Zijn sporthart stond een tijdje stil. Van de top van de meest prestigieuze Turijnse piste naar de diepten van het Elbsandsteingebergte, het indrukwekkende massief dat zijn geboortestreek Saksen omgeeft: de val van Michael Rösch was duizelingwekkend. Diep en snel. Zonder omweg of troost. 'Ik mocht dan al wereldkampioen zijn, ik zat thuis als een hoopje ellende, ik had niks meer', herinnert de atleet zich nog. 'Ik had ernstige mentale problemen. Ik werd gek, omdat ik de indruk had dat de miserie zich maar bleef opstapelen.'
...

Zijn sporthart stond een tijdje stil. Van de top van de meest prestigieuze Turijnse piste naar de diepten van het Elbsandsteingebergte, het indrukwekkende massief dat zijn geboortestreek Saksen omgeeft: de val van Michael Rösch was duizelingwekkend. Diep en snel. Zonder omweg of troost. 'Ik mocht dan al wereldkampioen zijn, ik zat thuis als een hoopje ellende, ik had niks meer', herinnert de atleet zich nog. 'Ik had ernstige mentale problemen. Ik werd gek, omdat ik de indruk had dat de miserie zich maar bleef opstapelen.' Wekenlang zit Rösch thuis te piekeren. Alleen. Hij kan maar niet begrijpen hoe hij, die velen beschouwden als de opvolger van Ole Einar Bjørndalen, de meest gelauwerde Noor op de Olympische Winterspelen, nu helemaal aan de grond zit. Zonder sponsor, zonder ploeg, zonder hoop. Vijf jaar na de feiten blikt Rösch rustig terug op die zwarte periode. In het restaurant van een bescheiden hotel in het Zweedse Östersund, waar hij deelneemt aan de derde manche van de Wereldbeker, onthult hij de redenen die tot zijn crash hebben geleid. Met een kop thee in de hand. Het verhaal begint bij de wieg, dat is logisch, de afkomst is altijd van belang. In zijn tijd had Michaels vader Eberhard Rösch al de keuze gemaakt voor de ski's en het geweer. Die discipline ligt hem, want hij wordt olympisch vicekampioen in 1980 in Salt Lake City. 'Daar nam ik aan mijn eerste Wereldbeker deel', glimlacht zijn zoon. 'Maar mijn vader heeft me nooit gepusht om in zijn voetsporen te reden. Hij zei altijd: als je wilt mag je, maar ik verplicht je tot niks.' Michael rolt er toch in. Als middelste van drie broers is hij de enige die ook aan biatlon gaat doen. De roots van de familie Rösch liggen nabij Pirna, in het oosten van Duitsland, niet ver van Dresden. Een stadje van iets meer dan 40.000 inwoners aan de grens met Tsjechië. De perfecte plaats. 'Heel de regio is zot van biatlon. Er ligt sneeuw en de infrastructuur is heel goed. In Duitsland is biatlon alleszins de meest populaire wintersport. Competitiewedstrijden hebben er iets van een feest, de toeschouwers vliegen dan stevig in de drank', lacht de 34-jarige sporter. Amper zes is hij wanneer hij verhangen geraakt aan langlaufen, waar je vooral sterke dijen en doorzettingsvermogen voor nodig hebt. Dat beseft hij tien jaar later. Hij wordt prof en wijdt het grootste deel van zijn leven aan de sport. Hij doet dat via een politieschool. 'Daar ben ik definitief prof geworden. Ik had het grote geluk dat ik mijn passie kon uitoefenen en tegelijk een job als politieagent achter de hand hebben. Een zekerheid in geval ik geblesseerd zou geraken.' Rösch' successen volgen elkaar op. Hij behaalt tussen 2001 en 2004 vier titels op de WK's voor nieuwelingen en junioren. Twee jaar later behaalt hij zijn eerste solo-overwinning, tijdens de achtervolging in Ruhpolding, in de Duitse Alpen, zijn achtertuin. 'Dat is mijn beste herinnering. De dag voor de laatste manche had ik drie seconden achterstand op de leider. In een interview zei ik: maakt niks uit, morgen win ik. Pas nadien realiseerde ik me: verdorie, wat heb ik nu gezegd? Nu moet ik echt wel goed zijn...' Rösch lacht nog wanneer hij eraan terugdenkt. Hij kan terugblikken op een topperiode. Aansluitend, vol zelfvertrouwen, haalt hij de graal binnen: een gouden medaille op de Olympische Winterspelen in Turijn 2006 met de Duitse estafetteploeg. 'Alles ging zo snel voor mij', zucht hij. Bijzonder goede herinneringen aan de sfeer op de Winterspelen heeft hij niet, want hij verbleef buiten het olympisch dorp. Het heeft weinig belang. Aan het einde van het seizoen staat hij vijfde op de wereldranglijst. Rösch komt in een nieuwe wereld terecht wanneer hij de steun krijgt van een bekende sponsor van energiedranken. Hij wordt geconfronteerd met een grote mediabelangstelling en veel druk. 'Ze hadden enorm hoge verwachtingen', zegt hij, nog steeds met een krop in de keel. 'In de biatlon is het bijna onmogelijk om altijd eerste te zijn. Een vijftiende plaats is ook al een succes. Maar de sponsors wilden alleen maar overwinningen.' Een slechte voorbereiding in combinatie met een off-day doen Rösch de Olympische Winterspelen van 2010 missen. Op slag keert een deel van zijn entourage hem de rug toe. Zijn grootste sponsor trekt zich terug en van de weeromstuit wordt Rösch uit de Duitse selectie gezet. Definitief. 'Die ene slechte prestatie heeft me genekt', vertelt hij. 'Fysiek en mentaal zat ik aan de grond. Het was heel moeilijk om nog een beetje positief te blijven. Ik voelde me alleen. Ik heb een hele tijd nodig gehad om te beseffen hoe diep ik wel zat.' Temeer daar zijn problemen veel verder gingen dan het louter sportieve. Lange tijd gesteund door een Duitse bank betaalde Rösch de lening voor zijn huis af met sponsorinkomsten. Toen hij gedumpt werd, kon hij die afbetalingen niet meer vereffenen. Van thuis uit had hij ook geen geld. Op dat moment kon de biatleet een beroep doen op de steun van de Belgische biatlonfederatie. Managementdirecteur Philippe Heck is net op weg om Rösch te steunen tijdens de Wereldbekermanche van Anterselva wanneer hij zijn herinneringen bovenhaalt: 'We hebben altijd goeie contacten met Michael gehad', weet hij nog. 'Ik zit zelf in de banksector en dus heb ik hem geholpen om een fiscaal makelaar te vinden om zijn huis te verkopen en zijn schulden te betalen zodat hij met een schone lei kon herbeginnen.' Terwijl de koks van het hotel aluminium schotels met aardappelen en gebraad laten aanrukken, toont Rösch zich goedgeluimd. Niet vanwege het voedsel, waar hij een hekel aan heeft. Hij is gewoonweg gelukkig dat hij weer op een aanvaardbaar niveau zit. En hij is vooral trots dat hij uit die depressie is geraakt. 'Ik heb moeten knokken, maar mijn makelaar heeft me geholpen om weer een basis te leggen door me mijn statuut van sporter te doen vergeten. Hij deed me inzien dat ik een gewone mens was die geen krediet meer had.' Rösch neemt vrijwillig heel wat tussenstappen vooraleer hij uit zijn bubbel geraakt. Op de piste herbegint hij in de IBU Cup, de tweede afdeling van de biatlon. Hij ziet af. 'Enkele maanden geleden nog maar mocht ik trainen wat ik wilde, mijn resultaten bleven slecht. Ik was er mentaal immers niet klaar voor.' De déclic komt er tijdens een weekend in december 2016. Rösch haalt de top zes in de achtervolging van Pokljuka in Slovenië. Zijn eerste in jaren. Wanneer hij geïnterviewd wordt, barst de atleet in tranen uit: hij beseft op dat moment dat hij weer aan de top kan komen.' Die topzesplaats is het beste Belgische resultaat aller tijden in de Wereldbeker. Belgisch, want Michael Rösch bezit sinds 2013 de dubbele nationaliteit. De biatleet benaderde zelf onze kleine federatie toen Duitsland de deuren voor hem sloot. 'Natuurlijk ben ik geen echte Belg', geeft Michael toe, die sedert zijn beslissing voor verrader en profiteur werd verweten. 'Ik ben hier niet geboren, ik heb geen familie die hier woont en ik spreek geen Frans of Nederlands. Maar ik ben trots dat ik dit land mag vertegenwoordigen en ik kan veel Belgen gelukkig maken.' De Belgische federatie wist hij alleszins te overtuigen, die startte in 2012 de naturalisatieprocedure op. Dat sleepte een tijd aan. Logisch: het was de periode dat bijvoorbeeld ook ene Gérard Depardieu Belgisch onderdaan wilde worden. Maar het was van weinig belang, de zoon van Eberhard was geduldig. Hij wou deel uitmaken van het Belgische project. 'Door ons te verbinden aan Michael Rösch hebben we onze ambities om te professionaliseren getoond', steekt Philippe Heck van wal. 'Met zijn resultaten en de raad die hij kan geven aan onze jongeren is Michael geschiedenis aan het schrijven in de Belgische biatlon.' En de dromen worden nog groter met de komst van Florent Claude, vicewereldkampioen bij de junioren voor Frankrijk en genaturaliseerd in 2017. 'Ik leer veel aan de zijde van Michael, zeker wat betreft het schieten', zegt de jongen uit de Vogezen. 'Ik ben gevormd door het Franse systeem, dat de klemtoon legt op precisie, terwijl de Duitsers voornamelijk aan de snelheid werken, wat tegenwoordig heel belangrijk is.' Het tumultueuze verleden van de Belgische Duitser gaf hem een mentale kracht en een relativeringsvermogen van zodra de training afgelopen is, waarvan Claude onder de indruk is. 'Michael durft weleens wat uit te halen... Bij de verjaardag van een buitenlandse biatleet dook hij achter diens rug op, tikte hem op de schouder en gooide hem vervolgens een slagroomtaart in het gezicht terwijl hij riep: gelukkige verjaardag!' Voor het ogenblik moet Rösch zijn sporen nog ver buiten onze grenzen verdienen. Na een blessure aan de achillespees in 2015 stelde de Belgische federatie hem voor om te revalideren in ... Zwitserland. 'Indertijd was hij alleen in de Belgische ploeg en zijn twee Noorse trainingsmaats waren ermee gestopt. Het was een win-winsituatie voor hem, voor ons en voor de Zwitserse ploeg', legt Heck uit. De Zwitsers konden inderdaad een ervaren biatleet goed gebruiken om hun jonge garde te omkaderen.' Ondertussen heeft de zwart-geel-rode ploeg, gemotiveerd door de komst van Florent Claude, een professionele coach in dienst genomen. Maar Rösch laat de Zwitsers niet in de steek, integendeel. 'Volgend jaar zou hij wel voor honderd procent bij onze ploeg moeten komen', zegt Heck, die geregeld telefoneert met zijn Duitse poulain. Maar België beschikt nog niet over de goeie infrastructuur om de voormalige olympische kampioen te ontvangen. 'Het schietterrein is niet goed en het is onmogelijk om in de zomer te trainen', aldus Rösch. De federatie richt zich nu op het oosten van het land en wil tegen 2022 een biatlonstand en degelijke rollerski's ( zie kader). In afwachting krijgen Rösch en zijn nieuwe landgenoten een flinke uitdaging voorgeschoteld. Vanaf 11 februari zal Rösch op de Olympische Winterspelen deelnemen aan de sprint, de achtervolging - zijn favoriete onderdeel - en indien mogelijk aan de massastart. Een goedgevuld programma. De jongen uit Pirna wil zonder veel druk of doelstellingen de Belgische kleuren verdedigen. 'Alles is mogelijk', geeft hij nog mee. 'Ik kan de top tien of de top zes halen, maar te veel zelfvertrouwen is nergens goed voor. Alleen Martin Fourcade kan zeggen: ik word kampioen!' Philippe Heck is ambitieus en durft zich wel uit te spreken: 'Michael neemt niet zomaar deel. Hij gaat niet naar de Winterspelen om de hoop groter te maken, maar om een topachtplaats te halen. Zo'n prestatie zou biatlon op de Belgische sportkaart zetten.' Op de kaart tout court zelfs.