Vanaf de Piazzale Michelangelo, omhoogklimmend vanaf de rivier de Arno naar het zuiden toe, is het uitzicht over Firenze geweldig: in de late namiddag schijnt een zacht wazig licht over de immense Duomo, de Campanile en de Basilica di Santa Croce.
...

Vanaf de Piazzale Michelangelo, omhoogklimmend vanaf de rivier de Arno naar het zuiden toe, is het uitzicht over Firenze geweldig: in de late namiddag schijnt een zacht wazig licht over de immense Duomo, de Campanile en de Basilica di Santa Croce. In de moderne geschiedenis was Firenze heel kort de politieke hoofdstad van het eengemaakte Italië (tot het parlement in 1870 naar Rome verhuisde), maar het is vooral dé cultuurstad bij uitstek in Italië, samen met Rome. Florentijnen zijn trots op het culturele erfgoed van hun stad, waaraan bezoekers uit heel de wereld zich al eeuwenlang vergapen. Maar als het om voetbal gaat, is Firenze géén attractiepool. Voetbalhoofdstad is het nooit echt geweest, maar in het Stadio Artemio Franchi regeert passie voor slechts één club. In tegenstelling tot Milaan, Rome, Turijn en Genua is de stad nooit opgedeeld geweest in twee voetbalkampen, maar supporterde iedereen altijd voor Fiorentina, dé trots van heel Toscane, ook wanneer andere kleine Toscaanse steden als Empoli (nu) of Pisa, Livorno en Siena (voorheen) in de Serie A uitkwamen. Hoe hoog die passie kan oplaaien, werd bijvoorbeeld duidelijk toen Juventus hier in de aanloop naar het WK in 1990 de absolute vedette kwam wegkopen. Toen de transfer van Roberto Baggio werd bekendgemaakt, braken er rellen uit in de stad. In Italië rekent men traditioneel Fiorentina nog tot de zeven topclubs uit de Serie A, al speelde de ploeg de laatste decennia amper mee voor de hoofdprijzen. Tot nu. Precies 6068 dagen was het geleden dat Fiorentina nog eens alleen aan de leiding had gestaan in de Serie A. Dat gebeurde de vorige keer in februari 2000 toen BatigolGabriel Batistuta en O AnimalEdmundo de aanval bevolkten, de fijnbesnaarde Portugese spelmaker Rui Costa op de 10 stond en Giovanni Trapattoni trainer was. Het was ook de laatste keer dat Fiorentina droomde van een nieuwe landstitel, de scudetto, waar de tweevoudige kampioen nu al 46 jaar op wacht. Toen Batigol geblesseerd uitviel, was het uit met dromen en werd de rauwe realiteit zichtbaar. Namelijk dat de toenmalige eigenaar, de flamboyante Vittorio Cecchi Gori - die de club had geërfd toen zijn vader, filmproducent Mario Cecchi Gori, in 1993 overleed - in zijn drang naar succes en het verhogen van zijn sociale prestige jarenlang meer uitgaf dan hij binnenkreeg. Het gevolg was, boven op de sportieve degradatie in 2002, een vernederend faillissement voor Fiorentina én een frauduleus bankroet voor het familiebedrijf. Daardoor werd de club teruggezet naar vierde klasse, waar ze onder een andere naam, Florentia Viola, recht krabbelde en aan de moeizame weg terug naar boven begon. Dat jaar werd de club overgenomen door de broers Andrea en Diego Della Valle, die met het kledingmerk Tod's vorig jaar nog een winst maakten van 97 miljoen euro. Na de terugkeer in de hoogste klasse in 2004 flirtte de club onder de sportieve leiding van voormalig Italiaans bondscoach Cesare Prandelli en zijn opvolger Vincenzo Montella nog een paar keer met de top. Liefst zes keer eindigde Fiorentina sinds de terugkeer naar de Serie A op de vierde plaats, waaronder de afgelopen drie seizoenen, maar de kostprijs van dat sportieve succes was te hoog (zie kader) en het mes ging in de kosten. Het volk morde en het optimisme werd niet groter toen de naam van de nieuwe trainer bekendgemaakt werd. 'Sousa, gobbo di m...' stond te lezen op een muur in de stad, de dag na de benoeming van de Portugees Paulo Sousa (45) tot nieuwe trainer. Letterlijk betekent gobbo 'bochel', maar het was niet om zijn fysiek voorkomen dat de nieuwe trainer uitgemaakt werd, wel vanwege zijn voetbalverleden. Gobbo is namelijk ook een scheldnaam voor Juventino, en de auteur van de graffiti verwees ermee naar de twee jaar die Sousa als speler voor de Oude Dame uitkwam. Sinds Juventus in 1990 bij Fiorentina topspeler Roberto Baggio wegkocht, wordt in de kunststad geen club méér gehaat. Ongaarne zagen de fans dus Sousa komen en men verweet het bestuur, dat al had aangekondigd te zullen besparen, een gebrek aan ambitie omdat het een trainer haalde bij het Zwitserse FC Basel, naar Italiaanse normen niet meteen een topclub. Het wantrouwen deed Sousa niet trillen op zijn benen. Hij toonde zelfs begrip bij zijn eerste persconferentie. 'Ik snap dat men zich mij nu vooral herinnert als voormalige Juventusspeler, maar ik hoop dat al die supporters me zich straks zullen herinneren om het werk dat ik hier verricht zal hebben en de resultaten die ik behaald zal hebben.' Een bescheiden welkomstspeech, die perfect past bij het low profile dat Sousa zich aanmat en waarvoor hij onlangs nog van zijn minder bescheiden landgenoot José Mourinho een compliment kreeg: 'Paulo is een grote, hij heeft veel en hard gewerkt om te geraken waar hij nu zit. Sommige trainers beginnen meteen zonder ervaring in een topclub, hij is nederig begonnen. Hij heeft gereisd en gewerkt in Hongarije, Israël, de Engelse tweede klasse, in Zwitserland. Dat alles heeft hem nu tot in Italië gebracht. Hij studeert, informeert zich. Je ziet al zijn hand in dit Fiorentina.' Ook inspireerde Sousa zich op het werk van zijn voorganger Vincenzo Montella, die na een meningsverschil met de directie onverwacht na drie jaar de deur achter zich dichttrok. Sousa: 'Hij heeft een voetbalsysteem uitgewerkt waarin ik me kan herkennen, met veel karakter. Een risicovolle stijl ook, maar soms moet je durven om je doel te bereiken. Je eigen spel opleggen, liever dan het spel te ondergaan.' Uiteindelijk was de vorige jaren de amusementswaarde van het voetbal dat Fiorentina bracht hoog, maar zorgde het gebrek aan efficiëntie ervoor dat de band tussen Montella en de supporters in de laatste maanden stroever werd. Goed voetballen is mooi, winnen is nog beter. Daarom bracht Sousa meer evenwicht in het team. Zo koos hij op het middenveld niet langer voor drie passeurs, die constant voor de aanvoer naar voren zorgden, maar voor spelers die een bal kunnen recupereren, zoals Milan Badelj, Matías Vecino en Mario Suárez.Daardoor voetballen de centrale verdedigers dit seizoen als in een zetel. Al in de oefenmatchen voor het seizoen kregen de fans een goed gevoel door prestigieuze overwinningen tegen Barcelona en Chelsea. Een eerste signaal dat er iets moois op til was, voldoende om het argwaan tegenover de nieuwe trainer voor een stuk weg te nemen en hem krediet te geven. Al na enkele weken maakten Sousa's stijl, charisma en evenwichtige verklaringen dat de grootste pessimisten de mond gesnoerd werd. Terwijl Montella weleens giftige opmerkingen richting directie maakte, wachtte Sousa op de nieuwe spelers die hem ter beschikking werden gesteld en vroeg hij zich af hoe hij elk van hen op zijn best kon gebruiken. Dat lukt tot nog toe vrij aardig. Fiorentina mag dan al weinig geld uitgegeven hebben tijdens de zomermercato (het investeerde 17 miljoen en verkocht voor 16 miljoen), een recent onderzoek in La Gazzetta dello Sport wees uit dat, na een vergelijking tussen de investering en het rendement van de nieuwe spelers, de best renderende nieuwkomers in de Serie A de Poolse flankspeler Kuba Blaszczykowski (geleend van Dortmund) en de Kroatische centrumspits Nikola Kalinic (gekocht bij Dnjepr Dnjepropretovsk) zijn. Twee nieuwkomers bij Fiorentina. Samen kostten ze nog geen 8 miljoen euro. Peanuts in vergelijking met de 20 miljoen plus 4 miljoen jaarsalaris die twee jaar geleden voor Mario Gomez (afgelopen zomer uitgeleend aan Besiktas) uitgetrokken werden. Aanvankelijk werd in Firenze nog gemord, toen Gomez vertrok, de Egyptische revelatie van het voorjaar Mohamed Salah voor AS Roma koos en ex-Genkspeler Sergej Milinkovic-Savic maar niet kon kiezen tussen de club uit Firenze en Lazio (waar hij nu zit), waarop Fiorentina boos de gesprekken verbrak, omdat het geen zin had in een speler die niet gemotiveerd leek om voor de club uit de kunststad te voetballen. Uiteindelijk overtuigde Sousa, die de eigenaars van Fiorentina al charmeerde van toen hij het Hongaarse Videoton trainde, Andrea en Diego Della Valle toen hij het had over zijn ideale voetbalteam: 'Een combinatie van de stijl van Barcelona en de kracht van Bayern.' Voor zijn systeem heeft Sousa polyvalente teamspelers nodig, geen sterren. De kracht van dit Fiorentina is dat heel het team mee verdedigt, te beginnen bij midvoor Kalinic, die het signaal geeft om te gaan pressen op de helft van de tegenstander. Bij balverlies schakelt Sousa zijn 4-3-3 om naar een 5-4-1. Het horizontale tikitaka van zijn voorganger heeft plaats gemaakt voor meer direct spel, voor een deel gebaseerd op de tegenaanval. Een strategie die efficiënter werkt als je de bal vijf meter hoger recupereert en de verdediging op de middenlijn staat. Vóór de topper bij Napoli afgelopen weekend had Fiorentina nog maar vier tegengoals geïncasseerd, het minste van alle Italiaanse eersteklassers. Bovendien scoort het team ook vlotter dan vorig jaar. Met dank aan Kalinic, maar vooral aan Borja Valero.Vorig jaar dé man die het team van Montella deed draaien, maar die er op het einde helemaal door zat. Waarop Sousa besloot hem van een groot deel van zijn defensieve taken te ontlasten, waardoor de middenvelder scherp genoeg kon blijven in de laatste twintig meter voor doel. Vandaag is hij opnieuw de metronoom van het team, met 92 procent geslaagde passes. Voorin noemde de Kroatische bondscoach en voormalige topspeler Davor Suker Kalinic 'misschien een verrassing voor allen, maar niet voor mij. Nikola heeft in alle leeftijdscategorieën altijd het verschil gemaakt. Hij is een typische Kroatische voetballer, die techniek en fysieke kracht in zich verenigt. Fiorentina heeft een goudklompje gevonden dat goed verborgen zat.' En dan zijn de jonge aanvallers Khouma Babacar en Federico Bernadeshi nog niet eens (of amper) in actie gekomen en is het wachten op de terugkeer van aanvaller én international Giuseppe Rossi,al bijna twee jaar in de lappenmand. Marcello Lippi, die met de Squadra wereldkampioen werd in 2006, herinnert zich nog Sousa van toen hij Juventus trainde: 'We hadden het er vaak over hoe belangrijk het is om de tegenstander hoog vast te zetten. Paulo ging daar helemaal in mee, ik zie dat hij die visie overzet op zijn team.' Giovanni Trapattoni, zestien jaar geleden voor het laatst aan de leiding met de viola, heeft nog een goeie raad voor de huidige trainer: 'Af en toe moet hij zijn oren dichtstoppen. Firenze is erg mooi, maar ook erg veeleisend.' Toen Fiorentina onverwacht goed uit de startblokken schoot en met zes zeges en één nederlaag na zeven speeldagen op kop stond, liet de Italiaanse premier Matteo Renzi,notoir Fiorentinasupporter en voormalig burgemeester van Firenze, optekenen: 'Ik heb er even aan gedacht om een speciaal decreet uit te vaardigen waarbij de competitie nu stopt, maar ik vrees dat het in strijd zou zijn met de grondwet.' Met de haperende start van regerend kampioen Juventus ligt de weg naar de titel helemaal open voor outsiders. Voor de club uit Firenze, met zijn 380.000 inwoners slechts de op zeven na grootste stad van Italië, na Rome (2,8 miljoen), Milaan (1,3 miljoen), Napels (978.000), Turijn (900.000), Palermo (678.000), Genua (590.000) en Bologna (386.000), zou dat een onwaarschijnlijk sprookje zijn. Als Paulo Sousa dat voor elkaar krijgt, dan krijgt hij een standbeeld naast Michelangelo'sDavid en beleeft Firenze een nieuwe renaissance. DOOR VALENTIN PALUZZI EN GEERT FOUTRÉ - FOTO'S BELGAIMAGE'Mijn ideale team? Een combinatie van de stijl van Barcelona en de kracht van Bayern.' - PAULO SOUSA De kracht van dit Fiorentina is dat heel het team mee verdedigt.