Een deel van de opbrengst van de clubmerchandising gaat naar acties tegen racisme en homofobie, spelers nemen de metro naar het oefencomplex om hun ecologische voetafdruk te beperken en ze betaalden ooit de schulden van Carmen Martínez Ayudo, een flinke tachtiger die uit haar huis werd gezet omdat haar zoon haar eigendom als onderpand had gebruikt en de lening niet meer kon terugbetalen. 'We moesten dit doen', zei de toenmalige T1 Paco Jémez, die 21.000 euro ophaalde. 'Wij, mensen van de club, hebben verplichtingen tegenover Vallecas, de wijk waar we leven en werken.'

Het is Rayo Vallecano in een notendop. Een club genoemd naar de arbeiderswijk in het oosten van Madrid, met supporters die links georiënteerd zijn en een hekel hebben aan de manier waarop het voetbal wordt gecommercialiseerd. Ex-kapitein José Movilla, een geboren Madrileen die ooit als vuilnisman werkte, bleef ook tijdens zijn profcarrière actief bij de vakbond en werd een icoon van de club. Net als Wilfred Agbonavbare, de Nigeriaanse doelman die begin de jaren negentig bij Los Franjirrojos speelde. Toen hij in 2015 in armoede aan kanker overleed, 48 jaar jong, zamelde de club geld in om zijn drie Nigeriaanse kinderen die hij al tien jaar niet meer had gezien naar Madrid over te vliegen. Een bezoek aan de begraafplaats van Meco, een stadje in de buurt van Madrid, is sindsdien een must voor elke diehard.

Een bedevaartsoord, net zoals het Campo de Fútbol de Vallecas. Een bijzonder stadion, met twee moderne tribunes over de lengte van het veld. De Bukaneros, de harde kern, staan in de onoverdekte tribune achter het doel, aan de overkant worden appartementsgebouwen en speelveld gescheiden door een grote blinde muur. Maar, vond José Ramón Sandoval, ex-T1 die tegelijk als kok in het familierestaurant in Madrid werkte: 'Een stadion met een ziel. Er kan op elk moment iets gebeuren. In de 1e of in de 93e minuut. De ploeg wordt gedragen door duizenden kelen, zoals de wind dat ook doet.' De Bukaneros (Piraten) zijn hondstrouw, maar tegelijk kritisch voor zij die de beslissingen nemen. Toen voorzitter Rául Martin Presa in 2015 de plannen ontvouwde om in de Verenigde Staten Rayo Oklahoma City te lanceren, kropen ze nog maar eens op de barricaden. Tevergeefs. Presa verkocht een handvol spelers en investeerde die miljoenen in zijn megalomane overzeese project. Twee jaar erna was de Amerikaanse tak failliet.

Maar het lijden wordt in Vallecas gecultiveerd. Niets noemenswaardigs gewonnen. Vier titels in derde klasse (1956, 1964, 1985 en 2008) en een kampioenschap in de Segunda División (2018), het jaar erna meteen gevolgd door een nieuwe degradatie. Achttien seizoenen in La Liga, dat wel, met als uitschieter de campagne in de UEFA Cup (2000/01) waarin het pas in de kwartfinale werd uitgeschakeld.

De club werd toen geleid door Teresa Rivero, moeder van dertien kinderen en de eerste vrouwelijke voorzitter in de Primera División. Een cadeautje van haar echtgenoot, José María Ruiz-Mateos, een zakenman met meer dan 700 bedrijven in zijn holding. Toen hij wegens fraude in de cel belandde, had hij de club al overgedragen aan zijn echtgenote. Een pittige tante die de promotie naar La Liga in 2000 in het bad met de spelers meevierde, maar tegelijk weinig bescheiden toen ze de thuishaven in het Estadio Teresa Rivero herdoopte en een nieuw stadion van 30.000 zitjes aan de fans beloofde. Een luchtkasteel. In 2011, opgejaagd door de Spaanse fiscus, verdween ze helemaal uit beeld. En werd het stadion weer gewoon Campo de Fútbol de Vallecas. De navelstreng met de wijk.

Club: Rayo Vallecano

Opgericht

29 mei 1924

Stad

Madrid (3.1650.000)

Kleuren

wit en rood

Stadion

Campo de Fútbol de Vallecas (15.105)

Een deel van de opbrengst van de clubmerchandising gaat naar acties tegen racisme en homofobie, spelers nemen de metro naar het oefencomplex om hun ecologische voetafdruk te beperken en ze betaalden ooit de schulden van Carmen Martínez Ayudo, een flinke tachtiger die uit haar huis werd gezet omdat haar zoon haar eigendom als onderpand had gebruikt en de lening niet meer kon terugbetalen. 'We moesten dit doen', zei de toenmalige T1 Paco Jémez, die 21.000 euro ophaalde. 'Wij, mensen van de club, hebben verplichtingen tegenover Vallecas, de wijk waar we leven en werken.' Het is Rayo Vallecano in een notendop. Een club genoemd naar de arbeiderswijk in het oosten van Madrid, met supporters die links georiënteerd zijn en een hekel hebben aan de manier waarop het voetbal wordt gecommercialiseerd. Ex-kapitein José Movilla, een geboren Madrileen die ooit als vuilnisman werkte, bleef ook tijdens zijn profcarrière actief bij de vakbond en werd een icoon van de club. Net als Wilfred Agbonavbare, de Nigeriaanse doelman die begin de jaren negentig bij Los Franjirrojos speelde. Toen hij in 2015 in armoede aan kanker overleed, 48 jaar jong, zamelde de club geld in om zijn drie Nigeriaanse kinderen die hij al tien jaar niet meer had gezien naar Madrid over te vliegen. Een bezoek aan de begraafplaats van Meco, een stadje in de buurt van Madrid, is sindsdien een must voor elke diehard. Een bedevaartsoord, net zoals het Campo de Fútbol de Vallecas. Een bijzonder stadion, met twee moderne tribunes over de lengte van het veld. De Bukaneros, de harde kern, staan in de onoverdekte tribune achter het doel, aan de overkant worden appartementsgebouwen en speelveld gescheiden door een grote blinde muur. Maar, vond José Ramón Sandoval, ex-T1 die tegelijk als kok in het familierestaurant in Madrid werkte: 'Een stadion met een ziel. Er kan op elk moment iets gebeuren. In de 1e of in de 93e minuut. De ploeg wordt gedragen door duizenden kelen, zoals de wind dat ook doet.' De Bukaneros (Piraten) zijn hondstrouw, maar tegelijk kritisch voor zij die de beslissingen nemen. Toen voorzitter Rául Martin Presa in 2015 de plannen ontvouwde om in de Verenigde Staten Rayo Oklahoma City te lanceren, kropen ze nog maar eens op de barricaden. Tevergeefs. Presa verkocht een handvol spelers en investeerde die miljoenen in zijn megalomane overzeese project. Twee jaar erna was de Amerikaanse tak failliet. Maar het lijden wordt in Vallecas gecultiveerd. Niets noemenswaardigs gewonnen. Vier titels in derde klasse (1956, 1964, 1985 en 2008) en een kampioenschap in de Segunda División (2018), het jaar erna meteen gevolgd door een nieuwe degradatie. Achttien seizoenen in La Liga, dat wel, met als uitschieter de campagne in de UEFA Cup (2000/01) waarin het pas in de kwartfinale werd uitgeschakeld. De club werd toen geleid door Teresa Rivero, moeder van dertien kinderen en de eerste vrouwelijke voorzitter in de Primera División. Een cadeautje van haar echtgenoot, José María Ruiz-Mateos, een zakenman met meer dan 700 bedrijven in zijn holding. Toen hij wegens fraude in de cel belandde, had hij de club al overgedragen aan zijn echtgenote. Een pittige tante die de promotie naar La Liga in 2000 in het bad met de spelers meevierde, maar tegelijk weinig bescheiden toen ze de thuishaven in het Estadio Teresa Rivero herdoopte en een nieuw stadion van 30.000 zitjes aan de fans beloofde. Een luchtkasteel. In 2011, opgejaagd door de Spaanse fiscus, verdween ze helemaal uit beeld. En werd het stadion weer gewoon Campo de Fútbol de Vallecas. De navelstreng met de wijk.