In zijn huis in Sinzig, een plattelandsdorpje tussen Keulen en Koblenz, had Rudi Altig twee kamers als een soort trofeeënkast ingericht. Twee beelden sprongen in het oog. Die van het wereldkampioenschap van 1966 op de Nürburgring, waar Altig onherroepelijk de status van onsterfelijkheid verwierf: hij pakt in eigen land de regenboogtrui door in de spurt Jacques Anquetil en Raymond Poulidor te verslaan. Een andere foto frappeert nog meer: daarin rijdt Rudi Altig met een door pijn verwrongen gelaat over de kasseien. Als een vulkaan o...

In zijn huis in Sinzig, een plattelandsdorpje tussen Keulen en Koblenz, had Rudi Altig twee kamers als een soort trofeeënkast ingericht. Twee beelden sprongen in het oog. Die van het wereldkampioenschap van 1966 op de Nürburgring, waar Altig onherroepelijk de status van onsterfelijkheid verwierf: hij pakt in eigen land de regenboogtrui door in de spurt Jacques Anquetil en Raymond Poulidor te verslaan. Een andere foto frappeert nog meer: daarin rijdt Rudi Altig met een door pijn verwrongen gelaat over de kasseien. Als een vulkaan op twee wielen. Het is een opname uit 1964 waarin Altig op weg is naar de zege in de Ronde van Vlaanderen. In Duitsland was Rudi Altig een levende legende. Tot in de laatste weken voor zijn dood heeft hij zijn status verzilverd. Overal waar Altig verscheen, liet hij zich fors betalen. Dan kwam hij vertellen over de vier wereldtitels die hij in zijn carrière behaalde. Dat Altig ook drie keer wereldkampioen werd in de achtervolging werd weleens vergeten. De uit Mannheim afkomstige en later naar Keulen uitgeweken Rudi Altig legde een imposant palmares aan. Met zijn blonde, forse kop en wat gedrongen lichaam had hij de uitstraling van een kampioen. Altig won onder meer twaalf ritten in de Ronde van Frankrijk en droeg achttien dagen de gele trui. Hij zegevierde ook in de Ronde van Spanje. Zelf beschouwt hij zijn zege in Milaan-Sanremo van 1968 als de mooiste omdat hij toen voor het Italiaanse Salvarani reed. Zijn bazen waren door het dolle heen. Altig dreef op temperament en wilskracht. Zijn karakter werd gevormd na de dood van zijn moeder, die om het leven kwam in een verkeersongeluk. Zijn vader heeft hij amper gekend: die kwam na de Tweede Wereldoorlog niet meer naar huis en ging elders leven. Rudi Altig, van opleiding elektricien, was een trainingsbeest. Hij was ook een uitstekende zesdaagserenner, met veel gevoel voor show, hij deed als het ware de mensen van de banken rechtveren en zette ze weer neer. Altig, die 23 zesdaagsen won, miste het egoïsme van de kampioen. Zo kwam hij in 1966 uit voor Molteni en liet op bevel van zijn bazen een zege in de Waalse Pijl aan zijn ploegmaat Michele Dancelli. Rudi Altig was rechtuit en rechtaan. Hij was vanaf 2005 een tijdje cocommentator op ARD en plaatste zeer kritische kanttekeningen bij de manier waarop Jan Ullrich zijn talent te grabbel gooide. Dat lag in Duitsland, en zeker bij sponsor T-Mobile, heel gevoelig. Zijn contract werd niet verlengd. Daar had Altig het moeilijk mee, maar liever dat dan met de handrem op te spreken. De afgelopen jaren leefde Rudi Altig in een haast sacrale stilte. Slechts weinigen wisten dat hij ziek was. Hij werd 79 jaar. DOOR JACQUES SYS