Toen FC Köln een week of zes geleden met de voorverkoop voor de wedstrijd tegen Hamburg startte, waren de 51.000 kaarten in 45 minuten weg. En toen de club op oefenkamp was in het Oostenrijkse Kitzbühel, werden de trainingen door honderden supporters bijgewoond. Het toont hoe groot het verlangen naar topvoetbal is bij de club die de afgelopen jaren pendelde tussen de eerste en tweede Bundesliga. Sinds 1998 degradeerde FC Köln vijf keer, nu wil de vereniging weer een vaste waarde worden in de Bundesliga. Zoals dat hoort in de vierde grootste stad van Duitsland. En zoals dat past bij het imago van een uitbundige metropool.
...

Toen FC Köln een week of zes geleden met de voorverkoop voor de wedstrijd tegen Hamburg startte, waren de 51.000 kaarten in 45 minuten weg. En toen de club op oefenkamp was in het Oostenrijkse Kitzbühel, werden de trainingen door honderden supporters bijgewoond. Het toont hoe groot het verlangen naar topvoetbal is bij de club die de afgelopen jaren pendelde tussen de eerste en tweede Bundesliga. Sinds 1998 degradeerde FC Köln vijf keer, nu wil de vereniging weer een vaste waarde worden in de Bundesliga. Zoals dat hoort in de vierde grootste stad van Duitsland. En zoals dat past bij het imago van een uitbundige metropool. Toen de Bundesliga in 1963 werd opgericht, was FC Köln de eerste kampioen. Het elftal werd geregisseerd door Wolfgang Overath, een sierlijke middenvelder die techniek en inzicht aan een enorme werkkracht koppelde en 81 interlands speelde. Geen voetballer in Duitsland die in deze periode zo'n computergestuurde voorzetten kon geven als Overath. Zelfs Günter Netzer kon niet aan hem tippen en stond in de nationale ploeg meestal in zijn schaduw. FC Köln had alles om tot een blijvende grootmacht in het Duitse voetbal uit te groeien. Maar onrust en bestuurlijke tweespalt liepen als een rode draad doorheen deze vereniging. De vijf Keulse kranten berichtten er uitgebreid over. Het hoort allemaal bij een stad die niet alleen met carnaval uit de bol gaat, maar ook anders bruist van levenslust. Keulen is een internationale metropool met veel gezichten. Er is de Dom, het merkteken van de stad, met een 157 meter hoge toren, de derde hoogste kerktoren in de wereld - de hoogste staat in het Zuid-Duitse Ulm - die je via 533 trappen tot aan de top kan beklimmen. Er zijn prachtige en rustgevende boulevards langs de Rijn en vermaarde musea als exponenten van een rijk cultureel en architecturaal erfgoed. Maar er is ook een frivool nachtleven dat zich vooral afspeelt rond het oude stadsgedeelte waar het wemelt van de restaurants. De prestaties van FC Köln zijn door de jaren heen altijd een belangrijk gespreksonderwerp geweest in de stad. Der FC, zoals de club in de volksmond wordt genoemd, draaide vorig seizoen in tweede klasse voor een gemiddelde van 46.000 toeschouwers. De voetballers zijn helden die zich amper op straat kunnen tonen. Dat is altijd zo geweest. Roger Van Gool maakte het bijvoorbeeld mee toen hij in 1976 als eerste Belg bij FC Köln arriveerde. Toen hij voor het eerst met zijn vrouw en kinderen ging wandelen in het centrum werd hij constant door voorbijgangers aangeklampt. Van Gool trok in die tijd veel Belgische voetballiefhebbers naar de club. Dat was niet onlogisch. Het toenmalige hoofdkwartier van de Belgische strijdkrachten in Duitsland lag in de Keulse voorstad Weiden, op een steenworp van het stadion. Rond de kazerne was ook een Belgische site opgetrokken. Met Van Gool pakte de club in 1978 de derde (en laatste) titel uit de geschiedenis. FC Köln werd toen geleid door de mythische Hennes Weisweiler die de groep met een verbluffende mengeling van autoriteit en soepelheid dirigeerde. Weisweiler was niet bang om spelers aan te pakken en dreef altijd zijn zin door. Als coach van Barcelona had hij ooit een dispuut over de manier waarop Johan Cruijff daar moest functioneren. Hij zag in de Nederlander een middenvelder terwijl Cruijff als teruggetrokken spits wilde spelen. Het kostte hem zijn kop. Ook in Keulen was de wil van Weisweiler wet. Dat moest ook in deze club waar niet alle spelers het even nauw namen met de discipline. Onvergetelijk is een toen op televisie getoond beeld van Weisweiler tijdens een wedstrijd tussen FC Köln en Hamburg. De thuisclub leidde met 5-0 en begon hautain de bal rond te tikken. De woedende Weisweiler liep naar de zijlijn en brulde zijn manschappen toe dat ze moesten verder voetballen. Nogal wat trainers verbaasden zich door de jaren heen over de aparte mentaliteit in de club en de spelersgroep. George Kessler bijvoorbeeld die tijdens het seizoen 86/87 in Keulen werkte en de club naar de finale van de UEFA-Cup leidde die tegen Real Madrid werd verloren. Het eerste wat Kessler na zijn aankomst deed, was de verzorger te verbieden om in de bus de spelers te tellen. Bij hem vertrok de bus altijd op tijd. Dat zou iedereen snel geweten hebben. Toen er net voor de eerste competitiewedstrijd om twee uur vanuit het afzonderingsoord naar het stadion moest vertrokken worden, zaten er zeven van de zestien spelers in de bus, maar stipt om twee uur zei Kessler tegen de chauffeur: "Abfahren." De andere negen spelers, onder wie de vedetten Toni Schumacher, Pierre Littbarski en Klaus Allofs, moesten op eigen kracht in het stadion zien te geraken. Kessler heeft er achteraf geen woord over gezegd. Maar het is geen tweede keer gebeurd. Ook de toenmalige voorzitter zag de bus eens voor zijn neus vertrekken omdat hij één minuut te laat was. Kessler trok de discipline zo hard aan dat Toni Schumacher op een gegeven moment zei dat bij de trainer thuis zelfs de vliegen in de keuken in dezelfde richting vlogen. Het was ook onder Kessler dat Christoph Daum zijn opwachting maakte in de trainersstaf van FC Köln. Aanvankelijk werd Daum door Kessler vanuit de hoogte behandeld: hij moest buiten gaan kijken of de zon scheen, zodat Kessler wist of hij al dan niet zijn zonnebril moest opzetten. Een andere keer moest Daum eens gaan meten hoe lang het gras stond. Een groot verloop van trainers kenmerkt de geschiedenis van FC Köln. Sinds de start van de Bundesiga, in 1963, had FC Köln 41 trainers in dienst. Een echt duiventil werd het tussen 1990 en 2006 met 21 trainers in 16 jaar. Samen met Hennes Weisweiler is Christoph Daum degene die het langs mocht blijven: bijna vier jaar. Heel moeilijk is het om als trainer van FC Köln te overleven, de invloed van de boulevardpers is gigantisch en de bestuurlijke onenigheid die jaren bij de club hoorde, maakte een en ander niet gemakkelijk. Ook al niet omdat er vanuit de club opmerkelijk veel lijntjes naar de media lopen. In 2004 was de crisis zo groot dat ex-boegbeeld Wolfgang Overath werd gevraagd om voorzitter te worden. Die hield het uiteindelijk zeven jaar vol en stapte na nieuwe moeilijkheden op. Zo bleef het bij deze club een komen en gaan, met één constante: de aanwezigheid van de bok Hennes achter het doel, waarmee FC Köln één van de weinige clubs is in Europa die over een levende mascotte beschikt. De bok is ook onderdeel van het embleem van de vereniging. Tot een radicale ommekeer kwam het uiteindelijk medio 2013. FC Köln begon nog maar eens aan een seizoen in de Tweede Bundesliga en had de twee seizoenen daarvoor in het totale professionele kader van de vereniging 112 transfers gerealiseerd. Het typeerde het gebrek aan visie. De schuldenberg steeg, de chaos was compleet. Maar vanaf de zomer van 2013 werd er besloten op alle niveaus met opruimingswerken te beginnen. Dat liep parallel met de komst van manager Jörg Schmadtke, een ex-doelman van onder meer Fortuna Düsseldorf die van Hannover 96 overkwam. Bezonnenheid nam vanaf dat moment in het beleid de bovenhand op paniek. Het werd zomaar rustig aan de boorden van de Rijn. Het was alsof FC Köln zich opnieuw had uitgevonden. Er werd weer gebouwd op sterke fundamenten en met de Oostenrijker Peter Stöger kwam er een trainer die heel nadrukkelijk zijn stempel drukte. Stöger verwierf in korte tijd veel respect bij spelers en supporters. Hij frappeert door zijn rust en vervalt niet in theatraal gedoe. Een vakman die niet de behoefte voelt zichzelf te verkopen. De menselijke kwaliteiten van Stöger worden geroemd: hij maakt weinig fouten in de omgang met spelers en laat iedereen in zijn waarde, zonder zijn overwicht te verliezen. Met fris en attractief voetbal leidde Stöger FC Köln vorig seizoen met grote overmacht naar de titel. Nu wacht de club dus een moeilijk jaar op het hoogste niveau. FC Köln investeerde zeven miljoen euro in nieuwe spelers, de club heeft nog altijd 30 miljoen euro schulden, maar dat vorig seizoen in tweede klasse met een kleine winst werd afgesloten, toont dat de begroting langzamerhand weer onder controle is. De ambities zijn bescheiden: FC Köln wil uit de degradatiezone blijven. Dat wordt een moeilijke opgave, ook al omdat topaanvaller Patrick Helmes met een blessure verschillende weken out is. Bovendien is de kern jong en relatief onervaren. Iedereen is er zich van bewust dat de kans op een slechte start bestaat. Nu al wordt met overtuiging geroepen dat de club dan rustig zal blijven. Maar het is pas als er echt een crisis losbreekt dat zal blijken of FC Köln inderdaad uit oude fouten heeft geleerd. DOOR JACQUES SYS112 transfers in twee jaar, het was typerend voor het gebrek aan visie van FC Köln.