Nooit viel RC Genk uit de top twee in de rangschikking, wat wijst op een evenwichtig parcours zonder negatieve uitschieters. Of het zou in het najaar moeten zijn geweest toen de eerste nederlaag werd geleden tegen Kortrijk, onmiddellijk gevolgd door een tweede tegen Anderlecht en een gelijkspel op Westerlo. Eén op negen, de nivellering leek ingezet, en toch sloop er niet de minste onrust in de blauw-witte rangen. Ook niet toen in diezelfde periode het bekeravontuur een einde nam. Verlost van midweekduels, to...

Nooit viel RC Genk uit de top twee in de rangschikking, wat wijst op een evenwichtig parcours zonder negatieve uitschieters. Of het zou in het najaar moeten zijn geweest toen de eerste nederlaag werd geleden tegen Kortrijk, onmiddellijk gevolgd door een tweede tegen Anderlecht en een gelijkspel op Westerlo. Eén op negen, de nivellering leek ingezet, en toch sloop er niet de minste onrust in de blauw-witte rangen. Ook niet toen in diezelfde periode het bekeravontuur een einde nam. Verlost van midweekduels, toch geen geringe belasting voor de smalle selectie, bereikte Genk zonder averij de winterstop. Met vier nieuwe spelers en slechts één vertrekker ( João Carlos) begon de ploeg van de ondertussen tot technisch directeur gepromoveerde Frank Vercauteren versterkt aan het tweede deel van het kampioenschap. Zeker in de breedte. Op sommige posities ontstond er concurrentie en in geval van blessures en schorsingen waren er voortaan wisselmogelijkheden. Zo kon Vercauteren de enige keer dat Jelle Vossen en Marvin Ogunjimi samen niet fit waren, uit bij Standard, rekenen op Kennedy Nwanganga. De Nigeriaan scoorde prompt, iets wat hij later zou overdoen in het kampioensduel tegen de Luikenaren. Hij viel in en kopte Genk naar de landstitel. Niets dat er tien maanden eerder op had gewezen dat in dit Genk een toekomstige landskampioen school. De club moest saneren, geld voor versterking was er niet en nog voor er een bal had gerold, stapte technisch directeur Herman Vermeulen op. Vossen en Ogunjimi weigerden bij te tekenen en spraken openlijk van vertrekken. Na zijn doelpunten op de openingsspeeldag tegen Germinal Beerschot en Europees tegen Turku draaide de perceptie over Vossen bij. De eervolle uitschakeling tegen FC Porto bevestigde dat er potentieel zat in de aanvaller, maar ook in de groep. Na negen speeldagen stond Vossens doelpuntenteller op dertien en het Genkse gemiddelde op drie goals per wedstrijd. Waar moest dat eindigen?De moeilijkste momenten dienden zich ten slotte aan in play-off 1. Een dubbele nederlaag tegen Anderlecht en Standard, en een uppercut op slag van rust in het ultieme titelduel. Het jonge Genk bleek over voldoende mentale sterkte te beschikken om ze te overwinnen. Een niet geringe verdienste van Vercauteren, die als geen ander de kunst beheerste de aandacht bij zijn spelers weg te leiden van de rangschikking naar hun taken. De titel was het bijna logische gevolg. En zo maakte Vercauteren iedereen beter: de spelers, de club en zichzelf. DOOR JAN HAUSPIEDe moeilijkste momenten dienden zich aan in play-off 1.