Op 9 februari 2015, de dag waarop er een einde is gemaakt aan zijn dienstverband bij de KBVB, stuurt Steven Martens een afscheidsmail naar de zowat 170 personeelsleden van de bond. De mail verschijnt ook op de bondswebsite en is allerminst die van een geslagen hond. Elf dagen later schrijft de vertrekkende CEO een tweede mail. Dit keer gericht aan een select publiek. Het betreft een uitnodiging voor een afscheidsdrink twee weken later in Dilbeek in de tennisclub van zijn persoonlijke secretaresse. Uitgenodigd zijn degenen met wie hij vrijwel dagelijks omging bij de bond. De mail is vooral interessant vanwege wie er niet zijn uitgenodigd. Twee namen vallen op door hun afwezigheid tussen de bestemmelingen: die van François De Keersmaecker en David Delferière.
...

Op 9 februari 2015, de dag waarop er een einde is gemaakt aan zijn dienstverband bij de KBVB, stuurt Steven Martens een afscheidsmail naar de zowat 170 personeelsleden van de bond. De mail verschijnt ook op de bondswebsite en is allerminst die van een geslagen hond. Elf dagen later schrijft de vertrekkende CEO een tweede mail. Dit keer gericht aan een select publiek. Het betreft een uitnodiging voor een afscheidsdrink twee weken later in Dilbeek in de tennisclub van zijn persoonlijke secretaresse. Uitgenodigd zijn degenen met wie hij vrijwel dagelijks omging bij de bond. De mail is vooral interessant vanwege wie er niet zijn uitgenodigd. Twee namen vallen op door hun afwezigheid tussen de bestemmelingen: die van François De Keersmaecker en David Delferière. Dat De Keersmaecker ontbreekt, is nauwelijks een verrassing. Martens weet dat de bondsvoorzitter hem heeft laten vallen. Wanneer Anderlechtman Philippe Collin onder druk van de Pro League als laatste instemt met zijn ontslag, kiest De Keersmaecker voor eigen vel en gaat ook hij overstag. Al was het maar om komaf te maken met het verwijt dat hij zich vier jaar lang voor de kar van Martens heeft laten spannen. Zowat alles kreeg de CEO gedaan van de voorzitter, die hij zowel intellectueel als in dadendrang overvleugelde. Altijd volgens het gouden principe 'pickyour battles': als hij de winst niet zag, begon Martens er niet aan. Zoals die keer dat de toenmalige voorzitter van het sportcomité knoeide met het dossier van een amateurclub uit zijn provincie. Martens haalde de schouders eens op. Hij had geen zin in gedoe met de Franstalige bondsvleugel ACFF. Case closed. De Henegouwse bobo mocht blijven zitten. Daarmee is het bruggetje naar David Delferière gelegd. Zonder twijfel de machtigste man in het Franstalige voetballandschap, maar dan achter de schermen. Jarenlang op zelfstandige basis human resources manager en ondervoorzitter van de KBVB geweest. Enige bekendheid verworven als vader van scheidsrechter Sébastien Delferière, maar tien jaar geleden al opzien gebaard door tijdens de hoogtijdagen van gokchinees Zheyun Ye het dagelijks bestuur bij La Louvière waar te nemen. Inmiddels is hij met pensioen en twee jaar geleden onder druk van Martens als HR-manager aan de kant geschoven voor de naar Limburg uitgeweken West-Vlaming Jan Pauwels. Iets wat hij niet pikt, waarna hij vanuit de ACFF, waarvan hij administratief directeur is, mee de oppositie tegen Martens organiseert. Ook dat wist Martens. Na het ontslag van de CEO wordt een vijfkoppig auditcomité samengesteld (Joseph Allijns stapte er snel uit wegens zijn kandidatuur voor het bondsvoorzitterschap) om na te gaan wat er onder zijn bewind fout is gelopen. Dat moet uitmonden in aanbevelingen voor een nieuw strategisch beleid. Blikvanger in het comité is Marc Coucke. De anderen zijn Guy Craybex (namens de tweedeklassers) en twee man uit de provincies, mooi verdeeld volgens taalrol. Delferière neemt de taak van secretaris op zich. De eersten die op gesprek mogen, zijn de vier executive directors: Paul Allaerts, Tom Borgions, Bob Madou en Filip Van Doorslaer. Coucke is de enige die indruk maakt op het viertal. Helaas zijn zij ook de laatsten die hem zien. Voor het vijftiental managers dat nadien nog de revue passeert, daagt de excentrieke baas van KV Oostende niet meer op. Pas na de herverkiezing van De Keersmaecker laat hij weer van zich horen. Met veel theater neemt hij ontslag uit het uitvoerend comité, daarbij verwijzend naar het vernietigende auditrapport. Aan de Houba de Strooperlaan zijn er die het iets te veel naar populisme vinden neigen. Het auditrapport droeg amper nog de signatuur van Coucke. Des te meer die van de man die de pen vasthield, David Delferière. Wat een serieuze doorlichting moest zijn, draait uit op een persoonlijke afrekening. Auditeur beoordeelt opvolger voor wie hij tegen zijn zin opzij werd gezet: daar hoeft geen tekeningetje bij. Het auditcomité vraagt dan ook het ontslag van HR-directeur Pauwels. CEO ad interim Gérard Linard toont zich merkwaardig nonchalant in zijn omgang met de conclusies van het rapport. Binnen de kortste keren liggen ze op het tapis-plain van het bondsgebouw. Ook directeur competities Thibault De Gendt wordt afgekraakt. Toeval of niet: zijn voorganger zit óók in het auditcomité. Allaerts, voormalig scheidsrechter - net als Delferière trouwens, die zijn arbitrerende zoon Sébastien bij het ACFF heeft binnengeloodst als betaald administratief manager van het technisch departement - moet ook inbinden. Hij verliest enkele van zijn portefeuilles. Persoonlijke afrekeningen dus, met een communautair randje bovendien. Dat het directiecomité van Martens enkel uit Nederlandstaligen bestaat, ligt van meet af aan slecht bij de Franstaligen. Op veel medewerking uit die hoek hoeft de nieuwe CEO niet te rekenen. Digitalisering van de scheidsrechtersbladen? Delferière gaat op de rem staan, met de hulp van zijn vriend Eric Romain, ook een ex-scheidsrechter in de ACFF. Digitalisering betekent meer controle. Het betekent ook minder manuele arbeid in de provinciale secretariaten. Minder personeel dus en bijgevolg minder mogelijkheden tot dienstbetoon. Na twee jaar hinkt het digitale wedstrijdblad in Wallonië ver achterop bij Vlaanderen. Ook de rationalisering van het aantal regiomanagers - van oudsher één per provincie - wordt afgeblokt bezuiden de taalgrens. In Vlaanderen zijn er maar twee meer, in Wallonië nog altijd vier. Na vier jaar Martens blijft de conclusie: het Belgisch voetbal wordt met twee snelheden geleid. Maar niet alles is wat het lijkt. De degradatie van Allaerts wordt aan Vlaamse kant niet aangevochten. Vier jaar geleden was hij het langst in de running met Martens voor de post van CEO. Op een visie is hij sindsdien niet betrapt. Ook het ontslag van Frank De Bleeckere als Talent & Elite Referee Manager komt voor insiders niet als een verrassing. Een perfecte ambassadeur, dat wel, maar als goed betaalde werkkracht niet bijster dynamisch. Een beleidsnota over de toekomst van de Belgische arbitrage? Nooit gezien. Ook het gedoe rond Enzo Scifo is veel minder communautair geïnspireerd dan gedacht. Marc Wilmots wil er Scifo als bondscoach van de U21 bij, ter opvolging van Johan Walem. KBVB-bestuurslid Craybex verzet zich met het argument dat Scifo geen Nederlands spreekt. In werkelijkheid zit achter het taalargument het signaal naar Wilmots dat zijn almacht voortaan tot het verleden behoort. Wat er ook van zij, Delferière en zijn acolieten zijn inmiddels op hun wenken bediend. Sinds Martens' vertrek namen Linard (secretaris- generaal KBVB), Roger Vanden Stock (voorzitter Pro League), Pierre François (gedelegeerd bestuurder Pro League) en Philippe Godin (voorzitter nationale studiecommissie) strategische posities in. Was bij Martens kwaliteit ondanks alles nog een doorslaggevend criterium, nu is dat opnieuw het taalkundig wafelijzer. Dat laatste is het directe gevolg van de verkiezingsstrijd tussen De Keersmaecker en de door de Pro League naar voren geschoven Joseph Allijns. Een strijd om het bondsvoorzitterschap die wordt beslecht op 27 juni 2015. Tweeëntwintig stemmen zijn er te winnen: acht van het betaald voetbal en telkens zeven van het Vlaamse en het Waalse amateurvoetbal. Vooraf wordt aangenomen dat Allijns het betaald voetbal achter zich heeft, De Keersmaecker de Vlaamse amateurs. Het stemgedrag van de Waalse amateurs zou beslissend zijn. Allijns maakt zich sterk dat hij in dat kamp de nodige vier stemmen kan binnenrijven. Mede dankzij een stemafspraak waarbij de ACFF het symbolisch belangrijke voorzitterschap van de Nationale Studiecommissie is beloofd in ruil voor steun aan de Pro Leaguekandidaat. Allijns heeft bovendien Linard de job van CEO ad interim aangeboden. Aanvankelijk zou dat een tijdelijke duobaan worden, maar Linards Vlaamse collega wordt alsnog gedumpt. Volgens insiders een manoeuvre van de Pro League om stemmen binnen te rijven in het Franstalige kamp. Maar dat is dan weer buiten De Keersmaecker gerekend. De bondpreses heeft op zijn beurt een geheim pact met Linard gesloten. In ruil voor de belofte dat hij als CEO kan aanblijven tot 30 juni 2016 (waardoor hij nog kan gloriëren op het EK) verzekert Linard De Keersmaecker van de steun van de Franstalige amateurliga. De verkiezing draait uit op een gelijkspel: 11-11. De Franstaligen hebben verdeeld gestemd. Van drie Waalse amateurs, onder wie Delferière, is binnenskamers geweten dat zij voor Allijns stemden. De West-Vlaming komt één stem te kort om De Keers- maecker van zijn troon te stoten. In de tweede stemronde haalt de zittende voorzitter het alsnog met 12-10. Eén man is overgelopen. Geen Waalse amateur volgens de bondscoulissen, maar een Pro Leaguelid: Collin, de Anderlechtman wiens club De Keers- maecker negen jaar geleden in het zadel hielp. Geen onlogische move dus. Het moment van het inlossen der verkiezingsbeloftes is nu aangebroken. De verliezende Pro League gooit een eis op tafel. Zij wil een extra, tiende lid toegevoegd zien aan de raad van bestuur van de KBVB. Met een bondsvoorzitter uit het amateurvoetbal zijn de profclubs nu in ondertal. Pariteit is voor hen een breekpunt. Tweede reden is de brandende ambitie van Bart Verhaeghe.DeClub Bruggebaas wil meer op het Belgische voetbal gaan wegen, dus moet er plaats voor hem worden gemaakt. De Keersmaecker gaat door de knieën. Het inwilligen van de eis is zijn enige manier om zelf in het zadel te blijven en zijn belofte aan Linard waar te maken. Als toegift laten de profclubs Linard zitten tot het EK 2016. Afgesproken wordt dat Verhaeghe vanaf juli 2016 ook eerste ondervoorzitter wordt van de KBVB. Tot nog toe een ceremoniële functie, die door Philippe Collin werd bekleed. Nieuw is dat de eerste ondervoorzitter bij onbeslistheid samen met de bondsvoorzitter de knopen zal doorhakken. De facto betekent dit een inperking van de macht van De Keersmaecker. Voor de goede vrede met Anderlecht laat Verhaeghe Collin eerst nog een jaar zitten. Zijn desertie tijdens de voorzittersverkiezing wordt door de vingers gezien. Veelbetekenend is dat de KBVB weer helemaal in het communautaire keurslijf wordt geperst: voorzitter en eerste ondervoorzitter moeten voortaan verplicht van een andere taalrol zijn. Wel pas vanaf juli 2018, een handigheidje à la tête du client om Verhaeghes entree nu niet in de weg te staan. Ondertussen is het payback time achter de schermen. De Vlaamse voorzitter van het departement Futsal krijgt stiekem een verlenging van zijn mandaat cadeau. Vóór de afgesproken datum waarop hij zou worden geëvalueerd en ondanks andere gegadigden. Een ander Vlaams lid van het uitvoerend comité mag straks met de nationale U17 mee naar het WK in Chili. Hun stemmen waren naar De Keersmaecker gegaan. De man die zijn kandidatuur voor het voorzitterschap van de nationale studiecommissie introk (ten voordele van Philippe Godin) duikt dan weer plots op als UEFA delegate bij de U21-interland Bosnië-Herzegovina - Kazachstan. Kortom, de KBVB is weer een beetje meer het reisbureau dat hij altijd is geweest. Ook onder Steven Martens trouwens. Met name toen hij zijn hele directiecomité in schijven liet overvliegen naar het WK in Brazilië, inclusief twee persoonlijke assistentes, en er achteloos de historische woorden sprak: 'Ach, misschien hadden we het met 100.000 euro minder kunnen doen. Maar een beetje verlies heb je toch altijd?' DOOR JAN HAUSPIE - FOTO'S BELGAIMAGEDe KBVB is weer wat meer het reisbureau dat hij altijd is geweest, ook onder Steven Martens. Na vier jaar Martens blijft de conclusie: het Belgische voetbal wordt met twee snelheden geleid.