Na het verhaal in S/VM waarin de achtergronden van de transfers van François Sterchele naar Club Brugge en Cyril Théréau naar Anderlecht uit de doeken werden gedaan (S/VM nr. 36, p. 34-37), was Raymond Mommens de eerste die aan de telefoon hing. Niet om zich boos te maken, maar omdat hij er nogal mee zat dat zijn naam was gevallen in een louche context. En dat was meer dan hij nog kon hebben nu hem steeds meer de verantwoordelijkheid voor de geflopte Théréau in de schoene...

Na het verhaal in S/VM waarin de achtergronden van de transfers van François Sterchele naar Club Brugge en Cyril Théréau naar Anderlecht uit de doeken werden gedaan (S/VM nr. 36, p. 34-37), was Raymond Mommens de eerste die aan de telefoon hing. Niet om zich boos te maken, maar omdat hij er nogal mee zat dat zijn naam was gevallen in een louche context. En dat was meer dan hij nog kon hebben nu hem steeds meer de verantwoordelijkheid voor de geflopte Théréau in de schoenen werd geschoven. De Anderlechtscout klonk zorgelijk. Vorige week raakte bekend dat enkele dagen na dat telefoongesprek het eerste contact over een terugkeer naar Charleroi plaatsvond. Sinds vorige week is Mommens terug in dienst van de club waar hij drie maanden geleden vertrok. Het échec van Théréau heeft daar uiteindelijk weinig mee te maken. Natuurlijk trok hij het zich aan, maar Anderlecht was de aanvaller al langer op het spoor, verdedigde hij zich, en tenslotte vroeg het hem enkel om zijn advies. Dat was positief, maar met de waarschuwing dat hij verre van fit was. "Ik zei : let op, de laatste keer dat ik hem zag, liep hij nog op krukken. Het is onmogelijk dat ze hem alleen op basis van mijn advies hebben aangetrokken. Zo werkt het niet op Anderlecht." Bij de ondertekening van het contract liep de frêle aanvaller inderdaad nog op krukken. Onmogelijk dus dat hij direct kon dienen als stand-in voor Nicolas Frutos, maar aan één overtuiging houdt Mommens niettemin vast : "Als ze allebei honderd procent fit zijn, is Théréau iets completer dan Sterchele". Maar hij gaf ook grif toe dat hij bij Anderlecht met andere ogen naar voetballers moest leren kijken. "Het is zeker niet gemakkelijk, dat weet ik nu ook", besloot hij stilletjes het gesprek. Maar als het niet aan Théréau lag, waarom wilde Mommens dan wel weg ? Onduidelijke terreinafbakening. Geen overleg noch structuur. Interne tegenwerking ook. Mommens geloofde zijn ogen niet. Binnen de kortste keren had hij in de gaten dat een voetbalman pur sang niets kan komen uitrichten op Anderlecht. Met Werner Deraeve klikte het niet. Deraeve moest eerder al de leiding over het opleidingscentrum in Neerpede afstaan en zag nu met lede ogen hoe Mommens met een aureool van deskundigheid de scoutingstroepen kwam vervoegen. Deraeve is twee handen op één buik met Philippe Collin, de echte sterke man op Anderlecht en iemand voor wie transfers het liefst aan het andere eind van de wereld worden gedaan. Zowel Deraeve als Collin kunnen het bloed van Frank Vercauteren drinken. Die afkeer is wederzijds. Mommens begreep snel in welke krabbenmand hij terecht was gekomen en koos voor de uitgang. JAN HAUSPIE