De vervanging van Scolari

Tussen winst en verlies loopt dikwijls een dunne lijn. Dat geldt ook voor het voetbal. Soms wordt die lijn overschreden door een geniale inval van een artiest. Op het EK in Portugal gebeurde dat bijvoorbeeld in de wedstrijd tussen Frankrijk en Engeland, toen Zinédine Zidane de partij aan het eind helemaal deed kantelen op twee stilstaande fasen. Bij andere gelegenheden wordt die kantelbeweging ingeluid van aan de zijlijn. De vier coaches die hun team naar de halve finale van Euro 2004 loodsten, hebben dat in de loop van het toernooi overvloedig geïllustreerd.
...

Tussen winst en verlies loopt dikwijls een dunne lijn. Dat geldt ook voor het voetbal. Soms wordt die lijn overschreden door een geniale inval van een artiest. Op het EK in Portugal gebeurde dat bijvoorbeeld in de wedstrijd tussen Frankrijk en Engeland, toen Zinédine Zidane de partij aan het eind helemaal deed kantelen op twee stilstaande fasen. Bij andere gelegenheden wordt die kantelbeweging ingeluid van aan de zijlijn. De vier coaches die hun team naar de halve finale van Euro 2004 loodsten, hebben dat in de loop van het toernooi overvloedig geïllustreerd. Voor Luiz Felipe Scolari begon het EK in mineur. De Braziliaan zag zijn Portugal het toernooi openen met een nederlaag (1-2) tegen Griekenland. Bij de tweede wedstrijd, tegen Rusland, verbaasde de Portugese bondscoach de waarnemers. Gedurende de hele voorbereidingscampagne had hij met een type-elftal gewerkt. Achttien maanden lang week hij niet of amper van die selectie af. Maar na de nederlaag tegen de Grieken gooide Scolari het team door elkaar. Exit de vedetten Fernando Couto en Rui Costa, en naar de kant vloog ook Paulo Ferreira, de rechtsback die flagrant in de fout ging bij het eerste Griekse doelpunt. Nieuw bloed werd in het elftal gepompt : de kersverse Champions-Leaguewinnaars Ricardo Carvalho en Deco van FC Porto, en Miguel, de verdediger van Benfica. Tijdens de partij tegen Rusland vervingen Cristiano Ronaldo en Rui Costa Luis Figo en Simao. Ook dat bleek een goede zet : de twee lagen aan de basis van het tweede Portugese doelpunt. De vervangingen van Scolari vielen dus goed uit, en het liep niet anders in de derde wedstrijd. Tegen Spanje bracht de Portugese coach in de tweede helft Nuno Gomes in ter vervanging van de onzichtbare Pauleta. En zie : de aanvaller van Benfica zorgde voor het enige doelpunt van de match. Nog straffer was de stoot die Scolari uithaalde in de kwartfinale tegen Engeland. Hij stuurde in de tweede helft het aanvallende trio Simao, Helder Postiga (in de plaats van de mokkende Figo) en Rui Costa het veld op. Het ongelooflijke voltrok zich andermaal. Postiga nette de gelijkmaker op voorzet van Simao, Rui Costa bracht vervolgens Portugal op voorsprong. "Waarom zouden we het niet toegeven", schreef Nuno Paralvas in de sportkrant A Bola. "Bij de start van Euro 2004 had iedereen zo zijn twijfels over Scolari. Sinds hij als bondscoach van Portugal in dienst kwam, zwoer de Braziliaan meer bij de kwaliteiten van zijn vedetten dan bij een coherent tactisch systeem. Tijdens de eindronde van dit EK heeft zich niet meer en niet minder dan een revolutie voltrokken. Ineens kreeg het collectief de absolute voorrang op de individuen, naar welke naam ze ook mochten luisteren. De verwijdering van Rui Costa en nadien de vervanging van Luis Figo in de match tegen Engeland, waren heuse krachttoeren. Geen enkele Portugese trainer zou zich daaraan hebben gewaagd. Figo wordt in Portugal als een levende god beschouwd. Scolari heeft van hem opnieuw een gewone sterveling gemaakt en dat was een goede zaak. "Scolari heeft tijdens dit EK bewezen dat hij zowel de veranderende wedstrijdomstandigheden kan beheren als een spelersgroep waarin het wemelt van grote persoonlijkheden. Want er is niet alleen de behandeling van Figo. Het moet ook ongelooflijk veel overtuigingskracht hebben gekost om een lichtvoetige artiest zoals Deco ertoe te bewegen om zich tegen Engeland uit de naad te lopen als rechtsachter. Het zegt alles over de greep van de bondscoach op zijn spelers."De grootste tactische blunder van het EK mag de Nederlandse bondscoach Dick Advocaat voor zijn rekening nemen. Tijdens de wedstrijd tegen Tsjechië kreeg Advocaat bij een 2-1-voorsprong voor Oranje de zeer ongelukkige inval om Arjen Robben te vervangen. De gevolgen zijn bekend. Heel Nederland ontstak in paniek, één man uitgezonderd : Dick Advocaat. In de vriendschappelijke wedstrijden had hij doorlopend wijzigingen doorgevoerd, wat hem kwam te staan op het door Jan Mulder geformuleerde verwijt dat hij meer van tactisch systeem wisselde dan van hemd. Deze keer bleef Advocaat trouw aan het concept. Hij week niet af van de 4-3-3. Wel sleutelde hij aan de personeelsbezetting. Op het middenveld nam Clarence Seedorf over van Rafael van der Vaart. Een lonende switch : Nederland zette Letland opzij en worstelde zich vervolgens in de kwartfinale voorbij Zweden. "Dick Advocaat had de verdienste dat hij de dingen niet forceerde, al heeft hij voor de derde wedstrijd van Nederland toch een drastische verandering doorgevoerd", zegt Peter Wekking van het Nederlandse sportweekblad Voetbal International. "Voordien opereerde Oranje op het middenveld met een driehoek met één punt manifest naar voren - Van der Vaart tegen Duitsland, Seedorf tegen Tsjechië - één teruggetrokken punt - Edgar Davids - en één punt die tussen die twee extremen hing - Philhip Cocu op de linkerkant. Tegen de Letten en de Zweden werd die driehoek vrijwel letterlijk op zijn kop gezet. Cocu vatte onderaan, in de onderste punt van de driehoek, post. Seedorf en Davids namen de vooruitgeschoven punten voor hun rekening. Het gevolg daarvan was dat het team hoger kon pressen, waarbij de inbreng van Davids niet te onderschatten valt. Maar het systeem had niet gewerkt zonder de goodwill van Seedorf. Die voelde zich niet te beroerd om in zijn zone verdedigend werk op te knappen. De metamorfose van Seedorf kan wel degelijk Dick Advocaat claimen - ik zie weinig andere trainers bekwaam om Seedorf zover te krijgen." Als er in dit EK 2004 één wedstrijd was, waarin werd gedemonstreerd hoeveel invloed trainers kunnen uitoefenen op de gebeurtenissen op het veld, dan wel die tussen Nederland en Tsjechië waarvan hierboven al sprake was. In de loop van die partij veranderde de Tsjechische bondscoach Karel Brückner het geweer twee keer van schouder. Hij begon de wedstrijd met twee spelverdelers : Karel Poborsky op rechts en Pavel Nedved op links. Dat systeem had efficiënt gewerkt tegen Letland. Nadat Nederland al vroeg in de match tot 2-0 was uitgelopen, offerde Brückner een verdediger op (Zdenek Gyrgera) ten voordele van een offensieve linkermiddenvelder (Vladimir Smicer). Als gevolg van dit manoeuvre schoof Nedved door, en ging vooraan in steun van de twee spitsen (Jan Koller en Milan Baros) spelen. In deze configuratie hesen de Tsjechen zich op gelijke hoogte. Na de uitsluiting van John Heitinga in de 75ste minuut zette Brückner alles op alles. Hij bracht met Marek Heinz een bijkomende aanvaller in. Een gouden wissel, zo bleek. Marek Heinz zorgde voor het winnende doelpunt, overigens op aangeven van die andere wisselspeler Smicer. Twee invallers die samen een doelpunt in elkaar knutselen : voor een trainer zijn dat momenten van het grote gelijk. "Misschien", zegt Peter Surin van het sportdagblad Sport van Bratislava, "heeft Karel Brückner hier veel mensen doen opkijken door de gevatheid waarmee hij reageert op het wisselende wedstrijdverloop. Mij verwondert dat helemaal niet meer. Toen hij in de jaren negentig nog trainer was van Sigma Olomouc, had hij al het patent op bliksemsnelle, strategische beslissingen. Ik herinner me dat hij daarmee in de Uefacup meerdere Europese topploegen voor problemen plaatste. Bizar, want Sigma Olomouc steeg in Tsjechië nooit boven het statuut van subtopper uit. Het moest zich altijd neerleggen bij het overwicht van de toppers uit Praag. "De huidige Tsjechische nationale ploeg is voor Brückner natuurlijk een geschenk uit de hemel. Deze coach zweert al heel zijn carrière bij offensief voetbal en wordt met dit spelersmateriaal perfect op zijn wenken bediend. Het zwakke punt van deze Tsjechische nationale ploeg is dan ook zonder twijfel de verdediging. Behalve Peter Cech, die een bijzonder goede doelman is, lopen er achteraan niet bepaald spelers van wereldklasse rond. Nu ja, als je beschikt over voetballers van het gehalte van Poborsky, Nedved, Koller, Baros en Tomas Rosicky, moet je je daarover ook geen overdreven zorgen maken." Onder de hoede van zijn Duitse bondscoach Otto Rehhagel is Griekenland uitgegroeid tot de revelatie van dit EK 2004. De Grieken zorgden al bij de openingswedstrijd van het toernooi voor een verrassing van formaat door Portugal te vloeren (1-2). Ze kregen de thuisploeg klein met een hoge pressing en een snelle omschakeling van aanval naar verdediging. Portugal kon niet door die gordel van goed georganiseerd verweer breken. Schrijnend was, bijvoorbeeld, de onmacht van Luis Figo. Zijn rechtstreekse tegenstander Takis Fyssas kon constant rekenen op de onmiddellijke nabijheid van linkermiddenvelder Stelios Giannakopoulos en verdedigende middenvelder Angelos Basinas. In de wedstrijden tegen de Spanjaarden neutraliseerden de Grieken dan weer Raúl. De aanvaller van Madrid zat doorlopend in de tang. Costas Katsouranis was belast met de persoonlijke bewaking van Raúl. Geraakte hij in problemen, dan sprongen Giorgios Karagounis en Theodoros Zagorakis hem bij. De wedstrijd tegen Rusland ging vervolgens verloren - maar dat mocht, Griekenland was toen al zeker dat het zou doorstoten. Tegen Frankrijk legden de Grieken opnieuw een wereldvedette lam : niemand minder dan Zinédine Zidane. Die werd klem gezet door vijf Griekse middenvelders, die hem verstikten in een zonedekking. Zizou bewoog zich over de volledige lengteas van het veld, kwam wel vaak aan de bal, maar kon geen beslissende acties ondernemen. "Otto Rehhagel is er in Griekenland in geslaagd om al dat individueel talent samen te smeden en zo een collectieve kracht te ontwikkelen", vindt Giorgios Takiris van het Atheense sportmagazine Ethnosport. "Er hebben in Griekenland altijd goede voetballers rondgelopen. Alleen weigerden ze in het verleden voor elkaar te werken. Dat heeft tot rampzalige gevolgen geleid. Ik denk bijvoorbeeld aan ons parcours op de eindronde van het WK 1994. Daar hebben we drie wedstrijden gespeeld : drie nederlagen, nul doelpunten gemaakt, tien doelpunten tegen. De rivaliteit tussen de Atheense topclubs - Panathinaikos, Olympiakos, AEK - was te groot. Dat deed zich tot in de nationale ploeg gevoelen. Intussen is die rivaliteit enigszins afgezwakt. Een aantal spelers is van de ene Athene topclub naar de andere verhuisd en dat er Griekse voetballers naar het buitenland zijn vertrokken, heeft in het thuisland voor een verruiming van de geesten gezorgd. "Maar de echte revolutie binnen het Griekse voetbal draagt toch wel de handtekening van Otto Rehhagel. Na zijn eerste wedstrijd, een 5-1-pandoering tegen Finland, stelde iedereen zich vragen over de opportuniteit van zijn aanstelling tot Griekse bondscoach. De meningen over de Duitser zijn inmiddels helemaal omgedraaid. Nog nooit heeft een Griekse nationale ploeg zoveel samenhorigheid getoond. Rehhagel heeft een gedragslijn uitgestippeld, heeft qua teambuilding een ware stunt gerealiseerd. Dat vergt van sommige spelers inspanningen en opofferingen die ze totaal niet gewoon waren. Daarvoor was een mentaliteitswijziging nodig. Die kwam er en dat is het werk van Rehhagel."door Bruno Govers'Een Portugese trainer had Figo nooit uit de ploeg durven te zetten.'