden. Ik leerde er mijn groep kennen als gasten die sowieso wilden slagen, ondanks de bijna uitzichtloze omstandigheden. Ze begonnen op een bepaald moment zelfs te zingen, het optimisme straalde ervan af.' Zingen, dat doen dezer dagen ook de fans van Antwerp. Om de twee weken zakken ze in groten getale af naar de Bosuil. Volgens zijn eigen cijfers slaagde Antwerp erin om 5300 abonnementen aan de man te brengen, een serieuze uitschieter in het voorbije decennium en des te opmerkelijker omdat het Antwerplegioen gekend is als een publiek dat liever losse tickets koopt. Een paar seizoenen geleden waren de bestuurders op de Bosuil al waanzinnig blij met 3500 abonnees. Ook de cijfers over het totale aantal toeschouwers blinken dit seizoen. Na vijf wedstrijden op de Bosuil ligt het gemiddelde nog altijd boven de 10.000. De vurige hoop op een terugkeer naar het hoogste niveau is dit jaar nog niet gedoofd na een dik derde van de competitie. Dat was de voorbije elf seizoenen weleens anders. Maar nu leeft de overtuiging dat de Great Old deze keer écht over een team beschikt dat de promotie kan afdwingen. Met dank aan Patrick Decuyper, sinds dit jaar de nieuwe sterke man op de Bosuil. Het is inmiddels donderdag, twee dagen voor de verplaatsing naar Deinze. Tijd voor de wekelijkse persconferentie. In een koud achterafzaaltje op de Bosuil daagt maar een handvol mediamensen op. De meest bedrijvige onder hen is een gast die voor een kleine voetbalwebsite werkt. Krantenjournalisten zijn er vandaag niet. Maar Antwerp laat het niet aan zijn hart komen. Persverantwoordelijke Thomas Slembrouck neemt samen met speler Joren Dom en trainer Gevaert plaats voor een groot reclamepaneel. Er is een naambordje voor de trainer. Op de tafeltjes in het zaaltje staan zelfs microfoons. Als een journalist een vraag wil stellen, moet hij eerst het knopje op zo'n microfoon induwen en mag hij pas dan praten, zoals politici in het parlement. Tweede klasse of niet, de oudste club van het land probeert op communicatievlak tegenwoordig zo professioneel mogelijk uit de hoek te komen. Antwerp wil zijn persconferenties in de toekomst zelfs live uitzenden. Vandaag volgt een nieuwe poging om dat voor mekaar te krijgen. Maar er duikt een technisch probleem op, blijkbaar niet voor het eerst. De stevig gebouwde medewerker van RAFC-tv sakkert zich te pletter achter zijn camera. 'Zot word ik hiervan', foetert hij, zo'n 26 keer na mekaar. Gevaert vertelt tijdens de persconferentie dat hij het nagekeken heeft; geen enkele voetbalploeg in België begon het seizoen met minder tegengoals dan Antwerp, amper drie in tien matchen. Het centrale verdedigingsduo is daar niet vreemd aan: de ex-eersteklassespelers Maxime Biset en Steve Colpaert. Dat zegt ook Gregory Dufer, nog zo'n aanwinst met ervaring op het hoogste niveau. 'Maar vooral belangrijk is dat we in élke linie veel ervaring hebben', vindt Dufer. 'En naast Biset en Colpaert is er ook onze doelman, Nicaise Kudimbana. Hij komt van Anderlecht en pakte al verscheidene punten voor ons. Op het middenveld heb je dan iemand als Wim De Decker en in de aanvalslinie zijn er Joeri Dequevy en ik. Zeker in moeilijke momenten voel je dat de ervaren gasten rustig blijven en dat ze de anderen ook kunnen kalmeren. Dat is een groot verschil met mijn vorige ploeg, Seraing. Als we daar een tegendoelpunt slikten, volgden er dikwijls snel nog twee of drie. Bij Antwerp krijgen we weinig goals tegen. Dat maakt ons sterk.' Ook aanvallende middenvelder Geoffry Hairemans slaat die toon aan: 'Wie vooraan speelt, weet dat hij een goed blok achter zich heeft. Als je niet bang moet zijn om de bal te verliezen, kun je iets meer brengen.' Uiteindelijk zijn het zo zeker niet enkel de ex-eersteklassespelers die het verschil maken. Ene Nico Binst, vorig seizoen nog loodgieter, joeg in de eerste tien competitiematchen van Antwerp de bal al vijf keer tegen de touwen. Het leverde hem tegen Roeselare een staande ovatie op. En het slagzinnetje: 'Met Nico Binst gaan we altijd voor de winst.' Ook waarnemers denken dat Antwerp dit seizoen effectief zal meedoen voor de titel. Maar Gevaert maakt kanttekeningen. 'Ik vind dat Eupen op individueel vlak de meeste kwaliteit heeft', zegt hij. 'Maar de ambitie van Eupen is: bij de eerste acht eindigen. Als je zoiets hier zegt, lacht iedereen je uit. Toch moet dat eigenlijk ook onze ambitie zijn.' Is Gevaert een poging aan het ondernemen om Hein-gewijs de druk weg te houden? 'Nee,' zegt hij, 'het is de realiteit. Noem mij eens eerste- of tweedeklassers die het ene jaar als tiende eindigen en het andere jaar kampioen worden. Dat bestaat niet.' Het argument dat Antwerp nu wel een heel andere ploeg heeft dan vorig seizoen, veegt Gevaert zonder pardon van tafel. 'Je kunt wel zeggen dat we in de breedte sterker geworden zijn, maar er zitten ook nog vijf tot zes basisspelers van vorig jaar in het team. En er zijn overal veel wijzigingen.' Het zou natuurlijk ook dom zijn van Gevaert om nu al te zeggen dat Antwerp voor de titel gaat; daar heeft hij alleen maar bij te verliezen. Eén seconde lang grijnst hij bij die opmerking, dan herneemt hij zich. 'Er is echt niemand boven in de club die zegt dat we dit seizoen moeten promoveren. Als we straks vicekampioen worden, gaat meneer Decuyper mij niet zeggen dat we onze doelstelling niet haalden, zelfs niet als we derde of vierde worden. In dit project is het de bedoeling om op drie jaar weer in de eerste klasse te geraken, om stapsgewijs te werken, zodat we in alle geledingen kunnen meegroeien.' Maar Antwerp haalde liefst zestien nieuwkomers, onder wie verscheidene ex-eersteklassespelers. Zij hebben vermoedelijk toch niet de lichtste contracten. Die serieuze investering wekt toch de indruk dat de titel eigenlijk dit seizoen al het doel is? 'Kijk eens naar Deinze', houdt Gevaert voet bij stuk. 'Daar lopen Hans Cornelis, Benjamin Delacourt, Jonathan Wilmet en Jorn Vermeulen. Moeten ze ginder ook zeggen dat ze voor de titel gaan? Daar hoor ik niks over. Maar als wij ex-eersteklassespelers halen, wordt gezegd dat wij zwaar investeren. Ik denk nochtans niet dat onze contracten zo sterk verschillen met die van pakweg Deinze. Volgens mij bestaat daar een groot misverstand over. Onze ex-eersteklassespelers zijn niet zozeer aangesproken door het loonbriefje, maar wel door ons project. Er zijn veel spelers die ooit in hun leven eens voor een club als Antwerp gespeeld willen hebben. Ik kan direct twintig eersteklassespelers opnoemen die hier wilden komen voetballen. In totaal boden zich hier zelfs tweehonderd spelers aan.' Joren Dom, inmiddels bezig aan zijn vierde jaar bij Antwerp, probeert net als Gevaert de fans met de voeten op de grond te houden. 'Maar ik weet niet of ze zich daar veel van aantrekken', lacht de rechtsachter. 'Ik probeer hen wat realisme door te geven, maar waarschijnlijk gaat dat het ene oor in en het andere weer uit. Voor de fans worden we in februari al kampioen en hebben we de datum maar voor het uitpikken. Aan de andere kant is dat ook wel de charme van deze club en deze supporters. Als je hier nu vóór een wedstrijd het veld opstapt bij de opwarming, staat daar al 4000 man. Dan voel je jezelf groeien. Je wilt die extra inspanning doen. En als je dan tijdens de match langs de zijlijn een sprint inzet en je hoort dat publiek meegaan, dan geeft dat je vleugels.' Ook Gevaert geeft in de marge van zijn realistische betoog grif toe dat hij soms kriebels krijgt van die zwevende fans: 'Als ik op een wedstrijdavond naar hier rijd, vraag ik mij op de snelweg af hoeveel volk er al zal zijn als ik aankom. En als je hier dan om zes uur arriveert met je tas en er staat al duizend man, dan doet dat iets met je. Ik vind dat fenomenaal. Elke speler en trainer droomt van de Engelse competitie, waar mensen 's morgens opstaan met voetbal en er 's avonds mee gaan slapen. De beleving daar is de max. Antwerp benadert die filosofie heel erg.' Hairemans, die in de schaduw van de Bosuil woont, formuleert het allemaal net iets bondiger: 'Onze fans zijn gewoon zot.' De beleving op de Bosuil is inderdaad geweldig als het goed gaat. Maar als het wat tegenslaat, blijft het volk ook snel massaal weg en schiet de sfeer vlug naar het andere uiterste. Dat is misschien wel de grootste valkuil op weg naar de eerste klasse. 'Als ik zie wat er nu leeft, vraag ik mij af hoe al deze supporters de voorbije jaren reageerden', grijnst Gevaert. 'Als ik kijk naar de resultaten van toen, moet het hier wat geweest zijn. Ik ben blij dat ik er toen niet bij was.' Joren Dom was er toen wel bij. 'Ik heb hier ook al de keerzijde van de medaille gezien,' knikt hij, 'supporters op de spelersbus en beschadigde auto's. Een Antwerpsupporter is heel trots als het goed gaat, maar als het minder loopt, is het net het omgekeerde. Je moet hier de bluts met de buil nemen.' Gevaert: 'Ik wapen mij voor een mindere periode door nu niet te euforisch te zijn, door te blijven zeggen waar het op staat. In Lommel wonnen we, maar speelden we slecht. Van zulke zaken moet je je bewust blijven en je moet ze ook durven uitspreken. Er zijn nog te veel momenten waarop we een match niet onder controle hebben. Al meer dan eens pakten we de drie punten omdat de tegenstander het naliet om te scoren. Maar de topper tegen Tubeke wonnen we dan weer omdat we het enkele dagen eerder in de beker zo goed hadden gedaan in Oostende. Daar konden we tegen de leider in de eerste klasse een wedstrijd beslissen vanuit onze eigen manier van spelen. Dat was ook voor mij en de spelersgroep verrassend. Enkele dagen later scoren we hier vroeg tegen Tubeke. Nadien ondergaan we de match. Maar op zo'n moment denken de spelers terug aan die match in Oostende, waar hetzelfde gebeurde. En dan is de redenering: als we tegen Oostende konden standhouden, waarom dan niet tegen Tubeke?' Het is zaterdag. Match in Deinze. Gevaert moet het rooien zonder Dufer en Dequevy, die geblesseerd zijn. Hij laat zijn team weer spelen in een 4-3-3. Dennis van Wijk, de trainer van Deinze, houdt zijn troepen achter de bal, beducht voor snelle tegenspelers als Limbombe en Binst. Antwerp vindt weinig oplossingen, wat resulteert in een gesloten match. Vlak voor de rust lukt het dan toch eens. William Owusu krijgt centraal op het middenveld de bal, passt die in de rug van de Deinzedefensie naar Limbombe en diens voorzet tikt Binst - weer hij - rustig binnen. Maar ook na die 0-1 kan Antwerp zijn wil niet opdringen tegen een knokkend Deinze. Ook deze tegenstander laat een paar wenkende kansen liggen. Op andere momenten redt Kudimbana de meubelen. Maar in de 85e minuut gaat het alsnog mis. Na een hoekschop laat Biset zich aftroeven in een kopduel. 1-1. Intussen heeft de technisch directeur van Deinze plaatsgenomen achter de dug-outs om van daar luidkeels de bank van Antwerp uit te kafferen voor alles wat lelijk is. Gevaert komt met meer stijl voor de dag. Weer mooi in een maatpak gegoten analyseert hij op de persconferentie rustig de wedstrijd. Hij is ontgoocheld, zegt hij, maar oogt vooral beheerst. Ook vragen over het meest heikele thema op de Bosuil slaan hem niet uit zijn lood. Want daar moeten we het dan toch ook nog eens even over hebben, aangezien Decuyper zijn lippen heeft dichtgenaaid: hoe zit dat nu met die geldkraan van Antwerp? Van waar haalt de nieuwe sterke man zijn centen en hoe solide is zijn financiële basis? 'Het is jullie goed recht om wantrouwig te zijn', antwoordt Gevaert. 'Als ik journalist was, zou ik die vragen ook stellen. Maar ik zie nu zelf hoe sponsors letterlijk naar ons toekomen, terwijl je bij andere clubs in alle hoekjes en gaatjes moet zoeken naar sponsors. Onlangs kwamen er op de Bosuil zestig led-tv's aan, allemaal gesponsord. Als mensen zo willen meestappen in dit verhaal, kun je daar financieel alleen maar beter van worden. In de sportwereld moet je soms eens durven bluffen. Op het veld, door bijvoorbeeld eens een match te starten met vier spitsen. En ook naast het veld, om financieel wat slagkracht te krijgen. Kijk eens naar het resultaat: ons stadion zit nokvol en verschillende partijen willen voor ons een winterstage betalen. We kunnen gewoon uitkiezen welke stage ons het beste uitkomt. Dat is eigenlijk onvoorstelbaar.' DOOR KRISTOF DE RYCK - FOTO'S BELGAIMAGE'Vooral belangrijk is dat we in élke linie veel ervaring hebben.' GREGORY DUFER 'Als we straks vicekampioen worden, gaat meneer Decuyper mij niet zeggen dat we onze doelstelling niet haalden, zelfs niet als we derde of vierde worden.' DAVID GEVAERT 'Als je langs de zijlijn een sprint inzet en je hoort dat publiek meegaan, geeft dat je vleugels.' JOREN DOM