Wat gebeurt er bij Royal Moeskroen-Péruwelz (RMP), de neotweedeklasser waar de Franse topclub Rijsel (LOSC) baas is? Nu werd ook 'afscheid genomen' van Philippe Saint-Jean, de man die de samenwerking op sportief vlak mee gestalte gaf en die RMP in twee jaar van de vierde naar de tweede klasse leidde. "Nochtans moest in onze eerste gesprekken over een nieuw contract nog alles rond mij draaien", zegt hij. "Aanvankelijk kon ik kiezen tussen trainer blijven of technisch directeur worden. Ik verwachtte een contract van drie jaar, maar ze gaven mij drie minuten."
...

Wat gebeurt er bij Royal Moeskroen-Péruwelz (RMP), de neotweedeklasser waar de Franse topclub Rijsel (LOSC) baas is? Nu werd ook 'afscheid genomen' van Philippe Saint-Jean, de man die de samenwerking op sportief vlak mee gestalte gaf en die RMP in twee jaar van de vierde naar de tweede klasse leidde. "Nochtans moest in onze eerste gesprekken over een nieuw contract nog alles rond mij draaien", zegt hij. "Aanvankelijk kon ik kiezen tussen trainer blijven of technisch directeur worden. Ik verwachtte een contract van drie jaar, maar ze gaven mij drie minuten." Hij begon aan het seizoen als hoofdtrainer, maar uiteindelijk werd zijn eind juni aflopende contract niet verlengd. Waarom niet? "Rijsel verkoos dat ik hoofdtrainer bleef en dat accepteerde ik, maar plots moest mijn T2 weg en daarna ook mijn keeperstrainer en mijn fysiektrainer. In de plaats kwamen twee à drie trainers van hen, oké, maar daarna bleek dat we zowat elke dag op Domaine de Luchin, hun oefencomplex, zouden moeten gaan trainen om hun filosofie te laten doordringen. Dat is positief, maar bijna elke dag vond ik te veel. Op het einde waren we het ook oneens over enkele transfers en maakte ik ruzie omdat ik vrijwilligers uit de entourage met verdiensten in de twee opeenvolgende promoties niet kwijt wilde. "Het is de logica van algemeen directeur Frédéric Paquet om nu al radicaal te professionaliseren en ik begrijp hem, want voor Rijsel is het ook een economische noodwendigheid om het verblijf in tweede tot één seizoen te beperken. Alleen ben ik ervan overtuigd dat dat met minder veranderingen en minder transfers ook mogelijk is. Bovendien is er altijd gezegd geweest dat we van RMP geen tweede Rijsel zouden maken. De voetbalfilosofie moet dezelfde zijn, maar de karakteristieken van Moeskroen zouden we bewaren. En Mouscron, c'est la fête, c'est une famille. Winnen of verliezen, het volk wil dicht bij de spelers zijn. Op Luchin heerst er een totaal andere mentaliteit. Ik begrijp ook dat ze voor jonge profs die uit de A-kern van Rijsel naar RMP afzakken een profstructuur en dezelfde gedragslijn willen als bij hen, maar ik vind dat ze te veel ineens veranderden. Dat enerveerde mij. Ik discussieerde over alles om het iets meer à la belge te doen, iets menselijker, geleidelijker." Maar achter het project blijft hij ten volle staan. Nu LOSC naar de Franse top is doorgestoten, is het niveauverschil met hun invallersploeg in de Franse vierde klasse te groot geworden en moet RMP een ideale tussenstap bieden voor talenten zoals bijvoorbeeld de achttienjarige Costa Ricaan John Jairo Ruiz. "Absoluut. Die jongen zal volgend seizoen sterker terugkeren naar de A-kern van Rijsel. En misschien is de ziel van Moeskroen nu wat gebroken, maar met de resultaten zal de ambiance wel terugkeren. Moeskroen wordt een van de betere ploegen in België. Binnen vier à vijf jaar verwacht ik ze in de subtop van de Jupiler Pro League." Zelf is hij intussen sportief directeur van AFC Tubize, een tweedeklasser met beperkte mogelijkheden waar hij vroeger al twee keer aan de slag was. Volgens hem ook een club die zou kunnen passen in een postformatiepiramide waarin LOSC bovenaan staat. "Tubize is een opleidingsclub", zegt hij. "Wie kreeg hier niet allemaal een deel van zijn vorming? Mununga, Vandenbroeck, Lepoint, Kaminski, Lambot, de broers Hazard; en momenteel zitten er jonge spelers van ons bij Parma en bij Rijsel. Volgend seizoen willen we een of twee filiaalclubs in lagere reeksen om talentrijke jonge spelers te plaatsen die nog niet klaar zijn voor ons eerste elftal. Want de invallerscompetitie stelt niets voor. Wie in België op zeventien jaar niet klaar is voor het eerste gaat verloren, want waar kan zo'n jongen spelen om vooruitgang te maken? Clubs in de derde en de vierde klasse en zelfs in eerste provinciale met een hoofdtrainer die met hen ontwikkelingsgericht wil werken, kan zulke jongens gratis van ons krijgen, onder de voorwaarde dat ze hier nog twee keer per week komen trainen. Maar het probleem is dat er te weinig formateurs zijn en dat de voorzitters kiezen voor hoofdtrainers die alleen geïnteresseerd zijn in winnen en niet in de ontwikkeling van spelers." "Moeskroen wordt een van de betere ploegen in België." Philippe Saint-Jean