Laten we voor een keertje met een spijkerharde conclusie beginnen: tenzij er ondertussen nog (echte) versterkingen aangeworven worden, wacht Vreven een haast onmogelijke opdracht om Waasland-Beveren in eerste klasse te houden. Eén voordeel: hij kan deze analyse als motivatie ophangen in de kleedkamer.
...

Laten we voor een keertje met een spijkerharde conclusie beginnen: tenzij er ondertussen nog (echte) versterkingen aangeworven worden, wacht Vreven een haast onmogelijke opdracht om Waasland-Beveren in eerste klasse te houden. Eén voordeel: hij kan deze analyse als motivatie ophangen in de kleedkamer. Het zal immers van die motivatie afhangen in welke mate de club uit de degradatiezone kan blijven. De voorbije jaren lukte dat alvast niet. Sinds de promotie naar eerste klasse in 2012 bleek Waasland-Beveren een kerkhof voor trainers. Geeraerd, De Boeck, Peeters, Van Geneugden, Brepoels, stuk voor stuk beten ze hun tanden stuk op het warrige transferbeleid van het bestuur. Na weer een seizoen waarin pas in laatste instantie behoud afgedwongen werd, hield CEO Poppe de eer aan zichzelf. De sportieve leiding is nu in handen van onder meer Filip De Wilde (ex-Beveren en Anderlecht). 'Een eeuwig herbeginnen' stond hier vorig seizoen boven de analyse. Op dat vlak alvast niets nieuws onder de zon. Al lijkt de samenstelling van de kern deze keer iets doordachter en in functie van het systeem dat Vreven, die als trainer zijn debuut maakt op het hoogste niveau, wil hanteren. Een stevig blok op het middenveld en speculeren op de counter dankzij snelle vleugelaanvallers. Vorig seizoen beschikte Waasland-Beveren met Coosemans en Steppe over twee puntenpakkers. Nu moet het erop rekenen dat de relatief onervaren Henkinet, die Vreven nog kent van bij tweedeklasser Dessel Sport, zich verder ontwikkelt. Achterin wordt gekozen voor een viermanslinie. Luxemburgs international Jans is een certitude op rechts. Hij heeft het volume om, zoals Vreven het graag ziet, de achterlinie te halen. Op links start wellicht de zesvoudige Zweedse international Demir, ook al sloot hij pas recent aan. Leemans, jeugdproduct van Anderlecht, is back-up. Centraal blijkt Sousa een aanwinst, van Buatu is dat eerder twijfelachtig. Een sterke beer, opgeleid bij Standard, maar te robuust in het uitvoetballen. Dat geldt eigenlijk voor de hele achterlinie, die te vaak de lange bal zoekt eenmaal onder druk gezet. Vreven wil er daarom absoluut nog een centrale verdediger met voetballende kwaliteiten bij. Centraal op het middenveld vormen twee Fransmannen een vast koppel. Coulibaly is de rustige metronoom, Moulin de werkmeid. Vooral Coulibaly, die zijn strepen verdiende in de Ligue 2, bleek al snel heel belangrijk voor de ploeg. Zijn plek kan ook ingenomen worden door oudgedienden Maric of Destorme, maar zij worden eerder gezien als offensieve middenvelder achter de spits. Op de flanken heeft Vreven keuze te over. Het is ten andere daar dat hij offensieve impulsen verwacht. Met Myny, Langil, Ibou en in mindere mate Wilmet beschikt de ploeg over veel snelheid en creativiteit op de vleugels. Jellal, Luyckx en De Belder zijn reserven die mogen vrezen voor hun speelminuten. In de spits staat of valt alles met het mogelijke vertrek van topschutter Emond (vorig jaar 14 goals). De voorbereiding wees uit dat hij met zijn hoofd eigenlijk elders zit en ook Vreven zag zich belemmerd in het toewerken op automatismen zolang hij het lot van zijn speerpunt niet kent. Als alternatief lopen in de kern Gano en Vanzo, maar de eerste is mentaal onberekenbaar en de tweede mist intrinsieke klasse. Ook op deze positie moet en wil Waasland-Beveren nog toeslaan op de transfermarkt. Vreven staat voor gedrevenheid, verbetenheid en gedisciplineerd voetbal. Tijdens de voorbereiding schoten hij en zijn assistent Vermeulen in lichte paniek: verscheidene keren bleken net die vereisten te ontbreken in de ploeg. Iemand als Langil kan wel individueel iets forceren, maar het is wachten tot hij een eerste keer botst met de veeleisende Vreven. Die opteerde voor een hoop gebuisden of jongeren en hoopt op hun honger om zich te bewijzen. Het valt alleen te vrezen dat een flink aantal al dik tevreden is dat ze in de Belgische eerste klasse aan de bak kunnen. DOOR MATTHIAS STOCKMANS