Ritten

Rit1 Zaterdag 12/5 Caprera - La Maddalena (ploegentijdrit) 24 km
...

Rit1 Zaterdag 12/5 Caprera - La Maddalena (ploegentijdrit) 24 km Rit 2 Zondag 13/5 Tempio Pausania - Bosa 203 km Rit 3 Maandag 14/5 Barumini - Cagliari 195 km Dinsdag 15/5 rustdag Rit 4 Woensdag 16/5 Salernia - Montevergine di Mercogliano 158 km Rit 5 Donderdag 17/5 Teano - Frascati 172 km Rit 6 Vrijdag 18/5 Tivoli - Spoleto 181 km Rit 7 Zaterdag 19/5 Spoleto - Scarperia 239 km Rit 8 Zondag 20/5 Barberino di Mugello - Fiorano Modenese 194 km Rit 9 Maandag 21/5 Reggio Nell'Emilia - Lido di Camaiore 182 km Rit 10 Dinsdag 22/5 Lido di Camaiore - Sant. N. S.Della Guardia 230 km Rit 11 Woensdag 23/5 Serravalle Scrivia - Pinerolo 192 km Rit 12 Donderdag 24/5 Scalenghe - Briançon (Fra) 163 km Rit 13 Vrijdag 25/5 Biella - Sant. di Oropa (individuele tijdrit) 13 km Rit 14 Zaterdag 26/5 Cantu - Bergamo 181 km Rit 15 Zondag 27/5 Trente - Tre Cime di Lavaredo 190 km Maandag 28/5 rustdag Rit 16 Dinsdag 29/5 Agordo (Dolomiti Stars) - Linz (Oos) 196 km Rit 17 Woensdag 30/5 Linz (Oos) - Monte Zoncolan 146 km Rit 18 Donderdag 31/5 Udine - Riese Pio X 182 km Rit 19 Vrijdag 1/6 Treviso - Comano Terme 178 km Rit 20 Zaterdag 2/6 Bardolino - Verona (individuele tijdrit) 42 km Rit 21 Zondag 3/6 Vestone - Milaan 181 km. TOTAAL 3442 km8 vlakke ritten, 5 etappes in het middengebergte, 5 bergritten, 4 aankomsten op een helling, 3 tijdritten Kenners zijn het erover eens dat deze Giro een stuk menselijker is dan de jongste edities. Toch blijft de Ronde van Italië met vijf bergritten en vier aankomsten bergop op maat gesneden van de klimmers. De Giro gaat dit jaar van start op Sardinië met een ploegentijdrit van 24 kilometer. Er worden twee ritten in lijn afgewerkt op het eiland, waarna meteen de eerste rustdag volgt om de verplaatsing per boot naar het zuidelijke Salerno te maken. In de vierde rit ligt de aankomst meteen bergop, op de Montevergine di Mercogliano (1260 meter). De Girokaravaan trekt verder noordwaarts, met op dag zes een pittige etappe door de uitlopers van de Apennijnen. Op 19 mei werken de renners met 239 kilometer de langste rit van de Giro af. In deze en de drie volgende etappes blijft het peloton in de buurt van de Apennijnen, met een behoorlijk geaccidenteerd parcours tot gevolg. Na een relatief vlakke overgangsrit op 23 mei, worden de Alpen bereikt en hier begint het echte werk. Rit 12, met de beklimming van de Colle dell'Agnello (met zijn 2744 meter het dak van de Giro) en de Franse Col d'Izoard en aankomst in Briançon, wordt ongetwijfeld een sleuteletappe. Ondanks een vrij lange verplaatsing krijgen de renners daags nadien al een klimtijdrit naar de Santuario di Oropa voorgeschoteld. Daarna duikt het peloton de Dolomieten in. Rit 14 op 26 mei wordt vermoedelijk opnieuw een overgangsetappe, want op zondag 27 mei werken de renners de koninginnenetappe van deze Giro af. De renners rijden over de Passo San Pellegrino, de Passo Giau, de Passo Tre Croci en aansluitend de bijzonder steile slotklim met aankomst boven op Tre Cime di Lavaredo. Na een nieuwe rustdag trekken de renners richting Oostenrijks Tirol, met op woensdag 30 mei een spectaculaire aankomst op de supersteile Monte Zoncolan, met stijgingspercentages boven de twintig procent. Op zaterdag 2 mei volgt er dan nog een individuele tijdrit over 42 kilometer in Verona, maar met zoveel klimgeweld ligt de Giro hier waarschijnlijk al in zijn definitieve plooi. 1. Ivan Basso (Ita, Csc) in 91 u. 33'36" ; 2. José Enrique Gutierrez Cataluna (Spa, Phonak) op 9'18" ; 3. Gilberto Simoni (Ita, Saunier Duval) op 11'59" ; 4. Damiano Cunego (Ita, Lampre) op 18'16" ; 5. Paolo Savoldelli (Ita, Discovery Channel) op 19'22" ; 6. Sandy Casar (Fra, Française des Jeux) op 23'53" ; 7. Juan Garate Cepa (Spa, Quick-Step) op 24'26" ; 8. Franco Pellizotti (Ita, Liquigas) op 25'57" ; 9. Victor Hugo Peña (Col, Phonak) op 26'27" ; 10. Francisco Vila Errandonea (Spa, Lampre) op 27'34". (laatste 20 jaar) 1987 Stephen Roche (Ier) ; 1988 Andrew Hampsten (VS) ; 1989 Laurent Fignon (Fra) ; 1990 Gianni Bugno (Ita) ; 1991 Franco Chioccioli (Ita) ; 1992 Miguel Indurain (Spa) ; 1993 Miguel Indurain (Spa) ; 1994 Eugeni Berzin (Rus) ; 1995 Tony Rominger (Zwi) ; 1996 Pavel Tonkov (Rus) ; 1997 Ivan Gotti (Ita) ; 1998 Marco Pantani (Ita) ; 1999 Ivan Gotti (Ita) ; 2000 Stefano Garzelli (Ita) ; 2001 Gilberto Simoni (Ita) ; 2002 Paolo Savoldelli (Ita) ; 2003 Gilberto Simoni (Ita) ; 2004 Damiano Cunego (Ita) ; 2005 Paolo Savoldelli (Ita) ; 2006 Ivan Basso (Ita)