Op 15 augustus 2009 gaf Pol Jonckheere zijn eerste interview aan dit blad. Hij was een paar maanden voorzitter van Club Brugge, voor hem de verwezenlijking van een lang gekoesterde droom. Het was na dat lange interview duidelijk dat Jonckheere zijn stempel wilde drukken. Hij sprak over creatieve ideeën, over betere structuren, hij had een studie laten maken over de doorgroeimogelijkheden van Club Brugge want, poneerde hij, een voetbalclub mag niet indommelen maar moet nieuwe markten aanboren.
...

Op 15 augustus 2009 gaf Pol Jonckheere zijn eerste interview aan dit blad. Hij was een paar maanden voorzitter van Club Brugge, voor hem de verwezenlijking van een lang gekoesterde droom. Het was na dat lange interview duidelijk dat Jonckheere zijn stempel wilde drukken. Hij sprak over creatieve ideeën, over betere structuren, hij had een studie laten maken over de doorgroeimogelijkheden van Club Brugge want, poneerde hij, een voetbalclub mag niet indommelen maar moet nieuwe markten aanboren. Met zijn voorganger Michel D'Hooghe had Jonckheere nog weinig contact. Dat was vreemd en zeker niet erg tactvol. Het was uiteindelijk met de loyale steun van D'Hooghe dat hij op die voorzittersstoel was terechtgekomen. Dan geef je toch af en toe een telefoontje, zij het alleen maar uit beleefdheid. Maar Jonckheere zag het anders. Hij wenste door niemand beïnvloed te worden, hij vaarde zijn koers. Pol Jonckheere wilde graag over alles en iedereen controle uitoefenen. Hij keek op geen inspanning. Hij ging naar supportersavonden en jeugdwedstrijden. Steeds weer gaf hij de indruk dat de weg naar het professionalisme nog lang was. Maar zijn bemoeizucht werd voor velen een steeds grotere bron van irritatie. Filips Dhondt verdween moedeloos, medewerkers klaagden over een steeds grimmiger werksfeer. Complimenten werden niet meer gegeven. Het heette dat Jonckheere geen kritiek kon verdragen en dat je hem best naar de mond praatte. De ene deed dat al wat gemakkelijker dan de andere. Bovendien bemoeilijkte ook de extreme achterdocht van de voorzitter een en ander en was er een totaal gebrek aan communicatie. Terwijl de sportieve resultaten tegenvielen, heerste er ook op de werkvloer steeds meer onvrede. Pol Jonckheere, die zonder enige twijfel het beste voor heeft met Club Brugge, voelde dat het zo niet verder kon. Hij vroeg de door het stadionproject nauw bij blauw-zwart betrokken ondernemer Bart Verhaeghe om de club door te lichten. Zonder te beseffen dat hij, Pol Jonckheere, mee de oorzaak bleek te zijn van veel (onderdrukt) ongenoegen. Dat leidde tot de revolutie van vorige week, die moet leiden tot een evolutie. Met een voorzitter die buitenspel werd gezet. Voortaan wordt Club Brugge dus gedragen door nieuwe fundamenten en door een gedelegeerd bestuurder, Bart Verhaeghe, die zich als de nieuwe sterke man zal profileren en elke namiddag in Brugge aanwezig zal zijn. De voorzitter van de internationale vastgoedgroep Uplace is een zeer succesrijke en harde ondernemer. Dat is nog geen garantie om een voetbalclub (mee) te sturen en nieuwe impulsen te geven. Want hoeveel zakenmensen die in hun bedrijven geniale strategieën uitdokteren laten zich in het voetbal niet al te gemakkelijk meeslepen in de mallemolen van de emotie en vervallen in een opportunistisch ad-hocbeleid? Net zoals het gegeven dat Club zijn organigram verstevigde niet betekent dat alle problemen opgelost zijn en het werkklimaat plots is gezuiverd. Vincent Mannaert zal zich als algemeen manager op het hoogste niveau moeten bewijzen. Hij brengt de vereiste kwalificaties met zich mee en past door zijn werkkracht in de cultuur van Club Brugge. Maar hoe groot zal zijn beslissingsbevoegdheid zijn? Henk Mariman en Sven Vermant krijgen nieuwe functies, waarvoor ze leergeld zullen moeten betalen. En er staan in de omkadering nog wijzigingen op til. Maar voorlopig nog niet in de technische staf. Net voor Kerstmis redde Adrie Koster zijn vel na een 0-2-zege van Club Brugge op AA Gent. Maar de belabberde resultaten tijdens het trainingskamp in Spanje zorgden hier en daar weer voor irritatie. Koster heet op sommige domeinen te laks te zijn, de kleedkamer oogt soms als een puinhoop. En sommige spelers gedragen zich naar de media toe zo hautain dat het onbegrijpelijk is dat ze niet op de vingers worden getikt. Maar vrijdag in Eupen snoerde Koster iedereen de mond. De hakbijl die boven zijn hoofd hangt, is echter nog niet verdwenen. Het typeert het Club Brugge 2010/11: een borrelende vulkaan die geregeld ontploft. DOOR JACQUES SYSEen nieuw organigram betekent niet dat alle problemen zijn opgelost.