Na een mooie maar drukke sportieve zomer als assistent van bondscoach Dominique Baeyens begint Kris Tanghe aan zijn vierde jaargang als hoofdcoach van Precura Antwerpen. Met de Sinjoren pakte hij vorig jaar de beker én een Champions Leagueticket.
...

Na een mooie maar drukke sportieve zomer als assistent van bondscoach Dominique Baeyens begint Kris Tanghe aan zijn vierde jaargang als hoofdcoach van Precura Antwerpen. Met de Sinjoren pakte hij vorig jaar de beker én een Champions Leagueticket. Na de sportief (maar financieel minder, zie kaderstuk) fantastische campagne 2013/14 rijst de vraag of Antwerpen, dat drie sterkhouders zag vertrekken, voldoende gewapend is om in het nieuwe seizoen op drie fronten succesvol te zijn. "Met Mads Ditlevsen, Seppe Baetens en Thomas Koelewijn zijn we inderdaad drie hoekstenen van ons team van vorig jaar kwijt", zegt Tanghe. "Daartegenover staat wel dat toch nog meer dan de helft van onze spelers gebleven is. De vraag die altijd gesteld wordt: hoe vergelijk je de sterkte van deze groep met die van vorig seizoen? Je kunt moeilijk appels met peren vergelijken. Met de spelers die er al waren, neem je iets mee van vorig seizoen, maar daar komen nieuwe jongens bij. Het vers bloed dat erin gepompt werd, maakt dat de chemie sowieso anders is." Die chemie zat vorig jaar heel goed en vormde een niet te onderschatten factor in het Antwerpse succes, beaamt Tanghe. "Een aantal spelers kwam echt boven water drijven. Tom Van Walle zat drie jaar geleden nog op de bank bij PNV en net als voor Seppe Baetens was Puurs het hoogste niveau waarop hij voordien had gespeeld. Onze spelverdeler en kapitein Yannick van Harskamp speelde een grote rol in hun ontwikkeling. De chemie zat goed van bij het begin. De bekerwinst gaf ons een extra boost en het vertrouwen dat we konden winnen van een topploeg. Een spelerskern hoeft niet te bestaan uit de beste vrienden, maar je hebt wel een klik nodig op het terrein. Die moeten we opnieuw nastreven." Zijn buikgevoel is positief. "Bij de start van het seizoen kun je onmogelijk al conclusies trekken, maar ik zie veel gretigheid en enthousiasme. In de voorbereidingswedstrijden merkte ik een grote prestatiedrang. Er is nog geen druk van buitenaf, maar de motivatie vanuit de spelers zelf om kwaliteit na te streven valt op." Het leiderschap is ook meer verspreid, merkt de coach. "Vorig jaar moest op dat vlak heel veel komen van één speler, Yannick van Harskamp. Nu staan ook een paar andere jongens op die hun stem al eens verheffen en hun aanwezigheid duidelijk laten blijken, zoals Dennis Deroey en Marien Moreau." De Franse ex-international Moreau, die overkwam van het Duitse Unterhaching, vervangt Mads Ditlevsen als hoofdaanvaller. "Marien is een heel ander type opposite", weet Tanghe. "Mads haalde heel veel uit zijn explosiviteit, terwijl Marien uitblinkt door zijn groot arsenaal aan oplossingen in moeilijke situaties. Hij is ook een competitiebeest pur sang en iemand die zich als een vis in het water voelt in money time. Als het erom gaat, durft hij de ballen op te eisen. De samenwerking met Yannick wordt natuurlijk cruciaal. Het vergt tijd om die te optimaliseren, maar daar werken we hard aan." Als vervanger voor Baetens haalde Antwerpen met de Nederlander Floris van Rekom wél een gelijkaardig type in huis. "Zoals Seppe heeft ook Floris veel power en is hij heel explosief. Met hem kunnen we snel volleyballen en daar hou ik wel van. Ik ben ook aangenaam verrast door het niveau dat Robbe Vandeweyer, die de overstap maakte van de volleybalschool, al haalt. Hij moet de concurrentie aangaan met Van Rekom, Van Walle en Gijs Jorna. Kortom, op de receptiehoek hebben we een goede mix van aanvallende power en mannen met uitstekende verdedigende en receptionele kwaliteiten." Net als voor de opposite koos Antwerpen in het middencompartiment voor ervaring. Michael Andrei sloot nog maar pas aan bij de groep nadat hij met de Duitse nationale ploeg brons pakte op het WK. "Ik denk dat het voor Martijn Colson en Bas van Bemmelen alleen maar positief is dat ze zo'n speler naast zich krijgen. Zeker qua blok, het spel lezen en begrijpen, wordt Michael een sleutelfiguur. Op dat vlak zal hij Martijn en Bas veel ondersteuning kunnen bieden." Lowie Stuer verliet Roeselare om meer te kunnen spelen, maar met Dennis Deroey trok Antwerpen verrassend nog een tweede libero aan. "Ze ambiëren beiden om eerste libero te zijn, maar rekening houdend met ons drukke programma zullen we ze alle twee nodig hebben. Tussen 10 en 31 januari spelen we zes wedstrijden en in november is het niet anders. Interne strijd voor een basisplaats is goed, ik heb het liever zo dan dat de aandacht op een bepaald moment verslapt." De nieuwkomers wacht een moeilijke taak, maar Tanghe wil ook dat de blijvers weer een stapje vooruitzetten. "Voor mij als trainer is het belangrijk dat de jonge spelers hun ontwikkeling voortzetten. Martijn Colson, bijvoorbeeld, maakte vorig seizoen veel progressie. Hij moet dit jaar bevestigen. Sander Depovere moet dan weer meer druk kunnen leggen bij Yannick. Daarnaast zijn er de nieuwe jongeren, over wie ik het daarnet al had. Op trainingen komt het er voor hen op aan om hun ogen en oren open te houden en zo veel mogelijk op te pikken. Als ze dat doen, zullen ze zeker speelkansen krijgen. Het is hun opdracht om ervoor te zorgen dat de trainer niet meer om hen heen kan." Het potentieel om weer een mooi seizoen te beleven, is aanwezig, aldus Tanghe, maar hij vindt dat Antwerpen in de eerste plaats moet denken op langere termijn. "Voor Antwerpen moet het de uitdaging zijn om te blijven meedraaien bovenaan en niet met pieken en dalen te presteren. Vorig jaar kenden we met de bekerwinst iets sneller dan verwacht een piek. Het tweede piekmoment, het behalen van het Champions Leagueticket, was al meer het werk van de regelmaat. In deze club mag het niet de belangrijkste drijfveer zijn om prijzen te pakken. Als we zover zijn, gaan we dat uiteraard proberen, maar de uiteindelijke motivatie van Antwerpen moet zijn om een stabiele club te zijn. Daarom zeg ik: het is onze doelstelling om opnieuw mee te strijden met de top drie, top vier." Pakweg een vierde plaats en 'slechts' de halve finale van de beker zal voor de buitenwereld, maar wellicht ook voor mensen binnen de entourage van de club, als een teleurstelling beschouwd worden. Dat beseft ook Tanghe. "Maar als dat het resultaat wordt, dan moeten we dat achteraf goed kunnen plaatsen. Hebben we zelf gefaald of was de tegenstand zwaarder dan vorig seizoen?" De trainer van Antwerpen verwacht alleszins meer concurrentie. "Roeselare blijft voor mij de grote favoriet: een team dat drie jaar op rij zijn kern kan behouden, heeft een grote voorsprong. Maaseik onderging na een erg turbulent seizoen een metamorfose. Ze zijn in hun eer gekrenkt en zullen op zoek gaan naar eerherstel. Ze grijpen daarvoor terug naar het concept dat hen in het verleden geen windeieren heeft gelegd: jonge spelers opleiden, beter maken en van hen een hecht team smeden. Ook verwacht ik veel van Asse-Lennik, dat goed heeft aangekocht." Antwerpen zelf moet bevestiging brengen van zijn boerenjaar. "Met alles wat we vorig jaar bereikten, kopen we nu niets meer," waarschuwt Tanghe, "maar we pakken wél een stuk ervaring mee: toeleven naar een bekerfinale, tijdens de play-offs tien wedstrijden afwerken op het scherp van de snee. We weten ondertussen wat je nodig hebt om zo ver te geraken." Opnieuw de finale van de play-offs bereiken wordt hoe dan ook een lastige klus voor Antwerpen. Weer de bekerfinale spelen is evenmin een sinecure. "We willen andermaal de eindstrijd in eigen stad halen, maar waar het lot ons vorig seizoen goed gezind was en we de zogenaamde topploegen meden, komen we nu in een eventuele halve finale tegen Maaseik uit. Zo ver vooruitkijken doen we trouwens niet, we gaan het stap voor stap bekijken. In de eerste ronde komen we allicht uit tegen Genk, dat met Kristof Hoho en Bjorn Hilven twee mannen met een pak ereklasse-ervaring in het team heeft. Die zullen hun huid duur verkopen. Een offday kunnen we ons niet veroorloven in een competitie met rechtstreekse uitschakeling." Niet te hoog van de toren blazen, is het advies van Tanghe. "Dat druist misschien wat in tegen de Antwerpse mentaliteit, maar laten we nuchter blijven. In de wandelgangen hoor ik al: 'In de Champions League moeten we de tweede ronde bereiken.' Oké, dat is onze doelstelling, maar een makkie wordt het in geen geval. Belchatow telt twee wereldkampioenen in zijn rangen, de opposite en een middenman. Het is een club met een rijke traditie die top is in de ijzersterke Poolse competitie. Innsbruck en Budejovice beschikken ook al over jaren Champions League-ervaring. Wij komen op dat niveau piepen aan het venster. We spelen voor het eerst Champions League, moeten we nu uitroepen dat de tweede ronde een must is?" Beter bescheiden blijven is de boodschap, maar bescheiden met ambitie. "De winnaars plaatsen zich en daarnaast slechts vijf van de zeven tweedes. Belchatow is normaal gezien buiten categorie. Met de twee andere ploegen moeten wij de strijd aangaan. Ik vind dus wel dat we méé moeten doen om ons te plaatsen voor de tweede ronde. Het is allemaal nieuw voor ons en bijgevolg moeilijk in te schatten, maar dat neemt niet weg dat ik vind dat we onze voet naast die van Innsbruck en Budejovice mogen zetten. In onze thuismatchen tegen die twee teams gaan we resoluut voor winst en dan zien we wel wat we op verplaatsing kunnen rapen." De thuiswedstrijden in de Champions League moeten hoe dan ook hoogtepunten worden in het seizoen, besluit hij. "Tegen Innsbruck en Budejovice volleyballen we in onze eigen zaal in Deurne, voor de wedstrijd tegen Belchatow wijken we uit naar de Lotto Arena. Dat wordt een galamatch, maar het is ook leuk om eens te kijken wat we kunnen tegen zo'n Europees topteam: komen we er niet aan te pas of maken we een kans?" ?DOOR ROEL VAN DEN BROECK - BEELDEN BELGAIMAGE"Met alles wat we vorig jaar bereikten, kopen we nu niets meer, maar we pakken wel een stuk ervaring mee."