Wat staat er in het paspoort van Thomas Dekker ?

Thomas Dekker werd op 6 september 1984 geboren in Amsterdam. Met zijn ouders woonde hij in het Noord-Hollandse Dirkshorn. Hij is 1,88 m groot en weegt 69 kilogram. Zijn polsslag in rust is 38. Zijn profdebuut maakte hij in 2005, maar hij koerst al sinds 2002 voor Rabobank. Hij verbleef enige tijd in Lido di Camaiore in Toscane, waar Monte Serra zijn vaste trainingsberg was, maar hij is op aangeven van Tom Boonen naar Monaco verhuisd. Zijn manager is Jacques Hanegraaf.
...

Thomas Dekker werd op 6 september 1984 geboren in Amsterdam. Met zijn ouders woonde hij in het Noord-Hollandse Dirkshorn. Hij is 1,88 m groot en weegt 69 kilogram. Zijn polsslag in rust is 38. Zijn profdebuut maakte hij in 2005, maar hij koerst al sinds 2002 voor Rabobank. Hij verbleef enige tijd in Lido di Camaiore in Toscane, waar Monte Serra zijn vaste trainingsberg was, maar hij is op aangeven van Tom Boonen naar Monaco verhuisd. Zijn manager is Jacques Hanegraaf. Thomas is geen familie van Erik. Wel won de veertien jaar jongere Dekker in Zaltbommel in augustus 2005 van zijn inmiddels ploegleider geworden naamgenoot in het Nederlandse kampioenschap tijdrijden. Na 44 kilometer bedroeg het verschil tussen Thomas en de toen 34-jarige Erik drie seconden. Nico Verhoeven, oud-wielrenner en trainer van de Rabobank opleidingsploeg, typeerde Thomas Dekker op negentienjarige leeftijd in NRC Handelsblad als "allround, met als speerpunt zijn tijdrit. Die is super. Hij heeft het goede postuur om ook bergop uit te blinken." De Nederlandse bondstrainer Egon van Kessel ziet in hem dan ook een potentiële wereldkampioen tijdrijden. Tourdirecteur Jean-Marie Leblanc noemde hem in 2005 na een overwinning in een bergrit van het Critérium International vóór Bobby Julich, Jörg Jaksche en Ivan Basso al de toekomst van het internationale wielrennen. En "gelukkig komt hij uit Noord-Holland," zei Peter Post ooit over hem in Sport International, "want was hij in België geboren, dan noemden ze hem nu de nieuwe Eddy Merckx." Een grote toekomst als ronderenner is hem voorspeld, maar vorig jaar moest Thomas Dekker de Tour de France aan zich voorbij laten gaan. Voor het eerst ging de carrière van de jonge Nederlander daardoor niet meer in stijgende lijn. Hij liep een virusinfectie op : 's ochtends bleek Dekker net zo moe op te staan als hij 's avonds in bed was gekropen. Daarna volgde overigens nog twee maanden gipsverband doordat een hond hem in de Ronde van Polen in de wielen liep en hij een middenhandsbeentje brak. Peter Post heeft er wat rondes betreft een goed oog in, zegt hij in Sport International. Maar dan moet Dekker wel eerst nog een aantal zaken bijsturen. "Voor mij is het van een afstandje misschien wat moeilijker te beoordelen, maar hij zou wat meer voorin moeten rijden. Dat doet-ie nog niet graag, dat zie je. Hij houdt niet van dat gedrang. Maar het hoort erbij. Zeker in de Tour, als je met tweehonderd renners tegelijk een straat indraait. De Tour is zó speciaal. Er zijn renners die zich na tien dagen al finaal kapot hebben gereden, puur vanwege de stress. Een goede Tourrenner kan goed op de kant rijden, springt zuinig om met zijn krachten. Geef hem één, twee jaar om de Tour te verkennen, om de kneepjes van het vak te leren. Daarna kan-ie meespelen." Zelf blijft Thomas Dekker overwinningen in grote rondes ambiëren, maar de Belgische Rabobankploegarts Geert Leinders drukte in het in juni 2006 verschenen boek In Koers wat hem betreft alle hoop evenwel de kop in : Thomas Dekker zal nooit de Tour de France winnen. Volgens Leinders kan Dekker uitputbare, niet trainbare systemen één dag onwaarschijnlijk aanspreken. Daarom moet hij sterk kunnen presteren in de klassiekers. Maar zijn lichaam is volgens de dokter minder geschikt om het goed te doen in lange etappekoersen. Je voelt dat aan als kenner en als dokter kun je het meten, concludeert hij. Een uitspraak die het ongebreidelde zelfvertrouwen van Thomas Dekker typeert staat in Elsevier van 9 april 2005 : "Wielerfilosofen beweren dat je als neoprof eerst knecht moet zijn om later een goeie coureur te worden. Onzin. Als knecht stomp je juist af. Dan spring je niet meer mee op het einde, dan ben je niet gewend een finale te rijden. Ik wil best een paar jaar leren, om me heen kijken, sterker worden. Maar ik zoek meteen het allerhoogste." Toen hij als twintigjarige in de Ronde van Italië debuteerde, deed Dekker daar voor zijn doen opvallend bescheiden over. Hij zei niet aan het klassement te denken en te gaan om te leren, meer inhoud te krijgen, ervaring op te doen. Maar op de vraag of Dekker daarmee zei wat hij dacht of vertelde wat iedereen van hem wil horen, antwoordde ploegleider Erik Breukink aan de Volkskrant : "Als wij tegen hem zeggen dat hij nog jong is en daarom geduld moet hebben, zit hij je aan te kijken met een blik die zegt : ik heb geen geduld en het kan me niets schelen dat ik jong ben." Zelf zei Thomas Dekker over zijn zelfingenomen imago aan de pers : "Moet iemand die ooit een ploeg wil dragen over zijn ambities zwijgen dan ?" En in Sport International zegt hij : "Ik ben behoorlijk overtuigd van mezelf, ja. Gelukkig wel. Dat is in Nederland ook vaak een probleem. Je moet gewoon in jezelf geloven en kijken wat je kan. Dan roepen ze in de pers al snel dat je arrogant overkomt. Maar kan ik er iets aan doen dat ik zo ben ?" Dat hij zich in Italië laat begeleiden door de niet onbesproken dokter en wielertrainer Luigi Checcini, die ook met Jan Ullrich en Ivan Basso werkte. Checcini wordt in één adem genoemd met Eufemiano Fuentes, de spilfiguur in het Spaanse dopingschandaal. Er werd zelfs gefluisterd dat de beslissing om Dekker vorig jaar niet in de Tour te laten starten de ploegleiding was ingegeven doordat Dekkers naam ook op de klantenlijst van dopingdokter Fuentes voor zou komen. Luigi Checcini liet Dekker in 2005 de 918 meter hoge Monte Serra op fietsen om zijn kwaliteiten in te schatten. Die bleken volgens il preperatore de kwaliteiten van een potentiële Tourwinnaar. Sindsdien verhuisde de Nederlander naar Toscane, waar hij ook graag privé de benen onder tafel mocht schuiven voor een maaltijd met de familie Checcini in Lucca. Door bovenstaande connectie, zijn neiging tot grootsprakerigheid, de geruchten dat hij zich onvoldoende verzorgde én zijn talent wordt rond Thomas Dekker ook wel eens de vraag opgeworpen of hij een tweede Frank Vandenbroucke zou kunnen worden. De vrouwen zijn Thomas Dekker niet ongenegen en ook vice versa houdt die stelling stand. "Maar ze weten niet alles", vertelt hij Hugo Camps in Elsevier (09/04/05). "Bij valpartijen heb ik tot twee keer toe zeven tanden gebroken. Wat je in mijn bek ziet, is nep. Nou ja, een zoentje kan er nog altijd af." En verder : "Ik ben voor gezelligheid, voor wodka en pils, voor patat en een biefstukje na de koers. Ik moet altijd lachen om de clichés die de ronde doen over wielrenners die elke ochtend vrachten spaghetti en müsli naar binnen zouden werken. Nou, ik kom wel aan mijn spiegeleitje, hoor. Ook op een ochtend voor de koers. We zijn tenslotte jong. Natuurlijk gooi je je een avond voor de koers niet vol met vettige troep. Maar je mag ook niet overdrijven. De hele dag denken aan 'dit en dat mag ik niet eten' kost ook energie. Alles wat niet mag, vreet aan je. Ook de wielrenner is een mens."Thomas Dekker heeft een eigen website (www.tdmagazine.nl). De site wil, zoals het webadres laat vermoeden, meer zijn dan zomaar een site. Er valt namelijk ook een nieuwsoverzicht uit de kranten én een van de eigen redactie te lezen. Ook heeft Danny Nelissen er een column en kunnen lezers direct reageren op elk nieuwsitem dat op de site is geplaatst. Voorts houdt de renner zijn fans die de site bezoeken per sms op de hoogte van wedstrijden, trainingen en andere gebeurtenissen. Het eerste berichtje dat hij stuurde, luidde : "Omdat ik nu niet aan het fietsen ben, geniet ik wat van het leven ! Vandaag bezoek ik een botenshow in Genua, samen met Checcini en Petacchi ! Altijd leuk ... Ciao Thomas."door Raoul De Groote