De federale regering - weliswaar nog in lopende zaken - lijkt al uitgemaakt te hebben dat de fiscale voordelen voor Belgische voetballers danig teruggeschroefd worden. Daarmee zouden voetballers uit de Belgische competitie ineens tot de zwaarst belaste sporters in Europa gaan behoren. Een talentenexodus van Bijbelse proporties is in de maak.
...

De federale regering - weliswaar nog in lopende zaken - lijkt al uitgemaakt te hebben dat de fiscale voordelen voor Belgische voetballers danig teruggeschroefd worden. Daarmee zouden voetballers uit de Belgische competitie ineens tot de zwaarst belaste sporters in Europa gaan behoren. Een talentenexodus van Bijbelse proporties is in de maak. De situatie is een beetje mismeesterd door beide kanten, zowel door de politiek als door de Belgische voetballeiders. De verlaging van de RSZ-bijdragen was destijds opgevat als een incentive om te zorgen dat er vooral in jeugdopleiding geïnvesteerd zou worden. Onder impuls van toenmalig minister Johan Vande Lanotte, die toen ook voorzitter van basketbalclub Oostende was (de RSZ-regeling is ook op het basket van toepassing), werd de regelgeving zo uitgewerkt dat de RSZ-vrijstellingen ook gebruikt konden worden om de lonen van jonge profs te betalen. Uit parlementaire vragen rond het systeem bleek dat er slechts een beperkte controle bestond. De clubs hadden daardoor het perfecte excuus om maar mondjesmaat in de eigen jeugd te investeren en om jonge, al grotendeels opgeleide, voetballers uit het buitenland te halen. Die konden genieten van de nieuwe fiscale tarieven en werden later met veel winst doorverkocht. Maatschappelijk en politiek lijkt die RSZ-regeling steeds moeilijker te handhaven. Dat heeft ook te maken met de manier waarop de Belgische voetbalclubs communiceren ten opzichte van de politiek. Meestal weten ze de politiek enkel te vinden in tijden van crisis en ze handelen daarin niet altijd even professioneel. Ruim tien jaar geleden organiseerde de Pro League bijvoorbeeld een colloquium in de senaat over de toekomst van het Belgisch voetbal. Toenmalig voorzitter Ivan De Witte bekritiseerde toen de politieke wereld omdat die grotendeels afwezig bleef. Alleen had men verzaakt om een uitnodiging te sturen... De Belgische politieke klasse van haar kant is dan weer blind voor de maatschappelijke impact van het voetbal én voor de internationale uitstraling van onze clubs in Europa. Weinig reclame werkt effectiever voor onze steden (die de motor van onze economie zijn) dan de Europese prestaties van hun clubs. Genk en Gent hebben daar een deel van hun internatinale bekendheid aan te danken. We moeten in België ook maar eens afstappen van de idee dat wij het enige land zijn waar de overheid in voetbal investeert. 'Gidsland' Nederland doet het ook al jaren. Zowat de helft van de Eredivisieclubs is de afgelopen vijftien jaar door haar lokale overheid op één of ander moment van de verdwijning gered: Vitesse, PSV, AZ, FC Utrecht, Twente, Feyenoord... Ze hebben allemaal (veel) gemeentelijke subsidies gekregen. Zo uitzonderlijk is het dus allemaal niet. Laat ons dan ook hopen dat de Belgische voetbalclubs de huidige discussie rond de RSZ-bijdragen aangrijpen om een deftige dialoog met de politiek aan te gaan. En dat ze ook - vooral dat is belangrijk - een permanente dialoog opzetten, waarbij ze blijvend aantonen wat hun maatschappelijke meerwaarde is voor ons land.