In mei 2013 stonden Bayern München en Borussia Dortmund tegenover elkaar in de finale van de Champions League. Wembley was getuige van een zeldzaam feest van aanvallend voetbal. De hegemonie van het Duitse voetbal lag voor jaren vast.
...

In mei 2013 stonden Bayern München en Borussia Dortmund tegenover elkaar in de finale van de Champions League. Wembley was getuige van een zeldzaam feest van aanvallend voetbal. De hegemonie van het Duitse voetbal lag voor jaren vast. Een jaar later staan twee Spaanse ploegen in de finale, twee teams uit dezelfde stad. Het Atlético van Jesús Gil y Gil en het Real van Santiago Bernabéu. De vechtmachine van Diego Simeone, die gepassioneerd strijdt in de geest van hun coach, tegen het schitterende en dodelijke countervoetbal van de Koninklijke. Wie zich hun laatste competitieduel herinnert (2-2), weet dat de kans groter is dat de eindstrijd een bloedbad wordt dan een feest. Dat een kleinere club als Atlético Madrid (hoewel qua budget toch in de top 20 van Deloitte & Touche) in de finale staat, is op zich knap, maar de uitschakeling van een armoedig Chelsea (José Mourinho begon met zes verdedigers aan een match die hij moest winnen) betekent niet dat het voetbal dat de matrassenmakers vaak spelen ook deugt. Gele kaarten pakken is geen verdienste, ook al lijken sommige tv-commentatoren uit de school van Machiavelli zonder niet te kunnen genieten. Uitermate bedenkelijk. Atlético Madrid is gelukkig niet meer dan de waan van de dag. Dat Bayern München ruw van zijn troon werd gestoten, is veel essentiëler. Tot enkele weken terug werd Bayern nog bijna alom als de beste ploeg van de wereld geroemd. Na de treble van vorig jaar leek de club uit Beieren met de komst van Mario Götze en Pep Guardiola verzekerd van een jarenlange heerschappij. Guardiola = balbezit = goals = winnen = trofeeën. Tiki-taka in combinatie met Duitse kracht en vechtlust. Komt dat zien! Bayern raasde door de Bundesliga, klopte alle records en was al op 25 maart kampioen. En toen kwam Real Madrid naar de Allianz Arena. Real deed met Bayern wat de Duitsers een jaar geleden met Barcelona hadden gedaan. Op hetzelfde tijdstip en op dezelfde plaats noteerden we vorig jaar inderdaad hetzelfde resultaat (4-0) in het duel tussen het Bayern van Jupp Heynckes en Barcelona, dat het tiki-takavoetbal bracht waar Guardiola voor staat. De grootste Europese thuisnederlaag uit de geschiedenis van de Zuid-Duitse club. R.I.P. tiki-taka. Ballbesitzfussball was een achterhaalde tactiek, klonk het in de Duitse pers. Franz Beckenbauer, nooit te beroerd om voor zijn beurt te spreken, beaamde het: "Voetbal van het verleden." Twee keer kan geen toeval zijn, wordt vaak gezegd. Bayern had tegen Real niet alleen meer balbezit, maar ook meer corners en meer doelpogingen (maar minder gele kaarten). De enige statistiek die telt, is echter die van de doelpunten. En misschien die van de standaardsituaties. Vorig jaar scoorde Bayern in de Champions League acht keer na een spelhervatting, tegen Real was het zelf kinderlijk kwetsbaar bij dergelijke fasen. Wat we de voorbije weken in elk geval leerden, is dat balbezit niet alles is en dat dit de jaargang van het reactievoetbal is. Tiki-takavoetbal werd al eerder afgeschreven: in 2010 na de zege van het Inter van Mourinho in de Champions League tegen Barcelona, twee jaar later na de winst van Chelsea in Camp Nou en vorig jaar na de uitschakeling van Barça door Bayern. Tiki-taka sloeg echter terug. Een maand na de tik van Inter werd Spanje wereldkampioen en één jaar later triomfeerde Barcelona op het kampioenenbal. Enkele weken nadat Chelsea met de beker met de grote oren pronkte, zette Spanje de Europese kroon op. De voorbije weken hebben misschien vooral aangetoond dat het niet de tactiek, en dus de trainer die hem bedenkt, maar vooral de spelers zijn die wedstrijden winnen en verliezen. Xavi, Andrés Iniesta en Lionel Messi maakten tiki-taka groot. Franck Ribéry, BastianSchweinsteiger, Thomas Müller, Toni Kroos en Mario Mandzukic vielen deze week door de mand. Gareth Bale en vooral Cristiano Ronaldo bekroonden het Koninklijke countergeweld. Atlético dankte andermaal veel aan Thibaut Courtois. DOOR FRANÇOIS COLINNiet de tactiek maar de spelers winnen en verliezen wedstrijden.