Het was op een zondag in december 1994: op het strand van de Copacabana in Rio de Janeiro heerste een koortsachtige bedrijvigheid. Tussen de zonnende mensen door voetbalden jongetjes, de ene bleek al wat behendiger met de bal dan de andere, maar iedereen probeerde zijn techniek zo goed mogelijk te demonstreren. Dromend van een grote carrière, van een vluchtweg uit de favelas, die amper een paar kilometer van dit befaamde strand liggen. Het was een onwezenlijk beeld: bij een temperatuur van meer dan 30 graden stonden de flikkerende kerstbomen langs de strandboulevard. Wandelaars, joggers en toeristen flaneerden op en neer, aan de overkant van de weg lagen hotels, badend in een buitenissige luxe. De contrasten raken elkaar in Rio, rijken en armen leven er haast naast elkaar.
...

Het was op een zondag in december 1994: op het strand van de Copacabana in Rio de Janeiro heerste een koortsachtige bedrijvigheid. Tussen de zonnende mensen door voetbalden jongetjes, de ene bleek al wat behendiger met de bal dan de andere, maar iedereen probeerde zijn techniek zo goed mogelijk te demonstreren. Dromend van een grote carrière, van een vluchtweg uit de favelas, die amper een paar kilometer van dit befaamde strand liggen. Het was een onwezenlijk beeld: bij een temperatuur van meer dan 30 graden stonden de flikkerende kerstbomen langs de strandboulevard. Wandelaars, joggers en toeristen flaneerden op en neer, aan de overkant van de weg lagen hotels, badend in een buitenissige luxe. De contrasten raken elkaar in Rio, rijken en armen leven er haast naast elkaar. We waren in Rio met collega's van de andere magazines van onze uitgeverij Roularta en met enkele publiciteitsbureaus. Als dusdanig gingen we die zondagmiddag eten. In een volks restaurant, met uitzicht op Copacabana. Het krioelde er van het volk. Obers liepen op en neer, het zweet druppelde van hun hoofd, ze konden de bestellingen niet snel genoeg noteren. Op een gegeven moment gaat Etienne Dermaut, een voormalige basketinternational die een reclame-agentschap runde, naar het toilet. Hij keert opgewonden terug. In het toilet spuit een man met een fles water twee jongetjes nat. Hij denkt dat het... Romario is. Dat kunnen we moeilijk geloven. Samen met Etienne gaan we naar het toilet en warempel, het is Romario die zich daar amuseert en een fles water over twee jongetjes giet. Hij heeft de dolste pret. We spreken Romario aan. Daar doet hij niet moeilijk over. De spits, die zes maanden eerder met Brazilië wereldkampioen werd, praat ongedwongen, in het Nederlands dat hij aan zijn periode bij PSV heeft overgehouden. Hij heeft geen haast. Nochtans was Romario, die op dat moment bij Barcelona onder contract stond, eerder afgeschilderd als een egoïstisch godenkind, een hondsbrutale vlegel die geen respect betoonde voor trainer of bestuur - laat staan voor iemand die hij niet kent. Maar daar, in het toilet van een restaurant in Rio de Janeiro, vertelt Romario over de heerlijke jaren bij PSV waar hij met zijn superieure techniek en flitsende demarrages aan de weg timmerde naar de absolute top. Heerlijke jaren? Hadden we Romario wel goed begrepen? Want bij PSV, zo heette het, leidde het Braziliaanse genie een eenzaam bestaan en had hij nooit contact met zijn medespelers. In het toilet van het restaurant, op een paar kilometer van de sloppenwijk waar hij opgroeide, wilde Romario dat niet gezegd hebben. Neen, hij die toen een aanhoudende liefde zou hebben gehad voor nachtelijke uitstapjes en een voorkeur voor Hollandse blondines, sprak met vertedering over de drie titels die hij in vijf seizoenen met de club uit Eindhoven behaalde en zei uit het hoofd dat hij 165 treffers in 163 wedstrijden had gemaakt. Is dat niet meer dan een gemiddelde van één goal per match, vroeg Romario, alsof hij daar zelf niet zeker van was. Scoren was altijd al zijn levensader. Voetbal is religie in Brazilië en je zou denken dat vedetten worden omstuwd door de massa. Maar in dat restaurant liet iedereen Romario gerust. Zoals dat hoort als iemand aan het eten is. Toen de spits later het etablissement verliet, zwaaide hij ons even toe. Niemand had oog voor hem. Dat was bizar. Toen Romario zes maanden later naar Brazilië terugkeerde en voor Flamengo ging voetballen, wachten 7000 supporters hem aan de luchthaven van Rio De Janeiro op. In konvooi trokken ze van daaruit naar het stadion van Flamengo. Straks, op 29 januari, wordt Romario 48 jaar. Hij zal zijn mening blijven verkondigen. Zoals hij dat ooit eens deed met de levende legende Pelé toen die hem in 2005 aanraadde om te stoppen. "Een zwijgende Pelé is een poëet", zei Romario toen. "Het zou goed zijn hem een schoen in de mond te stoppen." En zoals een paar maanden geleden toen Romario, inmiddels parlementslid, de Zuid-Amerikaanse voetbalbond Conmebol nog corrupter noemde dan de FIFA. Dat kan nog leuk worden tijdens het komende WK. Zeker als de Braziliaanse ploeg onder de verwachtingen zou blijven.