Aan zijn woning op Malta kleeft de naam Luttelmeeuwen naar de straat in het Limburgse Meeuwen-Gruitrode waar hij woonde toen hij bij Racing Genk zijn beste jaren beleefde. "Het was hier heerlijk vroeger", vertelt Carmel Busuttil in de tuin van zijn vroegere buren die hij met een redelijk vaste regelmaat een bezoek brengt. Ondanks de met zwaar gebulder overvliegende straaljagers uit de nabije luchtmachtbasis van Kleine-Brogel waardoor het gesprek om de haverklap onderbroken wordt, is Luttelmeeuwen een straat die peis en vree uitstraalt. "We vonden het huis hier dankzij ploegafgevaardigde Tony Greco, een man van Italiaanse afkomst en de enige met wie we aanvankelijk konden communiceren. Aan hem en zijn familie hebben we zeer veel te danken. Voordien trokken we geregeld naar Winterslag waar we ons tussen de talrijke Italianen wat meer op ons gemak voelden. Maar Meeuwen bleek een schot in de roos.
...

Aan zijn woning op Malta kleeft de naam Luttelmeeuwen naar de straat in het Limburgse Meeuwen-Gruitrode waar hij woonde toen hij bij Racing Genk zijn beste jaren beleefde. "Het was hier heerlijk vroeger", vertelt Carmel Busuttil in de tuin van zijn vroegere buren die hij met een redelijk vaste regelmaat een bezoek brengt. Ondanks de met zwaar gebulder overvliegende straaljagers uit de nabije luchtmachtbasis van Kleine-Brogel waardoor het gesprek om de haverklap onderbroken wordt, is Luttelmeeuwen een straat die peis en vree uitstraalt. "We vonden het huis hier dankzij ploegafgevaardigde Tony Greco, een man van Italiaanse afkomst en de enige met wie we aanvankelijk konden communiceren. Aan hem en zijn familie hebben we zeer veel te danken. Voordien trokken we geregeld naar Winterslag waar we ons tussen de talrijke Italianen wat meer op ons gemak voelden. Maar Meeuwen bleek een schot in de roos. "Mijn vrouw sloot zich aan bij de plaatselijke vrouwenvoetbalploeg en in de straat hebben we vrienden voor het leven gemaakt, zoals de mensen bij wie we hier te gast zijn. Onze kinderen konden er vroeger altijd terecht en ze werden er beschouwd als hun eerste kleinkinderen. Het jaar dat wij niet naar hier komen, zakken zij af naar Malta."Sportief was de kennismaking met Racing Genk een pak minder aangenaam, herinnert Busuttil zich nog levendig. "Ik leek wel in een heus wespennest terechtgekomen. De fusie tussen Waterschei en Winterslag was nog maar net beklonken en de verdeeldheid in het bestuur was nog onmetelijk groot. Er waren toen echt clans die nauwelijks met elkaar praatten en dat had ook zijn weerslag op de ploeg. In november al werd Ernst Künnecke ontslagen en vervangen door Jef Vliers, maar het kalf was al verdronken. We eindigden uiteindelijk als laatste met tien punten minder dan RWDM. Ik had me als nieuwkomer wel veel meer van mijn eerste seizoen hier voorgesteld en ik wist hoegenaamd niet hoe ik mij daarbij moest voelen. Aan de zijde van Berto Bosch maakte ik amper drie goals. En daar kon ik uiteraard moeilijk tevreden mee zijn. Een rare snuiter overigens, die Bosch. Ongezond ambitieus. Toen ik een keer zijn plaats inpikte, waarschuwde hij me dat hij me eruit zou trappen. En hij deed het nog ook. Voor het overige best een aangename man, maar op het veld een beest." Pas in de tweede klasse kon Busuttil zich aan de mijn van Waterschei echt uitleven en werd hij er de eerste lieveling van het warme Genkse publiek. De Branko Strupar avant la lettre. "Ik maakte dat jaar twaalf doelpunten", weet Busuttil nog. "Ik stond toen naast de Kroaat Frane Bucan, die ook twaalf keer scoorde, in de spits. Op het veld konden we het prima met elkaar vinden. Samen met de Hongaar Gyimesi vormden we een uitstekende driehoek. Via de eindronde promoveerden we opnieuw naar eerste waar we helaas weer voortdurend in de gevarenzone toefden. Bovendien bleef het ook in de bestuurskamer rommelen. In de zeven jaar dat ik bij Genk speelde, versleten we maar liefst negen trainers." Maar Busuttil, die met het jaar beter begon te spelen en meer begon te scoren (47 goals in vier seizoenen), kon de ploeg niet in zijn eentje naar een hoger en constanter niveau tillen. Toch werd hij door de fans bedacht met de plaatselijke Gouden Schoen voor beste speler van de club, een trofee die hem zeer na aan het hart ligt. "Maar de grootste erkenning volgde toen ik als buitenlander de aanvoerdersband kreeg in een ploeg met grote namen als Ronny Gaspercic, Patrick Stalmans en Leo Van der Elst." Aan de sportieve situatie veranderde er echter nauwelijks wat. "Toen vlak voor het seizoen 1993/94 de club een aantal belangrijke spelers van de hand deed, voorspelde ik trainer Pier Janssen, met wie ik altijd uitstekend heb kunnen werken, dat we met dit elftal nooit in eerste zouden blijven. Hij trad me onmiddellijk bij en de resultaten gaven me aan het einde van het seizoen ook gelijk. Opnieuw een jaar in tweede klasse zag ik echt niet meer zitten. Ik pakte mijn koffers, al wilde mijn vrouw heel graag in België blijven."Intussen had Sliema Wanderers, de grootste club op Malta, hem een contractvoorstel gedaan dat hij niet kon weigeren. "Al stelt het niveau er echt niks voor. Waarmee ik wil zeggen dat eerste klasse in Malta vergelijkbaar is met bevordering of hooguit derde klasse in België. Met Sliema werden we keer op keer kampioen, maar geen mens die daar wild bij werd. Sliema is een rijke badplaats met weinig voetbalpassie. Twee jaar geleden stopte ik met voetballen en begon ik op het eiland de Buzu football school, waar jongens van acht tot veertien jaar zich elke week in alle facetten van het voetbal kunnen vervolmaken : dribbelen, banaanschoten, koppen. We werken met een rotatiesysteem zodat iedere jongere met elke trainer te maken krijgt." Busuttil voert er ook promotie in de scholen en dat kent veel bijval. "Het is alvast een poging om het Maltese voetbal wat beter op de kaart te zetten en de jongeren de kans te bieden om - als ze voldoende karakter hebben - misschien wel in Italië te gaan voetballen. Voor een Maltees nog altijd het summum. Helaas bracht ik het er zelf niet verder dan Verbania, een eersteprovincialer in de buurt van het Gardameer maar op en top professioneel gestructureerd. Bovendien werd ik er bijzonder goed betaald. Mijn droom is nu dat één van de jongeren uit onze school ooit bij Racing Genk terechtkomt, maar dan wel liefst op een beter moment dan ik ( lacht)." door Stefan Van Loock'Mijn droom is dat één van de jongeren uit onze school ooit bij Racing Genk terechtkomt.'