Het is ongelofelijk hoeveel bedrijven je samen krijgt op zo'n kleine oppervlakte als op het industriepark van het landelijke Relegem, een deelgemeente van Zellik en dicht bij het huis van Paul Van Himst. Daarom komt hij nog dagelijks van Groot-Bijgaarden naar den buro van koffie Brésor, het bedrijf waarvoor hij als jonge eersteklassevoetballer al werkte en dat hij in 1990 overnam. Inmiddels is het in handen van zijn zoon Frank.
...

Het is ongelofelijk hoeveel bedrijven je samen krijgt op zo'n kleine oppervlakte als op het industriepark van het landelijke Relegem, een deelgemeente van Zellik en dicht bij het huis van Paul Van Himst. Daarom komt hij nog dagelijks van Groot-Bijgaarden naar den buro van koffie Brésor, het bedrijf waarvoor hij als jonge eersteklassevoetballer al werkte en dat hij in 1990 overnam. Inmiddels is het in handen van zijn zoon Frank. Lekkere koffie overigens, en dat leidt ons direct naar de openingsvraag van dit interview, naar aanleiding van het EK in 1972 waar Van Himst kapitein was van de Rode Duivels: Hoe verzeilt een topvoetballer eigenlijk in de koffiebranche? PAUL VAN HIMST: 'Ik ben op mijn zestiende rap in de eerste ploeg van Anderlecht geraakt en heb daarom mijn middelbare school niet afgemaakt. Toenmalig voorzitter Albert Roosens had een zaak in kolen en mazout en ik werkte daar 's ochtends op het bureau om na de middag te gaan trainen. Die middagtrainingen en het semiprofstatuut waren ingevoerd toen Pierre Sinibaldi in 1960 bij ons belandde. 'Op een dag kwam ik Georges Denil tegen die net een koffiemerk had overgenomen. Ik had toen net mijn eerste auto en zag hoe andere spelers ook allemaal handelden in van alles en nog wat. Jef Jurion verkocht bijvoorbeeld brandblussers, of zoiets. Enfin... Jef verkocht alles en bijna alle Anderlechtspelers hadden nog een job. Dus vroeg ik Georges of ik niet wat koffie kon verkopen voor hem. Zo zette ik een paar pakken in mijn auto en ben die gaan rondbrengen. Niet over het hele land, hoor, gewoon in de regio, bij mensen en bedrijven die ik kende. Brésor heette dat merk: 'Al het goud van Brazilië ( l'Or du Brésil) in een klein pakje', zei Georges lachend. Ik kende het zelf niet. Thuis dronken wij Jacqmotte.'Ik zie het Kevin De Bruyne of Eden Hazard nog niet doen, Paul. VAN HIMST: 'Maar wij hadden geen statuut, toen. Profvoetballers had je nog niet in België: we waren geen werknemers en geen zelfstandigen, we vielen daar ergens tussen. Ik was aanvankelijk dus ingeschreven in dat bedrijf van Roosens en later dat van Denil. Pierre Hanon werkte bijvoorbeeld op de gemeente. Op dat moment hadden Spanje, Frankrijk, Italië en zelfs Nederland wél al profvoetbal. Pas toen de Nederlanders bij Anderlecht kwamen, gingen onze ogen open. Die hadden wel een contract dat in orde was. Ik heb ook altijd alles alleen moeten doen, wij hadden geen manager die ons kon helpen. In die tijd speelde alleen Fernand Goyvaerts in het buitenland, bij Barcelona. 'Ik kon naar Real, had ik gewild. Op een dag kreeg ik thuis telefoon van de Hongaarse makelaar Bandi Beres. Bij Real was Alfredo Di Stéfano gestopt, hun sterspeler. We hadden ze in de Europabeker nog geklopt en Beres belde naar mij in plaats van naar Anderlecht, anders zou de club meteen gezegd hebben: die mag niet weg. Zo kreeg ik op een dag ook telefoon van een schoenverkoper namens het Italiaanse Modena. Maar een mindere ploeg in Italië interesseerde me al helemaal niet.' Je hebt toch geen neen gezegd tegen Real, Paul? VAN HIMST: 'Toch wel. Als iets me niet interesseert, moet ik ook niet weten hoeveel ik daar had kunnen verdienen. Er zijn bij mij maar twee mogelijkheden: het interesseert me, of niet. Ik was graag bij Anderlecht, speelde in een goeie ploeg. We wonnen veel, ook in Europa. Ik verdiende goed mijn boterham, had een gezin met drie kinderen. Ik ben nooit een avonturier geweest. Achterlaten waar je aan gehecht bent, tegen je goesting: nee bedankt. Jan Ceulemans was ook zo. Nu is dat niet zo moeilijk, op twee uur sta je met de auto in Engeland. Toen was het buitenland echt ver. Later kon ik na mijn ontslag als trainer van de nationale ploeg ook trainer worden in Arabische landen. Daar heb ik ook vriendelijk voor bedankt. In 1990 heb ik Brésor overgenomen, nog voor ik aan de slag ging als trainer van de nationale ploeg. 'Pas op: ik heb altijd een zwak gehad voor Real, ook omdat ze in het wit speelden. Dat was mijn kleur. Real was ook een aanvallende ploeg. Dat zou een ploeg geweest zijn waar ik mijn plan had kunnen trekken, beter dan in Italië met zijn catenaccio en elke match 0-0 of 1-0. Op het laatst van mijn spelerscarrière ben ik nog in contact geweest met PSG. Dat heb ik wel even overwogen, Frankrijk was een land dat me lag, maar ik heb het niet gedaan.' Je bent toen naar RWDM gegaan. VAN HIMST: 'Dat was een heel verhaal, hoor. Ik had nog een jaar een contract maar de nieuwe trainer, Hans Croon, zag het niet meer zo zitten met een paar oudere spelers zoals ik. Ik moest dus weg. Dan ben ik gaan praten met verschillende voorzitters van andere clubs: met Roger Petit van Standard, bijvoorbeeld; dan had ik met Wilfried Van Moer kunnen samenspelen. Met hem klikte het bij de nationale ploeg en ik had jaren eerder geprobeerd om hem naar Anderlecht te halen. Ik heb ook met Bob Quisenaerts van Lierse gepraat en met Pierre Burlet van Charleroi die een houthandel had. 'Op een dag kreeg ik telefoon van de overigens altijd minzame rechterhand van Constant Vanden Stock, mijnheer Delouvien die vriendelijk vroeg: 'Ha Paul, hoe zit het met uw transfer?' Dat klonk in mijn oren als: 'Zijt ge nu nog niet weg?' Toen werd ik opstandig, ik was 32 en speelde van mijn acht jaar bij Anderlecht. Een kennis van een buurman zei net op dat moment dat ik naar RWDM kon. Ik heb toen met Michel Verschueren gebeld en ben naar Molenbeek gegaan, puur uit rancune. Dat was geen goeie beslissing. Ik heb toen geleerd dat rancune een slechte reden is om iets te doen. Ik had naar Charleroi moeten gaan, dat was de beste optie geweest, financieel, qua afstand en het had een fantastisch publiek. 'Ik ben maar een jaar in Molenbeek gebleven, en trok dan naar Eendracht Aalst in tweede klasse, maar van wat ik daar verdiende, kon je niet leven. Dus ben ik dan terug koffie gaan verkopen, eerst samen met Denil en vanaf 1990 alleen, al was het eerst de bedoeling dat ik met mijn vrouw een horecazaak zou overnemen. Toen ben ik nog even proftrainer geworden, al was dat nooit iets wat ik echt wilde. Dat wereldje van die trainers... je weet wanneer je erin stapt maar nooit wanneer je eruit gaat. Ik heb cassettebeelden bekeken tot mijn hoofd dubbel zo groot was, al zag of hoorde je dat niet aan mij. Het stopt nooit, trainer zijn, van zodra je 's ochtends je ogen opendoet tot nadat je bent gaan slapen. 'Ik beklaag het me niet dat ik gestopt ben als trainer. Ik had kunnen doorgaan, maar ik had zoals ik al zei geen zin om naar het buitenland te gaan. Op een bepaald moment kreeg ik wel telefoon van de bond om de nationale ploeg over te nemen. Toen ik mijn vriend Eddy Merckx vertelde dat ik de nationale ploeg kon trainen, begreep hij niet dat ik daar niet onmiddellijk op in sprong. Maar ik had de zaak en verdiende goed mijn boterham. Toen zei Eddy: 'Ge hebt toch geen schrik om het te doen, Paul?' Dát moet je niet tegen mij zeggen, dat ik iets niet durf. Daarmee trok hij mij definitief over de streep. Zo ben ik bondscoach geworden.' Je had als speler al eens een EK en een WK meegemaakt. Dat WK in 1970 was geen groot succes geweest... VAN HIMST: 'Ik was toen de vedette. Dan komt alles naar jou toe, zeker wanneer het niet loopt. Ook de kritiek. Het was met vallen en opstaan en het is net zoals in het leven: als je valt en je staat niet meer op, heb je een probleem. Na Mexico was ik ontgoocheld omdat ik in goeie conditie was daar en het toch misliep. En omdat ik achteraf de pers tegen mij kreeg.' Was jij in Mexico niet de man met de meeste heimwee? VAN HIMST: 'Nee. Er waren mannen van ons die daar heel graag waren... Ik was daar om te voetballen, niet om uit te gaan. Dat er mannen bij waren die daar waren om uit te gaan, irriteerde mij. De Spanjaarden, Duitsers en Italianen waren echte profs. En dat moet je ook zijn op zo'n toernooi. 'We hadden ook tegenslag. Die penalty tegen het thuisland: sorry, hé. En dan tegen de USSR, destijds een van de beste ploegen ter wereld; dat waren machines. Vandaag heb je de VAR. Ik ben voor; het voetbal is veel eerlijker geworden, ook al gaat er eens iets fout. Wanneer je de beelden van onze matchen terugziet... dat kon echt niet. En je had daar geen verhaal tegen. Later was er ook op het EK die vrije trap die ik in de halve finale tegen Duitsland aan Léon Semmeling gaf. En dan een jaar later die match in Amsterdam waar Jan Verheyen die goal maakte die niet toegekend werd. Als toen de VAR bestond, gingen wij naar het WK in 1974 en niet Nederland. Kun je je dat voorstellen? Geen enkele kwalificatiematch verloren, geen tegengoal in die campagne en toch niet naar het WK gaan? Vandaag is het veel makkelijker om je te kwalificeren voor een groot toernooi.' Op het EK in 1972 waren er maar vier landen bij op de eindronde in België. VAN HIMST: 'Als wij in de kwartfinale niet hadden gewonnen van regerend Europees kampioen Italië waren we er niet eens bij als organiserend land, in de eindronde. Pas op: Italië was een goeie ploeg, met Sandro Mazzola en zo. In Milaan heeft onze keeper Christian Piot ons recht gehouden. De terugmatch op Anderlecht hebben we verdiend gewonnen.' Dat was de match waar de Italiaanse verdediger Mario Bertini Wilfried Van Moer van het plein schopte. VAN HIMST: 'Wilfried had halfweg de eerste helft de eerste goal gemaakt. Hij heeft nog de rust gehaald en is nog de kleedkamer binnengestapt. 'Ik denk dat mijn been gebroken is', zei hij. Er is nog even gepraat om verder te spelen. Wilfried was gene gewone. Die ging er altijd vol voor, die heeft zo ook die beenbreuken gehad. Ik liet me makkelijker neergaan om de schok te breken, maar Wilfried ging gewoon door.' Had je toen al veel Rüdigers in die tijd? VAN HIMST: 'Toch wel. André Stassart van Racing White en Georges Leekens durfden je flink pakken, maar dat waren er twee die respect toonden. Er waren anderen, Albert Sulon van Luik, bijvoorbeeld, die trapten flink door, hoor. In mijn topperiode had ik er elke zondag één op mij plakken, anderhalf uur lang. Dan probeerde ik uit de match te verdwijnen, zocht ik meer de zijlijn op omdat je daar moeilijker af te dekken was.' Waren jullie bij de nationale ploeg tactisch goed voorbereid? VAN HIMST: 'Voor Raymond Goethals telde een goeie organisatie van zijn verdediging en middenveld. Raoul Lambert en ik, soms Johan Devrindt zaten wel bij de theorie, maar in feite was dat niet nodig. 'Jullie trekken je plan', zei hij tegen ons. Later had iedereen de mond vol over het systeem met vijf verdedigers van Tomislav Ivic maar Goethals deed dat al voordien, bijvoorbeeld tegen Nederland, en dat werkte. Goethals wist precies hoe hij de aandacht van spelers moest vasthouden, hij verwoordde dat bondig en gevat.' Zo'n 0-0 in Italië, dat moet voor een spits niet plezant geweest zijn. VAN HIMST: 'Dat was twee keer 90 minuten individuele dekking op Raoul en mij. Die verdedigers waren geboren in het catenaccio, die plakten aan ons vast. Als we samen acht keer de bal geraakt hebben, ginder, zal het veel geweest zijn. 's Anderdaags stond in de gazet: 'Van Himst heeft geen bal geraakt'. ( blaast) De Duitsers waren ook van dat kaliber. Dat was onze pech, dat we Duitsland troffen. Als ik zie hoe die Rusland opgepeuzeld hebben in de finale...' Eigen schuld, Paul. Waarom liet je je met de jaren niet wat afzakken in het spel? VAN HIMST: ' George Kessler wilde me bij Anderlecht naar het middenveld overhevelen, maar ik kon dat niet. Het moeilijkste, in de spits staan, dát was mijn ding. Maar dan liefst als tweede spits, want ik miste de snelheid om een heel seizoen als diepe spits te spelen. Meestal speelde ik daar achter, eerst Jacky Stockman en later Jan Mulder of Johan Devrindt. Jan was een klasbak. In Nederland was later Marco van Basten dé spits, maar ik vond Jan minstens even goed als Van Basten, hoor. Met Jan kon je voetballen; een combinatie opzetten. Jan was meer egoïstisch voor de goal, zoals een echte diepe spits ook moet zijn. Ik was dat niet. Ik scoorde ook veel, maar als ik zag dat iemand anders beter geplaatst stond, gaf ik de bal. 'Bij de nationale ploeg begon ik met Roger Claessen, met wie ik nog bij de nationale jeugdploegen had gespeeld. Wat een klasbak, maar hij verzorgde zich niet. Daar speelde ik net achter. Dat kwam er op neer dat ik mijn goesting deed en ook zelf veel goals maakte.' De nationale ploeg draaide in die tijd niet alleen om jou? VAN HIMST: 'Nee, hoor. Piot was een wereldkeeper, met ongelofelijk veel presénce. Zijn intercepties in het spel waren goed, behalve in die halve finale tegen Duitsland, toen hij in de fout ging. Achterin waren we sterk met beren als Jean Thissen of Nico Dewalque die snel en intelligent was, met Georges Heylens op rechts, een werker, slim ook. Op het middenveld werkte Wilfried altijd hard, en die zag het ook. Lon Polleunis speelde op mijn plaats, dus die deed niet altijd mee, maar wel een fantastische voetballer, én een levensgenieter. Lon had bij Standard, Anderlecht of Club meegekund.' Waren jullie net als de Rode Duivels nu een vriendengroep? VAN HIMST: 'Toch wel. Eerst bestond de nationale ploeg uit twee blokken, Anderlecht en Standard. Dat klikte wel tussen ons. Later kwamen daar de jongens van Club Brugge bij. En bondscoach Goethals was niet moeilijk in de menselijke omgang, dus kwam iedereen graag naar de nationale ploeg.' Wie van de huidige Duivels lijkt een beetje op de Paul Van Himst uit de nationale ploeg van toen? VAN HIMST: 'Ik was een beetje een mix van Romelu Lukaku en Kevin De Bruyne. Ik scoorde vaker dan Kevin, maar Kevin heeft die fantastische laatste pass, die is fenomenaal. De trainer van Chelsea had dat goed gezien, om die passlijnen van Kevin af te snijden. Chelsea is de enige ploeg die dit seizoen City lam kon leggen. 'Kevin is super leep, hij gaat nooit diep als daar veel volk staat, maar als hij voelt dat hij ruimte krijgt, is hij levensgevaarlijk. Ik moest wel minder werken, in mijn tijd. Nu moet iedereen collectief aanvallen en verdedigen. Dat is bijna antivoetbal, zelfs van City, wanneer tien man bij balverlies terugzakt. Dat is het moeilijkste wat er is, als je de bal hebt en je staat voor zo'n muur.' Stel dat jij vandaag de dag zou voetballen, zou je dan ook in het buitenland spelen? VAN HIMST: 'Waarschijnlijk wel. Vroeger was dat niet nodig omdat de Belgische competitie van een heel hoog niveau was. Ik was content toen, ik had niets te klagen. Iedereen kiest hoe hij zijn leven invult. Ik ben content met hoe het mijne gegaan is. Ik heb van niets spijt en ik ben op niemand jaloers.'