Gisteravond trapte derdeklasser KVV Coxyde de achtste finales van de beker op gang. Kijkt u vanavond ook vol spanning uit of die andere overlevende derdeklasser, Olsa Brakel met YR KV Mechelen na Westerlo een tweede eersteklasser over de knie legt? En of tweedeklasser RC Mechelen op Anderlecht voor een stunt zorgt?
...

Gisteravond trapte derdeklasser KVV Coxyde de achtste finales van de beker op gang. Kijkt u vanavond ook vol spanning uit of die andere overlevende derdeklasser, Olsa Brakel met YR KV Mechelen na Westerlo een tweede eersteklasser over de knie legt? En of tweedeklasser RC Mechelen op Anderlecht voor een stunt zorgt? Of kan die hele bekerbedoening u geen barst schelen? En als dat zo is, hoe komt dat eigenlijk? Vier niet-eersteklassers in de achtste finales is al beter dan vorig jaar, toen enkel toenmalig tweedeklasser Westerlo zo ver geraakte. Saai bekerseizoen was dat, goed voor zero opwinding en al even weinig volk op de tribunes, met voorspelbare uitslagen op kille woensdagavonden. Nochtans was de hervorming van de bekercompetitie een van de punten die Steven Martens nog op de agenda had, maar de clubs uit de Pro League staan daar niet voor te springen. Sinds de eersteklassers sinds 1992 pas vanaf de zesde ronde (16e finales) aantreden, is bij de kleine clubs de hoop op een 'match van het jaar' bijna onbestaande. Daarvoor, van 1963 tot 1992 maakten de eersteklassers een ronde vroeger hun opwachting. Tot 1964 gebeurde dat zelfs vanaf de 64e finales. Gevolg van de wijzigingen: stap voor stap gaan de kleintjes er nogal voorspelbaar uit, waardoor het punt dat bekervoetbal zo aantrekkelijk maakt in het buitenland (verrassingen, giant killers) niet eens aan bod komt. De laatste 20 jaar haalden twintig derdeklassers en zes clubs uit vierde die achtste finales, op een totaal van 320 achtstefinalisten (de laatste vierdeklasser die zo ver geraakte, was Denderhoutem - nu opgegaan in Dender - in 2003/04). Sinds de bekerhervorming in 1992 bereikte nog zes derdeklassers de kwartfinales: Rupel-Boom (2011/12), White Star Woluwe (2010/11) en daarvoor RC Mechelen, Mons, Ingelmunster en Tilleur Liégeois. Oudere voetbalfans herinneren zich nog vaag de fameuze campagnes van reuzendoders/ derdeklassers Zwarte Leeuw Rijkevorsel, Westerlo (beide in 1988/89) en Francs Borains. De Borains sneuvelden in 1985/86 pas in de halve finales, waar ze in het stadion van La Louvière door Cercle uit de finale werden gehouden. Bij de loting voor deze editie van de Cofidis Cup op 26 juni maakten de meeste van de 159 clubs uit provinciale zich geen illusies over een mooi treffen tegen een eersteklasser. De 273 clubs uit de vijf eerste rondes weten dat hun rol na ronde zes, waarin de topclubs aantreden, uitgespeeld is. Na de tweede ronde liggen de derde- en vierdeprovincialers eruit. De laatste drie tweede provincialers gingen voor de bijl in ronde drie, de twee overgebleven provincialers (RUS Ethe Belmont uit Luxemburg en Patro Lensois uit Luik) in ronde vier. In de zestiende finales, wanneer de eersteklassers aantreden, was het afgelopen voor de overgebleven vierdeklassers (Sint-Gillis-Waas en UR Namur). In sommige buurlanden leest de bekercompetitie wél als een spannend jongensboek. In Duitsland bijvoorbeeld treden de Bundesligaclubs al in de eerste ronde aan. Half augustus ontving zesdeklasser Waldalgesheim Leverkusen, speelde vierdeklasser Trier de derby tegen Freiburg, schakelden derdeklassers Chemnitz en Dresden respectievelijk Mainz en Schalke uit. Derdeklasser Preussen Münster beleefde ondanks de nederlaag tegen Bayern de match van het jaar. In de Engelse FA Cup spelen clubs uit de Premier League en de Championship vanaf de derde ronde mee. De remedie voor een interessante bekerformule ligt dus ook hier voor de hand. Laat de provinciale clubs elkaar in de eerste ronde bekampen, voeg er in ronde twee vierde- en derdeklassers bij, en vanaf de derde ronde clubs uit eerste en tweede afdeling, met verplicht thuisvoordeel voor de laagst spelende club. Schaf ook die saaie heen- en terugwedstrijden vanaf de kwartfinales af. Zo vermijd je lege tribunes op tv, gun je een aantal kleine clubs hun match van het jaar, en gaan de fans op het puntje van hun stoel zitten. Wie kan daar nu tegen zijn? DOOR GEERT FOUTRÉIn sommige buurlanden leest de bekercompetitie wel als een spannend jongensboek.