"Ook al voelde ik me een beetje alleen toen Georges vertrok, ik ben om verschillende redenen gebleven", zegt Stéphane Pauwels. "Ik had, vond ik, Rijsel niet verlaten en me in het Algerijnse avontuur gestort om er na vier of vijf maanden de brui aan te geven. Ik wilde werkelijk iets realiseren in Algerije. De Coupe d'Afrique des Nations trok me bijzonder aan. Er waren mogelijkheden om terug te keren naar Frankrijk of België, en de keuze was niet gemakkelijk. De goede relatie met de voorzitter van de Algerijnse voetbalbond heeft me over de streep getrokken. De man was zo blij met mijn beslissing dat hij me prompt tot algemeen manager promoveerde."
...

"Ook al voelde ik me een beetje alleen toen Georges vertrok, ik ben om verschillende redenen gebleven", zegt Stéphane Pauwels. "Ik had, vond ik, Rijsel niet verlaten en me in het Algerijnse avontuur gestort om er na vier of vijf maanden de brui aan te geven. Ik wilde werkelijk iets realiseren in Algerije. De Coupe d'Afrique des Nations trok me bijzonder aan. Er waren mogelijkheden om terug te keren naar Frankrijk of België, en de keuze was niet gemakkelijk. De goede relatie met de voorzitter van de Algerijnse voetbalbond heeft me over de streep getrokken. De man was zo blij met mijn beslissing dat hij me prompt tot algemeen manager promoveerde." In de ogen van de Algerijnen beschikt Pauwels over een belangrijke troef : dankzij zijn verblijf bij Rijsel kent hij het Franse voetbal goed en heeft hij er goede relaties. "De meeste Algerijnse internationals spelen in Frankrijk. En het nieuwe reglement van de Fifa, waarbij spelers met selecties voor de nationale jeugdploegen in hun adoptielanden toch voor de nationale A-ploeg van hun geboorteland gerekruteerd kunnen worden, zorgt voor een aardschok. De prospectie is al begonnen. Het geval van Samir Beloufa van Moeskroen is bekend, bij Marseille verkeert Camel Meriem in dezelfde situatie, en recentelijk liet ik Mansour Boutabout van Gueugnon en Fodil Hadjadj van Nantes naar Algerije komen. Momenteel zwerf ik dus Europa rond op zoek naar getalenteerde voetballers met een dubbele nationaliteit en van Algerijnse origine. Eens ik ze gevonden heb, probeer ik ze te overreden om voor de Algerijnse nationale ploeg te spelen. Deze spelers kunnen Algerije veel bijbrengen : ze zijn vaak gevormd in Frankrijk en hebben buitenlandse ervaring. Meer en meer spelers aanvaarden ons voorstel, omdat ze gewaarworden dat de Algerijnse nationale ploeg tegenwoordig degelijk gerund wordt." Aan projecten heeft de Algerijnse voetbalfederatie geen gebrek. Stéphane Pauwels : "Op het vlak van trainers is er veel kwaliteit voorhanden. Bondscoach Boualem Charef behaalde zijn trainersdiploma in Duitsland, Matthias Sammer was zijn peter. Ook nationaal technisch directeur Rabah Saädane is een competente man. Hij wil een soort mini Clairefontaine creëren, een opleidingscentrum op Algerijnse schaal. We weten dat we tien jaar zullen moeten wachten om daar de eerste vruchten van te plukken, maar het moet gewoon. Nu wordt er nauwelijks iets gedaan voor onze jeugd. Dat is de schuld van niemand, het is gewoon het terrorisme dat een stilstand van alle activiteiten heeft veroorzaakt. Pas sinds 2000 zijn de zaken weer in beweging. In afwachting dat alles in gereedheid is, probeer ik de beste Algerijnse jongeren bij Europese clubs onderdak te krijgen. Zo hebben we Raouf Zarabi, die Leekens in de nationale ploeg lanceerde en die tegen de Rode Duivels speelde, ondergebracht bij Ajaccio, waar Dominique Bijotat hem onder zijn hoede neemt." Eén van zijn taken is ook om de trainers van de Europese clubs ertoe te bewegen zich positiever op te stellen tegenover de verplichtingen van hun Afrikaanse spelers in hun vaderland. Pauwels : "Want nu zien ze hun Afrikaanse spelers niet graag vertrekken voor een interland. Ik ben bijvoorbeeld van plan om Ariël Jacobs uit te nodigen om in Algerije met zijn eigen ogen vast te stellen hoe daar alles tegenwoordig volgens de regels van de kunst verloopt. Ik zorg er trouwens ook voor dat de Algerijnse spelers na een interland tijdig naar hun clubs terugkeren. Zo had ik Roland Louf beloofd dat Maâmar Mamouni op zondag terug in La Louvière zou zijn, nadat hij zaterdag nog in Niger had gespeeld. Welnu, ik heb die belofte gehouden." Tijdens zijn vele reizen door Algerije en Afrika beleeft Pauwels tal van avonturen. "Ik ben al in Angola en in Tsjaad geweest, en in andere landen die tot de armste van de wereld worden gerekend. Onlangs waren we dus in Niger voor een heel belangrijke wedstrijd in het teken van de prekwalificatie voor het WK 2006. Verloren we die match, dan mochten we niet deelnemen aan de kwalificatiewedstrijden voor dat WK, noch aan de Afrikaanse Landenbeker van 2006. Dat zou drie jaar zonder officiële competitie hebben betekend. Gelukkig wonnen we met 0-1. Dat deden we met twaalf profs die accepteerden om te spelen in erbarmelijke omstandigheden. De wedstrijd had 's middags om vier uur plaats, bij een temperatuur van 42 graden."De aardbeving van juni in Algerije blijft een van de pijnlijkste herinneringen van Pauwels. "Met Leekens heb ik toen het rampgebied bezocht. We hebben daar kinderlijkjes van onder het puin zien halen. Zoiets raakt je koude kleren niet. Maar ook magnifieke gebaren gezien : mannen die daar aankwamen in pak en das, zich omkleedden en hielpen puin ruimen. Solidariteit wil nog iets zeggen voor het Algerijnse volk. De islam verenigt deze mensen, schept een band tussen ze. Als 22 spelers zich in één kamer verzamelen om te bidden, kan je daar alleen maar respect voor opbrengen. Meer nog, tijdens de ramadan vast ik met hen mee. Want ik moet me aan hen aanpassen, niet omgekeerd. Je mag de moslims niet verwarren met de moslimfundamentalisten. Tussen de Algerijnse mensen en mij bestaat er een wederzijds respect."Respect heeft Pauwels evenzeer voor het Algerijnse voetbal. "Ze hebben één grote kracht : ze geloven erin. De Afrikaanse Landenbeker van 2004 komt misschien nog wat vroeg, maar in 2006 zullen ze klaar zijn."Hoe dan ook is het voor hem een interessante ervaring. "Ik geef me nu beter rekenschap van wat een Afrikaanse voetballer meemaakt wanneer hij in Europa gaat spelen. Natuurlijk is het niet altijd even plezant. Ik mis mijn vrouw en mijn dochtertje. Over de levensomstandigheden heb ik hier anders niet te klagen. Deze ervaring zal zeker nuttig blijken als ik straks mijn carrière verder zet in Frankrijk, België of wie weet waar."door Daniel Devos'Tijdens de ramadan vast ik mee.'