Door de overname aan te kondigen in het bijzijn van koper en verkoper, schetste Standard het beeld van een rimpelloze transitie tussen Roland Duchâtelet en Bruno Venanzi. Nochtans: zelden hadden twee mensen die zo nauw samengewerkt hebben zo een verschillend profiel. Dat bleek op de bewuste persconferentie: op hun beider gezichten viel niet alleen een verschil in leeftijd af te lezen, ze verraadden ook het verschil in visie op Standard en op voetbal in het algemeen. De ene ziet het als louter business, de ander beleeft het als een passie. De ene is nooit betrokken geweest bij de club en de regio, de andere heeft er een bloedband mee.
...

Door de overname aan te kondigen in het bijzijn van koper en verkoper, schetste Standard het beeld van een rimpelloze transitie tussen Roland Duchâtelet en Bruno Venanzi. Nochtans: zelden hadden twee mensen die zo nauw samengewerkt hebben zo een verschillend profiel. Dat bleek op de bewuste persconferentie: op hun beider gezichten viel niet alleen een verschil in leeftijd af te lezen, ze verraadden ook het verschil in visie op Standard en op voetbal in het algemeen. De ene ziet het als louter business, de ander beleeft het als een passie. De ene is nooit betrokken geweest bij de club en de regio, de andere heeft er een bloedband mee. Venanzi legde zijn project uit en vertaalde zijn passie en zijn liefde voor Standard in woorden. Met respect voor zijn voorganger. Die begaf zich in zijn eentje naar zijn Citroën terwijl Venanzi op dat moment omgeven werd door een zwerm van journalisten. Toen werd duidelijk: de macht is in andere handen overgegaan. De medeoprichter van Lampiris kan rekenen op een brede steun van het publiek en van politici uit alle rangen, want iedereen is blij dat een Luikenaar aan het roer staat van het Luikse vlaggenschip. De laatste acht maanden onderhield Venanzi goede contacten met de supporters. Nochtans was zijn naam een jaar geleden amper bekend. Hoe hij dan aan de macht is gekomen? Niet door toeval. We schrijven 2013. Sinds juni davert Sclessin op zijn grondvesten. Er heerst haat tegenover de voorzitter, die 20 miljoen aan dividenden heeft geïncasseerd en coach Mircea Rednic aan de deur heeft gezet. In dat sfeertje vertrekt Standard naar IJsland voor een kwalificatieronde van de Europa League. Bruno Venanzi is ook mee, het is zijn eerste Europese verplaatsing. Hoewel hij fan is en een loge heeft op naam van zijn bedrijf, is hij niet echt een sponsor, want Standard wordt gesponsord door concurrent Electrabel. Maar omdat hij enkele dagen vrij heeft, gaat hij in op de uitnodiging van Bob Claes, de commercieel directeur met wie hij goed overeenkomt en die allicht de nieuwe algemeen directeur zal worden. Op dat moment heeft Venanzi al een uitgesproken mening en hij neemt geen blad voor de mond. Hij beseft dat Duchâtelet misschien wel geliefd is bij de sponsors, maar empathie mist ten aanzien van de publieke opinie en de fans. Hij maakt hem daar enkele opmerkingen over en zegt dat het absoluut nodig is dat de kloof tussen het bestuur en de Famille des Rouches gedicht wordt. Duchâtelet luistert aandachtig. Beide zakenlui hebben veel respect voor elkaar. Duchâtelet weet ook dat Venanzi veel connecties heeft in het Luikse. Bovendien bezit die een eigenschap die hij zelf niet heeft: Venanzi valt in de smaak, zowel bij politici als bij bedrijfsleiders, door zijn humor en zijn sobere maar doordachte stijl. Een enorm contrast met de koele voorzitter die vaak onbehouwen uitspraken doet. Door hun verschillen zijn beide mannen wel complementair. Wanneer Duchâtelet belt, geeft Venanzi raad. Hij licht Venanzi ook in over zijn voornemen om in de maanden die volgen de weg naar een overname voor te bereiden. Venanzi is geïnteresseerd. Samen met nog anderen (met name François Fornieri, de grote baas van farmaciebedrijf Mithra) ontvangt hij een presentatie die Duchâtelet alleen aan mogelijke overnemers stuurt. Maar de wegen van de oud-senator zijn ondoorgrondelijk, want ondanks alle voorbereidselen toont hij zich niet bereid om te verkopen. Ondertussen worden vele contracten verlengd en zorgt Guy Luzon voor goede sportieve resultaten. De verhitte gemoederen van enkele maanden daarvoor zijn tot rust gekomen en Duchâtelet begint te twijfelen over zijn vertrek. Venanzi blijft geïnteresseerd, maar begrijpt dat Duchâtelet niet zal verkopen, of er moest een nieuwe volksopstand komen. In februari 2014 doet hij de voorzitter een opmerkelijk aanbod, nadat hij de financiële toestand heeft doorgenomen: hij stelt voor om de club over te kopen voor... nul euro. Waanzin? Neen! Achter het voorstel gaat een opvallende deal schuil. Venanzi wil aan Duchâtelet het vruchtgebruik van de gebouwen van de Académie en de opbrengsten van de komende transfers overlaten. Iedereen weet dan al dat Michy Batshuayi en William Vainqueur veel geld gaan opbrengen. Duchâtelet is echter niet overtuigd. Venanzi voelt dat en blaast op het laatste moment een officieel bod af. Maar uitstel is geen afstel. In het seizoen 2014/15 duiken de oude demonen weer op en wordt Duchâtelet nogmaals geconfronteerd met het feit dat hij allerminst populair is op Sclessin. Er blijft nauwelijks een keuze over: hij moet en wil vertrekken. Er moet alleen een eervolle oplossing gevonden worden. Venanzi reikt hem die aan. Beide mannen zitten rond de tafel en bespreken een samenwerkingsverband. Duchâtelet zou eigenaar willen blijven, maar niet langer voorzitter. Venanzi lonkt naar de club en aanvaardt uiteindelijk de functie van vicevoorzitter als een manier om binnen de club te kunnen rondkijken, de rekeningen na te gaan en zo een overnamebod voor te bereiden. Acht maanden lang bestudeert hij de dagelijkse werking. Samen met Axel Lawarée heeft hij een flinke zeg in enkele transferdossiers. Tegenover de supporters vindt hij de juiste woorden om de plannen van de club uit te leggen. Het zijn niet helemaal zijn eigen plannen, maar hij legt accenten. De rest is een kwestie van timing. Het juiste moment afwachten, zonder zich te laten opjagen door de concurrentie. Duchâtelet heeft hem zijn woord gegeven dat hij hem op de hoogte zal houden van eventuele aanbiedingen. In juni doet er zich een voor. De voorzitter informeert Venanzi over de meeting met een Nederlandse investeringsgroep, Value8. Hij vergeet er wel bij te zeggen dat hij een concreet bod binnen heeft van 34 miljoen euro. Maar twee dagen later wijst hij de Nederlanders af met een bondige mail: 'Bedankt voor het bod, maar de deal gaat niet door.' Venanzi van zijn kant besluit een tandje bij te steken en wil graag de koop afronden in juni. Hij wil niet dat de voorzitter de transfers nog regelt. Maar net dat is het laatste waar Duchâtelet zich nog aan vastklampt: als echte zakenman vindt hij het prettig om onderhandelingen over transfers te voeren. Zijn ideeën zijn evenwel niet die van Venanzi noch van Lawarée. Die twee stonden aan het eind van de play-offs niet achter het communiqué over de arbitrage en eerder ook al niet achter het ontslag van Ivan Vukomanovic. Ze willen meer stabiliteit, geen jaarlijks dooreengooien van de spelerskern. Venanzi heeft meer ambitie. Hij wil niet dat de club zich ontdoet van zijn kroonjuwelen. Na het vertrek van Mehdi Carcela vreest hij dat de transferperiode opnieuw tot volkswoede zal leiden. Hij moet haast maken met zijn financiële audit en Duchâtelet ervan overtuigen dat het tijd is om op te stappen. De voorbije twee jaar is Venanzi tot de conclusie gekomen dat hij het avontuur op zijn eentje wil aangaan, maar dat is slechts mogelijk op één voorwaarde: dat de verkoopprijs beduidend lager ligt dan in 2011. De enige oplossing is: van de som die Duchâtelet vraagt de 20 miljoen aan dividenden die hij zichzelf uitkeerde weer aftrekken. Vanaf 13 miljoen euro kan er wat Venanzi betreft onderhandeld worden. Venanzi heeft geld. Vijf jaar geleden verkocht hij een gedeelte van zijn Lampirisaandelen aan het bedrijf zelf en twee jaar geleden aan de Waalse investeringsmaatschappij SRIW en de Vlaamse investeringsmaatschappij GIMV. Op dat moment werd de waarde van Lampiris geschat op ruim 120 miljoen euro en bezat Venanzi nog vijftig procent van de aandelen. Als Duchâtelet de vraagprijs laat zakken, redt Venanzi het dus op zijn eentje. Hij weet de voorzitter te overtuigen met het argument dat die al heel wat miljoenen uit de club gehaald heeft (salaris plus dividenden) en stelt voor om de club over te nemen voor een som tussen de 13 en 16 miljoen euro, plus een voorkeursrecht op de spelers uit het netwerk van Duchâtelet (Standard betaalt aan de grote baas van Melexis een vergoeding om de eerste keuze te hebben op spelers als Igor Vetokele of Darwin Andrade). Duchâtelet aanvaardt het bod, wetende dat hij zijn tijd gehad heeft en dat hij nooit geliefd zal zijn. Het is dan dinsdag 22 juni. Bruno Venanzi is de nieuwe sterke man op Sclessin. DOOR STÉPHANE VANDE VELDEIn februari 2014 doet Venanzi aan Duchâtelet een opmerkelijk aanbod: hij stelt voor om de club over te kopen voor... nul euro.