Een beetje onwennig stond Domenico Olivieri vrijdag namens KRC Genk de pers te woord voor de Limburgse derby. Opgelucht ook, wetende dat het weer bij één wedstrijd als hoofdtrainer zou blijven. 'Als de club dit van me vraagt, doe ik het, al ga ik straks weer met plezier aan de kant staan.' Wat enerveert hem dan het meest aan die functie van hoofdtrainer? 'Misschien dit soort gesprekken', gaf Olivieri eerlijk toe. 'Laat andere mensen maar belangrijk zijn.'
...

Een beetje onwennig stond Domenico Olivieri vrijdag namens KRC Genk de pers te woord voor de Limburgse derby. Opgelucht ook, wetende dat het weer bij één wedstrijd als hoofdtrainer zou blijven. 'Als de club dit van me vraagt, doe ik het, al ga ik straks weer met plezier aan de kant staan.' Wat enerveert hem dan het meest aan die functie van hoofdtrainer? 'Misschien dit soort gesprekken', gaf Olivieri eerlijk toe. 'Laat andere mensen maar belangrijk zijn.' 's Anderdaags sluit hij zijn tijdelijk hoofdtrainerschap af met een perfect parcours: 6 op 6, niet ontslagen én evenmin zelf opgestapt. De zon schijnt weer in Genk, dat na de derbyzege even op de tweede plaats stond. Nog maar eens blijkt hoe snel het in het voetbal kan keren. Toen Jess Thorup bij de Limburgers aan de slag ging, bengelde Genk op een elfde plek. Sindsdien haalden Thorup en Olivieri 17 op 21. Het voetbal kan wel nog een stuk beter. Hoe lovend iedereen ook over Thorups aanpak was, de kwaliteit van het spel was vaak zo slecht dat het Genkse bestuur zich net niet excuseerde bij de tegenstanders. Dat moet nog beter. In minder dan een week heeft KRC Genk een nieuwe trainer. Enkel en alleen omdat het té lang aarzelde en daardoor OHL de kans gaf met een tegenvoorstel te komen, wordt Marc Brys niet de nieuwe hoofdtrainer. Wanneer Dimitri de Condé vervolgens voelt dat het Deense Midtjylland Brian Priske niet wil lossen, belt hij een Nederlands nummer. Wanneer de telefoon rinkelt en hij hoort dat KRC Genk aan de lijn hangt, moet John van den Brom niet lang nadenken, want de laatste weken was het voor hem met FC Utrecht geen onverdeeld succes. De club beoogt een plaats in de top drie en dat zit er niet meteen in voor de ploeg die op dat moment achtste staat. De doelstellingen die de club uitzette, zijn met slechts het zesde budget van de Eredivisie niet haalbaar, weet Van den Brom. De lat ligt té hoog, en nog een paar keer verliezen had hem zijn baan kunnen kosten. In zo'n situatie is het simpel: als een club als Genk je belt, dan ga je. Niet alleen omdat het om een land gaat waar je graag vertoeft, of omdat je daar een pak meer gaat verdienen. Het is gewoon de ideale vlucht vooruit op het geschikte moment. Dat er bij Utrecht geen verontwaardigde reacties volgden, zoals bij Genk na het vertrek van Thorup, geeft ook aan dat ze hem daar niet echt zullen missen. Het is, kortom, een win-winsituatie voor alle betrokkenen. Niet dat Van den Brom slecht werk leverde bij Utrecht. Als je met de beschikbare middelen de bekerfinale haalt en bij het afsluiten van de competitie bij de eerste coronagolf nog uitzicht hebt op een Europees ticket, heb je het als trainer van Utrecht gewoon goed gedaan. Van den Brom is een menselijke trainer, een goeie people manager, die ook zijn assistenten veel vrijheid geeft. Op het veld staart hij garant voor aantrekkelijk en aanvallend voetbal. Op dat vlak is hij ook als trainer een echte Nederlander van de Ajaxschool. Toen hij van Dick Advocaat overnam, die met FC Utrecht plompweg countervoetbal serveerde, schakelde hij meteen over op dominant voetbal, gestoeld op balbezit. John van den Brom weet precies waar zijn kwaliteiten liggen en wat hij niet kan. Bij al zijn clubs haalde hij prima resultaten. Ook met kleine clubs als ADO en Vitesse dwong hij Europees voetbal af. In zijn beginjaren als trainer viste hij bij het nietige AGOVV uit Apeldoorn elders afgeschreven jonge talenten als Nacer Chadli en Dries Mertens uit de vergeethoek op. Jonge spelers kansen geven doet hij zonder aarzelen wanneer hij talent herkent. Net daarom verbaast het dat hij in eigen land nooit de kans heeft gekregen om een topclub te trainen, ondanks een spelersverleden bij Ajax, waar hij nadien ook drie jaar aan de slag was bij de jeugd. Misschien heeft een en ander te maken met hoe hij overkomt. Van den Brom kan heel emotioneel reageren en, wanneer zijn humeur omslaat bij tegenslag, dingen doen, zeggen of uitstralen waarbij anderen het hoofd schudden, terwijl pakweg een Dick Advocaat altijd en overal met alles wegkomt. De enige topclub die hij ooit trainde, was Anderlecht. Nog altijd denken ze daar met warme gevoelens aan hem terug, die vooral gebaseerd zijn op zijn eerste jaar, toen hij zowat de hele club meteen charmeerde en naar zijn hand zette. Het champagnevoetbal waar toenmalig manager Herman Van Holsbeeck het altijd over had, werd onder hem overvloedig geserveerd. Anderlecht bruiste toen. Een geweldige, fijne man vond men hem in Brussel, tot hij in zijn tweede seizoen een neerwaartse spiraal niet kon omkeren, een paar keer emotioneel reageerde en verbaal uitgleed. Wat Van den Brom meteen in Brussel deed, was een groepsgevoel creëren waarbij hij niet alleen de spelers, maar iedereen uit de club betrok. Iemand die van een goeie, warme sfeer en menselijk contact houdt, moet passen bij een club met een familiaal karakter als Genk. Ook op het veld durft hij. In de slotfase van de beslissende Europese kwalificatiewedstrijd voor de Champions League in augustus 2012, bij de terugmatch thuis tegen Limassol toen Anderlecht in de slotfase naast de kwalificatie voor de groepsfase dreigde te grijpen, bracht hij tot ieders verbazing de negentienjarige Massimo Bruno in, op dat moment voor velen in de eigen club een nobele onbekende. 'Wat doet hij nu?', werd er op de tribune geroepen, maar Van den Brom wist perfect wat hij deed en Bruno gaf de assist voor de beslissende goal. Niet alleen met jonge spelers kon hij goed om. De manier waarop hij op een dag een vedette als Milan Jovanovic in de kleedkamer op zijn plaats zette, waar de anderen bij waren, dat moest je toch maar durven. Dat zal nu niet nodig zijn, want vedetten heeft dit KRC Genk niet. Allemaal brave jongens zijn het, ideale schoonzonen. Straks wordt Van den Brom, als hij niet oppast, nog de grootste vedette van KRC Genk. Daar kom je als trainer niet ver mee wanneer de machine hapert, wetende dat tijdens de wedstrijd de spelers zelf de zaak moeten op gang houden. Daarom ging Jess Thorup in de eerste plaats op zoek naar spelers met de x-factor, omdat je die nu eenmaal nodig hebt om een groep mee te trekken. Hij meende er zo een te zien in Théo Bongonda. Zaterdag zag John van den Brom op Stayen vanuit de tribune hoe Bongonda, die al een aantal weken prestaties in stijgende lijn aflevert, dé man van de wedstrijd was en hoe zijn nieuwe ploeg zonder goed te voetballen al vertrouwen uitstraalt. De voetbalkenner in Van den Brom weet wat hem bij Genk te doen staat.