Voor zij die de gloriedagen van Club Luik, momenteel een derdeklasser, op hun netvlies gebrand hebben, is het pijnlijk om op de plaats waar de ploeg nu zijn thuiswedstrijden afwerkt, de infrastructuur - die naam amper waardig - te aanschouwen. Een witte feesttent die de fans op de zitjes eronder enkel wat beschermt tegen de regen, niet tegen de wind, vloekt met enkele tientallen deprimerende dranghekken rond de groene mat. Meer is er niet.
...

Voor zij die de gloriedagen van Club Luik, momenteel een derdeklasser, op hun netvlies gebrand hebben, is het pijnlijk om op de plaats waar de ploeg nu zijn thuiswedstrijden afwerkt, de infrastructuur - die naam amper waardig - te aanschouwen. Een witte feesttent die de fans op de zitjes eronder enkel wat beschermt tegen de regen, niet tegen de wind, vloekt met enkele tientallen deprimerende dranghekken rond de groene mat. Meer is er niet. Het snijdt ook Raphaël Quaranta (48), huidig trainer van de ploeg en ex-speler, door het hart. "Over ons vroegere stadion in Rocourt", vertelt hij, "zei ik wel eens dat de Unesco het bij haar Werelderfgoed moest voegen. Dat had een ziel. Maar de sloophamer sloeg toe. Wij hebben, zoals het Joodse volk, tien jaar de woestijn doorkruist." Na eerst in Tilleur en Seraing gespeeld te hebben, voetbalt RFC Luik nu in Ans. En er liggen weer verhuisplannen klaar. Deze keer zijn het definitieve. De politiek steunt en gooit er een smak geld tegenaan. Er komt een fonkelnieuw complex in Alleur, inclusief een vormingscentrum voor jongeren. "Hopelijk kunnen we daar weer een grote club worden", zegt Quaranta. Over het afglijden van Club Luik naar de lagere afdelingen zegt hij : "Op een bepaald moment reageerden mensen in het bestuur als supporters, niet als zakenmensen."Quaranta, die een Pro Licensecursus volgt, geeft onomwonden toe dat in het nieuwe stadion weer van de eerste klasse gedroomd zal worden. Zijn maatpak, de rustige, beredeneerde en gedecideerde manier waarop hij praat en zijn uitstraling zetten zijn woorden kracht bij. Hij blijkt een onderhoudende verteller, spreidt in zijn talrijke uitweidingen, die op geen enkel moment vervelen, een relevante visie over voetbal tentoon en brandt voelbaar van ambitie. Hij maakt indruk. En hij weet waarover hij het heeft, want hier, bij Club Luik, voetbalde hij zelf ook in de eerste klasse en in Europa. Als mooiste herinnering diept hij de eerste wedstrijd op die hij met deze club in de Europabeker speelde, tegen Innsbruck. "Dat is als het eerste meisje waarop je verliefd wordt. Dat vergeet je niet. Ik lag de avond voordien met Benoît Thans op de kamer. Om vier uur hadden we nog geen oog toegedaan. Om de tien minuten vroeg de een de ander : 'Slaap jij al ?' Telkens weerklonk een nee. Te opgewonden om de slaap te vatten. "Vroeger tilde die Europese competitie de vaderlandse competitie naar een hoger niveau. Mede omdat er meer clubs in Europa iets toonden ; je had ook Gent, Beveren en Waregem. Er was rijkdom in het Belgische voetbal. Daar moeten we weer naartoe. Daarvoor zijn investeringen nodig in de competenties van de trainers en in infrastructuur. "Het móét anders, want nu is er na Anderlecht, een beetje Club en een beetje Standard, niets meer. Autrefois il n'y avait pas que Anderlecht, maintenant il n'y a plus que Anderlecht." Volgende week : EvergemKRISTOF DE RYCK