In de schaduw van Emile Mpenza beleefde Roland Lamah (21) een uitstekend debuut als basisspeler in de nationale ploeg. Hij werd door Frank Vercauteren, zijn ex-trainer bij Anderlecht, in september een eerste keer voor de A-ploeg geselecteerd voor de interlands tegen Spanje en Armenië. In Armenië haalde hij de bank en viel hij in de 80e minuut in voor Wesley Sonck. Hij gaf er de assist aan Van Buyten (2-1).
...

In de schaduw van Emile Mpenza beleefde Roland Lamah (21) een uitstekend debuut als basisspeler in de nationale ploeg. Hij werd door Frank Vercauteren, zijn ex-trainer bij Anderlecht, in september een eerste keer voor de A-ploeg geselecteerd voor de interlands tegen Spanje en Armenië. In Armenië haalde hij de bank en viel hij in de 80e minuut in voor Wesley Sonck. Hij gaf er de assist aan Van Buyten (2-1). Geboren in Abidjan, Ivoorkust, groeide Roland Lamah (1m80, 71kg) op in de buurt van zijn gewezen ploegmaat bij Le Mans, Gervinho, ex-Beveren. Hij raakte in Abidjan zelf niet binnen in het opleidingsinstituut van Jean-Marc Guillou, maar baande zijn weg in de voetbalwereld op een andere manier. Toen de familie op zijn veertiende naar België verhuisde, sloot Lamah zich aan bij Visé. Daar viste Anderlecht hem al snel op. Hij kwam er terecht in de groep met Vadis Odjidja, AnthonyVanden Borre, Cheikh Tioté en Bakary Saré, allemaal talentvolle jongeren. Maar op Vanden Borre na hadden ze het moeilijk om door te breken. Lamah werd in 2007 uitgeleend aan Roda JC en begin vorig seizoen verkocht aan Le Mans. Hij zag onvoldoende kansen voor zichzelf bij Anderlecht, waar hij uiteindelijk bleef steken op zes invalbeurten en één basisplaats in de supercup. De zomer van 2008, toen hij vertrok, was er een van grote teleurstellingen voor hem. Eerder was hij, ondanks goeie prestaties bij Roda (11 goals in 32 matchen), in extremis uit de selectie gevallen voor de Olympische Spelen. Hij had bij de beloften geregeld zijn talent getoond, tegen Slovakije een wedstrijd met geniale flitsen zelfs helemaal doen kantelen, maar uiteindelijk stond Maarten Martens, zijn concurrent op links in de olympische ploeg, verder. Ook daar was de analyse: uitstekende voetballer, maar te weinig regelmaat in een wedstrijd. Bij Le Mans is daarover blijkbaar geen klagen, want dit seizoen startte hij in elke competitiematch. Hij speelt er in een rol die varieert van linkerspits tot linkermiddenvelder, waarbij hij beter rendeert in een meer aanvallende positie. Toen dit blad hem vorig seizoen opzocht, hield hij de deur voor twee landen (Ivoorkust en België) open, maar sprak hij al zijn (lichte) voorkeur voor een selectie bij de Rode Duivels uit. "Ik ken veel spelers van bij de beloften." Die selectie is er nu. Jean-François Remy, assistent bij de beloften en volger van het Franse voetbal voor Be tv, is niet verrast. "Hij heeft techniek en fysiek, hij kan links en rechts spelen, en is een betere afwerker dan hij al liet zien. Enige zwakke punt tot nu toe is die regelmaat. In de Ligue 1 heeft hij op dat vlak al stappen gezet." S PETER T'KINT'Hij is een betere afwerker dan hij al liet zien.' Jean-François Remy