11-11-2011, hartje Madrid. In een Baskisch restaurant komen meer dan tachtig oud-renners bijeen voor een opgemerkte reunie. Ex-Vueltawinnaars Alex Zülle, Abraham Olano en Marino Lejarreta schuiven aan de feestdis aan, net als onder anderen Carlos Sastre, de Tourwinnaar van 2008, en Erik Breukink, technisch directeur van de Rabobankploeg. De feestdatum is symbolisch. 'Elf' vertaal je in het Spaans door ' once'. En O.N.C.E. staat ook voor Organización Nacional de Ciegos Españoles: de blindenloterij die van 1989 tot 2003 de succesvolle (437 overwinningen) gele brigade sponsorde van de fanatieke ploegleider Manolo Saiz.
...

11-11-2011, hartje Madrid. In een Baskisch restaurant komen meer dan tachtig oud-renners bijeen voor een opgemerkte reunie. Ex-Vueltawinnaars Alex Zülle, Abraham Olano en Marino Lejarreta schuiven aan de feestdis aan, net als onder anderen Carlos Sastre, de Tourwinnaar van 2008, en Erik Breukink, technisch directeur van de Rabobankploeg. De feestdatum is symbolisch. 'Elf' vertaal je in het Spaans door ' once'. En O.N.C.E. staat ook voor Organización Nacional de Ciegos Españoles: de blindenloterij die van 1989 tot 2003 de succesvolle (437 overwinningen) gele brigade sponsorde van de fanatieke ploegleider Manolo Saiz. Grote afwezige op de reünie is Alberto Contador, op huwelijksreis met zijn Macarena in Rome. Een geldig maar ook welgekomen excuus voor de Madrileen, die in 2003 neoprof werd bij O.N.C.E. Kwatongen beweren dat de renner zijn trip naar de Eeuwige Stad met opzet laat samenvallen met het feestje in Madrid. Op dat moment is hij nog niet geschorst voor zijn clenbuterolplasje, maar Contador beseft maar al te goed dat hij nóg meer controverse maar beter kan schuwen. Ingaan op een uitnodiging van Manolo Saiz zou overkomen als dopingnegationisme. De wielerwereld is niet vergeten dat de voormalige O.N.C.E.-baas in mei 2006 gearresteerd werd met 60.000 euro op zak na een zoveelste geheime ontmoeting met dopingdokter Eufemiano Fuentes. Zijn hele loopbaan heeft Contador gewerkt voor ploegmanagers met een aangebrande reputatie. Met Saiz blies hij dus naar verluidt alle bruggen op. Nochtans beschouwde Contador hem altijd als een tweede vader. Meermaals heeft de renner verteld hoeveel steun hij van zijn vroegere ploegleider kreeg toen hij op zijn 21e ternauwernood aan de dood wist te ontsnappen. Een spectaculair verhaal dat teruggaat tot een vrijdag in mei 2004. Contador brengt die bijna noodlottige dag door in zijn ouderlijk huis in Pinto, rand Madrid, wanneer hij plots in elkaar zakt. In allerijl wordt hij naar het ziekenhuis gebracht. Manolo Saiz is de chauffeur met dienst. Aan de arts legt de ploegmanager uit dat dit voor zijn pupil al het tweede alarmsignaal in korte tijd is. Tijdens de Ronde van Asturië, eerder die maand, is Contador om een al even onverklaarbare reden plots van zijn fiets gevallen. Het leverde een akelig beeld op van een dan nog onbekende renner die spastisch ligt te bewegen en zijn tong dreigt af te bijten. Onderzoek in het ziekenhuis brengt een aangeboren vaatmisvorming in de hersenen aan het licht. Ten huize van Contador weten ze hoe ze deze harde diagnose moeten inschatten. Alberto's zes jaar jongere broer Raúl kwam ter wereld met een hersenverlamming en kan praten noch lopen. Raúl heeft het bevattingsvermogen van een baby van één jaar. Hoe dol hij ook is op zijn broer, helemaal afhankelijk van anderen wil Alberto niet worden. In juni 2004 onderwerpt hij zich aan een operatie van vijf uur. Een delicate ingreep. Vooraf moet hij een verklaring ondertekenen die het ziekenhuis vrijpleit van alle verantwoordelijkheid in geval het fout loopt. Gelukkig houdt de latere Tourwinnaar er alleen maar een litteken aan de schedel aan over, van zijn ene oor naar het andere. Onblusbaar blijkt zijn drang om verder te gaan met zijn fietscarrière, die hij op zijn vijftiende begon onder invloed van zijn oudere broer en latere manager Francisco Javier. Amper drie uur na zijn operatie spreekt Alberto tegen zijn moeder de woorden uit die zullen uitgroeien tot zijn lijfspreuk: Querer es poder. Waar een wil is, is een weg. Dat motto zal hij ook hard maken. Eind november 2004 krijgt Contador groen licht om weer te fietsen. Het is slechts drie graden en aan slecht weer heeft hij altijd al een broertje dood, maar de Madrileen voelt zich bevoorrecht. Begeleid door zijn vader in de wagen maakt hij een eerste trainingsritje. Tranen verraden de emoties die dat losmaakt. Tijdens de vijf maanden lange revalidatie na zijn operatie heeft de Spanjaard kracht geput uit de lectuur van It's not about the bike, Lance Armstrongs meeslepende bestseller over zijn gevecht met kanker. Wanneer Contador later zelf de Tour op zijn naam schrijft, zal de pers graag parallellen trekken met de carrière van de Texaan. Tegenslagen recycleren tot brandstof: net als bij Armstrong wordt het een constante in Contadors leven. Alsof je eerst de dood in de ogen moet kijken om ooit de Tour te kunnen winnen. Nog voordat hij met Armstrong wordt vergeleken, heeft Contador zich al in de gunst van Johan Bruyneel gefietst. De West-Vlaming, vandaag even omstreden als zijn vroegere leermeester Saiz, stapelt in die jaren de Tourzeges op met Armstrong, maar blijft niettemin continu op zoek naar beloftevolle jongeren. Hij weet dan al dat Contador niet alleen over uitzonderlijke klimcapaciteiten beschikt zoals Marco Pantani, met wie de Spanjaard als jeugdrenner werd vergeleken, maar ook veel aanleg heeft voor het werk tegen de klok. Als belofte, in 2002, kroont Contador zich tot nationaal kampioen tijdrijden. Bruyneel is getipt over de rondewinnaar in spe. Op aanraden van zijn rechterhand Dirk Demol trekt hij naar een jongerenkoers in de Noord-Spaanse provincie Burgos om er de 19-jarige Contador te scouten. "Ik merkte Alberto voor het eerst op toen hij net mechanische problemen had gehad en aan het terugkeren was naar de kopgroep", herinnert de Izegemnaar zich de wedstrijd. "Met een verbluffend gemak sprong hij van volgwagen naar volgwagen. Zijn gracieuze, vloeiende stijl sprong in het oog. Ik begreep ook meteen dat er niet veel verandering meer zou komen in zijn ranke postuur. Hij zou meer spieren kweken, maar nooit veel vet." In de daaropvolgende seizoenen blijft Bruyneel met het Spaanse goudhaantje contact houden. "Uit alles bleek dat zijn leven een authentieke zachtheid bezat", aldus de manager van RadioShack-Nissan. Minzaam vertelde de Madrileen hem over de vogels die hij tijdens zijn kindertijd in zijn volière kweekte en vertrouwde hij hem toe dat hij vanop het balkon naar de duiven zat te fluiten. Maar ook verklaarde Contador hoe hij, genoodzaakt door zijn eenvoudige afkomst, peseta per peseta spaarde voor een paar koershandschoentjes en dat hij de eerste keer toen hij ze droeg, dacht dat niemand sneller zou rijden dan hij. Contadors fragiele lijf in combinatie met zijn zachtaardige karakter brengt Bruyneel bij momenten ook in twijfel. Zal de Spanjaard wel hard genoeg zijn voor de meedogenloze weg naar de top? Het antwoord op zijn vraag krijgt de ploegmanager sneller dan verwacht. Tijdens de Tour Down Under van 2005, nauwelijks zeven maanden na zijn operatie, mag Contador het zegegebaar maken in de koninginnenrit. Het is pas zijn vijfde dag in het peloton sinds zijn comeback. "De belangrijkste overwinning in mijn leven", zal Contador later zelfs als Tourwinnaar herhalen. De Australische trofee heeft vandaag nog steeds een plaats in zijn woonkamer, naast zijn bekers van de Tour, Giro en Vuelta. Nog twee jaar - tot 2007 - duurt het eer de samenwerking tussen Bruyneel en Contador uit de startblokken schiet, bij Discovery Channel. Manolo Saiz is zijn sponsor (Liberty Seguros) kwijtgeraakt door het uitbreken van de omvangrijke bloeddopingzaak rond dokter Fuentes. Een affaire waar Contador zelf ook een prijs voor heeft betaald. In 2006 mag hij niet starten in de Tour. Drie keer komt zijn naam voor in het enige publiekelijk bekende document over de zaak-Fuentes. Vooral bewijsstuk 31 levert voer voor speculatie. Naast Contadors initialen staat genoteerd: "Niets of hetzelfde als J.J." En met J.J. wordt zijn toenmalige ploegmaat Jörg Jaksche bedoeld, notoir dopinggebruiker. Nergens echter staat in de notities van Fuentes zwart op wit dat Contador een dopingprogramma volgde of zijn bloed liet verrijken. De UCI zal daarom zijn naam zuiveren voor die zaak. "Ik reed gewoon op het verkeerde moment bij het verkeerde team", zal de renner onverstoorbaar blijven beweren. Op het eerste trainingskamp bij Discovery Channel, begin 2007, blinkt Contador uit door zijn zelfverzekerdheid. Nieuw in de ploeg of niet, in zijn eerste gesprek met Bruyneel stelt hij resoluut dat hij Parijs-Nice wil rijden, want: "Ik ga die wedstrijd winnen." Bruyneel weet niet wat hij van zijn nieuwste aanwinst moet denken, tot die twee maanden later daadwerkelijk ook Parijs-Nice wint. De Spanjaard lost er voor het eerst zijn gekende pistoolschot als zegegebaar. "Een symbool om mijn overwinning op te dragen aan alle mensen die dicht bij me staan en me steunen", legt hij later uit in Sport/Wielermagazine. Als winnaar van de 'kleine Tour de France' wordt El Pistolero in 2007 meteen gebombardeerd tot een kandidaat voor de top tien in de grote Tour. Niemand echter die bij het Grand Départ vermoedt dat de winnaar van Parijs-Nice meteen ook La Grande Boucle op zijn naam zal schrijven. Contador begint die Tour in de schaduw van zijn ervaren ploegmaat Levi Leipheimer. Zijn eerste gele trui krijgt Contador onverwacht in de schoot geworpen, wanneer Michael Rasmussen vanwege gesjoemel met zijn whereabouts uit de Tour wordt gezet. De Deense ex-mountainbiker leek de Tour niet meer te kunnen verliezen. Tijdens de beslissende tijdrit op de voorlaatste dag krijgt Contador steun van niemand minder dan Lance Armstrong, die in de volgwagen plaats heeft genomen naast Johan Bruyneel. De aanwezigheid van de Amerikaan, wiens verhaal hem geïnspireerd had bij zijn comeback na zijn val in Asturië, geeft Contador vleugels. "Ik was vandaag bereid om te sterven", verklaart de geletruidrager na de tijdrit op de persconferentie. "Telkens als Johan in mijn oortje praatte, hoorde ik de stem van Lance." Contador redt zijn gele trui en houdt in de eindafrekening uiteindelijk 23 seconden over op Cadel Evans, het kleinste tijdsverschil ooit in de Tour, op de beroemde 8 seconden tussen Greg LeMond en Laurent Fignon in 1989 na. Wanneer Armstrong later in heel andere omstandigheden opnieuw zijn levenspad kruist, is Contador in het rondewerk inmiddels uitgegroeid tot de onbetwiste norm. De Tour van 2008 heeft hij met zijn Astanaploeg weliswaar gemist - de tol voor het dopingverleden van Alexandre Vinokourov, de geestelijke vader van het team. Maar als een conquistador eist de Spanjaard dat jaar wel de Giro en de Vuelta voor zich op, waardoor hij met Jacques Anquetil, Felice Gimondi, Eddy Merckx en Bernard Hinault tot het exclusieve clubje kampioenen behoort die alle drie de grote ronden hebben gewonnen. Ondanks die nieuwe status verliest Contador nooit de trappers. Hij weet hoe kwetsbaar de grens tussen succes en tegenslag is en welke weg hij heeft afgelegd. Dat blijkt ook uit een symbolisch gebaar na zijn Vueltazege: het gouden leiderstricot doet hij cadeau aan Óscar Suárez, verantwoordelijke van de medische dienst in de Ronde van Asturië en zijn reddende engel bij zijn val in 2004. Vanaf die Vuelta van 2008 krijgt Contador echter opnieuw de wind van voren. Deze keer moet hij optornen tegen druk binnen zijn eigen team Astana, waar Johan Bruyneel op dat moment de plak zwaait. Terwijl El Pistolero op weg is naar zijn eerste en tot dusver enige Vueltazege, trekt Armstrong alle aandacht naar zich toe met de aankondiging van zijn comeback. Als Contador in 2009 de Tour wil winnen, zal hij binnen zijn eigen team moeten afrekenen met de zevenvoudige winnaar. De Madrileen kan nauwelijks verhullen dat hij niet opgezet is met de concurrentie in eigen huis: "Armstrong was mijn idool, maar nu ben ik niet meer op de leeftijd om een handtekening te vragen", verklaart hij fijntjes. De dan 37-jarige Texaan beseft dat hij zijn elf jaar jongere ploegmaat fysiek moeilijk de baas zal kunnen en bestookt hem daarom op het mentale front. Contador: "Ik ontmoette Lance voor het eerst als ploegmaat op stage in Tenerife. Na twee dagen had ik al door dat 2009 psychologisch een moeilijk seizoen zou worden. Ons eerste contact had niets hartelijks. Bovendien was de houding van sommigen in de ploeg radicaal veranderd. Het was plots alleen nog Armstrong die telde." Wanneer Contador vervolgens Parijs-Nice ten gevolge van een hongerklop verliest, is Armstrong er als de kippen bij met een venijnige tweet over zijn 'ploegmaat': " Amazing talent but still a lot to learn." Kort nadien, in de Ronde van Castilla y León, dient de Spanjaard hem al van antwoord. Armstrong heeft bij een val een sleutelbeen gebroken. Aan het hotel, tegen een paar vrienden, maakt Contador een ironische opmerking over de zevenvoudige Tourwinnaar: "Een wonderbaarlijke kampioen, maar nog te nerveus." De rivaliteit tussen de twee titanen bereikt haar hoogtepunt tijdens de Tour van 2009. Contador belandt binnen zijn eigen team in een totaal isolement. Bruyneel heeft de Tourploeg rond Armstrong gebouwd en daarbij Benjamín Noval thuisgelaten, tot op vandaag nog steeds Contadors ploegmaat. "Die niet-selectie van Noval was een slag in mijn gezicht", zal El Pistolero maanden later toegeven. Op dag drie van de Tour stooft Armstrong Contador alweer een peer, wanneer die een waaier gemist heeft. Armstrong, die wél in het koppeloton mee is, laat zijn luitenants een stevig tempo ontwikkelen. "Ik was verbouwereerd", zal Contador verklaren. "Ik dacht de leider te zijn bij Astana. Terwijl elke andere ploeg plat op de buik zou gaan voor een renner die op het punt staat om de Tour te winnen, kreeg ik te maken met een ploeg die me de rug toekeerde. Ik kon bijna alleen maar op mezelf rekenen. Allicht heb ik minder afgezien op de fiets dan 's avonds in het hotel." Bij de eerste aankomst bergop, in Andorra, maakt Contador tegen de ploegorders in de sportieve hiërarchie duidelijk. Hij legt er de basis voor zijn tweede eindzege en veegt alle twijfels over zijn mentale weerbaarheid van tafel die voor de Tourstart waren gerezen. Armstrong van zijn kant zal nooit meer de Tour winnen. Nog voor de karavaan de Champs-Elysées bereikt, pakt de Amerikaan uit met het nieuws dat hij met Bruyneel aan het einde van dat jaar Astana zal verlaten voor een nieuw, eigen team: RadioShack. Het gonst dan al een paar maanden van de geruchten over betalingsproblemen bij Astana. Achteraf kan je je afvragen of op dat moment ook niet onrechtstreeks de kiem werd gelegd van het clenbuterolverhaal waar Contador een seizoen later mee zal worden geconfronteerd. In de winter van 2009 verloopt de voorbereiding van de Tourwinnaar op het nieuwe seizoen in ieder geval allesbehalve rimpelloos. Binnen Astana woedt een gevecht om de macht. Het team is lange tijd een stuurloos schip en pas na deliberatie krijgt het een WorldTourlicentie. Voor interessante transfers is het dan al te laat. Het lijstje renners dat Contador in 2010 aan een derde Tourzege moet helpen, maakt weinig indruk. De spanning over zijn toekomst weegt ook op de kopman zelf. "Eind 2009 wist ik eerst niet of ik ging blijven of niet bij Astana", vertelt Contador. "Toen ik eenmaal de knoop had doorgehakt, rezen er veel vragen. Ik voelde veel druk en spendeerde heel wat energie aan het motiveren van mijn ploegmaats. Door al die stress diende ik in 2010 na de voorjaarsklassiekers een beetje meer vakantie te nemen dan normaal." De gevolgen komen in 2010 pijnlijk aan de oppervlakte tijdens het Critérium du Dauphiné, de laatste opmaat naar de Tour. In de lange tijdrit eindigt Contador pas als zesde, op bijna twee minuten van zijn ex-ploegmaat Janez Brajkovic. In de Alpen maakt de Spanjaard evenmin indruk en is zijn klimstijl verre van flitsend. "In die Dauphiné worstelde Contador nog met een kilo of twee overgewicht", zal een bron die toen dicht bij de Astanaploeg stond, later aan Humo toevertrouwen. "Om af te vallen heeft hij kleine dosissen clenbuterol gebruikt. Tussen de Dauphiné en de Tour heeft hij bloed afgetapt toen er 'per ongeluk' nog een spoortje clenbuterol in zat." Volgens diezelfde bron heeft Contador op de tweede rustdag van de Tour dat bewuste bloedzakje opnieuw geïnjecteerd om zijn hoeveelheid rode bloedlichaampjes te verhogen en zo het zuurstoftransport in zijn lichaam te verbeteren. Klopt deze hypothese, dan heeft Contadors omgeving de afbraaktijd van clenbuterol verkeerd berekend en at de Spanjaard helemaal geen besmette biefstuk, zoals hij zelf hardnekkig blijft beweren. In zijn nadeel pleit alvast zijn voormalige samenwerking met zijn landgenoot en coach Pepe Martí, die er onlangs door het Amerikaans antidopingagentschap van beschuldigd werd jaren aan een stuk tal van renners van doping te hebben voorzien. Ondanks maandenlang juridisch getouwtrek is Contador altijd zijn leven blijven leiden, met dezelfde rustige vastheid als na zijn operatie in 2004 of tijdens zijn oorlog met Armstrong in de Tour van 2009. Alsof hij kracht uit zijn strijd haalde, bleef hij de overwinningen aaneenrijgen. Daarbij genietend van de onvoorwaardelijke steun van Bjarne Riis, alweer een manager met een onverkwikkelijk verleden. Allicht nooit beter kwam de Saxo Bankkopman voor de dag dan tijdens de Giro van vorig jaar, waarin hij iedereen overklaste. Op voorhand wist Contador dat hij een eventuele eindzege in geval van schorsing later weer kon kwijtraken (wat ook geschiedde). Maar het scheen hem helemaal niet uit zijn lood te slaan. El Pistolero staat op dezelfde wijze in het leven als hoe hij bergop rijdt: zoals een springveer. Na tegenkanting veert hij telkens weer op. Daarom mag het niet verbazen als zijn afgelopen schorsing hem alleen nog sterker heeft gemaakt. Of zoals hij het zelf aan de vooravond van zijn comeback in de afgelopen Eneco Tour verkondigde: "Wanneer ik nog op moeilijke situaties stoot, zal ik ook die kunnen overwinnen met mijn ervaring van de voorbije, moeilijke maanden." DOOR BENEDICT VANCLOOSTERNergens in de notities van Fuentes staat zwart op wit dat Contador een dopingprogramma volgde of zijn bloed liet verrijken. Ondanks maandenlang juridisch getouwtrek is Contador altijd zijn leven blijven leiden.