Het clubhuis van de Koninklijke Roei- en Nautische Sport Oostende blinkt in de zon. Het is iets voor twaalf uur en het wordt vandaag een mooie zomerse dag aan de kust. Aan de brug, naast de aanlegsteiger, zitten enkele meeuwen. Onverstoorbaar. Ook het Kanaal Oostende-Brugge straalt rust uit. Amper een rimpeltje, ideale omstandigheden om te roeien. En nog ruim een half uur langer dan voorzien door te gaan. De trainer, Frans Claes, heeft net als tijdens de voorbije honderden trainingen met de fiets meegereden - chronometer in de hand - en arriveert als eerste aan het clubhuis. Een paar minuten later komt de Belgische dubbeltwee soepel door het water aan gegleden.
...

Het clubhuis van de Koninklijke Roei- en Nautische Sport Oostende blinkt in de zon. Het is iets voor twaalf uur en het wordt vandaag een mooie zomerse dag aan de kust. Aan de brug, naast de aanlegsteiger, zitten enkele meeuwen. Onverstoorbaar. Ook het Kanaal Oostende-Brugge straalt rust uit. Amper een rimpeltje, ideale omstandigheden om te roeien. En nog ruim een half uur langer dan voorzien door te gaan. De trainer, Frans Claes, heeft net als tijdens de voorbije honderden trainingen met de fiets meegereden - chronometer in de hand - en arriveert als eerste aan het clubhuis. Een paar minuten later komt de Belgische dubbeltwee soepel door het water aan gegleden. De boot wordt voorzichtig uit het water gehesen, afgespoeld en met vodden volledig droog gewreven. Gekoesterd door de twee lichtgewichten, in roeitermen: 70 kilogram gemiddeld. Ze staan messcherp. Het gewicht van Niels Van Zandweghe (23, Brugge) schommelt ergens rond de 68 kilogram, met een vetpercentage van 5,8 procent. Tim Brys (27, Gent), met 1m88 de grootste van de twee, weegt om en bij de 72 kilogram, met een vetpercentage van amper 5 procent. Drooggetrainde lijven. En, vanzelfsprekend: de koffie wordt even later zonder koekje geserveerd. Alsof de sportdiëtiste, Stephanie Scheirlynck, meekijkt... Ze zijn net terug van de World Rowing Cup in Rotterdam, maar de agenda staat tot in de laatste week van augustus overvol. Topsport kent geen zomervakantie. Na trainingsdagen in Brugge en Oostende staat nog een stage van anderhalve week op het nationaal centrum van Hazewinkel op het programma en daarna nog drie weken zwaar labeur op het Lago di Varese (Italië), de laatste rechte lijn naar het WK in Linz-Ottensheim (Oostenrijk). Daar, in de laatste week van augustus, wil de Belgische dubbeltwee het ticket voor de Olympische Spelen (2020) veiligstellen. Frans Claes: 'Het wordt een speciaal WK. Een medaille hoeft niet. Het enige wat telt is dat ticket voor Tokio. Alles wat meer is, is bonus.' Een plaatsje in de A-finale met zes boten volstaat, in de B-finale is nog één olympisch ticket te verdienen. Dat lijkt, na de resultaten van de laatste twee jaar, een fluitje van een cent, maar is het in het snel veranderende deelnemersveld niet. Vorig jaar tekenden ze voor een primeur door als eerste Belgische team de World Rowing Cup te winnen, dit jaar stonden slechts twee van de drie regatta's van de wereldbeker op hun programma: winst in Plovdiv en onlangs een vierde plaats in Rotterdam, op amper vier seconden van de winnaars Rommelmann- Osborne, het Duitse duo dat twee van de drie wereldbekers won. En, ook hoopgevend: zonder te pieken. Tussendoor, eind mei, pakten ze nog brons op het EK in Lüzern. Van Zandweghe: 'Na het EK kozen we voor een trainingsblok van zes weken, waardoor we de wereldbeker van Poznan lieten passeren. Een hele dag reizen, twee dagen trainingstijd verliezen, afbouwen naar de wedstrijd... Vorig jaar hebben we ze allemaal geroeid, maar op het WK hadden we er geen zin meer in.' En, zegt Brys: de roeiwereld kent weinig geheimen. 'We kennen de ploegen en weten hoe snel ze kunnen gaan. Twee wereldbekers en een EK, dat zijn genoeg graadmeters. Er zijn concurrenten die minder wedstrijden hebben gevaren.' Twee laatbloeiers. Tim stapte voor het eerst in een boot in 2003 - 11 jaar jong -, Niels ontdekte het roeien tijdens een sportkamp in 2009, op zijn 13e. Laat, zeker in vergelijking met kinderen die dromen van een turn- of tenniscarrière, maar in het roeien niet uitzonderlijk. 'In Nederland zijn er enorm veel die pas beginnen te roeien wanneer ze verder studeren en drie of vier jaar erna toch een medaille op de Spelen pakken', zegt Van Zandweghe. En toch was het voor de jonge Bruggeling geen liefde op het eerste gezicht. 'Roeien in de winter, wanneer het hard waait en regent of bitterkoud was, dat vond ik verschrikkelijk. Nog altijd. Maar als het zonnetje schijnt, dan denk ik meteen: wie mag er vandaag nóg in korte broek gaan werken? Ik ben een gelukzak.' Het aantal leden in België blijft de laatste vijf jaar zo goed als gelijk - om en bij de 1800 in Vlaanderen, 1000 in Wallonië -, maar er kleeft nog altijd een elitair imago aan het roeien. Onterecht, countert Van Zandweghe. 'Voor je lidgeld - 180 euro per jaar - krijg je een boot en trainingen, je moet alleen nog een roeipakje kopen. Het mijne is een beetje verkleurd, ja, maar het is nog altijd mijn eerste pakje. Tien jaar oud. ( lacht) Neen, totaal niet elitair. 99 procent van de roeiers, over de hele wereld, zijn toffe mensen. Ik ben een tijdje geleden, een week voor de wereldbeker in Rotterdam, een koffietje gaan drinken met een concurrent. Mét onze vriendinnen. In hoeveel sporten zou dat nog gebeuren?' Brys: 'Wie hard traint, kan ver geraken. Ik vind het vooral een eerlijke sport, waarin de factor geluk een beperkte rol speelt. Wat je erin steekt, haal je eruit. 20 uur per week op het water zitten om zo efficiënt mogelijk, zonder te veel krachten te verspillen, door het water te glijden. Dat is de kunst.' In 2015, als nummers één en twee in de skiff, kropen ze voor het eerst samen in een dubbeltwee. Twee karakteristieke tegenpolen, ook niet vanzelfsprekend. 'Niels is eerder emotioneel en ik rationeel, maar er was vrij snel een natuurlijke compatibiliteit. Je moet met elkaar overeenkomen, maar ook dát leer je. Als je weet dat het geen zin heeft om voortdurend op elkaars kap te zitten, probeer het dan niet te doen. We zijn heel veel samen, ook met elkaars familie en vrienden.' Drie jaar geleden won het Belgische duo in Luzern de olympische kwalificatieregatta voor de Spelen in Rio, voor de Deense olympische kampioenen Mads Rasmussen en Rasmus Quist, maar de euforie sloeg snel om toen bleek dat België maar één boot naar Rio mocht sturen. Een gevolg van een reglementswijziging van de internationale roeifederatie (FISA), die in de honger naar mondialisering wel twee tickets aan roeidwergen zoals Indonesië en Zimbabwe gaf. Prominente roeiers en grote federaties probeerden de FISA nog onder druk te zetten, maar die was onverbiddelijk. Het enige Belgische ticket ging naar skiffeur Hannes Obreno, die knap vierde zou worden, het startbewijs van de Brugs-Gentse combinatie ging naar... Rasmussen-Quist. Die tegenslag verwerkten ze elk op hun manier. 'Heel jammer, natuurlijk, maar het was niet omdat we slecht gepresteerd hadden. We wonnen, dus konden we niet beter doen. We roeiden nog maar samen sinds 2015 en het niveau dat we op korte tijd haalden, was de grootste motivatie om de knop heel snel om te draaien en te denken: binnen vier jaar gaan we naar Tokio', zegt Tim Brys. Zijn Brugse ploegmaat verlegde de focus naar het WK U23, enkele maanden later, waar hij absoluut het skiffnummer wilde winnen. Tot hij tijdens een training in Hazewinkel met de massale persbelangstelling voor de mediadag van Hannes Obreno werd geconfronteerd. 'Precies een bom die insloeg. Ik zei tegen Frans dat ik even weg wilde zijn van het roeien, waarna ik een paar dagen met een vriend naar Berlijn ben geweest. Ook begin augustus heb ik mij bewust afgeschermd van alles wat met de Spelen te maken had. Toen ik enkele weken erna dat WK U23 won, is er heel veel emotie losgekomen, maar ik kon het tegelijkertijd ook afsluiten.' En het begon steeds beter te lopen. Na de derde plaats op het WK in Plovdiv (2018) schakelde ook Sport Vlaanderen nog een tandje hoger - vaste kinesist, diëtist, mental coach - en kregen ze enkele maanden geleden ook een duwtje in de rug van... Brouwerij De Halve Maan, die zijn sponsoring focust op sporten die minder media-aandacht krijgen - roeien, zwemmen ( Pieter Timmers), marathon ( Koen Naert) en judo ( Dirk Van Tichelt) - en dus ook minder gemakkelijk sponsors vinden. Voor de puriteinen: de topatleten maken reclame voor Sportzot, de alcoholvrije variant van Brugse Zot. 'In vergelijking met vier jaar geleden, toen we net samen begonnen, hebben we op het vlak van begeleiding en ondersteuning een enorme stap vooruit gezet. Groot-Brittannië en Australië zijn buiten categorie - daar spreken we over budgetten die in de miljoenen lopen -, maar we zitten wel op het niveau van pakweg Frankrijk. Het enige wat we moeten doen is trainen, voor de rest moeten we ons van niets meer aantrekken. Al moet ik deze zomer toch eens mijn bachelorproef schrijven', zegt Van Zandweghe, student sportmanagement. Zijn onderwerp? Drop-out in de roeisport na het beëindigen van de studies. 'In 2012 trainden we met een groepje van 30 roeiers en nu ben ik de enige die nog overblijft. Een typisch fenomeen én een probleem in het roeien. Als je jongens langer in de sport kan houden, heb je ook een grotere vijver om in te vissen.' Brys is een van de uitzonderingen die na zijn studie - master in de handelswetenschappen - bleef plakken in de sport. 'Omdat ik het gráág doe, niet omdat ik een maatschappelijke carrière nog een paar jaar wil uitstellen. Ik denk dat topsport veel zwaarder is dan een gewone job, want het neemt je leven volledig over.' Van Zandweghe knikt. 'Doortrainen op feestdagen, letten op wat je eet en drinkt... Een avond te laat gaan slapen en we zijn een week gesjareld. Maar, en dat is de rode draad door mijn nog jonge leven: als ik één iets heb, dan ga ik daar de volle 100 procent voor. Ik was geen supertalent - in niets - en heb altijd hard mijn best moeten doen. Als kind was ik zot van dinosaurussen, ik kon alle soorten uit het hoofd opnoemen. Later, toen ik een tiener was, was ik in de ban van vliegtuigen en wilde ik piloot worden. Nu is dat roeien, waardoor de school me iets minder interesseert. Maar het komt deze zomer in orde.' ( lacht) Ook Brys deed langer over zijn studie en ging amper naar de les, 'maar studeren was een vorm van ontsnappen. Ik had wel iets nodig buiten het roeien, even weg kunnen zijn. Ook daarom volg ik nu een initiatorcursus. Eventjes focussen op iets anders. Dat doet deugd. Maar, laat dat duidelijk zijn: ik was blij dat ik afgestudeerd was.' Dat hij in de bedrijfswereld méér zou kunnen verdienen, is momenteel geen punt. 'Geld is in deze fase van mijn leven geen stimulerende factor. Ik word betaald op basis van mijn diploma en ben tevreden met wat ik verdien.' In andere landen, zoals bijvoorbeeld in Groot-Brittannië, worden atleten ook op basis van prestaties betaald. De Vlaamse federatie voorziet geen bonussen, ook niet bij winst in de wereldbeker. Van Zandweghe: 'We kregen wel een bekertje, maar dat is al in twee gebroken.'