Als rasechte Antwerpenaar baatte Desruelles in de herfst van zijn loopbaan en erna (eind jaren tachtig, begin jaren negentig) een taverne/supporterslokaal van de Great Old uit, vlak bij de Bosuil in Deurne. In 1992 verkocht hij de slecht lopende zaak, waarna hij coach werd van atleet Patrick Stevens, tot en met de Spelen van Atlanta 1996.
...

Als rasechte Antwerpenaar baatte Desruelles in de herfst van zijn loopbaan en erna (eind jaren tachtig, begin jaren negentig) een taverne/supporterslokaal van de Great Old uit, vlak bij de Bosuil in Deurne. In 1992 verkocht hij de slecht lopende zaak, waarna hij coach werd van atleet Patrick Stevens, tot en met de Spelen van Atlanta 1996. Dat jaar startte Desruelles echter ook als sprinttrainer bij eersteklasser Eendracht Aalst. 'Op voorspraak van fysical coach Jacques Caluwe hebben we hem toen aangeworven', herinnert toenmalig manager Patrick Orlans zich. 'Eerst om met de jeugd op startsnelheid en looptechniek te werken, daarna ook met de eerste ploeg. In het Belgisch voetbal was zo'n sprintcoach bijna ongezien. Maar het rendeerde, want onder meer mijn zoon Olivier, toen zestien jaar, heeft onder Ronald op dat vlak veel progressie gemaakt. Een keerpunt in zijn carrière zelfs.' Toen hoofdcoach Jan Ceulemans bij Aalst in februari 1997 ontslagen werd en Urbain Haesaert hem verving, verdween Desruelles echter weer van het toneel - Haesaert deed de fysieke trainingen liever zelf. Enkele jaren later nam de jonge Antwerpverdediger Jonas De Roeck contact op met de ex-topatleet. 'Ik zocht iemand met wie ik kon werken aan mijn startsnelheid, mijn zwakke punt toen', vertelt De Roeck. 'Via mijn manager René Vijt kwam ik bij Ronald terecht. Twee jaar heb ik tweemaal per week individueel met hem getraind - een keer in de fitness, een keer op de atletiekpiste. Voor een voetballer bijna revolutionaire oefeningen: niet zomaar met wat halters sleuren, maar snelle bewegingen met zware gewichten om specifieke spiergroepen te trainen. En op de piste moest ik vaak oefeningen uitvoeren waarbij ik de grond met de tippen van mijn tenen zo kort mogelijk moest raken, om mijn snelheid en voetenwerk te verbeteren. Ik was heel tevreden over die samenwerking. Ook menselijk klikte het - Ronald was net als ik bescheiden en relaxed - al hebben we nooit diepgaande gesprekken gevoerd.' Toen De Roeck in 2001 na zijn transfer naar Lierse over Desruelles sprak met coach Regi Van Acker, mocht de Belgisch recordhouder op de 100 meter ook op het Lisp aan de slag. 'We hadden met René Verniers een techniektrainer en Ronald leek me na Jonas' positieve commentaren de ideale man om de snelheid van jonge kerels als Stef Wils en Stein Huysegems aan te scherpen', aldus Van Acker. 'Ook in die periode was dat nog nieuw, maar zeker Stein heeft daar de vruchten van geplukt (10 goals dat seizoen, en 16 het volgende, nvdr). Hoewel Ronald - in tegenstelling tot wat je zou vermoeden - als Antwerpenaar niet de grootste prater was en zeker niet pochte met zijn prestaties, dwong hij met zijn atletische lichaam, zijn uitstraling en palmares ook bij iedereen respect af. Helaas is Ronald samen met mij na dat seizoen (2001/02, nvdr) bij Lierse moeten vertrekken. Jammer, want hij had de jonge spelers nog veel kunnen bijbrengen.' DOOR JONAS CRETEUR