Brugge is geen stad die zijn identiteit ontleent aan het voetbal. Het is groots dankzij zijn geschiedenis en zijn cultureel erfgoed. In het centrum is er niet één verwijzing naar Club Brugge te vinden. Zelfs niet aan restaurant La Civière D'Or, waar de club in 1891 werd opgericht. Horecazaken maken er ook geen gebruik van blauw-zwart om klanten te lokken voor hun wafels, salades, pasta's, pizza's, konijnen in Brugs tarwebier of andere Belgian specialties. Op een dag in de week dat de titelstrijd tegen KRC Genk beslist zou worden, bleek het enige gesprek over voetbal dat we er dachten op te vangen dan nog te gaan over het koor uit Manchester dat op zondag het feest van het Heilig Bloed zou openen.
...

Brugge is geen stad die zijn identiteit ontleent aan het voetbal. Het is groots dankzij zijn geschiedenis en zijn cultureel erfgoed. In het centrum is er niet één verwijzing naar Club Brugge te vinden. Zelfs niet aan restaurant La Civière D'Or, waar de club in 1891 werd opgericht. Horecazaken maken er ook geen gebruik van blauw-zwart om klanten te lokken voor hun wafels, salades, pasta's, pizza's, konijnen in Brugs tarwebier of andere Belgian specialties. Op een dag in de week dat de titelstrijd tegen KRC Genk beslist zou worden, bleek het enige gesprek over voetbal dat we er dachten op te vangen dan nog te gaan over het koor uit Manchester dat op zondag het feest van het Heilig Bloed zou openen. De sfeer op de Markt wordt bepaald door het gekletter op de klinkers van de hoefijzers van de paarden die koetsen met toeristen rondvoeren. Het doet er ons aan denken dat het een geluid is dat Tomislav Butina als geen ander kon imiteren. De Kroatische doelman woonde in de binnenstad en kwam vaak een koffie drinken in café Craenenburg. Dat was nog in de tijd dat je spelers kon interviewen buiten het stadion. De place to be daarvoor was lang hotel-restaurant 't Putje op 't Zand, het grote plein waar je op uitkomt wanneer je de Grote Markt verlaat via de grootste winkelstraat. De vroegere eigenaar runt nu Weinebrugge, een rustig, net buiten het historische stadscentrum gelegen hotel op amper vijfhonderd meter van de autosnelweg E40. Club Brugge gaat er veel op afzondering. Michel Preud'homme woonde er meer dan een jaar en in de bar komen ook nog veel ex-Clubspelers en -coaches als Hugo Broos, Franky Van der Elst, Cedomir Janevski, René Verheyen, Jos Volders en Luc Sanders een koffie drinken. Er zijn zelfs twee vergaderzalen naar Ernst Happel genoemd. De jaarlijkse reünie van oud-spelers grijpt er plaats.Eigenaar Rudi Cousaert is Oostendenaar van geboorte en al sinds eind jaren vijftig Clubsupporter. 'Ik was maar veertien jaar toen ik al met de trein kwam kijken', zegt hij. 'In Oostende was er een beetje een anti-Clubmentaliteit, omdat de Oostendenaars Wilfried Puis en Laurent Verbiest voor Anderlecht speelden, maar ik vond de beleving hier veel beter. In 't Putje is die band alleen nog maar sterker geworden. Spelers maakten er vaak afspraken met journalisten en met managers en bleven soms lang zitten, maar de cultuur is intussen veranderd. Er is een tijd geweest dat ze met de boetekas op initiatief van Gert Verheyen en Vital Borkelmans na de laatste match van het seizoen samen met hun vrouw en met mensen die op de club werkten kwamen eten. Dat was dan een gezelschap van een man of zestig. Ik weet nog dat na een titel VTM is komen filmen. Het was meifoor en er zaten mensen te eten die blijkbaar Anderlechtsupporter waren en daar niet tegen konden. Die zijn rechtgestaan en weggegaan zonder te betalen.' Hij bezit tegenwoordig ook nog twee zaken op de Markt. 'Maar daar leeft het voetbal hoogstens één dag op een jaar, wanneer Club kampioen is en er de titel viert. Dat zie je ook elders: in toeristische stadscentra leeft het voetbal minder. Wat ik wel merk, is dat veel mensen mij komen vragen om voor hen tickets te regelen. Mensen die soms tweehonderd kilometer rijden om hier naar het voetbal te komen kijken, terwijl er in hun buurt ook clubs zijn. Ik vind het een schande dat het stadiondossier al vijftien jaar aansleept. Tenslotte gaat het toch om de voetbalclub met de grootste aanhang van het land.'Punten verdienenBij thuiswedstrijden zijn de cafeetjes langs de Gistelsesteenweg de place to be. Op het terras van Den Comptoir op Sint-Adries Platse, het café van de vader van ex-Clubkeeper en Bruggeling Sven Dhoest, treffen we Olivier De Cock. De ex-rechtsback speelde twaalf jaar in het eerste elftal, is nu een fanatiek Clubsupporter en woont nog altijd in Brugge. 'In onze tijd was ook De Vuurmolen de place to be, op het Kraanplein, achter de Schouwburg', vertelt hij. 'Wanneer je laat terugkeerde van een verre verplaatsing wist je: daar is het nog open tot in de vroege uurtjes. Als ik mij niet vergis, leerde Rune Lange er zijn vrouw kennen. Zelf ontmoette ik mijn ex in café Pick op de Eiermarkt. De laatste twee titelvieringen in het stadscentrum waren geweldig, maar toen wij in 1998 kampioen waren en 's avonds met de bus terugkeerden van Anderlecht stonden er hier niet eens tien man op ons te wachten. Er was helemaal niets georganiseerd, hoewel we van 's middags al kampioen waren door het verlies van Genk.Je mag ook niet vergeten: nu kunnen spelers na de wedstrijd eten op de club, maar wij destijds niet. Na een paar uur in het spelershome gingen wij meestal nog iets eten in de stad. Hiernaast heette het vroeger de Picco Bello. Peter Van der Heyden stond er af en toe achter de draaitafel en er werden ook wel eens feestjes gehouden, onder meer een keer naar aanleiding van de geboorte van de zoon van Philippe Clement. En op 't Zand was er inderdaad 't Putje, en in de good old days het Zandpoortje.' Op 't Zand is er nu ook de Engelse pub en sportbar Mutley's, waar zijn zoon en de jongste zoon van Gert Verheyen vaak op een van de flatscreens naar livevoetbal gaan kijken. Ze lopen er school in de nabijgelegen Jozefienen. Maar spelers zie je ook daar niet. 'Wat in onze tijd allemaal kon, is nu met die sociale media niet meer mogelijk', aldus De Cock. 'Mensen nemen snel een foto, posten hem, taggen anderen en je bent meteen overal gezien. Eigenlijk is er in de stad zelf niet zoveel te doen, behalve voor toeristen én om eens megalekker te gaan eten. Na middernacht is het hier dood. Op het danscafé De Coulissen na, maar dat is voor de jonge gasten. Af en toe zie ik nog wel een keer een speler in de stad, maar dan is dat om op het gemak te shoppen met zijn vrouw. Waarschijnlijk om bij haar een beetje punten te verdienen.' ( lacht)Kleur bekennenIn café De Vespa, aan de noordzijde van het stadscentrum, is de grootste Clubsupportersclub van het land gevestigd: The Locals. 'We tellen momenteel zo'n negenhonderd geregistreerde leden van wie ongeveer de helft uit Brugge zelf komt', zegt voorzitter Frederik Van Eenoo, die in 1978 de Europacup I-finale in Wembley meemaakte in de buik van zijn zwangere moeder en die intussen op zijn rechteronderarm het stichtingsjaar van de club liet tatoeëren.'In Brugge zijn er zeker dertig cafés die Club genegen zijn, maar wij zijn samen met de Klokkers van het FCB Kaffee in het stadion de enige twee officiële supportersclubs die voor uitwedstrijden bussen met een ticketregeling inleggen.'The Locals worden door community manager Peter Gheysen geprezen omdat ze het werk van de Club Brugge Foundation (zie kader) voortzetten. 'We zitten hier in een buurt waar mensen financieel minder sterk staan en waar niet iedereen in de mogelijkheid is om een abonnement te betalen of om aan alle verplichtingen van een Clubsupporter te voldoen', aldus Van Eenoo. 'Wat ons verhaal zo sterk maakt, is dat we hen helpen door het voor hen zo goedkoop mogelijk te maken. Momenteel loopt er zelfs een actie voor een supporter die een hersenbloeding kreeg. Club is op de markt van Brugge ontstaan als een arbeidersploeg en wij willen vanuit dat sociale DNA iedereen ondersteunen en de kans geven om een wedstrijd bij te wonen. Omdat het historisch stadscentrum door de UNESCO beschermd is, mogen er wel alleen op wedstrijddagen vlaggen buiten worden gehangen. Voor de exemplaren die hier buiten aan het café hangen, moesten we een vergunning aanvragen. De glorie van de club in het stadscentrum is ook verminderd door de overname van nogal wat zaken door buitenlandse investeerders. Als je hen daarover aanspreekt, zeggen ze: ja, maar er zijn in de stad nog andere clubs.' Meer aanwezig zijn in het stadscentrum is iets waar Club zelf ook aan werkt, zegt Peter Gheysen. 'Tenslotte werd de club er opgericht. Daarom deden we er de tentoonstelling naar aanleiding van 125 jaar Club Brugge. Voor ons was dat belangrijk, ook om er gedurende twee maanden zichtbaar te zijn voor de toeristen. We vinden het heel jammer dat er zelfs op de plaats waar de club werd opgericht niks te zien is. De stad zou die troef met internationale uitstraling meer mogen uitspelen. In Dortmund is alles geel en zwart en kun je op iedere straathoek vlaggen kopen. En in Liverpool zie je overal het rood van FC Liverpool en het blauw van Everton FC. Maar hier is er in de stad precies een bepaalde terughoudendheid om kleur te bekennen. Veel van onze abonnees komen uit de stad zelf, maar anderzijds zijn we veel groter dan dat, blijkt tijdens kampioenenvieringen. Die werden al vergeleken met de volkstoeloop na de bevrijding van de stad na de Eerste Wereldoorlog. Dan hangen er zelfs blauw-zwarte vlaggen aan het Belfort en dan merk je dat op zo'n moment blijkbaar wel iedereen overtuigd is van de grote troef die de club voor de stad is.' Wie wel kleur bekent, is Dominique Persoone, de bekende chocolatier van The Chocolate Line op het Simon Stevinplein in hartje Brugge. Hij is al van jongs af aan Clubsupporter en maakt zelfs #Bluvgoan-pralines: melkchocolade met amandelpraliné en een krokantje van gerookt spek en aardappelchips. 'Club Brugge staat voor mij voor puur, Brugs, passie en toegankelijkheid van de club en de spelers', zegt hij. 'Een historisch stadscentrum hoeft niet jaar in jaar uit blauw-zwart te kleuren, maar voor speciale momenten, zoals na het winnen van een belangrijke wedstrijd, zou er wel eens een vlag mogen hangen om te tonen dat we fier zijn.'