Oktober 2016. Ruim 12.000 lopers staan aan de start van de dertiende editie van de Belfius Brussels Marathon en Half Marathon. De lopers die een rolstoelgebruiker duwen, mogen tien minuten voor het peloton aan hun race beginnen en worden bij het verlaten van de laatste tunnels op de Louizalaan voorbijgesneld door een horde Kenianen. Stéphane Stassin, trainer van de U16 van Anderlecht, is die dag ook van de partij en krijgt net geen hartaanval wanneer hij door een schriel ventje wordt aangeklampt. 'Ik zag een paar Kenianen passeren en plots voelde ik iemand op mijn schouder kloppen', aldus Stassin. 'Ik hoorde hem roepen: 'Hey coach!' Het was Remco Evenepoel en hij liep op de zevende of achtste plaats. De dag ervoor hadden we een belangrijke match gewonnen en woensdag moesten we opnieuw spelen. Ik had de jongens expliciet gevraagd om hun zondag te gebruiken om te rusten. Remco had daar niets te zoeken en ik vroeg dus waar hij mee bezig was. 'Gewoon, een wedstrijdje lopen, coach.' Hij lachte en liep verder. Hij was toen zestien jaar en hij is in de top twintig geëindigd. Dat hij een volledige match in de benen had, stoorde hem blijkbaar niet.'
...

Oktober 2016. Ruim 12.000 lopers staan aan de start van de dertiende editie van de Belfius Brussels Marathon en Half Marathon. De lopers die een rolstoelgebruiker duwen, mogen tien minuten voor het peloton aan hun race beginnen en worden bij het verlaten van de laatste tunnels op de Louizalaan voorbijgesneld door een horde Kenianen. Stéphane Stassin, trainer van de U16 van Anderlecht, is die dag ook van de partij en krijgt net geen hartaanval wanneer hij door een schriel ventje wordt aangeklampt. 'Ik zag een paar Kenianen passeren en plots voelde ik iemand op mijn schouder kloppen', aldus Stassin. 'Ik hoorde hem roepen: 'Hey coach!' Het was Remco Evenepoel en hij liep op de zevende of achtste plaats. De dag ervoor hadden we een belangrijke match gewonnen en woensdag moesten we opnieuw spelen. Ik had de jongens expliciet gevraagd om hun zondag te gebruiken om te rusten. Remco had daar niets te zoeken en ik vroeg dus waar hij mee bezig was. 'Gewoon, een wedstrijdje lopen, coach.' Hij lachte en liep verder. Hij was toen zestien jaar en hij is in de top twintig geëindigd. Dat hij een volledige match in de benen had, stoorde hem blijkbaar niet.' Remco Evenepoel klokt af op een dertiende plaats in een verbijsterende 1 uur 16 minuten en 15 seconden. Op nog geen 8 minuten van de winnaar. Bij Anderlecht zijn ze er zich dan al lang van bewust dat ze met Evenepoel een loopwonder in huis hebben. Zijn uitlooptrainingen op zondag zijn fietstochten van minstens honderd kilometer. Gekkenwerk, weten ze bij Anderlecht. Trainers vragen hem om het rustiger aan te doen, maar hij heeft er nooit genoeg van. Hij kan gemakkelijk drie matchen in een week aan. Terwijl iedereen op het veld doodvalt tijdens de laatste twintig minuten, scheurt hij het hele veld af. 'Ik ben zelf geen slechte loper, maar ik kon hem niet volgen', vertelt ex-ploegmaat Lars Coveliers. 'Wanneer ik à bloc liep, was hij nog in staat te versnellen. In een mum van tijd kon hij een voorsprong van vijf minuten nemen.' Evenepoel verpulvert zowat elk looprecord op het veld en op de loopband. 'Zijn tests waren veruit beter dan de spelers van de belofteploeg en hij kwam aardig in de buurt van jongens uit de A-kern', aldus Quentin Parent, destijds fysiekcoach op Neerpede. 'Als hij hoorde dat zijn record in gevaar was, wilde hij weten wie de speler was - meestal was dat Hannes Delcroix - en hij deed er alles aan om zijn tijd nog scherper te stellen. Op het vlak van trainingsarbeid was Remco een van de meest indrukwekkende voetballers die ik in mijn carrière ben tegengekomen. Ik had geen flauw idee of hij goed kon zwemmen, maar ik zag een goede triatleet in hem. En ik zat er niet ver naast.' Op zijn vijftiende wordt hij voor het eerst opgeroepen voor de nationale ploeg. Bij Anderlecht speelt hij op positie 6 of 8, in de Belgische driekleur staat hij linksachter. 'Hij was een onverbiddelijke verdediger. Zijn tegenstrevers moesten hem vijf keer voorbijgaan om van hem af te zijn', lacht Joric Vandendriessche, Remco's trainer bij de Belgische U15. 'Wij maten toen de afgelegde afstand niet, maar ik schat dat hij toen al gemakkelijk aan 11 of zelfs 12 kilometer per match zat. Hij kon om de zoveel minuten zijn lijn afgaan.'Geboren leiderOp Neerpede maken ze zich zorgen over zijn gebrek aan snelheid en wendbaarheid. Op zijn explosiviteits- en snelheidstesten scoort hij onder het gemiddelde. 'Hij heeft zijn snelheid een paar procentjes kunnen verbeteren, maar het was niet genoeg', aldus Parent. 'Snelheid is het aspect dat het moeilijkst bij te schaven is, want het is vooral genetisch bepaald. Dat heeft hem volgens mij geblokkeerd op Anderlecht.' Puur voetballend komt de tiener iets tekort om echt als een toptalent te worden beschouwd. Evenepoel moet het vooral hebben van zijn inzet, grinta, coaching en loopvermogen. Hij valt op door zijn werkethiek en is een voorbeeld voor zijn ploegmaats. Bij de U16 is hij de motor van de ploeg. 'Ik kende hem niet, maar na een week was het voor mij een evidentie dat hij de aanvoerdersband moest krijgen', aldus Stassin. 'Bij de jeugd geef je de band aan de beste speler of aan iemand met een beetje persoonlijkheid. Meestal dragen ze de band en doen ze er verder niets mee, maar Remco was een echte kapitein en mijn rechterhand. Een geboren leider. Ik moest hem niets zeggen, vaak kwam hij mij opzoeken. 'Coach, het zou fijn zijn mochten we dit doen met de groep.' Het was geen gemakkelijke groep om te managen en soms vertrok ik met slaande deuren uit de kleedkamer. Achteraf hoorde ik dat Remco de groep had toegesproken. Hij voelde het aan als er iets niet klopte. Ik vond dat uitzonderlijk voor iemand van vijftien, zestien jaar.' De lichting van 1999, met jongens als Amuzu, Delcroix, Saelemaekers en Bornauw is een grand cru. De generatie van het geboortejaar 2000, waar Evenepoel deel van uitmaakt, loopt niet meteen over van het talent, klinkt het op Neerpede. Bovendien zwaaien de kwajongens de plak. Ze trekken zich weinig aan van school, zetten de kleedkamer geregeld op stelten en nemen een loopje met de discipline. En toch wordt er naar Evenpoel geluisterd. Hij gaat tegen de stroom in en stoort zich aan de mentaliteit van sommige jongens. 'Het was een harde kleedkamer', erkent Lars Coveliers. 'Maar Remco was eerlijk en zei altijd zijn gedacht. Sommige jongens konden daar niet altijd goed mee omgaan. Hij was wel altijd positief. Hij had nooit de intentie om iemand af te breken.' Van die zogenaamde matige generatie van Anderlecht worden er vijf, zes en soms zeven spelers opgeroepen voor de nationale ploeg. Onder wie Evenepoel. Net als bij Anderlecht is Evenpoel incontournable bij de U16 van België en krijgt hij de aanvoerdersband. Bondscoach Bob Browaeys is vooral gecharmeerd door Remco's professionele attitude. 'Een van de waarden die we bij de nationale jeugdploegen trachten te ontwikkelen is de be a pro-ingesteldheid. Remco had het al - hij had het thuis met de paplepel meegekregen. Maar toch vond ik het straf dat iemand van zijn leeftijd al zo ver was. De meeste vijftien- en zestienjarigen zijn volop aan het puberen en moeten die houding nog aanleren. Zelfregulatie en zelfontwikkeling waren ook al aanwezig bij Remco. Dat is een kwaliteit die je vaak terugziet bij individuele sporters. Ik zag dat als een teken dat hij nadacht over zijn carrière.' Rummikub en YahtzeeEvenepoel hoort net als Vincent Kompany, Anthony Vanden Borre en Youri Tielemans thuis in het rijtje spelers die hun eerste aansluitingskaart bij Anderlecht tekenden. In tegenstelling tot zijn illustere voorgangers blijft Evenepoel zijn club niet heel de tijd trouw. Een akkefietje met zijn trainer bij de U11 duwt hem in de armen van PSV. 'Remco had het niet meer naar zijn zin bij Anderlecht', bevestigt Rini de Groot, hoofd jeugdscouting van PSV. 'Ik ben zijn vader een paar keer tegengekomen op toernooien en van het één kwam het ander.' Bij PSV zijn ze niet alleen onder de indruk van Remco's enorme motor, maar ook van zijn voetballende kwaliteiten. 'Hij had een goede linkervoet en las goed het spel. Hij hoorde steeds bij de uitblinkers bij Anderlecht. Op zijn twaalfde was hij gegarandeerd een groot talent. Maar op een gegeven moment kreeg hij het lastiger bij ons. Zijn lichaam wilde zich maar niet verder ontwikkelen. Bij PSV houden we vast aan onze filosofie: geduld hebben, maar ik kan niet ontkennen dat Remco is beginnen te zakken in de pikorde. Hij had na drie seizoenen niet meer hetzelfde statuut als bij zijn aankomst.' In zijn eerste jaar bij PSV blijft hij thuis in Schepdaal wonen. Iets na vijf uur 's morgens wordt hij opgehaald in Ternat en hij komt zelden voor 20.30 uur thuis als er die dag een training is bij PSV. Om de dagelijkse autorit van 360 kilometer te vermijden verblijft hij in zijn tweede seizoen bij het gastgezin Smetsers in Best. 'Zijn aanpassing verliep heel soepel', vertelt Debby Smetsers. 'Wij moesten er alleen voor zorgen dat hij voldoende rustte, zijn huiswerk maakte en op tijd ging slapen. Om halfnegen moest hij zijn bed in. Het viel mij op dat hij fel bezig was met voetbal. Hij lette op zijn voeding - niet snoepen en veel fruit eten - en hij deed extra oefeningen thuis.' Van wielrennen was er op dat moment geen sprake. Smetsers: 'Hij fietste van huis naar het station, een ritje van niet eens vijf minuten, en dan nam hij de trein naar Eindhoven waar een PSV-busje op hem wachtte om hem naar school en naar de training te brengen. Hij was gewoonlijk rond 17 uur thuis. Voor hij zijn kamer opzocht, speelden we nog een spelletje Rummikub of Yahtzee. Boos dat hij kon worden wanneer hij verloren had! Hij verliet net niet de tafel. Hij en mijn man Bart daagden elkaar ook uit in het tafeltennis en dan ging het hard tegen hard.' Aan De Herdgang, waar zijn inzet en doorzettingsvermogen gewaardeerd worden, krijgt hij opnieuw de aanvoerdersband en wordt hij elk seizoen zonder problemen naar het volgende team gepromoveerd. Maar achteraf bekeken was PSV niet de beste keuze, moest Remco onlangs toegeven. Door de ziekte van zijn mama, die een kapperszaak uitbaat, wil hij naar België terugkeren en op vraag van de familie reserveert Anderlecht een plaats bij de U16. Hij wordt er met open armen ontvangen. 'We zijn met heel veel plezier op de vraag van de familie ingegaan', herinnert directeur opleidingen Jean Kindermans zich. 'Hij had zeker zijn plaats bij Anderlecht - tot zijn 17 jaar was hij zelfs zeker van zijn plaats. De problemen zijn er pas gekomen toen hij geen titularis meer was. Er was veel concurrentie en wij wilden dat de U17 absoluut de titel wonnen. De trainer moest een keuze maken en die draaide niet altijd uit in het voordeel van Remco.'Burn-outEvenepoel verlaat halfweg het seizoen 2016/17 Anderlecht en vindt een toevluchtsoord bij KV Mechelen. Door een administratief euvel mag hij evenwel geen officiële wedstrijden spelen. Evenepoel is nog maar een schim van de jongen die met zijn enorme drive een hele ploeg op sleeptouw kan nemen. Ergens in april houdt hij het voor bekeken. 'Remco vertelde mij dat hij het plezier in het voetbal was verloren door zaken die bij Anderlecht waren gebeurd', aldus Lars Coveliers, die eerder de overstap van Anderlecht naar KV Mechelen had gemaakt. 'Hij wilde dus iets anders doen. Het zou sowieso een duursport worden en hij dacht eerst langeafstandsloper te worden. Maar uiteindelijk koos hij voor het wielrennen.' Steve Van Tongelen, trainer van de elitegroep van KV Mechelen, merkt weinig van de voetbalburn-out van Evenepoel. 'Ik lees nu dat hij gedemotiveerd was, maar op training liep hij er niet bepaald misnoegd bij. Hij was zelfs een toonbeeld van verbetenheid en op de linksback was hij een geweldige versterking voor ons. We wilden met hem verder. Hij had zeker een stek gekregen in de beloftekern. Maar hij heeft het seizoen niet afgemaakt. Hij kwam niet meer opdagen en ik dacht dat hij geblesseerd was. Tot iemand mij vertelde dat hij in het wielrennen was gestapt. Ik zal niet zeggen dat hij het grootste talent was dat ik bij KV heb zien passeren, maar je moet ook de context zien. Ik denk dat hij op mentaal vlak, door de gebeurtenissen bij Anderlecht, niet alles heeft kunnen tonen. Hij heeft zich nooit over die teleurstelling bij Anderlecht kunnen zetten. Dan stop je er beter mee.'