Halverwege de reguliere competitie is Anderlecht niet alleen de trotse leider, maar geldt het ook als de favoriet om zichzelf op te volgen als landskampioen. Club Brugge kwam de laatste weken onder stoom en lijkt een serieuze concurrent te worden.
...

Halverwege de reguliere competitie is Anderlecht niet alleen de trotse leider, maar geldt het ook als de favoriet om zichzelf op te volgen als landskampioen. Club Brugge kwam de laatste weken onder stoom en lijkt een serieuze concurrent te worden. De balans van het eerste deel van het seizoen kan moeilijk een eclatant succes worden genoemd. De eerste vijftien speeldagen waren een maat voor niets. Er is nauwelijks afscheiding en als de punten door twee worden gedeeld, bedraagt het verschil tussen één en zes in de stand slechts drie eenheden. Er bestaat bovendien een minimale afscheiding tussen de nummer zeven in de stand en de ploegen in de kelder van de Jupiler Pro League. Wat op een complete nivellering wijst. Een nivellering naar beneden, helaas. Zoals de resultaten van de topploegen aantonen. De zes sterkste teams van de voorbije jaren (Anderlecht, Club Brugge, Standard, Racing Genk, AA Gent en Lokeren) verloren samen maar liefst 114 punten. Dat is gemiddeld 19 punten of zes nederlagen en een gelijkspel op vijftien wedstrijden. Alleen leider Anderlecht kon meer dan de helft (acht) van zijn matchen winnen. Het maakt de competitie spannend, maar dat is een zwaktebod. Spanning is lang niet de enige factor die bepaalt of het voetbal aantrekkelijk is. Als dat zo was, zou de interesse voor de strijd in bijvoorbeeld tweede provinciale B West-Vlaanderen even boeiend zijn als in de Jupiler League. Het niveau van onze topploegen bepaalt de gezondheid van ons voetbal. De voorbije maanden waren dan ook zorgwekkend. De toppers staan allemaal voorin en lijken zonder uitzondering op weg naar play-off 1, maar dat aanhalen om te beweren dat er niets aan de hand is zou getuigen van 'ranglijstjournalistiek'. Het supportersongenoegen en de trainerswissels bij Standard en Racing Genk maken duidelijk dat ze een heel zwakke periode achter de rug hebben. Gelukkig voor hen hadden de andere toppers meerdere korte inzinkingen. Grilligheid kenmerkte de voorbije maanden de prestaties. Anderlecht leek wekenlang gemakkelijk weg te lopen van de rest, maar oktober bleek de maand van het verval. Het gaf daarmee achtervolgers als AA Gent het waanidee dat ze de top konden bestormen. Standard en vooral Club Brugge kregen de mogelijkheid om dichterbij te sluipen. Blauw-zwart herleidde een kloof van zeven tot twee punten. Gedeeld door twee dus één puntje. Geen wonder dat Michel Preud'homme, die aanvankelijk als een menselijke variant van een oorwurm langs de lijn liep, de laatste tijd een brede lach etaleert. De spanning van de voorbije maanden ging bij bijna alle teams al te vaak gepaard met voetbal dat pijn deed aan de ogen. Dit met de mantel der liefde bedekken helpt de sport niet vooruit. De jeugdigheid van veel ploegen mag geen excuus zijn. Jonge spelers opleiden is immers de enige weg die clubs uit kleinere voetballanden rest. Opvallend is dat er na de nieuwe massale uitstroom van talent in onze topklasse nog nauwelijks spitsen van topformaat rondlopen. Er is geen Benteke, Lukaku, Bacca, Vossen, Mbokani, Batshuayi of Ezekiel meer te bespeuren. Aleksandar Mitrovic komt misschien nog het dichtst in de buurt, maar er werd meer gepraat over zijn overtallige kilo's dan over zijn doelpunten. Bij Club Brugge en Standard worden de spitsen bijna wekelijks omgeruild, omdat niemand helemaal overtuigt. Tom De Sutter en Igor De Camargo kregen al bijna meer speelgelegenheid dan in de volledige vorige campagne. AA Gent heeft helemaal geen afmaker op de loonlijst staan en bij Racing Genk blijft Petit Pelé Mboyo de schim van de killer die hij in wijlen het Jules Ottenstadion was. Lokeren doet het wat dat betreft nog het best. Ondanks het vertrek van Hamdi Harbaoui heeft het met Junior Dutra en Mbaye Leye nog aardig wat vuurwerk in huis. De aanvallers verdienen de komende maanden meer steun van hun coaches. Durf je ploeg te laten voetballen, heren trainers, zodat deze teleurstellende heenronde geen vervolgstuk krijgt. DOOR FRANÇOIS COLINSpanning is niet de enige factor die voetbal aantrekkelijk maakt.